Categorie archief: Favoriete dichters
Kritiek
Herman de Coninck
.
Vandaag heb ik, op Herman de Coninck zondag gekozen voor een gedicht van hem uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975. Het gedicht is getiteld ‘Kritiek’.
.
Kritiek
.
Gisteren nog vond ik het woord
‘lieveling’uit, en droeg het op een rood
kussentje naar jou. O, schat, zei je,
dat hoefde niet. Maar je liet goed
merken hoe blij je was.
.
En vorige week schreef ik:
‘Ik hou van jou om de manier
waarop je me hoofdpijn bezorgt
en dan erg lief bent voor die hoofdpijn.’
Toen je het gelezen had
kreeg ik een enorme zoen.
Dàt is nog eens literaire kritiek.
.
Nietsvermoedend
Dierentalen en andere gedichten
.
Rudy Kousbroek (1929 – 2010) was was dichter, journalist, vertaler en essayist (hij ontving in 1975 de P.C.Hooftprijs voor essayistiek). Samen met auteurs als Lucebert, Gerrit Kouwenaar en Hugo Claus behoorde hij tot de groep der Vijftigers. Met Remco Campert gaf hij het tijdschrift ‘Braak’ uit. Kousbroek ontving voor zijn essayistisch werk vele prijzen maar zijn poëzie mag er ook zeker zijn.
Uit zijn bundel ‘Dierentalen en andere gedichten’ uit 2003 het gedicht ‘Nietsvermoedend’.
.
Nietsvermoedend
Daarnet passerde je het huis
Waar je later komt te wonen,
Waar je elke steen zult kennen
En elke kleur en elk geluid,
Waar je de bomen zult zien groeien
Door de ramen in de zomer,
Waar je je kinderen zult krijgen
En zult waken aan hun ziekbed;
Dat zal daar allemaal gebeuren,
Je fietste er langs en herkende het niet.
.
.
Liedje voor de pijn
Jan Willem Otten
.
Schrijver/dichter Jan Willem Otten heeft een veelzijdig oeuvre opgebouwd van poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken, artikelen, beschouwingen en essays. In 1973 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘Een zwaluw vol zaagsel’ waarna hij nog elf dichtbundels publiceerde. Van 1989 tot 1996 was hij redacteur van ‘Tirade’.
Voor zijn poëzie ontving hij de Reina Prinsen Geerligsprijs, de Herman Gorterprijs en de Jan Campertprijs. Uit zijn bundel ‘Eerdere gedichten’ uit 2000 het gedicht ‘Liedje voor de pijn’.
.
Liedje voor de pijn
.
Een mevrouw loopt door de gang
met in een zilveren kom haar plas.
.
Zij zingt in zich zelf
van de pijn van vannacht
zo waaiend verwoestend
dat zij zich moest krimpen
tot iets van niks, tot pluisje
drijvend op die wind.
.
Het woei niet weg
het woei niet mee
is niet verpletterd
maar bestaat nog steeds
ook nu de pijnwind ligt.
.
Straks wordt zij zwaar
en bang voor nieuwe wind
voor splijten als een eik.
.
Maar hedenmorgen is zij
vederlicht. O bleef ik zo,
voor altijd zonder wil,
.
zingt de mevrouw op onze gang.
Haar zilveren kom spoelt zij nu om.
.
Life is a killer
Recensie
.
Derrel Niemeijer is een eigen uitgeverijtje begonnen en met ‘Life is a killer’ debuteert hij met zijn uitgeverij MeerPeper gelijk maar met een icoon uit de beatgeneration William S. Burroughs II of W.S.B. zoals op de cover staat te lezen.
William S. Burroughs (1914 – 1997) werd in 1959 beroemd door de uitgave van de roman ‘Naked Lunch’, een boek met een innovatieve, deconstructivistische structuur waarin hij harde maatschappijkritiek levert, met drugsverslaving en homoseksualiteit als metaforen. Tevens is het een kroniek van zijn eigen ervaringen met homoseksualiteit, het gebruik en afkicken van drugs. Hij maakte in dit boek onder meer gebruik van elementen uit genres als hard-boiled, sciencefiction en porno. Ook zijn enige gedeelten geschreven als satire op wetenschappelijke traktaten. (bron: Wikipedia).
