Categorie archief: Dichtbundels
Men moet
Gerrit Kouwenaar
.
Een van de dichtbundels die ik pas geleden kocht is een bundel getiteld ‘Het mooiste gedicht’ De favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen. Met een inleiding van Jan Wolkers. Deze bundel uit 2000 is ontstaan in nauwe samenwerking met Poetry international de NPS en NRC Handelsblad. En een fraaie bundel is het geworden. Zo ongeveer alle grote Nederlandse en Vlaamse dichters zijn vertegenwoordigd. Vaak met bekende gedichten maar ook vaak met minder bekende of, voor mij dan toch, volledig onbekende gedichten. Veel poëzie uit de laatste helft van de twintigste eeuw maar stuk voor stuk zeer leesbaar.
Op de achterflap van de bundel staat een quote van Jan Wolkers: “Als men mij zou verzoeken het mooiste gedicht uit de Nederlandse poëzie te kiezen, zou ik net zo ontsteld kijken als wanneer men mij zou vragen de mooiste bloem uit een overdadige bloeiende bloemenweide te plukken”. Vandaar dat er zoveel gedichten zijn opgenomen.
Ik heb voor een gedicht van Gerrit Kouwenaar gekozen.Oorspronkelijk afkomstig uit de bundel ‘Helder maar grijzer’ Gedichten 1978-1996 uit 1998. Het gedicht is getiteld ‘men moet’.
.
men moet
.
men moet zijn zomers nog tellen, zijn vonnis
nog vellen, men moet zijn winter nog sneeuwen
.
men moet nog boodschappen doen voor het donker
de weg vraagt, zwarte kaarsen voor in de kelder
.
men moet de zonen nog moed inspreken, de dochters
een harnas aanmeten, ijswater koken leren
.
men moet de fotograaf nog de bloedplas wijzen
zijn huis ontwennen, zijn inktlint vernieuwen
.
men moet nog een kuil graven voor een vlinder
het ogenblik ruilen voor zijn vaders horloge –
.
Geld stinkt niet
250 jaar pecuniaire poëzie
.
In 1987 gaf van Lanschot bankiers (n.a.v. hun 250 jarig jubileum) het boekje ‘Het geld dat spant de kroon, 250 jaar pecuniaire poëzie’ uit, een bloemlezing over geld in de poëzie bijeengebracht door Gerrit Komrij. In deze bijzonder mooi uitgegeven bundel gedichten vanaf 1737 tot 1987. Hieronder twee voorbeelden, een oudje en een recent gedicht.
.
Van G. Outhuys uit 1824
.
De wisselvalligheid der fortuin
.
Een, die op ’t woest ontwerp van zelfmoord was gekomen,
Ziet een verborgen schat, en laat, verrukt, de strop;
Doch, die ’t begraven geld ziet van zijn plaats genomen,
Vindt, voor zijn goud, het touw, en hangt zich ijlings op.
.
Van Rob Schouten uit 1978
.
Vroeger
.
Lang geleden, maar wel na de oorlog
-Want die ken ik slechts van horen zeuren-
.
Die tijd die heette toen het heden nog,
Kon het navolgende octaaf gebeuren:
.
‘De huizen klappertanden met hun deuren,
in elke hoek zat een ontstellende Moloch
Jongens van mijn leeftijd te verscheuren
En aan mijn bed waakte een krom gedrocht.
.
Sliep ik bij toeval in, dan kwamen de Harpijen
Om elk tot bloedens toe met mij te vrijen
En ’s ochtends knaagde een enorme beverrat
,
Aan alles wat ik op mijn lever had,’
Omdat ik met het geld voor de collecte
Mijn potje voor dichtbundels spekte.
.
Het mes op de gorgel
C. Buddingh’
.
In een kringloopwinkel in Den Haag heb ik weer een paar mooie vondsten gedaan. Zo kocht ik ‘Het mes op de gorgel’ Gorgelrijmen en andere gedichten van C. Buddingh’ (1918 – 1985). Dit fraaie bundeltje in de zwarte beertjes reeks met een omslagontwerp van Dick Bruna uit 1960 heeft als thema: Nonsens of wat daarvoor door moet gaan.
