Categorie archief: Over Poëzie
Poëzie zeker
Wat is poëzie?
.
Als je al jaren over poëzie schrijft, zelf poëzie schrijft en er dagelijks mee bezig bent dan wordt de vraag nog wel een gesteld wat poëzie nu eigenlijk is. Op die vraag is geen eenduidig antwoord mogelijk blijkt. Definities genoeg maar geen enkele definitie is hetzelfde. Daarom ben ik eens op onderzoek uitgegaan wat er zoal over wordt gedacht en gezegd. Ter lering ende vermaeck zeg maar.
De Amerikaanse dichter Emily Dickinson schreef ooit in een brief: “If I feel physically as if the top of my head were taken off, I know that is poetry.” De Engelse dichter A.E. Housman zei hierover: “I have to keep a close watch over my thoughts when I’m shaving in the morning, for if a line of poetry strayed into my memory, a shiver races down my spine and my skin would bristle so that my razor ceased to act.”
Ik vergelijk dit met een eigen ervaring. Wanneer je gaat slapen en je bent bijna in slaap maar nog niet helemaal en je gedachten vormen zich in zinnen waarvan je weet dat dit een gedicht op gaat leveren. Dan moet je jezelf dwingen op te staan, of een pen en papier pakken en deze zinnen op schrijven. Hieruit komen vaak de mooiste gedichten.
Dichters kunnen soms ook heel dichterlijk zijn in het omschrijven wat nu precies poëzie is. Voorbeelden hiervan zijn: ‘A thought, caught in the act of dawning’, ‘Means of bringing the wind in the grasses into the house’, of ‘Poetry is a pheasant disappearing in the brush’.
Net als andere vormen van literatuur kan poëzie proberen een verhaal te vertellen, een drama uit te voeren, ideeën over te brengen, levendige, unieke beschrijvingen te geven of onze innerlijke spirituele, emotionele of psychologische staat van zijn uit te drukken. Toch vestigt poëzie bijzondere aandacht op de woorden zelf: hun geluiden, texturen, patronen en betekenissen. Het is vooral ook interessant om je te concentreren op de verbale muziek die inherent is aan de taal.
Een ander opmerkelijk feit is dat meer dan negentig procent van de gedichten in een standaard poëziebloemlezing ( of dat nu Nederlandstalig, Engels, Duits, Spaans of wat voor taal dan ook is) in formele gestructureerde, hoogpatroonvormige metrische versen geschreven zijn. Terwijl de productie van actuele poëzie in meer dan negentig procent bestaat uit vrije vormen. Hieruit blijkt dat wat er onder poëzie verstaan wordt in de loop van de jaren, deccenia, eeuwen, verandert.
Een Amerikaans dichter zei ooit dat een gedicht een “tijdsmachine” is die uit woorden is gemaakt, waarmee mensen in het verleden met ons kunnen praten en wij kunnen spreken met mensen in het verleden, het heden en de toekomst.
Voorzichtige conclusie na een kort onderzoekje dat in geen enkel opzicht enige wetenschappelijke waarde heeft: Poëzie is een god met vele gezichten of zoals Allen Ginsberg het zei: “Poetry is the one place where people can speak their original human mind, it is the outlet for people to say in public what is known in private”.
En omdat elke aanleiding genoeg is om een gedicht te plaatsen of te lezen deze keer een gedicht van Toon Tellegen over poëzie uit ‘Gewone gedichten’ uit 1998.
.
Voorwaarden waaraan een..
Voorwaarden waaraan een
gedicht moet voldoen
Het moet pijnlijk zijn:
altijd, hoe dan ook.
Ik moet het er nooit mee eens
zijn.
Met een lantaarn en een vergrootglas moet ik –
op mijn knieen en vervolgens op mijn buik –
de logica zoeken,
die het telkens laat vallen.
Het moet zich verheffen – daar mag geen twijfel over zijn –
het moet zich altijd verheffen uit zijn nederige stoel,
de ramen opendoen
en zingen – luidkeels, schor en onzinnig –
over de liefde en over mij,
de geur van rozen en onsterfelijkheid, bijna geloofwaardig,
om zich heen,
en nog pijnlijker moet het zijn, nog veel pijnlijker.
.
Afbeelding Poëziecafé Bibliotheek Amstelland
Misplaatst in de tijd
Valentijnsgedicht
.
