Auteursarchief: woutervanheiningen
Nieuw gedicht
Genoeg ruimte
.
Omdat het alweer te lang geleden is dat ik hier een gedicht van mezelf heb geplaatst, vandaag een nieuw gedicht van mijn hand met de titel ‘Genoeg ruimte’
Genoeg ruimte
.
Dat met je haar doen
en dan weer anders.
.
Je mondvol vragen. Je slikt ze
in, laat me raden. Vraagt naar de
bekende weg en toont me nieuwe.
.
Wie raadsels maakt leeft
eenvoudig. Wie geen antwoorden
heeft, zoekt andere wegen.
.
Ik hou je vast in een omhelzing
langer dan gemakkelijk
aanvoelt, om door te dringen.
.
Samen kan ook los van
elkaar. Afstand lijkt dan een
verwijdering, er is genoeg
ruimte onder mijn huid voor twee.
.
Projectie
Ingmar Heytze
.
Vandaag een gedicht van Ingmar Heytze zonder verdere introductie of uitleg maar gewoon omdat het een prachtig gedicht van een bijzondere dichter. ‘Projectie’ uit ‘Het ging over rozen’ uit 2002.
.
Projectie
.
Het zal wel donker zijn, als je er niet meer bent.
Misschien zo stil en donker als het ademloos moment
waarop het zaallicht dimt voordat de film begint,
.
dat ogenblik. de hele eeuwigheid. Misschien.
Maar als je droomt dat je een vlinder bent,
kun je evengoed een vlinder zijn
die droomde dat hij mens was.
.
Je mag dit nooit vergeten. Op een dag
kust een van ons de ogen van de ander dicht
en moet dan weten: dit is louter pauze totdat alles
weer opnieuw begint. Jij en ik – geen stof, maar licht.
.
Kon je maar beiden zijn, in wisseling…
C.O. Jellema
.
Cornelis Onno Jellema (1936 – 2003) was dichter, literatuurcriticus en essayist. Hij debuteerde in 1961 met poëzie in De Gids maar zijn werk kreeg niet veel aandacht. Dat veranderde in 1981 toen de bundel ‘De schaar van het vergeten’ werd gepubliceerd. In zijn vroege werk zocht Jellema naar een relatie tussen de verteller in het gedicht, en de wereld buiten die verteller. Later speelt de tijd een belangrijke rol. In enkele bundels probeert hij een synthese tussen voelen en denken, ofte wel emotie en ratio, te bewerkstelligen. De gedichten van C.O. Jellema zijn kenmerkend door een strakke vorm, en geregeld maakt hij gebruik van de sonnetvorm.
Zo ook in het gedicht ‘Kon je maar beiden zijn, in wisseling…’ uit de bundel ‘Ongeroepen’ uit 1991.
.
Kon je maar beiden zijn, in wisseling…
.
Kon je maar beiden zijn, in wisseling
van lied en echo, voorgaand en geleid,
voorstelling van hoorbare werkelijkheid
die, in haar klank voorbij, herinnering,
.
zich nestelt in het oor van ieder ding
en ’t is Eurydice die zich bevrijdt
met oogopslag, gestalte blijkt – de tijd
de wederkeer nu van een beweging
.
wier richting, strevend derwaarts, tegenstroom
ontketent in atomen van bestaan:
er rest in ’t goedgesprokene dat nooit
.
verdelgbaar residu – noem het jouw droom:
’t voorziet in niets en wil toch verder gaan.
Gestold geruis wordt water als het dooit.
.
Laat gesprek
Sport en poëzie
.
Schreef ik al eerder over sport en poëzie in het kader van de Olympische Spelen en het Nederlands elftal, vandaag een gedicht van Henk Spaan, vermaard dichter als het om sport gaat. Henk Spaan is een specialist op het gebied van het voetbal. Samen met Matthijs van Nieuwkerk richtte hij in 1994 het ‘voetbalblad voor lezers’ Hard Gras op. Met een vaste kern van Van Nieuwkerk, Spaan, Anna Enquist, Herman Koch, Hugo Borst en P.F. Thomése trok Hard gras tussen 2007 en 2011 langs de Nederlandse theaters.
Henk Spaan publiceerde vier dichtbundels rond het thema. Uit de bundel ‘Maldini heeft een zus’ uit 2000 het gedicht ‘Laat gesprek’.
.
Laat gesprek
Je had gewoon een vader
En een moeder thuis
Op school ‘een goed verstand’
Alsof het hoorde.
Hoe hard je in je korte broek
Ook rende door de straten en het land
Een einder kreeg je nooit in zicht en
Keepers zweefden naar de
bovenhoek.
Laatst aan het dessert
Een laat gesprek over pensioenen
Wie er dood was en
Sophies nieuwe look
Zei ik:
Geen keeper zweeft nog naar de bovenhoek.
.
Verlanglijstje
Zondag: Herman de Coninck
.
