Categorie archief: Nieuws

Verleden verbinden

Augusta Peauxfestival

.

Aanstaande zondag 3 september zal ik samen met nog 24 dichters voordragen op het Augusta Peauxfestival in Simonshaven (nabij Spijkenisse). Tussen 14.00 en 17.00 uur zullen 25 dichters en een A capellakoor de bezoekers van dit festival meenemen in hun poëzie rondom het thema ‘Verbinding’. Ik zal twee maal een kwartier vullen met mijn gedichten op twee verschillende plekken op het festivalterrein in de tuin van de voormalige pastorie aan de Ring 42 in Simonshaven waar dichter Augusta Peaux (1859-1944) woonde.

Als jong meisje speelde Augusta Peaux met de latere dichter Jacques Perk die even oud was als zij. Ze groeide op als dochter van een dominee. Als dichter wordt Peaux beschouwd als een van de belangrijkste symbolistische dichters uit het einde van de 19e en begin 20ste eeuw. Ondanks haar bescheiden oeuvre en leefstijl heeft ze een belangrijke en blijvende invloed gehad op de Nederlandse poëzie. Zo werd ze door Gerrit Komrij en Hans Warren opgenomen met werk in hun bloemlezingen. Maar ook dichters Albert Verwey en J.C. Bloem waren bewonderaars.

Haar poëzie kenmerkt zich door haar introspectieve en mystieke karakter. Haar gedichten hebben thema’s als de liefde, verlangen, melancholie en de zoektocht naar zingeving. Ze schreef met subtiele, beeldrijke taal en gebruikte vaak symbolen en verwijzingen naar de natuur. Ze had in haar poëzie het vermogen om de diepere emotionele en spirituele ervaringen te verkennen en te verwoorden. In en rond haar woonplaats is een organiserend comité actief dat het werk van Peaux onder de aandacht blijft brengen. Lesley Sanford, Julius Caesar, Ronald Bottelier en Frans van den Akker doen dit onder andere door het organiseren van een festival op 3 september. Naast dichter Ingmar Heytze en een aantal dichters uit de regio komen ook een aantal dichters van daarbuiten een bijdrage leveren, waaronder ik dus.

Hieronder een voorbeeld van een gedicht van Augusta Peaux uit de bundel  ‘De wilgen, de velden, het water’ uit 2014 getiteld ‘Verleden’.

.

Verleden

.

Met handen ben ik gebonden

in een ver verleên,

dat is te aller stonde

onzichtbaar om mij heen.

.

Met geuren ben ik betooverd

terug in vroeger tijd,

als staat de boom ontlooverd,

al ben ik ’t voetspoor kwijt.

.

In klanken lig ik gevangen

van een verzonken bestaan

die bleven om mij hangen

toen alles was vergaan.

.

De klokken door mijn dagen

luiden en lokken mij

zoete bedwelming dragen

de geuren mij voorbij.

.

Met banden ben ik gebonden

en ga geen weg alléén

mij heeft altijd gevonden

wat in de tijd verdween.

.

NLMDO2_P-00243-II-012, 22-01-2008, 13:36, 8C, 1892×1436 (3419+3870), 100%, LetterkundigMu, 1/80 s, R40.4, G21.3, B29.2

Het zomernummer

MUGzine # 18

.

In de zomer nemen wij van MUGzine altijd even wat tijd voor onszelf maar zeker ook voor onze lezers. Een klein beetje later dan we gepland hadden (vakantie periode) komt komende week nummer 18 uit.

Als je het Nederlandse dichterslandschap bekijkt zou je zonder enige overdrijving Rotterdam als hoofdstad van dit landschap kunnen benoemen. Al jaren heeft Rotterdam een stadsdichter van niveau (een paar van hen, Anne Vegter en Ester Naomi Perquin, werden benoemd tot dichter des vaderlands), het grootste poëziefestival van ons land, Poetry International, is in Rotterdam sinds 1970, er is een Poetry Circle 010 en er zijn door de stad heen verschillende poëziepodia en festivals. Maar ook poëzie stichtingen als De zoek naar schittering ( o.a. bruggedichten), de Poëziebus, stichting Het Park en poëziestichting Ongehoord! alsmede poëzietijdschrift Awater hebben hun roots in Rotterdam. En vergeet burgemeester Aboutaleb niet die dichtbundels samenstelde.