Op zoek naar een heel ander onderwerp kwam ik een artikel tegen van Suzanne Hurt. Wat mijn aandacht meteen trok was de afbeelding onderaan dit bericht. Toen ik verder las wist ik dat ik hier over wilde schrijven. Hoewel Valentijnsdag in februari valt (en dus pas weer over een klein jaar) is de uiteenzetting op de afbeelding er een waar dichters altijd iets aan hebben. Liefdespoëzie is van alle tijden en kent geen vaste data.
Een goed liefdesgedicht gaat over het verlangen naar connectie, of dat nu een fysieke, emotionele of mentale verbinding is maakt in wezen niet uit, zegt professor Engelse literatuur Nikia Chaney van San Bernardino Valley College.
“Het is een zeer persoonlijke uitdrukking van liefde, van dankbaarheid. Het is een omhelzing die we zelden laten zien. En daarom wordt het een liefdesgedicht; Omdat er iets in zit dat niet is aangetoond, “zegt Juan Felipe Herrera, Dichter Laureaat van Californië, die creatief schrijven aan de universiteit van Riverside doceert.
Herrera heeft in een soort blokkenschema (in dit geval heel toepasselijk een hart met kamers), de 5 elementen genoemd waaruit een goed liefdesgedicht zou moeten bestaan. En het proces beschreven om tot een liefdesgedicht te komen. Misschien heb je hele andere ideeën over hoe een liefdesgedicht eruit zou moeten zien of waaruit een goed liefdesgedicht zou moeten bestaan. Voor degene die er moeite mee hebben en toch graag iets mee zouden willen is het hart van Ferrera wellicht een goede hulp.
Geen post over liefdespoëzie zonder een mooi voorbeeld en daarom hier een liefdesgedicht van Gerrit Achterberg uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1963.
.
Democraat
.
In deze kamer ben ik eindlijk thuis.
Ik zal geen vers meer schrijven dat mijn leven
uiteen moet rukken om te zijn geschreven.
Ben ik een dichter, dan is ’t per abuis.
.
Ik lees het nieuwe boek. De kachel suist.
Geertruida staat een overhemd te strijken.
Ik heb maar van de bladzij op te kijken
om te beseffen welk geluk hier huist.
.
Zo zal het door de jaren blijven duren.
We krijgen straks een kind en mijn pensioen
zal voor onze ouwe daghet zijne doen.
We hoeven niet voortijdig te verzuren.
.
Ook leven wij in vrede met de buren.
De ene heet van Brakel, de ander Griffioen.
.
Verboden vrucht
Schrijfwedstrijd Dichters tussen de kassen
.
Op dinsdagavond 28 maart was het eerste Westlands Boekengala, een avond vol (o.a. spokenword en slam)poëzie (Jules Deelder, Else Kemps, Justin Samgar en Fresku) en muziek. Op dit gala werden ook de prijswinnaars bekend gemaakt van de schrijfwedstrijd die Dichters tussen de kassen had georganiseerd.
Ik was als juryvoorzitter gevraagd en samen met Susanne van den Beukel, Gé Ansems, Paul Vis en Adrienne Vooijs werden de 40 inzendingen beoordeeld in uiteindelijk drie categorieën. Korte verhalen volwassenen en jeugd en poëzie volwassenen.
Van de 20 inzendingen voor de poëziewedstrijd werden een winnaar en een aanmoedigingsprijs gekozen. De aanmoedigingsprijs ging naar het gedicht ‘Appels en naakten’ van Etwin Grootscholten en de winnaar was Giel van der Hoeven met het gedicht ‘Verrukkelijk’.
Na deze zeer geslaagde en mooie avond wilde ik de twee gedichten met jullie delen.
.
Over verboden vruchten wat van alles kan zijn, maar ’t is steeds weer…
Verrukkelijk
Soms wil ik compleet verdwalen
om mezelf weer terug te vinden.
Zonder levensidealen, mij door
verleiding laten verblinden.
Verlies daarbij verantwoording;
goede trouw ontglipt me even.
‘k Geef toe aan een verrukking,
door verlangen ingegeven.
Als de muze zingt dan dans ik;
de smaak van begeerte is sterk.
Al ben ik dan een stouterik,
‘t inspireert mij tot fraai dichtwerk.
.
appels en naakten
als zij thuis zou zijn,
dan heb ik geen appel.
en mochten zij er beiden zijn,
de één dicht bij
in de deuropening,
de ander iets verder weg
in de gaard,
naakt,
dan zijn er nog geen appels.
ik verkoop ze niet.
ik geef ze niet weg.
ik heb ze niet.
.
.