Na mijn overpeinzing van afgelopen zondag kreeg ik meerdere reacties om toch vooral nog even door te gaan met de Herman de Coninck-zondag. Zoveel bijval voor continuering kan ik natuurlijk niet negeren dus ook de komende weken nog op zondag een gedicht van deze prachtige dichter.
Vandaag het gedicht ‘verlanglijstje’ uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1981.
.
Verlanglijstje
Geef me Nescio en Tsjechov, oude boeken.
Geef me na mijn zoveelste kale reis
iemand die mij twee haren uittrekt
en glimlachend zegt: je wordt grijs.
Geef mij alles en zeg: het is niets.
Geef me niets en zeg: dat is alles.
Geef me mijzelf, geef me jou.
Ik heb gezocht naar wist ik maar wat.
Geef me nu eindelijk
wat ik altijd al had.
.
Ongehoord!
Quirien van Haelen
.
Op zijn website http://quirien.com/ kun je zijn biografie in meerdere vormen lezen. Ik volsta hier met: zijn werkelijke naam is Frits Criens jr. (1981), sinds 2001 publiceert hij gedichten en schrijft hij voor o.a. MTV en BNN. In de dikke Komrij van 2004 is hij als jongste dichter opgenomen. Quirien schrijft Light Verse en omdat morgen het Ongehoord! podium in de bibliotheek van Rotterdam weer een editie beleeft het volgende gedicht van zijn hand.
.
Held
.
Hij keek bezeten, ziekelijk, gestoord
Alsof hij net nog iemand had vermoord
Vandaar dat ik hem maar niet tegensprak
Toen hij mijn zonnebril in tweeën brak
Maar in mijn hart vond ik het Ongehoord
.
Co. 7
Eriek Verpale
.
Eriek Verpale (1952 – 2015) zijn werkelijke naam was Eric Verpaele was een Vlaams dichter,schrijver, toneelschrijver. Hij werd opgevoed door zijn uit Litouwen afkomstige joodse overgrootmoeder, die vlak naast hem woonde. Hierdoor werd zijn belangstelling gewekt voor de Joodse cultuur. Hij heeft dan ook verschillende vertalingen uit het Jiddisch en Hebreeuws op zijn naam staan (hij studeerde onder andere twee jaar Hebreeuws). Verpale ontving in 1992 de prestigeuze NCR literatuurprijs in België voor ‘Alles in het klein’ uit 1990.
Uit “Op de trappen van Algiers’ uit 1980 het gedicht Co. 7
.
Co. 7
.
Geen foto wil ik van je dragen, geen brieven –
zelfs geen zakdoek die ooit jouw lippen vond:
niets daarvan wil ik bewaren, laat staan
in een verouderd vers als dit verdoken
tot het mijne maken
.
Maar het dunne stof, geschud
uit diepe mantelzakken, oud
speelgoed dat eens op je kamer stond,
of de beduimelde bril
– ik bewonder de dikke glazen –
.
Alleen dàt wil ik van je sparen.
.
Wat een ander niet krijgen wil
zal ik van je hebben:
.
Het hoogste bod zal de wereld
niet eens verbazen.
.
The complete idiot’s guide to writing poetry
Nikki Moustaki
.
In 2001 publiceerde Nikki Moustaki ‘The complete Idiot’s Guide to writing Poetry’. Een boek over poëzie en het schrijven van poëzie, met tips en adviezen om meer uit het creatieve schrijfproces te halen en advies over te gebruiken vormen van poëzie.
Het boek is opgedeeld in een aantal hoofdstukken met verschillende paragrafen. Zo zijn de hoofdstukken getiteld: What is poetry and how do I write it, Opening the stanza’s door: entering poetry, Popular types of poems and how to write them, en Poetry and practicality.
Een leuk en leerzaam boek voopr elke dichter die verder wil komen, die zijn of haar grenzen wil verleggen of gewoon nieuwsgierig is naar een boek over poëzie.
Het boek is te koop voor het luttele bedrag van $1,99 (tweedehands) via Amazon.com maar je kunt het boek ook gratis als E-book lezen via Google books. (ga naar Google, boeken en typ de titel in).
Nikki Moustaki is is schrijfster van boeken over exotische vogels. Ze heeft een master degree in creative writing poetry van de New York University, een master of fine arts in creative writing poetry, van de Indiana University, master of fine arts in creative writing fiction, aan de New York University. Daarnaast heeft ze inmiddels verschillende prijzen gekregen voor haar literaire werk.
Na de tragedie van 11 september in New York schreef Nikki het gedicht ‘How to write a poem after september 11th’
.
How to write a poem after september 11th’
First: Don’t use the word souls. Don’t use the word fire.
You can use the word tragic if you end it with a k.
The rules have changed. The word building may precede
The word fall, but only in the context of the buildings falling
Before the fall, the season we didn’t have in Manhattan
Because the weather refused, the air refused . . .