In ‘Life is a killer’ complete poetry, heeft Derrel met toestemming van de erven Burroughs het poëtische werk van W.S.B. bijeengebracht. Dit poëtische werk is een zeer klein gedeelte van wat hij heeft geschreven en er zullen mensen zijn die ook dit werk niet als poëzie zien.
Burroughs past hier namelijk steeds de cut-up techniek toe, waarbij hij letterlijk tekst verknipt en op een andere manier weer samenvoegt. Hierdoor ontstaan zeer bevreemdende en onsamenhangende teksten. In feite maakt Burroughs ready mades. Met name in de eerste ‘gedichten’ uit 1959 worden allerlei medische stukken verknipt over kanker, polio en dierenziekten. In latere stukken maakt Burroughs ook gebruik van proza van Stalin en gedichten van Rimbaud. Pas in de gedichten van na 1962 komt er enige samenhang in zijn teksten die ook voor de (geoefende) lezer begrijpelijker zijn. In de laatste twee gedichten ‘Pistol Poem No. 2’ en ‘Pistol Poem No. 3’ herkende ik een stijl die ik eerder bij andere post moderne dichters las.
In de bundel (geheel in het Engels) maakt Derrel gebruik van de interpunctie, de opmaak en het invoegen van lege bladzijden helemaal in de stijl van zijn grote held (die dit ook deed). Hoewel ik nog steeds niet kan wennen aan een gecentreerd Forword en Index, begrijp ik de keuze hiervoor.
Als pamflettistische bundel is dit dan ook een zeer geslaagd debuut van MeerPeper. Als je, zoals ik, graag de (rafel)randen van de poëzie opzoekt mag de cut-up techniek en de “geconcentreerde gekte” zoals ik het dan maar noem, van William S. Burroughs niet ontbreken.
De totale oplage van dit werkje bestaat uit maar 25 stuks maar ik weet zeker dat de liefhebbers van het werk van William S. Burroughs en/of van de beatgeneration deze uitgave graag zullen aanschaffen.
Uit deze uitgave het gedicht “People are some bath tub” uit 1959.
.
“PEOPLE ARE SOME BATH TUB”
,
“people are some bath tub.”
for new cancer holes
Ma viruses
made the night for She Ovation
Dish Soprano
separated by long peee
another mystery
other kill cells and future
agent at work
new cancer hole
These individuals are marked foe
They are of malignancy the link
The usual procedure
seperated by a long Pee
eventual program
known as COOL
virus graphed
Time.
OURS?
THAT?
.
In één nacht
Over de doden
.
Over de doden niets dan goeds. Over hen die gaan sterven ook niet. Over een stervende heeft Herman de Coninck het volgende gedicht geschreven met de titel ‘In één nacht’ uit de bundel ‘Gedichten’ uit 2000.
.
In één nacht
In één nacht, tussen twee infarcten in, zegt ze hem
nog gauw waar hij de sleutel van haar kluis
kan vinden. Hij had een treffender laatste zin in huis.
Maar zij kent hem beter. Doodgaan is niets, maar al
die paperasserij. Hou jij je maar bezig met erven,
ik met sterven.
Hoe noem je iets wat je niet meer bent, een zoon of zo? Pijn?
De deur waardoor hij in het leven kwam, staat open. Het tocht
van oneindigheid. Van eindigheid. Hij is. Hij moet zijn.
.
Ondertussen
Lieke Marsman
.
Lieke Marsman (1990) becommentarieerde en vertaalde middels een blog het werk van generatiegenoten op Tirade.nu. In 2010 verscheen haar debuut ‘Wat ik mezelf graag voorhoud’ dat een jaar later de Liegend Konijn Debuutprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de C. Buddingh’ prijs won. Van het boek werden dan ook meer dan 3.000 exemplaren verkocht. Vanaf januari 2013 maakt Marsman deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Tirade. Haar tweede bundel ‘De eerste letter’ verscheen in januari 2014 en gaat vooral over alle mogelijke angsten die de mens kunnen bedreigen. In een gevecht tussen besluiteloosheid en karaktervastheid schrijft ze over liefde, verlies, bang zijn, en vooral over verder willen.
Lieke Marsman heeft een eigen website http://www.liekemarsman.nl/ waar vooral de pagina met door haar vertaalde gedichten zeer de moeite waard is. Uit haar debuutbundel uit 2010 het gedicht ‘Ondertussen’.