Op de achterkaft staat te lezen: De Gorgelrijmen van C. Buddingh’, in de tweede wereldoorlog voor het eerst in een clandestiene luxe uitgave verschenen en naderhand talloze malen uitgebreid en herdrukt, behoren stellig tot de meest gelezen hedendaagse Nederlandse poëzie. In deze bundel staan ze voorop, doch ze worden gevolgd door een uitgebreide keuze uit de minder bekende gedichten van dezelfde geestige, speelse en originele poëet.
Uit deze bundel een typisch Buddingh’ rijm ‘De Blobber’.
.
De Blobber
.
De blobber heeft een kop van kalk,
Maar ogen als een neushoornvalk.
.
Hij doet echter graag interessant,
En draagt een bril met gouden rand,
.
Die hij, uit vrees hem te verliezen,
Wanneer hij onverwacht moet niezen,
.
En wijl zijn kop wat steun behoeft,
In zijn halswervels heeft geschroefd,
.
Hetgeen zijn houding tevens iets
Bijzonder statigs geeft, of niets
.
Op deze waereld kan gebeuren
Dat zijn sereniteit kan steuren.
.
Onderstroom
Voordracht bij presentatie bundel
.
Op zondag 15 november wordt in Tabak en gemak op het Dorpsplein 20 in Rockanje de debuutbundel van Greta Lugtmeier gepresenteerd met de titel ‘Onderstroom’. Zij heeft een aantal dichters gevraagd om hieraan luister te geven waaronder ook ik. De dichters die samen met Greta het programma invulling zullen geven zijn: Niels Snoek, Sabine Kars, Joh Muller, Marijke van Geest en ikzelf dus. Anna Schenk en Juul Kortekaas delen hun tweespraak over de zee en de poëtische muziek is in de handen van De Troubabrours.
De inloop is vanaf 13.30 en het programma begint om 14.00. De toegang is gratis.
.
Van één van de dichters, Sabine Kars (http://sabinekars.nl/) het gedicht ‘er is niet één manier’.
.
Er is niet één manier
.
er is niet één manier
om een afscheid te oefenen
te proeven hoe de bodem smaakt
.
en er vervolgens uiteraard geen raad mee weten
maar betegeling roept nog altijd weerstand op
.
de avond viel in onvoltooide delen
geen ruimte meer om langer in het zicht
en onbedoeld samen te bestaan
.
het is niet zeker of we nog werden waargenomen
roerloos – na die laatste beweging tegen negenen
.
doorschijnend
en de knieën opgetrokken
.
huidgespannen
schuilplaatsen
in het nachtlicht
.
O, dat ik ooit nog eens
J. Eijkelboom
.
De dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was daarnaast vooral journalist ( De Dordtenaar, Vrij Nederland, Het Vrije Volk), schrijver en vertaler van onder andere Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Vanaf 3 maart 2001 was hij stadsdichter van Dordrecht (de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter). Dat Dordrecht en Jan Eijkelboom bij elkaar horen blijkt wel uit het feit dat op het Damiatebolwerk één van zijn bekendste dichtregels is gegraveerd: “Wat Blijft Komt Nooit Terug”.
.
Uit zijn bundel ‘De gouden man’ uit 1982 het gedicht ‘O, dat ik ooit nog eens’.
.
O, dat ik ooit nog eens
O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.
Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.
0, klonk het nog eens ongehinderd.
.
Slijtage
Judith Herzberg
.
Judith Herzberg (1934) is één van Nederlands bekendste dichters, publiceert sinds haar debuut in 1963 ( Zeepost) vele poëziebundels en heeft in de loop der jaren verschillende literaire prijzen gewonnen waaronder de Jan Campertprijs, de Constantijn Huygens-prijs en de P.C. Hooft-prijs. Ik bezit een aantal van haar bundels en schreef al verschillende keren over haar poëzie. Vandaag uit ‘Beemdgras’ uit 1968 een wat minder bekend gedicht van haar hand.
.
Slijtage
.
Bovenop de berg stopt het kamermeisje
een munt in de panoramakijker
en richt hem op de overkant waar zij nu
een minuut haar vriendje hout ziet hakken.