Daarom dit keer een nummer met louter Rotterdamse dichters ( 6 maar liefs) én een illustrator/kunstenaar uit Limburg. Hester Knibbe, Hans Wap, Daniël Dee, Myrte Leffring, Amber Rahantoknam en Peter Swanborn zorgden voor de poëtische bijdragen en kunstenaar Andries Hoogenraad is verantwoordelijk voor de illustraties. Natuurlijk een voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne, een gloednieuwe Luule en de vormgeving is als altijd van Bart van BRRT.Graphic.Design.

MUGzine heeft een aantal nieuwe ideeën en verrassingen in petto en we zullen die in de loop van het najaar bekend gaan maken. Maar eerst dus het zomernummer van 2023. Donateur worden en een jaar lang elke editie op papier via de post ontvangen? Ga dan naar onze website en ontvang meteen een eerste cadeautje.

Om je alvast een voorproefje te geven hier een gedicht van Hester Knibbe dat niet in de nieuwe MUG staat getiteld ‘café-restaurant ‘la Rotonde” uit De Tweede Ronde, jaargang 12 uit 1991.

.

café-restaurant ‘la Rotonde’

.

de deur is dicht en dood, de oo’s
zijn weggevaagd uit het ‘Rotonde’
een stoel vervangt de zonnewijzer
.
ze wijst de tijd aan op het pleister
en past oneindig in dit ronde
verslijten en versleten worden
.
– stilaan raakt alles uitgehongerd
.
behalve dan de vrouwen wat terzijde,
zij scheppen thuis het eten op de borden
.
en of ze eeuwig zijn, vergeten wonder,
vertellen ze elkaar de nieuwste roddels
op deze foto – onderdeel van een seconde
.
.

 

 

Jan Lauwereyns

Schmidt-Rodenko-Lucebert-Claus-Vasalis

.

Op Poetry International ontmoette ik Jan Lauwereyns (1969), de Vlaamse dichter en neurofysioloog die al jaren in Japan woont. In het gesprek vertelde hij dat hij zich bedient van drie talen; het Japans voor alledag (thuis met zijn Japanse vrouw en kinderen), het Engels (op de universiteit van Kyushu) en het Nederlands voor zijn poëzie. Toen ik ’s avonds naar huis reed vanuit de kop van Zuid in Rotterdam, was er een interview met hem door Lotje Ijzermans in het radioprogramma ‘Nooit meer slapen’ waarin hij nog wat verder inging op die drie talen. Daar vertelde hij dat hij zijn poëzie eigenlijk in zijn moedertaal schrijft, het Antwerps dialect.

Het gesprek met hem en Marieanne Hermans (mede-initiatiefnemer van MUGzine) heeft er overigens in geresulteerd dat hij gedichten aanlevert voor MUG #19 die verschijnt in oktober, waar we natuurlijk zeer verguld mee zijn. Het interview kan ik om meerdere redenen aanbevelen. Bij de opening van Poetry International droeg Jan Lauwereyns het gedicht ‘Schmidt-Rodenko-Lucebert-Claus-Vasalis’ voor uit zijn meest recente bundel ‘Zombie zoekt ziel geno(o)t’ uit 2023. Dat gedicht waarin hij op post moderne manier citeert en parodieërt op werk van de dichters in de titel, deed me denken aan de tentoonstelling in Museum West in de voormalige Amerikaanse ambassade in het centrum van Den Haag, aan de tentoonstelling ‘Gödel Escher Bach’ waar hedendaagse kunstenaars verwijzen naar en citeren uit het werk van deze drie kunstenaars.

.

Schmidt-Rodenko-Lucebert-Claus-Vasalis

.

