Categorie archief: Favoriete dichters
Meer hoef dan voet
Marjolijn van Heemstra
.
Je hebt dichters en je hebt alleskunners of -doeners. Marjolijn van Heemstra (1981) is er een uit de laatste categorie. Ze is naast dichter vooral theatermaker, schrijfster en journalist. Ze is al actief met publiceren sinds 2006 maar in 2009 kwam ze met een theatervoorstelling getiteld ‘Ondervlakte’ en in datzelfde jaar debuteerde ze als dichter met de bundel ‘Als Mozes had doorgevraagd’ bij uitgeverij Thomas Rap.
In 2012 won ze met haar debuutbundel de Jo Peters Poëzieprijs. In 2014 kwam haar dichtbundel ‘Meer hoef dan voet’ uit (waaruit het onderstaande titelgedicht is genomen). Ze schrijft naast poëzie romans, columns, een opstel voor De Correspondent (waar ze correspondent ruimtevaart is wat bijzonder is daar ze godsdienstwetenschappen heeft gestudeerd) en gedichten van haar hand werden gepubliceerd in Das Mag en De revisor.
.
Meer hoef dan voet
.
De hond verspert mij het pad, stokstijf, zijn tong
een roerloze vis tussen zijn tanden, zijn grom
een ondergronds geluid, als door lagen korst
gedempt
.
en ik denk aan de man die zei: We weten niet
waarheen de dieren zijn die zich traag, in duizend,
duizend jaren, onttrokken aan het zicht.
We weten niet over welke rand ze tuimelden,
welke zee het laatste exemplaar verzwolg.
Hij noemde de kieuwslak met vijf platte windingen,
de schrikvogel die liever liep dan vloog,
de majorcahaas, het reuzenhert,
niemand weet met zekerheid in welk bos,
welk veld het reuzenhert verdween.
.
De hond blaft naar mijn sporen,
in de verte zwaait een riem, een mens
die in mij een naaste herkent
maar ik weet wat de hond weet:
er zijn dieren verdwenen
en mijn afdruk is meer hoef
dan voet.
.
Bloem en een bloem
Dubbel-gedicht
.
Ik las in de bundel ‘Kruis en munt’ van Toon Tellegen (1941) het gedicht ‘Een bloem’. Deze verscheen speciaal ter gelegenheid van de eerste Landelijke Gedichtendag van 27 januari 2000 in een eenmalige oplage van 20 000 exemplaren. En toen ik dit gedicht las dacht ik: waarom geen dubbelgedicht over een bloem. Mijn tweede gedachte was waarom geen dubbel-gedicht over een bloem en de dichter Bloem. Dus ging ik op zoek naar een gedicht van J.C. Bloem (1887 – 1966) en ik vond het gedicht ‘Het huisje in de duinen’ dat begint met (muur) bloemen uit ‘De verzamelde gedichten’ uit 1965.
.
Een bloem
.
Als ik een bloem was,
zou ik dan nu bloeien?
.
Of zou ik een bijzondere bloem zijn,
een onvoorstelbare bloem,
een bloem die niet kan kiezen tussen bloeien
en niet bloeien,
.
en die over de rand van een vaas voorover
leunt
om te zien of zijn afgrond een bodem heeft?
.
Of zou ik alleen maar kunnen bloeien,
moeten bloeien,
rood en gedachteloos,
op een ongerepte schoorsteenmantel, ergens
tussen schaamte en geluk?
.
En als ik een bloem was,
zou ik dan weten wanneer ik moest verwelken?
Nu nog niet?
.
Het huisje in de duinen
Muurbloemen bloeiden voor het lage raam.
Het late middaglicht was warm en bronzen,
en de ongerepte stilte klonk als gonzen
van vele kleine vleugelen te zaam.
.
En achter het beschutte, kleine huis
verhieven zich de wit-geblaakte duinen:
een strakke hemel stond boven hun kruinen;
haast niet te horen was het zeegeruuis.
.
Hier scheen de macht van ’t onheil te vergaan,
één ogenblik. Hier scheen ’t geluk bereikbaar,
de lome druk der daaglijksheid ontwijkbaar
binnen de grens van een beperkt bestaan.
.
Welke is die mensen ingeschapen drang,
die geen vervulling duldt van het begeerde,
maar altijd van hun zwakke harten weerde,
waarnaar zij joegen, heel hun leven lang ?
.
De Etruskische weduwe
Albertina Soepboer
.