.
Forceer het oog terug, maar nooit
staat wie dan ook daar in zo’n ronde lijst
zoiets begrijpelijks te doen.
.
Zelfs heel exact, twee kanten blouses
uit Beiroet, worden vaag
omdat de lucht trilt.
Of zijn de ogen zelf beslagen?
.
Het is de regen die voortdurend regent
in versleten films
en ruisend valt op oude schellak platen.
.
Bij die wilg, van god verlaten
W.H. Auden
.
Bij de kringloopwinkel kocht ik het kleine maar fijne bundeltje van uitgeverij Bert Bakker uit 1995 ‘Vertel me de waarheid over liefde’ met gedichten van W.H. Auden met vertalingen van Willem Wilmink. Op de achterflap van de bundel staat te lezen:
“De poëzie van W.H. Auden hoort tot de mooiste van de twintigste eeuw. In deze bundel zijn een tiental van zijn tijdloze, even schitterende als aangrijpende liefdesgedichten bijeengebracht.”
Uit deze bundel het gedicht ‘Underneath an abject willow’ in het Engels en in de vertaling van Wilmink.
.
Underneath an Abject Willow
.
Underneath an abject willow,
Lover, sulk no more:
Act from thought should quickly follow.
What is thinking for?
Your unique and moping station
Proves you cold;
Stand up and fold
Your map of desolation.
.
Bells that toll across the meadows
From the sombre spire
Toll for these unloving shadows
Love does not require.
All that lives may love; why longer
Bow to loss
With arms across?
Strike and you shall conquer.
.
Geese in flocks above you flying.
Their direction know,
Icy brooks beneath you flowing,
To their ocean go.
Dark and dull is your distraction:
Walk then, come,
No longer numb
Into your satisfaction.
















Eens en nooit weer…
27 nov
Geplaatst door woutervanheiningen
Heere Heeresma
.
Kende ik Heere Heeresma (1932 – 2011) toch vooral van het aardige tragikomische boek ‘Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp’, blijkt hij ook gedichten geschreven te hebben. Door toeval kreeg ik zijn bundel ‘Eens en nooit weer…’ onder ogen. Deze bundel bevat de verzamelde gedichten van Heeresma ter gelegenheid van zijn 25-jarig schrijverschap. De oplage bedroeg 2000 exemplaren en, zo staat achterin de bundel te lezen, … zal noch in deze noch in andere vorm ooit worden herdrukt..
In een redelijk humoristische Nabetrachting krijg je een aardig inzicht in de motieven en drijfveren van de schrijver. Zo schrijft hij over zijn gedichten:
“Zo lieten de gedichten zich nauwelijks op hun technische mérites beoordelen. Niet in het laatst omdat er nauwelijks enige techniek aan ten grondslag lag. Het waren en bleven voor alles: stemmingsbeelden.Vandaar ook hun onbestemde karakter, een vaagheid die bijvoorbeeld sterk in de hand gewerkt werd door een veelvuldig gebruik van een , ons enige onbepaalde lidwoord, terwijl het onmiskenbaar hardere en dan ook in tegenspraak schijnende voegwoord en er , bij ampele bestudering slechts op wijst dat deze dichter geen hemelbestormende effekten ambieerde; die, zo ze al voorradig waren, in ieder geval graag opofferde aan de duidelijkheid, wat me nu zonder meer als een voorbeeldige hoffelijkheid tegenover de lezer voorkomt.”
Een bijzondere bundel kortom. Daarom uit deze bundel een gedicht zonder titel uit 1954 (Kinderkamer).
.
de dag doet pijn
en kijkt naar ons
met warme handen met
klamme handen de dag
doet pijn
.
de dag ze sterft de dag
een graf van werk en
eindeloos als straten
.
de dag ongelofelijk
.
Dit delen:
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters
2 reacties
Tags: 1932, 1954, 1979, 2011, 25-jarig schrijverschap, commentaar, de dag, dichter, Eens en nooit weer..., gedicht, gedichten, Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp, Heere Heeresma, kinderkamer, Nabetrachting, poëzie, poëziebundel, romanschrijver, verzameld werk, zonder titel