Er zijn geen mensen meer, er zijn hormonen, meende Zombie,

.

een tikkeltje filosofisch gestemd, hij had zijn tweede kopje
koffie nog niet op, en altijd is er weer wat anders bietebauw,

.

en boze tweets bejammeren vlotte inflatie, zoveel teddyberen

.

zijn hier dood, weer gaat de wereld als een meisjeskamer dicht,
waar is mijn zielgeno(o)t behalve ergens op de verkeerde plek,

.

ha, dolle hondenglimlach van de pijn, grote heksenangsten

.

van de honger, in ijzeren longen gevangen libretto’s, ik tracht,
beweerde Zombie, op poëtische wijze, dat wil zeggen, de taal

.

in haar schoonheid, mijn heidens altaar, ik nagel je adem en je

.

lichaam neer, het jonge hoofd nog ongeschonden, de trotse
romp nog onverslagen, en legde met een zucht zijn iPad weg,

.

niet het bijten doet zo’n plezier, maar het doorgebeten hebben.

.

Het seizoen is begonnen!

Agenda zomer 2023

.

Eeven een tussenbericht met de agenda van waar ik de komende maanden allemaal te zien en horen ben.

.

Zondag 18 juni 2023: Poëzie in het Park in Maassluis. Tijd: 12.00 – 14.00. Uiverlaan 22. Presentatie en voordracht.

Vrijdag 23 juni 2023: Lancering nieuwe WOLK (poëzie app). Tijd: 15.00. Carelsenplein Haarlem

Zondag 25 juni 2023: Raamwerk | Dichtwerk, poëziefestival (i.c.m. kunstenaars). Tijd: 13.00 – 18.00. Prins Hendrikstraat 5, Rotterdam. Presentatie festival.

Zondag 3 september 2023: Augusta Peaux Festival. Tijd: 14.00 – 17.00. Ring 42, Simonshaven. Voordracht.

Zondag 10 september 2023: Haagse Notuh Hofjes en poëziefestival. Tijd: 12.00 – 17.00. Hofje van Nieuwkoop, Warmoezierstraat 44, Den Haag. Voordracht.

.

Al deze activiteiten zijn gratis toegankelijk. Naast deze activiteiten komen er nog twee poëziepodia in Den Haag vanuit Dichter bij de dood, een voordracht op Begraafplaats Oud Eik en Duinen op 2 november in Den Haag. Daarover later meer.

.

Wat maakt een gedicht goed?

Meanderbundel

.

Gedurende anderhalf jaar stelde de redactie van het literair E-magazine Meander aan medewerkers en lezers van Meander de vraag ‘Wat maakt een gedicht goed?’. Vanaf de eerste bijdrage door Johan Reijmerink (onder andere recensent voor Meander) op 22 juni 2021, tot de laatste bijdrage op 10 januari 2023 van Jan van der Vegt (onder andere incidenteel columnist voor Meander) was dit een zeer goed gelezen en favoriete rubriek in de nieuwsbrieven die Meander verstuurd. Heel veel bekende en minder bekende namen stuurden hun bijdrage in (ik ook #40) en na de laatste inzending vond het bestuur van Meander (Alja Spaan, Peer van den Hoven en ik) de bijdragen zo waardevol en interessant dat we ervoor hebben gekozen de bijdragen te bundelen.

De bundel ‘Wat maakt een gedicht goed?’ werd vormgegeven door Bart van Heiningen van BRRT.Graphic.Design en werd mede mogelijk gemaakt door het Karin van Ringen Fonds. En natuurlijk door 75 geïnspireerde medewerkers en lezers. Want zei stuurde unieke, serieuze, speelse, poëtische, humoristische, strenge, onderhoudende, (te) lange, korte, verlegen, duidelijke, geërgerde, motiverende, vluchtige en opnieuw vragende bijdragen in.

In de bundel staan ze allemaal op volgorde van publicatie. Opnieuw een feest om te lezen. Alle bijdragers hebben het boek reeds thuis ontvangen maar wil je de bundel ook ontvangen, dan kan dat via redactie@meandermagazine.nl. De kosten zijn 10 euro plus 4,00 portokosten binnen Nederland en voor België (en verder in Europa) 8,50. Heerlijk om te lezen, en een mooi cadeau om weg te geven aan elke rechtgeaarde poëzieliefhebber.