Op 27 augustus heb ik een bezoek gebracht aan een nieuw poëziepodium ‘Unica’, een initiatief van Irene Siekman (onder andere directeur van stichting de Poëziebus) en Gilbert van Drunen in Koffie & Ambacht (Rotterdam zuid). Het idee van dit nieuwe poëziepodium is dat er 1 dichter te gast is die een hele avond vult onder het motto ‘One poet, one show’. Geen muziek, geen andere dichters of gasten maar een podium voor 1 dichter. Op deze manier leer je een dichter veel beter en ook van een andere kant kennen.
De avond die ik bezocht had Albertina Soepboer (1969) als gast. De Friese Soepboer is schrijfster, dichteres, vertaler en beeldend kunstenaar. Ze publiceert zowel in het Nederlands als in het Fries. In haar verhaal kwamen de verschillen tussen de Nederlandse taal en de Friese taal ter sprake, legde ze verbanden tussen mensen die Fries als thuistaal hebben en Marokkaanse of Turkse leerlingen van haar die het Berbers of Turks als thuistaal hebben. Ze droeg voor uit de verschillende dichtbundels die ze publiceerde en vertelde over haar leven, haar werk en haar dichterschap. Een bijzondere avond in een bijzondere setting. Het is duidelijk dat Irene en Gilbert hiermee iets moois neerzetten.
In 2005 publiceerde Soepboer de bundel ‘Zone’ een bundel die ontstond naar aanleiding van de reizen die zij maakte door het nieuwe en vaak nog chaotische Europa. Zone gaat over grenzen: over oude en nieuwe grenzen tussen noord en zuid, tussen man en vrouw en tussen toen en nu. Zone gaat ook over geweld: wie grenzen trekt of openbreekt, lijkt daar niet aan te kunnen ontkomen. Uit deze bundel komt het gedicht ‘De Etruskische weduwe’.
.
De Etruskische weduwe
.
Je sterft gewoon, sprak ze
uit de binnentuin kwam ze op stamelende voeten
en die nacht was het niet de wind in de oleanders.
.
Later leunde ze tegen een zuil
in de villa arriveerde de herfst als eenzame bijslaap
en iemand anders zou de jurk op het gras leggen.
.
Geen woord van de keizer
dan de gescheurde beloftes, het te hgete waterbad
en zijn schroeiende woestijn in weer andere zuiden.
.
De rotte appels rolden
zo van de bomen, rijpten nog een hele zomer na
en haar polsen bleven de drempels over glijden.
.
Contactadvertentie
Lévi Weemoedt
.
Tegenwoordig heb je als vrijgezel, of single zoals het nu genoemd wordt, allerlei, vooral digitale, mogelijkheden om aan een partner te komen. De mogelijkheden variëren van puur op uiterlijk (Tinder) tot door middel van een beschrijving van je karakter op verschillende websites waarbij ook daar een onderverdeling gemaakt wordt (mooie mensen, hoog opgeleide mensen, iedereen). Voor de moderne mens die een partner of geliefde zoekt is dit de weg om te bewandelen.
Vroeger (en vroeger is nog niet eens zolang geleden) ging dat anders. Je ontmoette elkaar op feestjes, in dancings of discotheken, in de kroeg, op de sportclub of op je opleiding/werk. En als dat allemaal maar niet wilde lukken dan kon je een contactadvertentie plaatsen in de krant waarin je jezelf in een aantal trefwoorden en korte beschrijvende zinnen kon verkopen, waarna er naar de krant onder briefnummer kon worden gereageerd.
Tegenwoordig schijnt dat ook nog wel te bestaan maar niet meer onder briefnummer, maar gewoon via een e-mailadres. De contactadvertentie dreigt daarmee te verdwijnen. Het is dan ook de vraag of een lezer van de bundel ‘Van harte beterschap’ Kleine trilogie der treurigheid van Lévi Weemoedt uit 1982, over honderd jaar nog begrijpt waarover dit gedicht gaat.
.
Contactadvertentie
.
Vanmorgen sloeg de poes ineens aan ’t zingen.
‘k Zat aan ’t ontbijt en staarde radeloos in de thee.
O! ’t Was een treurig lied vol jeugdherinneringen:
van een geliefde en een wandeling aan zee.
.
Plots viel de hond in met een diep neerslachtig janken:
ach! van een setter stond zijn hartje zó in brand
maar zij was doodgereden, van die kranke
liefde rees hij nooit meer uit zijn mand…
.