.
Ondertussen
.
Ik ga zitten bij een groot raam, ik ga kijken
hoe de rode straatstenen donker worden. eerst
door regen en nog eerder door de wolk
die daaraan vooraf over kwam drijven.
.
Dan zit ik er al een tijdje. Dan
begin ik de muren te ruiken. Aan de uiteindes
van mijn hoofd staat een hotel: mensen lopen in
en uit. Met hun voeten bewegen ze de haren
van het tapijt de donkere kant op, daar
durf ik niet goed iets van te zeggen.
.
Maar iedere dag was ik voor hen mijn beddengoed.
.
En ik kan kijken naar de lucht
alsof iemand erboven met een lepeltje
zijn ei kapot staat te tikken. In wit licht
struift de regen naar beneden. Hier
is het voor altijd droog.
.
Dan kan ik denken:
er komen nog zoveel dagen waarop we
warme broodjes kunnen maken, vandaag
ga ik in de barstjes van het raam groot
en donker als straten worden.
.
Als je een konijn vraagt
Statistiek en poëzie
.
Dit is een tussen berichtje. Gister plaatste ik mijn 2000ste bericht op dit blog. Sinds november 2011, toen ik gedwongen overstapte van web-log.nl naar wordpress, waren dat 1583 berichten. Daarvoor dus 417. Inmiddels moet ik soms zelf even terugzoeken of ik al eens eerder heb geschreven over een bepaald gedicht of onderwerp.
Sinds oktober 2007, toen ik mijn eerste bericht plaatste dus 2000. Dat is gemiddeld 20 berichten per maand. Overigens plaatste ik de afgelopen drie jaar dagelijks een bericht, het gemiddelde wordt gedrukt door het onregelmatig plaatsen van berichten in de beginperiode.
Voor de liefhebbers van poëzie die niks met cijfers hebben is dit natuurlijk een waardeloos bericht. Daarom, speciaal voor die mensen (en voor alle andere ook trouwens) toch een gedicht. In dit geval van Rudy Kousbroek over cijfers. En Konijnen.
.
Als je een konijn vraagt
Als je een konijn vraagt
Hoeveel is twee keer twee,
Dan is het antwoord tien;
En twee keer drie is twaalf,
En drie keer drie is eenentwintig.
Want het konijnenstelsel is viertallig,
Dat staat in verband met de constante
Hoeveelheid poten per konijn,
En ook per poot het aantal tenen.
Toch zijn konijnen
In rekenen niet altijd meesters;
Hun optellen lijkt nergens naar,
Hun staartdelingen schieten te kort,
Breuken, daar maken ze niets van.
Maar vermenigvuldigen, daar zijn ze goed in,
En ze weten ook goed raad met wortels:
Het aantal oren, tel ze maar,
Is de wortel uit het aantal poten.
.
The Waste Land
T.S. Eliot
.
Vorige week bezocht ik het filmhuis voor de film ‘Problemski Hotel’ naar het boek van Dimitri Verhulst. Een bijzondere film, dramatisch en komisch tegelijk. In deze film citeert de hoofdpersoon Bipul enige keren een aantal zinnen uit het gedicht ‘The Waste land’ van T.S. Eliot (1888 – 1965) en dan met name de regels uit de eerste strofe ‘April is the cruelest month’. De eerste 7 regels van de eerste strofe bevatten deze regels. In deze regels noemt T.S. Eliot April een wrede maand terwijl wij hier in het Westen April zien als de maand dat de Lente begint.
In dit gedicht spreekt een getormenteerd mens. Een dichter die aan depressies lijdt. In plaats van het mooie nieuwe te zien voelt de dichter hier een pijnlijke opluchting en brengt dit pijnlijke herinneringen bij hem boven. In de rest van het gedicht werkt hij dit (zijn depressie) verder uit. In de film verwijzen deze regels naar de problemen en uitzichtloosheid van de vluchtelingen in de opvang (het Problemski Hotel).
T.S. Eliot droeg dit gedicht op de dichter Ezra Pound. Het gedicht bestaat uit 5 delen. Als je het gehele gedicht wil lezen kan dat op http://www.poetryfoundation.org/poem/176735 Ik plaats hier het eerste gedeelte.
.
The waste Land
