Een enkele bijdrager heeft zijn of haar bijdrage aangeleverd in de vorm van een gedicht, zo ook Jan Loogman (#10), docent creatief schrijven en columnist die ook interviews voor Meander maakte.

.

Ik tel de woorden.
Zestig heb ik er
om goede poëzie
te vangen.
Nu nog vierenveertig.

.

Dubbel glas heeft poëtische mogelijkheden.
Breekbaarheid
al minder.

.

Misschien is goede poëzie
diverse taal.
Alle woorden mogen
mits zij elkaar licht gunnen.

.

Vensterglas is goed
omdat het uitzicht biedt
en ook enige bescherming.

.

Goede poëzie is vloeibaar
als glas en even breekbaar hard.

.

Het bestuur van Meander met de bundel

So long, Marianne

Een lied bij een overlijden

.

Gistermiddag las ik op de social media dat Marianne Cramer, vriendin van Karel Tiberius en een van de eerste en trouwste donateurs van MUGzine onverwacht is overleden. Ik wil hier mijn deelneming betuigen en haar vriend en familie heel veel stekte wensen met dit verlies. Ik las op Facebook dat het haar lievelingsnummer ‘So long, Marianne’ van Leonard Cohen is. Daarom hier de tekst en een live registratie van dit wonderschone nummer.

,

So long, Marianne

.

Come over to the window, my little darling,
I’d like to try to read your palm.
I used to think I was some kind of Gypsy boy
before I let you take me home.
.
Now so long, Marianne, it’s time that we began
to laugh and cry and cry and laugh about it all again.
.
Well you know that I love to live with you,
but you make me forget so very much.
I forget to pray for the angels
and then the angels forget to pray for us.
.
Now so long, Marianne, it’s time that we began …
.
We met when we were almost young
deep in the green lilac park.
You held on to me like I was a crucifix,
as we went kneeling through the dark.
.
Oh so long, Marianne, it’s time that we began … Your letters they all say that you’re beside me now.
Then why do I feel alone?
I’m standing on a ledge and your fine spider web
is fastening my ankle to a stone.
.
Now so long, Marianne, it’s time that we began …
.
For now I need your hidden love.
I’m cold as a new razor blade.
You left when I told you I was curious,
I never said that I was brave.
.
Oh so long, Marianne, it’s time that we began …
.
Oh, you are really such a pretty one.
I see you’ve gone and changed your name again.
And just when I climbed this whole mountainside,
to wash my eyelids in the rain!
.
Oh so long, Marianne, it’s time that we began …

.

                                                                                                                                                                       Foto: Hans Franse

 

Poëzie en het klimaat

Gastlessen aan 1e klassen

.

Afgelopen week mocht ik, samen met Will Kranendonk, een dag gastlessen in poëzie geven op het Maerlant Lyceum in Den Haag. In het kader van de projectweek over de toekomst van water waren we uitgenodigd om als klimaatdichters deze gastlessen te verzorgen. Voor mij was het zeker niet de eerste keer dat ik gastlessen poëzie gaf maar wel de eerste keer als klimaatdichter. We kregen allebei drie 1e klassen toebedeeld en in sessies van elk twee uur gingen we in op de klimaatcrisis, poëzie en vervolgens gingen de leerlingen onder leiding van mij en Erwin Kion, de docent Nederlands aan de gang om zelf een klimaatgedicht te schrijven.

Vooral de gesprekken met de leerlingen over het klimaat, de klimaatveranderingen en wat dat voor consequenties dat kan hebben en al heeft vond ik heel inspirerend. Wat me opviel was dat leerlingen van 12,13 jaar oud heel veel weten over het klimaat en de dreiging van een (extreme) klimaatverandering. Ze verrasten me met hun oplossingen en in alle drie de klassen was het gesprek open en respectvol. Op mijn vraag welke leerling er weleens poëzie las kwam nagenoeg geen enkele respons. Ik denk en ik hoop dat na mijn gastlessen (en die van Will) de docenten vaker aandacht gaan besteden aan poëzie.