Vóór ik wist begon mijn eigen keel te zwellen
en huilde ik mee met de beschuitbus in mijn hand.
Die was van Bolletje, de thee was van Van Nelle;
maar van mijn tranen was Jeanett’ de fabrikant.
.
O! ’t Is geen leven meer voor deze vrijgezellen;
als dat zo doorgaat bung’len zij aan boord of band:
.
welk jong, knap meisje, dat kan koken en verstellen
stelpt nu hun leed, en schrijft een brief naar deze krant?
.
Sylvia Plath
The Couriers
.
Regelmatig neem ik een dichtbundel uit mijn kast en soms word ik verrast omdat ik vergeten was dat ik de bundel in mijn bezit had. Als je zoals ik, ruim 10 meter poëzie hebt staan is het niet zo vreemd dat je weleens vergeet wat je allemaal hebt. Misschien toch eens, als ik er de tijd voor heb, maar ja wanneer is dat?, de boel eens op dichtersnaam rangschikken.Nou ja dat komt wel een keer. Tot die tijd laat ik me gewoon verrassen door de bundels die ik in bezit blijk te hebben.
Vandaag was het ‘Ariel’ van Sylvia Plath uit 1968 waar mijn oog op viel. (1932 – 1963). Ik was pas drie weken oud toen Sylvia Plath een einde aan haar leven maakte en nog steeds is deze Amerikaanse dichter een veel en graag gelezen dichter. Haar tweede bundel ‘Ariel’ is misschien wel de bekendste omdat ze een breuk met haar eerdere werk markeren. De bundel heeft een zeer dramatische uitwerking, vooral door de uiterst oprechte en intieme beschrijvingen van Sylvia’s psychische gesteldheid en de autobiografische gedichten.
Een van die gedichten (het tweede in de bundel) is ‘The Couriers’ en dat gedicht wil ik vandaag graag hier met jullie delen. Geen makkelijk gedicht, ik kwam vele beschrijvingen tegen waarin de schrijvers hun frustratie uitten over de complexiteit van dit gedicht, maar ook een van Jon Rosenblath die denk ik de sleutel heeft gevonden. Hij schrijft: “Ik geloof dat de eerste drie strofen symbolen van het huwelijksleven vertegenwoordigen, en de volgende drie tegensymbolen die liefde vertegenwoordigen die niet wordt gehinderd door huiselijkheid. De koeriers, die (volgens hem) de andere poëzie van Plath vertegenwoordigen, adviseren de lezer om de eerste reeks symbolen te verwerpen en bieden beelden van een uitdagender leven, maar een met grotere integriteit.” Oordeel zelf zeg ik.
.
The Couriers
.
The word of a snail on the plate of a leaf?
It is not mine. Do not accept it.
.
Acetic acid in a sealed tin?
Do not accept it. It is not genuine.
.
A ring of gold with the sun in it?
Lies. Lies and a grief.
.
Frost on a leaf, the immaculate
Cauldron, talking and crackling
.
All to itself on top of each
Of nine black Alps.
.
A disturbance in mirrors,
The sea shattering its grey one–
.
Love, love, my season.
.
Waarde
Michael Tedja
.
De Rotterdamse Michael Tedja (1971) is schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en curator. In 2003 debuteert hij als schrijver met zijn eerste roman. Twee jaar publiceert Tedja zijn eerste dichtbundel bij de onafhankelijke uitgeverij – gespecialiseerd in ‘historical avant-garde and counterculture’ – Sea Urchin, met als titel ‘De aquaholist’. Deze gedichten en prozagedichten zijn ontstaan in de periode 1991-2004.
Hierna worden nog verschillende dichtbundels van hem uitgegeven waaronder de serie ‘Het 1 euro gedicht’ in 2011. Naast zijn poëzie in dichtbundels publiceerde hij regelmatig gedichten, essays, proza en tekeningen in De Gids, Absint, Samplekanon, nY, Revisor, Hollands Maandblad, De Volkskrant, Metropolis M en Caraïbisch Uitzicht. Ook cureert hij een beeld en taalrubriek voor de Poëziekrant.
In 2021 neemt Tedja plaats in de jury van de P.C. Hooftprijs voor poëzie. Ook werd hem dit jaar de Sybren Poletprijs toegekend. De prijs is bedoeld voor het oeuvre van een Nederlandstalige auteur die schrijft en werkt in de geest van Sybren Polet (1924-2015).
