Categorie archief: Nieuws
Een nieuw jaar
Joke van Leeuwen
.
Ik wens al mijn lezers een geweldig, vreedzaam, poëtisch en gezond 2026 toe. En geen betere manier dan een nieuw jaar te beginnen dan met een gedicht. Helemaal als dat een gedicht is met de titel ‘Een nieuw jaar’ dat Joke van Leeuwen (weliswaar in 2023 al) schreef in opdracht van het Poëziecentrum in Gent.
.
Een nieuw jaar
.
het malse is verdwenen in de winter
het stugge wint en klein gedierte doet
stijf opgerold alsof het er niet is
.
zes goededoelenstichtingen sturen
kalenders op met jonge honden
de zwarte grond houdt zich gereed
.
een wijsje wolkt uit een gewassen
hoofd waarin een heel orkest
zijn stoelen heeft gevonden
.
Nieuwjaarsreceptie
Daniël Dee
Op oudejaarsdag kijk ik graag nog even terug én vooruit. Het afgelopen jaar was weer een vol en poëtisch jaar. Opnieuw wist ik elke dag een bericht te schrijven en te plaatsen op dit blog, heb ik weer op mooie plekken mogen voordragen (op een dak, een begraafplaats, een kloostertuin, tijdens de presentatie van een bundel, in een kas) verschenen mijn gedichten in verzamelbundels en op de Poëziekalender, was ik actief in drie poëziestichtingen en verscheen er een dichtbundel bij MUGbooks en opnieuw vijf exemplaren van het minipoëziemagazine MUGzine.
Maar ik wil ook vooruitkijken naar nieuwe initiatieven, blogberichten, voordrachten en publicaties en hopelijk (de tijd!) een nieuwe dichtbundel na zoveel jaar. En zoals elk jaar zijn er de komende weken nieuwjaarsrecepties waar ik acte de présence zal geven, professioneel, uit nieuwsgierigheid of om mensen te ontmoeten en het beste te wensen voor weer een nieuw jaar. Dichter Daniël Dee (1975) schreef er in zijn bundel ‘Monsterproof’ uit 2010 een passend gedicht bij getiteld ‘Tijdens de nieuwjaarsreceptie of om het even welke bijeenkomst’.
.
Tijdens de nieuwjaarsreceptie of om het even welke bijeenkomst
een sociale fobie
waarom kan mijn verschijning niet versmelten met het bloemetjesgordijn
na een paar wijntjes gaat het wel glas recht houden niet morsen
.
iedereen heeft een ander
.
om iets tegen te melden geanimeerd ik weet niet eens waar
ik het over moet hebben geroezemoes stijgt op uit groepjes
als ik mijn ogen sluit dan kan ik er bijna op meewiegen
niet te lang mijn ogen sluiten aanschouw de nachtmerrie
een groepje van vier mannen gezonde mannen in mooie pakken
dure pakken bewegen in slowdance steeds dichter naar het raam
waar ik sta in mijn verschijning versmolten met het bloemetjesgordijn
ze nemen me niet waar de man met zijn rug naar me toe
ritselt zijn roos in mijn wijn nu doen alsof ik me bewust
even alleen heb teruggetrokken doen alsof ik even bel
met de gsm tegen mijn oor zeg ik ja dat begrijp ik ik zal
niet te lang meer blijven ik kom zo naar je toe als op dat
moment daadwerkelijk mijn mobiel begint te rinkelen
.
Dit kan beter
Pim Lammers
.
Zoals elk jaar stuurde het CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) ook dit jaar als kerstgroet een gedicht. Vorige jaren ontving ik al gedichten van Toon Tellegen, Judith Herzberg, Alfred Schaffer, Lieke Marsman en Charlotte Van den Broeck. En nu dus van dichter en schrijver Pim Lammers (1993). Los van wat er rond Lammers speelde in 2023 en hoe CPNB daar destijds mee omging (waarvoor hulde) is de keuze voor een dichter die speciaal voor jeugd en jongeren dicht interessant. tenslotte zijn er zoveel goede dichters die zich toeleggen op het schrijven van poëzie voor kinderen en jongeren. En het is goed dat de CPNB ook deze groep vertegenwoordigd en in het zonnetje zet middels dit gedicht en deze kerstgroet. En omdat de CPNB deze kerstgroet alleen naar haar relaties stuurt, en ik het mooi vind om zo’n initiatief wat verder te brengen, deel ik het gedicht hier met jullie.