De opzet van de gastlessen voor wat betreft het poëziegedeelte was drieledig. Na een filmpje over natuur en poëzie kregen de leerlingen de opdracht (met een aantal hints en trucjes) om een gedicht te schrijven. Ze konden kiezen uit 1. een beschrijving van de natuur, 2. een protestgedicht of 3.  een gedicht waarin je wordt toegesproken door iets dat geen mens is (personificatie).  Ongeveer de helft van de les kregen de leerlingen een gedicht te schrijven wat voor velen niet makkelijk was. Maar met wat hulp, gesprekken en voorbeelden hebben alle leerlingen een gedicht geschreven. Ik wil hier het Maerlant lyceum, en haar vakgroep Nederlands heel hartelijk bedanken voor hun uitnodiging en een erg leuke en inspirerende dag. Ga zo door! Zoals altijd na een gastles deel ik wat voorbeelden hier op dit blog.

.

Zomaar wat zinnen uit gedichten:

Rozen zijn niet meer rood, de wereld gaat dood!  (Veerle 1D)

Hoe langer ik zwem / hoe onveiliger ik me voel / stop en help ons (Amanda 1D)

Iedereen laat het maar gebeuren / totdat oprecht iedereen begint te treuren / het emmertje loopt over (Norah 1D)

Wat als zonnepanelen konden praten/ Ik werd gebouwd en had een mooie kleur (Ruben 1D)

Jullie willen steeds meer water / maar ik word steeds zouter (Christophe 1C)

Waar gaat de wereld naar toe / hoe gaat hij te werk? / De wereld wordt moe / dat is wat ik merk (Lisa 1C)

Ik geef water / maar ik krijg niks terug / Ik ben nat / maar ik ben droog (Ellemijn en Vivienne 1C)

Ik de prullenbak van de mens / ik het zwembad van de aarde (Brunelle 1A)

Ik ben een boom / ik sta in een waterstroom (Michiel 1A)

Ik ben nat en grauw / op droevige dagen ziek ik grauw (Tessa 1A)

Ga je mee naar de groene vlakte / een verfrissing halen / genieten van de warmte / de witte pluizen bekijken (Pieter 1D)

.

Het gedicht van Luuk uit 1D vond ik creatief en vooral grappig met een serieuze ondertoon.

.

Meneer de vogel, waarom heeft u

zulke grote vleugels?

 

Zodat ik hoog boven het water kan

vliegen

 

Meneer de luipaard, waarom heeft u

zulke flexibele benen?

 

Zodat ik snel kan wegrennen van

het stijgende water

 

Meneer de kangoeroe, waarom kan u zo

hoog springen?

 

Zodat ik over de hoge golven kan

springen

 

Meneer de Nijlpaard, waarom bent u

zo dik?

 

Ik ben helemaal niet dik!

.

.

Nijhoff en Celan

Ton Naaijkens

.

Deze week werd bekend gemaakt dat vertaler Ton Naaijkens (1953, geboren in het jaar dat Nijhoff stierf) de Martinus Nijhoff Vertaalprijs heeft gekregen. De prijs is bestemd voor vertalers die vertalen in en uit het Nederlands. Elk jaar wordt een vertaler die vertaalt in het Nederlands bekroond. Eens in de vijf jaar – bij elk lustrum van het Cultuurfonds – krijgt tevens een vertaler die vertaalt uit het Nederlands de prijs toegekend.

Ton Naaijkens krijgt de prijs voor zijn vertalingen van poëzie en proza uit het Duits. De jury prijst niet alleen zijn indrukwekkende, rijke oeuvre, maar ook zijn decennialange inzet om ‘vertaling in het cultuurleven en vooral in het hoger onderwijs een plek te geven’. Naaijkens is vooral bekend van zijn vertalingen van het werk van dichter Paul Celan (1920-1970). In een artikel over het werk van Ton Naaijkens stelt de schrijver van het artikel: ” Hoewel Naaijkens ook werk van Robert Musil en hedendaagse Duitse dichters heeft vertaald, kun je gerust stellen dat de vertaling van Celans oeuvre zijn levenswerk is geworden.”