In het werk van Tedja komen thema’s als identiteit, hosselen (titel van zijn tweede ‘roman’ met fictie, essays, poëzie en pamfletten), exclusiviteit, on-line aanwezigheid, het postkoloniale bewustzijn en communicatie voor. Michael Tedja is een dichter die zijn nek durft uit te steken (zoals Hans Puper het omschreef in een column op Meander) en heeft daarmee een heel eigen en origineel geluid. Uit zijn bundel ‘Regen’ uit 2016 het gedicht ‘Waarde’.
.
Waarde
.
Het bewijs, het tegendeel
dat tot leven kwam reisde.
Ik was er een mee, een geheel
dat ik zelf neerzetten kon.
.
Toen zag ik de groep staan.
Die was wat het was: zij
die terug wilden naar hoe het was.
Ik dacht dat die op zich stond.
.
Het beste dat er was voordat het
een en al kern werd. Ooit, ja.
Ik was er solitair mee, totdat
de regen tegen het raam kletterde.
.
Op de achtergrond
waren kinderen bewegingen
aan het tellen. Basketballers
sprongen naar een hoop.
.
Het water was vloeibaar.
Door de kou werd het ijs.
Door de zon weer vloeibaar.
.
Doorwaaiwoning
Olga Orman
.
De Arubaanse schrijver, vertelster en dichter Olga Orman (1943 – 2021) werd geboren in Noord op Aruba. Op 14 jarige leeftijd verhuisde ze naar Nederland. Ze behaalde haar lerarendiploma en werkte vijf jaar als leerkracht basisonderwijs op Curaçao. Orman keerde terug naar Nederland, en begon les te geven in de Amsterdamse Bijlmermeer , een multiculturele hoogbouwwijk uit de jaren zeventig. In 1994 debuteerde ze als kinderboekenschrijfster en ze werd bekend door twee boeken over de spin Anansi. Zij schreef zowel in het Nederlands als in het Papiaments. Orman introduceerde kamishibai , een Japanse vorm van verhalen vertellen, in Nederland en de ABC-eilanden (Aruba, Bonaire en Curaçao).
In 2015 verscheen van haar hand de bundel ‘Cas di biento / Doorwaaiwoning’. De gedichten die in deze tweetalige bloemlezing zijn verzameld zijn voornamelijk geschreven in Nederland en voor een deel in Aruba en Curaçao. Zij stralen een grote betrokkenheid en verbondenheid uit met het wel en wee van haar geboorteland Aruba.
In een vertaling van Fred de Haas hier het gedicht ‘Doorwaaiwoning’ uit de gelijknamige bundel.
.
Doorwaaiwoning
.
Ik zoek een huisje
met twee deuren,
eentje achter, eentje vóór,
ze laten me binnen,
ze laten me door.
Ik laat niets achter
dan mijn schim,
herinnering, wat geuren:
.
een doorwaaiwoning met twee deuren.
.
Herfst
M. Vasalis
.
Afgelopen zondag fietste ik zonder jas door de duinen, het was heerlijk weer, warm, zacht en zonnig, een graad of 23, het was een heerlijke dag. Gisterochtend stapte ik mijn huis uit om naar mijn werk te gaan en het regende pijpenstelen, het was koud en guur en het kwik was gedaald tot een graad of 12. De herfst leek te zijn begonnen. Dat deed me denken aan het gedicht ‘Herfst’ van Vasalis (1909-1998) dat staat in haar bundel ‘Vergezichten en gezichten’ (1e druk 1954). Niet dat haar gedicht nu specifiek over de wisseling van de seizoenen gaat maar meer over het ouder worden al komen de verschillende onderdelen van de herfst (van haar leven, al was ze slechts 45 toen ze deze gedichten gepubliceerd werden) voor in het gedicht.
.
Herfst
.
Uit het bewegenloze, stomme, zware,
omhoog gedoken. En daar stromen blaren
zo bijna woordelijk, onverantwoordelijk.
Er loopt een kind met lange ruige haren
waar de herfstzon hees op wordt en dol.
Het water van de vaart stroomt uit de horizon
en woelt en wentelt om zichzelf en draait
zoals een lange man, die zich geen raad
weet van geluk. En o dit koninkrijk
verrijst daar loodrecht naast de dood,
als een groot eiland en beweegt en klinkt
en ik betreed het met mijn voeten, die weer voelen
en met de kou en angst nog op mijn schouderbladen.