.
Helle van Aardeberg
Gedicht bij presentatie
Helle won in 2011 de Poëziewedstrijd van het Bureau voor Ontwapeningszaken van de Verenigde Naties (UNODA) en ze werd door de Japanse Minister van Buitenlandse Zaken in Den Haag in 2012 onderscheiden met een certificaat voor deze wedstrijd (ik was een van de gelukkigen die Helle destijds had meegevraagd). Ook is zij Erelid voor het Leven van The Literarian Society (sinds 2014) in Richmond, Virginia (Verenigde Staten).
.2011, 2012
Een blik over zee is genoeg voor een lome duik
MUGzine #30
.
Sluit je ogen. Transponeer jezelf van je dulle druilkantoor naar een windstille dag aan zee, panty en laarsjes in de tas en met je blote voeten door het zand. Een witgeel gestreepte strandstoel staat op de duintop op je te wachten, je zit en kijkt uit over de zee, een vluchtige vlinder tuimelt langs je oog, een lieveheersbeestje op je blote dij.
Zo begint het voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne in de nieuwe MUGzine, nummer 30 en het laatste nummer van 2025. In dit nummer gedichten van Trudy Dijkshoorn, Bas Belleman (muggedicht), Dietske Geerlings, Elbert Gonggrijp en Jan Kleefstra. Het artwork is dit keer van Mark Fayot. En natuurlijk leveren we je een kakelverse Luule.
MUGzines zijn te lezen op mugzines.nl en voor de ware poëzieliefhebber is dit pronte en eigenwijze minipoëziemagazine (A6) ook op papier verkrijgbaar. Hoe? simpel, gewoon donateur worden en je ontvangt 5 keer per jaar een MUGzine in je brievenbus (plus altijd iets extra’s). Mugzine is een initiatief van MUGbooks, Poetry Affairs en BRRT.Graphic.Design.
Als opwarmertje een gedicht van Dietske Geerlings (1971) stadsdichter van Zutphen 2025-2026, getiteld ‘Eenzaamheid’.
.
Eenzaamheid
.
één
hart dat zo krachtig
verbindingen legt in een lichaam
klopt een weg naar buiten
maar strandt op de rand
het is niet eenvoudig
vat te krijgen op wat er
rondspookt in je hoofd
maar duizendmaalduizendvoudig
is de stilte tussen de tikken
van de klok die je verder en verder
voeren van je voorouders
terwijl je vastloopt in het wereldwijde web van
nu
voor wachten heb je allang geen woorden
meer nodig je staat stil met je rug tegen het raam
je kan het glas niet breken
de kou niet verdrijven
die tussen je botten omhoog kruipt
je lach zit aan de andere kant van je gezicht
waar je niet meer bij kunt
een grimas zit vast om je mond en stoot af
je begrijpt wel dat niemand jou schrijft
niemand jou belt want je ziet de wolf
in je eigen ogen en ruikt de angst in je vacht
ergens diep huist het
kind dat aanbelt
ernstig vraagt of je zegels wilt kopen
vrijmoedig legt het een blad en een pen
in het netwerk van je blauwe aderen
wacht geduldig tot je klaar bent
breekt een woord voor jou in twee stukken
deelt het en maakt voor even van één
saam
.
Hij komt, hij komt..
Nummer 30
.
Hij komt inderdaad, het laatste nummer van 2025, de nieuwe MUGzine. Dus als je nog geen cadeautje hebt voor Sinterklaas of Kerstmis is dit de uitgelezen (no pun intended) mogelijkheid om geliefden eens iets echt origineels te geven. En zoals je van ons gewend bent doen we er altijd een klein presentje bij. Dus geef iemand een MUGzine cadeau (gewoon of in een speciale MUGzine Japanse enveloppe) of nog beter, geef een jaar lang MUGzines in de brievenbus (5 exemplaren) en word donateur.