Mooi dat een vertaler van dichters, een vertaalprijs krijgt die vernoemd is naar een dichter (en vertaler) namelijk Martinus Nijhoff (1894-1953). In 1934 verscheen van Nijhoff de bundel ‘Nieuwe gedichten’ en daaruit komt het gedicht ‘Het lied der dwaze bijen’. Lees hier een analyse van dit bijzondere gedicht.

.

Het lied der dwaze bijen

..

Een geur van hooger honing
verbitterde de bloemen,
een geur van hooger honing
verdreef ons uit de woning.
.
Die geur en een zacht zoemen
in het azuur bevrozen,
die geur en een zacht zoemen,
een steeds herhaald niet-noemen,
.
ried ons, ach roekeloozen,
de tuinen op te geven,
riep ons, ach roekeloozen
naar raadselige rozen.
.
Ver van ons volk en leven
zijn wij naar avonturen
ver van ons volk en leven
jubelend voortgedreven.
.
Niemand kan van nature
zijn hartstocht onderbreken,
niemand kan van nature
in lijve den dood verduren.
.
Steeds heviger bezweken,
steeds helderder doorschenen,
steeds heviger bezweken
naar het ontwijkend teeken,
.
stegen wij en verdwenen,
ontvoerd, ontlijfd, ontzworven,
stegen wij en verdwenen
als glinsteringen henen. –
.
Het sneeuwt, wij zijn gestorven,
wij dwarrelen naar beneden.
Het sneeuwt, wij zijn gestorven,
het sneeuwt tusschen de korven.

.

Laatste wens

Paul van Vliet

.

Op 25 april overleed Paul van Vliet (1935-2023), cabaretier, schrijver, zanger, stichter van het leukste (en kleinste) theatertje van Nederland Pepijn in Den Haag én ambassadeur van Unicef. Zijn teksten waren menselijk, gevoelig en herkenbaar voor een groot publiek. In De Posthoorn, aan het Korte Voorhout in Den Haag, waar regelmatig het poëziepodium Poëzie in de Posthoorn wordt georganiseerd, had Paul van Vliet een vaste tafel waar hij zijn teksten schreef (tafel 20 in het restaurant, tafel 60 op het terras). Dezelfde plek waar ook Wim de Bie en ook Paul Verhoeven regelmatig werden gespot.

Paul van Vliet schreef naast theaterteksten dus ook liedjes en hoewel deze liedjes geen hogere poëzie zijn, zijn ze wel degelijk poëtisch en hebben ze zich in het collectief geheugen van veel Nederlanders genesteld. Teksten zoals ‘Meisjes van dertig’, ‘Er is nog zoveel niet gezegd’ en ‘Meisjes van dertien’. In 2013 ontving van Vliet de Groenman-taalprijs omdat ‘hij alle lagen van onze taal aanboort en dat doet met een uitgebalanceerde combinatie van humor, weemoed en lichte spot’. Diezelfde lichtheid en milde spot klinkt door in ‘Laatste wens’ waarin hij vooruitkijkt naar zijn eigen sterven. Laten we hopen dat zijn wens geuit in dit liedvers is uitgekomen.

.

Laatste wens 

.

Ik ben niet bang
Om dood te gaan
Ik ben alleen maar bang
Voor de manier waarop
Ja goed het is nog niet zover
En als je ‘t niet wilt
Daarover praten
Dat ik liever stop
Dan hou ik er meteen weer over op.

.

Maar toch, je weet het nooit
Het is natuurlijk onzin
Maar je denkt wel es van ‘als’
En ‘hoe’ en ‘wat’
En het is ook daarom dat…
Nee alles werkt nog goed
En functioneert nog
Zoals het moet maar toch…

.