Don’t say the air smelled like smoldering desks and drywall,
Ground gypsum, and something terribly organic,
Don’t make a metaphor about the smell, because it wasn’t
A smell at all, but the air washed with working souls,
Piling bricks, one by one, spreading mortar.
Don’t compare the planes to birds. Please.
Don’t call the windows eyes. We know they saw it coming.
We know they didn’t blink. Don’t say they were sentinels.
Say: we hated them then we loved them then they were gone.
Say: we miss them. Say: there’s a gape. Then, say something
About love. It’s always good in a poem to mention love.
Say: If a man walks down stairs, somewhere
Another man is walking up. Say: He sits at his desk
And the other stands. He answers the phone and the other
Ends a call with a kiss. So, on a rainy dusk in some other
City of Commerce and Art, a mayor cuts a ribbon
With giant silver scissors. Are you writing this down?
Make the executives parade through the concourse,
Up the elevators, to the top, where the restaurant,
Open now for the first time, sets out a dinner buffet.
Press hard. Remember you’re writing with ashes.
Say: the phone didn’t work. Say: the bakery was out of cake,
The dogs in the pound howled. Say: the world hadn’t
Asked your permission to change. But you were asleep.
If only you had written more poems. If only you had written
More poems about love, about peace, about how abstractions
Become important outside the poem, outside. Then, then,
You could have squinted into the sky on September 11th
And said: thank you, thank you, nothing was broken today.
.
Bijna om niets
Ellen Warmond
.
Vandaag een gedicht van de dichter Ellen Warmond (1930 – 2011). Ellen Warmond publiceerde vele dichtbundels en zij werkte samen met anderen mee aan de serie ‘Schrijvers Prentenboek’ van het Letterkundig Museum. Voor haar werk ontving zij de Reina Prinsen Geerligsprijs (1953), de Jan Campertprijs (1961) en de Anna Bijns Prijs (1987).
In haar overwegend sombere poëzie, met een ingetogen taalgebruik vol personificaties, is ook plaats voor afstandelijkheid en ironie.
Centraal staat de existentialistische confrontatie met de tijd, die bij de mens gevoelens van vervreemding, leegte, eenzaamheid en angst veroorzaakt. Sommigen herkennen in haar werk de melancholie van vrouwen voor wie de grote feministische doorbraak nooit gekomen is.
Ook in het volgende gedicht over de liefde herken je deze kenmerken. Uit: ‘Mens: een inventaris’ uit 1969.
.
Bijna om niets
.
Al mijn woorden heb ik al opgedeeld
tussen jij en jou en jouw
meer kan ik niet doen
.
ik leg mijn handen op
het hakblok van je argwaan
.
ik roep de vogels aan
om bijval
.
de wind houdt zich afzijdig
maar goedmoedige wolken zeggen
dat het verdriet voorbij is.
.
VPRO poëzie
Dichterbij
.
Afgelopen zaterdag was de 33ste ‘Nacht van de poëzie’. De VPRO was weer zeer actief rondom deze Nacht. Op de website van de VPRO http://www.VPRO.nl/boeken is veel informatie te vinden rondom deze 33ste Nacht. Dichtersinterviews, poëziebundels en gedichtentips maar ook de rubriek ‘Dichterbij’.
In ‘Dichterbij’ zijn inmiddels 29 afleveringen te bekijken (ook via het Youtube kanaal van de VPRO, waarop je je kunt abonneren). In deze korte portretten wordt een korte schets getoond uit het leven van de dichter en gedurende deze schets wordt een gedicht voorgedragen.
Hieronder een voorbeeld met de dichter Erik Jan Harmens.
En voor de liefhebbers van geschreven poëzie een ander gedicht van deze dichter.
.
Tussenstuk
zou u het willen herhalen
niet steeds weer opnieuw één keer
ik zal er niet meer doorheen praten
het woord is aan u en utoen we kwamen wisten we eigenlijk niet of we al mochten komen
we wisten ook niet bij wie we kwamen we schoven gewoon maar aan
en lieten het ons smaken maar wat er tussen onze kiezen achterbleef wisten we niet
en we konden het ook niet vragen want de andere gasten aan tafel bliezen geen adem meer uit
ze werden afgeruimd als een tafellaken en highfiveden een hemel in
het is niet dat ik geen woord heb verstaan van wat u zei
ik verstond alleen de zelfstandige naamwoorden niet
als u die nu even op dit opengevouwen tafelservet wilt opschrijven
met de lipstick van de vrouw die ik ontvallen ben
toen we gingen wisten we eigenlijk niet of we al mochten gaan
bij iedere stap verwachtten we een securicorhand tussen de bladen
maar daar was de deur al met de fooivragende apen
en buitenlucht als een kamp in je gezicht
met al mijn tandplak heb ik u vader lief
.


