Het december nummer van MUGzine is weer een fraai exemplaar geworden. Met poëzie van Trudy Dijkshoorn, Elbert Gonggrijp, Dietske Geerlings en Jan Kleefstra. Het muggedicht is dit keer van Bas Belleman en de kunstenaar is dit keer Mark Fayot. Natuurlijk is er ook een kakelverse Luule en wordt je weer getrakteerd op een poëtisch voorwoord van Marianne.
Als opwarmertje hier alvast een gedicht van Jan Kleefstra (1964). Deze Friese dichter verschenen gedichten in bloemlezingen als ‘Dichters in de Prinsentuin’ (2006), ‘Kastanjegedichten’ (2006), ‘Schoonheid’, Hernehim (2007), ‘Mengelwerk Drentse open’ 2007, ‘Openbare Bibliotheek Amsterdam’ (2007), ‘7e Regenboog, Breedevallei Dichters’ (2008), ‘Haarlemse Dichtlijn’ (2008), ‘Inkijk, interieurs in de Hollanderwijk’ (2009) en ‘Giftige simmer’ (2009). In 2008 kwam zijn Friestalig debuut uit, ‘Fragminten’, wat niet een vertaling is van de voormalige Nederlandse bundel met dezelfde naam.
.
Bloei kent geen denken
teder tot een eind gebracht
ongehavend op zwarte modder
zonder zomerstof gekmakend
vingerzacht groen op de wangen
langs het spoor van de achterblijver
het rag om roestige spijkers slaan
verwaaid zingen aanklampen
een stroomdraad spannen
.
Charlotte Van den Broeck
Winnaar Boekenbon Literatuurprijs
.
Afgelopen donderdagavond werd bekend dat de Vlaamse schrijver en dichter Charlotte Van den Broeck (1991) de winnaar is van de Boekenbon Literatuurprijs van maar liefst € 50.000,-. Een terechte waardering voor haar werk. In dit geval kreeg ze de prijs voor haar boek “Een vlam Tasmaanse tijgers’ het verslag van een reis die Van den Broeck ondernam uit nieuwsgierigheid naar de Tasmaanse tijger en die voert langs archieven, musea, laboratoria, dierentuinen en natuurgebieden uit 2024.
De jury noemde haar in het juryrapport de dichtende journalist heb ik begrepen van Marianne (van MUGzine) die bij de prijsuitreiking aanwezig was. Ik schreef hier al vaker over Charlotte en haar werk. En na het zien en horen van de, door haar voorgedragen, volledige tekst van ‘Plakboel’ in de bibliotheek van Utrecht afgelopen jaar (iets dat ze tijdens de Nacht van de Poëzie nogmaals herhaalde) is mijn bewondering en waardering voor haar alleen maar gestegen.
Uiteraard feliciteer ik Charlotte met deze prachtige prijs maar omdat dit blog over poëzie gaat (maar lees ‘Een vlam Tasmaanse tijgers’ het is echt heel erg de moeite waard) wil ik hier een gedicht van haar plaatsen. In dit geval het gedicht ‘Nachtroer’ het titelgedicht uit haar gelijknamige bundel uit 2017 die ze opdroeg aan Remco Campert.
.
Nachtroer
Avond
en het breeklicht in je ogen en je kijkt
het breekt oranje op in je ogen het vloeiende licht
waarin ik wist wat ik later nooit zou weten
hoe een woord zomaar
een ander woord kan gaan betekenen
en dat dat alles
buiten hangt de avond steriel en laat al, de lome rook
besluiteloos tussen ons in en je kijkt
en wat dat oproert in een avond, in mij, rode glanzende mieren
honderden, even nog, voor het licht krimpt, de jeuk
de laaiende jeuk van je ogen het laat niet af
ook niet nu het licht al
want op het hellingsvlak tussen nu en straks
wacht ons een kamer zonder muggen of aarzeling
het kan niet anders want boven mij hangt je hand
die me niet aanraakt maar me de mogelijkheid geeft
om mezelf ertegen op te drukken de tomeloze mogelijkheid
om mezelf op te drukken tegen een hand die me niet
aanraakt, maar me de mogelijkheid geeft om
wachten en zwellen
zijn bijna hetzelfde, bij de kniklijn
loopt het in elkaar over wat ik wil
en wat ik weet in het neonlicht
het kleurenspectrum in een regenplas even
is het waar geweest en feloranje
het kan niet anders soms
denk ik nog bij de hand een avond
een mond een schouder een geslacht
en dat het alles
en dat jij de mieren niet en de zwellende kleuren niet
dat kleur maar stof en licht dat nauwelijks nog het licht
de avond feloranje even nog
laat het nog even
tot het licht niet langer tot ook het kijken
niets meer dan de richting van je ogen wordt
.
Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld
Alja Spaan
.
Gistermiddag was de presentatie van de achtste bundel alweer van Alja Spaan (1957) getiteld ‘Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld’. De bundel, uitgegeven door de onvolprezen uitgeverij P uit Leuven, vond plaats in de Alkenaer in Alkmaar. Ik mocht, daarvoor gevraagd door Alja, het programma presenteren en uiteraard heb ik daar met veel plezier in toegestemd.
Het programma bestond uit voordrachten van bekende namen als Margreet Schouwenaar, Pom Wolff en Helle van Aardenberg. Er was muziek, gedichten van bekende Nederlandse dichters op muziek gezet, van Rob van der Plas, er was een uitreiking van het eerste exemplaar, een signeersessie, een boekentafel van uitgeverij P een gezellige drukte en liefde voor poëzie bij iedereen in de volle zaal.
In ‘Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld’ zijn gedichten opgenomen die Alja schreef over haar moeder. Een ontroerende en complexe moeder-dochter relatie, waarin veel schoonheid en melancholie schuilt. De gedichten werden al jaren geleden geschreven maar dankzij uitgeverij P zijn ze nu gebundeld. De dichters die hun gedichten voordroegen in het programma waren met zorg uitgekozen want alle drie gingen juist in op het thema moeder-kind.
Uiteraard zal ik ergens binnenkort een recensie van deze bundel op dit blog plaatsen maar nu alvast een voorproefje getiteld ‘de liefste’.
.
de liefste
.
Mijn moeder zegt er is niemand meer en
dat ze allemaal dood zijn en dat zelfs mijn
.
vader zo afwezig is de laatste tijd, ze kan
niet naar huis en ze verliest
.
deze omgeving en waar woon jij, vraagt ze,
woon jij nog ergens?
.
En dat haar fiets verkocht is maar dat ze
fietsen wou, ze kon met mij mee, dacht ze
.
en met lange nagels prikt ze in mijn vel
en dan opeens telt ze zachtjes, bijna
.
neuriënd de bolletjes op mijn trui die ik
zeker stuk voor stuk,
.
knikt ze, heb opgenaaid, van jou geleerd,
zeg ik dan maar en zij
.
dat verzin je maar wel dat mooie dingen
maken een manier is
.
om thuis te komen, denk ik, of om niets te
verliezen.
.
Indische maand
Noto Soeroto
.
Vanavond mag ik samen met zangeres Lia Schlärmann-Koot de Indische maand openen in de bibliotheek van Vlaardingen. Wij organiseren deze Indische maand al een aantal jaar en er is altijd veel aandacht voor en aanloop naar de tentoonstellingen en de activiteiten. Dit jaar is er extra aandacht voor gedichten van Noto Soeroto. Raden Mas Noto Soeroto (1888-1951) was een Javaanse prins uit het Jogjakarta adellijke huis Paku Alaman en was dichter en schrijver van Nederlands-Indische literatuur en journalist uit Nederlands-Indië. Hij leverde een belangrijke bijdrage aan het Nederlandse literaire systeem door nieuwe literaire thema’s te verkennen en zich te richten op inheemse protagonisten, en tegelijkertijd aandacht te vestigen op de inheemse cultuur en de situatie van de inheemse bevolking.
Ik zal vanavond samen met Lia de vitrine tentoonstelling openen over deze Javaanse Indische dichter die van 1906 tot 1932 dichterlijke furore maakte met zijn bundels in Nederland. Daarnaast is er de presentatie van het fotoboek van Dick van Oosten over de Indië herdenking en Koempoelan en de fotoreportage ‘Andere ogen’ welke Martin Hokke maakte met zijn dochter Milena tijdens de Koempoelang (vergadering of bijeenkomst) in cultureel centrum de Windwijzer. Een vol programma kortom.