Ja kijk, ik ben zo bang
Dat als het zover is
Dat er dan mensen
Gaan beslissen over mij
Mijn lichaam en mijn leven
En mijn dood
Omdat ze vinden dat ikzelf
Dat niet meer kan
En…dat zíj dat dan…

.

Dus daarom zeg ik het
Je toch maar liever nu
Voor het geval dat
Als ik dan…
Wou ik je vragen of
Jij…als het kan
Ervoor wil zorgen
Dat ik niet in zo’n ziekenhuis
Maar bij ons thuis
En in mijn eigen bed
Op de manier zoals ik wil…

.

Het laatste restje zelfrespect
Dat je een mens moet laten
Is toch, dat hij zelf mag zeggen
Hoe hij wil dat hij vertrekt.
Jij kent mijn lichaam beter
Dan zo’n dokter of zo’n
Zuster met een thermometer
En hoe het met mij gaat
Hoef jij niet af te lezen
Van zo’n apparaat
Jij hoeft mijn hartslag
Niet te meten
Jij zal na al die jaren
Beter weten
Hoe het daarmee staat…

.

Jij hebt het kloppen
Van mijn bloed
In jou gevoeld…, ja toch?
Jij kent mijn adem en mijn angsten en mijn zweet
Jij kent toch ieder plekje van mijn huid
En als iemand weet
Wat ik daaronder voel
Ben jij dat toch…?

.

Dus, als het zover is
Laat mij dan thuis
Dat jij niet op bezóek komt
Maar d’r bént
Gewoon zoals altijd
Mijn eigen bed, mijn eigen huis
Vertrouwd, bekend

.

Ja, God
Ik zit maar wat te zeuren
En het is nog niet zover
Maar goed
Dan weet je ‘t vast
Voor straks
Mijn laatste wens:
Mijn eigen huis
Mijn eigen bed
En jouw intensive care.

.

School der Poëzie

Huub Oosterhuis

.

Afgelopen week overleed  (1933-2023) theoloog en dichter. Hij publiceerde een groot aantal liederen en gedichten en beïnvloedde de modernistische denkbeelden over liturgie en kerkelijk leven in Nederland. Op Facebook las ik in commentaren op zijn overlijden dat niet iedereen gecharmeerd was van zijn werk, in veel gevallen door zijn afkomst en zijn werk dat vele raakvlakken heeft met religie en de kerk.

Toch schreef Oosterhuis ook veel poëzie die geen raakvlakken heeft met religie. Hij was bijvoorbeeld de bedenker en de oprichter van de School der Poëzie. School der Poëzie ontleent haar naam aan de verzamelbundel van tachtiger Herman Gorter (1897) en het beroemde gedicht van vijftiger Lucebert (1952). Oosterhuis zocht naar een manier om jongeren te bereiken met poëzie. Van oudsher was en is de drempel naar poëzie hoog, zeker voor lager opgeleide jongeren. Intensieve lessen in poëzie én de mogelijkheid om poëzie te zien, uit te spreken en beluisteren in een wervelende show waarin de jongeren zelf de hoofdrol spelen bleek een effectieve aanpak om jongeren te bereiken.

In de bundel ‘Handgeschreven’ verzamelde gedichten 1950-2020 dat verscheen in 2020 staat het gedicht over de School der Poëzie.

.

School der Poëzie

.

Ik wou dat ik een beetje zwart was

dat ik in een ver groen land woonde

niet in een klas zat maar in een tuin-

dan komt de grote Ilonka

met tassen vol gedichten

en zegt dag donkere mooie jongen

en leert mij lezen

.

dan mocht ik van haar

ook zelf gedichten schrijven hele vele

dan zou ik schrijven

.

ik zie de zon

als watervallen stralen

ik hoor de vogels krenkelen

in de boomtoppen

van mijn geboortewoud.

.

Dan zou zij mooi mooi zeggen

en nog eens mooi-

dan zou ik zeggen dank u wel

.

maar wou liever

ik bemin u

zeggen

.

grote Ilonka lieve.

.