Ik roep het met de wortels van mijn stem nog in het ijs.
Zo, aan de rand van het nog niet en niet meer zijn
en van het tomeloze leven,
voel ik voor ’t eerst in zijn volledigheid
en aan den lijve het vol-ledig zijn:
een orde, waarin ruimte voor de chaos is,
en voel de vrijheid van een grote liefde,
die plaats voor wanhoop laat en twijfel en gemis.
.
Aan Jan Hanlo
Dichter over dichter
.
In 1966 verscheen de bundel ‘In een gewoon rijtuig’ van Jan Hanlo (1912 – 1969). In deze bundel is een gedicht opgenomen van Pierre Kemp (1886 – 1967). Het betreft hier het gedicht ‘Aan Jan Hanlo’. In de categorie dichters over dichters mag dit gedicht dat geschreven is tussen kerstmis 1963 en nieuwjaar 1964, natuurlijk niet ontbreken.
.
Aan Jan Hanlo.
met veel dank!
Als in de tijd van duizend en meer
embourrages staat de Japanse pioen
daar voor mij op Uw kaart met het dof groen
van haar blaren
in het verzalmend-tintig-vermiljoen
mij tot stilte te staren.
.
Stilte is nog een groter plezier
dan de verslaperingen van een lier!
.
Kerstmis 1963 – Nieuwjaar 1964
.
Weirdo’s
literair magazine
.
Iedereen die iets van literatuur weet of daar wel eens over leest, weet ook dat er literaire en/of poëziemagazines zijn in Nederland en Vlaanderen (in het Nederlandse taalgebied). Tijdschriften als De Gids, Raster, Hollands Maandblad, Passionate, Awater en Het Liegend Konijn (al is die laatste meer een verzamelbundel). In maart dit jaar schreef ik er nog over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2021/03/31/literaire-tijdschriften/ . In de periferie van al die grote en bekende bladen (waar bijna altijd vooral bekende dichters in worden gepubliceerd die toch al wel aandacht krijgen) zijn er gelukkig ook allerlei kleine, minder bekende maar zeker niet minder aantrekkelijke of interessante literaire en/of poëzietijdschriften te lezen en te verkrijgen. Het beste voorbeeld vind ik uiteraard https://mugzines.nl/2021/09/16/mugzine-9/ dat 5 maal per jaar verschijnt en waarin vooral dichters verschijnen die zeer de moeite waard zijn maar misschien nog niet zo’n grote landelijke bekendheid hebben of nog aan het begin staan van hun dichterschap.
Maar er zijn er, zoals gezegd meer. Pas kreeg ik bijvoorbeeld het Anti-Postmodernistisch literair (k)wartaalschrift ‘Weirdo’s’ een kruispuntje, onder ogen. Dit Vlaamse tijdschrift werd in december 1986 door Frank Moyaert en Hubert Van Eygen opgericht en wil “een blad zijn dat publicatieruimte biedt aan mensen die gewoon zichzelf willen zijn en die geen rekening (willen) houden met de regeltjes die anderen opleggen”. Het blad wordt gesteund door financiële bijdragen van een 60-tal trouwe abonnees (zoals MUGzine alleen heeft die nog wat minder donateurs) en de gemeente Kinrooi (in Belgisch Limburg).
De oplage van Weirdo’s is 150 (MUGzine : 100) en een abonnement kost € 15,- voor 4 nummers (MUGzine donateur per jaar vanaf € 20,- voor 5 nummers). En wat staat er dan in Weirdo’s? Verhalen, foto’s, (cartooneske) tekeningen en gedichten. Uit het aanbod van nummer 1 jaargang 34 koos ik het gedicht van de Groningse dichter Henk Puister getiteld ‘Had alles zo’n natuurlijk verloop’.
.
Had alles zo’n natuurlijk verloop
.
Waar ik zo stervensalleen
in mijn miniatuurhuis
mee doende ben de hele dagen –
vraag je. Ik plaats een komma,
vervang een woord – Maak een Hoofdletter
van een kleine – zet een streepje
van verbinding. Veel vraagtekens???
Dan zet ik een punt achter de dag.
De klange winter wacht –
vertrekt dan weer als vanzelfsprekend.
De dromen van het voorjaar
altijd weer botten ze uit.
.
