Omdat ik altijd de link zoek naar dichters en ik de dichter Noto Soeroto nog niet kende hier een gedicht van zijn hand uit ‘De Tijdspiegel’ jaargang 71 uit 1914 getiteld ‘N.M’.
.
N.M.
.
Einde van een tijdperk
Jozef Deleu
.
Via diverse kanalen kwam het bericht tot mij dat Het Liegend Konijn, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie, het geesteskind van Jozef Deleu (1937). Op 30 oktober 2025 verschijnt het laatste nummer. Deleu schrijft over het verschijnen van dit laatste nummer: “Poëzie is drager van originaliteit, vrijmoedigheid en zelfstandigheid. Dichters blijven machthebbers erop wijzen dat woorden ertoe doen en dat taal niet ondergesneeuwd mag raken onder het verbalisme van de politiek en de commercie. Het Liegend Konijn was een open en ongebonden huis voor onze poëzie. En soms was daar enige moed voor nodig. Voor Het Liegend Konijn en mij is de tijd van gaan gekomen. De jager wacht op de kim.”
Uit het nest geroofd, zo omschreef Deleu zijn werkwijze. Twee keer per jaar – van 2003 tot 2025 – bracht het blad een gevarieerd beeld van de Nederlandstalige poëzie. Het bevatte uitsluitend nieuwe, niet eerder gepubliceerde gedichten. Honderden dichters uit het hele Nederlandse taalgebied werkten mee aan Het Liegend Konijn. Ze vormden een bont gezelschap van jonge debutanten, rijpe poëten en oude meesters. Diversiteit en respect voor uiteenlopende poëtica’s lagen aan de basis van een unieke mix waardoor ieder nummer een kleurrijke waaier bood van onze hedendaagse poëzie.
Bij dit nieuws had ik meteen twee gedachten. De eerste was dat ik nooit uit het nest geroofd zou worden, mijn nieuwe bundel (die al te lang op zich laat wachten) komt daarvoor te laat. De tweede gedachte was dat het minipoëziemagazine MUGzine dat ik samen met onder andere Bart van BRRT.Graphic.Design en Marianne van Poetry Affairs maak, nu nog iets urgenter wordt. Toen ik las van het gezelschap van jonge debutanten, rijpe poëten en oude meesters wist ik dat wij van MUGzine een zelfde visie hebben en nastreven. Nu ben ik de laatste die MUGzine met Het Liegend Konijn wil vergelijken, omvang, frequentie en aanzien zijn van een geheel andere orde, laat staan de reputatie die Het Liegend Konijn 22 jaar lang heeft opgebouwd, daar kan 6 jaar MUGzine nog een puntje aan zuigen. Maar voor ons van MUGzine is de uitdaging wel sterker geworden om van ons minipoëziemagazine een langjarig succes te maken (maar dat waren we al van plan hoor).
Rest mij, samen met poëzieminnend Nederland en Vlaanderen, slechts woorden van dankbaarheid en waardering voor Jozef Deleu die poëzie mede op de kaart heeft gezet en aan de wieg van carrières van menig dichter heeft gestaan. Dat Jozef Deleu zelfs een niet onverdienstelijk dichter was mag inmiddels duidelijk zijn en daarom een gedicht van deze grote Vlaming. Uit zijn bundel ‘Hazen troepen samen’ uit 2000 het gedicht ‘Waar het op aankomt’. Want als er een ding is waar Jozef Deleu om geroemd mag worden is het het feit dat hij weet waar het op aankomt; De Poëzie!
.
Waar het op aankomt
Waar het op aankomt
de trein die niet
voortijdig stopt
in het station
de zon die niet ongezien
wegzinkt in zee.
Waar het op aankomt
een werkwoord vervoegd
in een goede zin
een vraagstuk opgelost
zonder vermogen
en zonder verlies.
Waar het op aankomt
een verlicht meer
en verliefd tot over
de oren. Het gaat voorbij
maar er blijft
overschot.
Waar het op aankomt
gerijpt in een eiken
vat reisvaardig
voor de overtocht
zonder overkant
als het moet.
.





