Tot slot het juryrapport over deze twee gedichten:
De dichter van ‘Verrukkelijk’ heeft gebruikgemaakt van een min of meer klassieke dichtvorm, drie coupletten van telkens vier regels. In het eerste couplet begint de dichter aarzelend te rijmen, slechts twee van de vier regels eindigt met een rijmwoord. Doordat echter het eindwoord van de eerste regel rijmt op een woord halverwege de derde zin is dit niet echt storend. Het is een soort inleiding voor de volgende twee coupletten met een strak rijmschema, zonder dat er overigens sprake is van enige rijmdwang. De rijmwoorden komen volkomen natuurlijk over.
Zij versterken het ritme van dit gedicht, een vers met een hoorbaar muzikaal gehalte. De dichter speelt op een aanstekelijke wijze met het begrip ‘verboden vruchten’, wat volgens hem of haar ‘van alles kan zijn’ Hij of zij heeft het thema zich persoonlijk toegeëigend, het gedicht gaat over verlangen naar vrijheid, erotiek, overspel. Maar het wordt slechts aangestipt zodat er voor de lezer ruimte genoeg overblijft voor een persoonlijke invulling. En juist dit verhoogt de aantrekkelijkheid van dit gedicht. Het is heerlijk speels, ja het is zoals de titel zegt verrukkelijk en dat maakt dit gedicht zondermeer prijzenswaardig. De jury heeft dan ook gemeend de maker van dit gedicht te moeten belonen met de eerste prijs.
De schrijver van het gedicht ‘Appels en Naakten’ wordt door de jury beloond met de aanmoedigingsprijs. Met dit gebaar wil de jury de dichter aanmoedigen door te gaan op de ingeslagen weg. De dichter is er in geslaagd om met spaarzaam taalgebruik toch veel zeggingskracht te bewerkstelligen. Door de gehanteerde vrije versvorm en het ontbreken van allerlei details gaat het feitelijk om een reeks korte krachtige ‘statements’ die een vervreemdend effect teweeg brengen. Als lezer weet je eigenlijk niet waar je aan toe bent. Maar door de mysterieuze lading blijft het gedicht toch boeien tot en met de laatste regel.
.
De volgende editie van het Westlands Boekengala is op 15 maart 2018
African American Poetry
Elisabeth Alexander
.
In 2012 verscheen in de Verenigde Staten bij ‘Poetry for young people’ bij uitgeverij Sterling het bijzondere boek ‘African American Poetry. De reden dat dit zo’n bijzonder boek is ligt in het feit dat voor het eerst een bloemlezing van Afrikaans Amerikaanse poëzie werd samengesteld en uitgegeven met een overzicht vanaf de 18e eeuw tot nu en dan ook nog specifiek geschikt voor jongeren.
Redacteur Arnold Rampersad (van de Princeton University) beschrijft de geschiedenis van African American poetry, de invloeden (armoede, slavernij en racisme maar ook het alledaagse leven), de dichters waarvan enkele zelfs tijdens de slavernij al schreven, hoewel het verboden was bij wet om een slaaf te leren hoe te lezen en schrijven. Zo is in het boek te lezen dat reeds in 1773 een boek van een African American dichter werd gepubliceerd met de titel ‘Poems on Various Subjects, Religious and Moral’ door Phillis Wheatley.
Een gedicht uit het boek is ‘Apollo’ door Elisabeth Alexander. Zij is professor aan de Yale University in New Haven, Connecticut, graduate bij Yale, Boston University, en de University of Pennsylvania, waar ze een doctoraat in Literatuur heeft gehaald. President Obama vroeg haar een gedicht voor te dragen bij zijn inauguratie in 2009.
Haar gedicht ‘ Apollo’ neemt je mee terug naar 20 juli 1969, toen de eerste mens voet zette op de maan. Een Afrikaans Amerikaanse familie is zo nieuwsgierig naar dit historische moment, dat ze tijdens een autorit stoppen bij een wegrestaurant om het op televisie te volgen. Het restaurant zit vol blanke Amerikanen (het was de tijd van de rassenonlusten tussen de zwarte en blanke Amerikanen). Maar op dat moment vallen alle raciale spanningen weg bij de gebeurtenissen in de ruimte die ze samen op televisie volgen waarmee de spanningen feitelijk naar juiste proporties worden terug gebracht.
.
Dichter in verzet
Piet Gerbrandy
.
Een paar jaar geleden vroeg ik mijn lezers wat ze nog zouden willen lezen op dit blog, welke categorie er gemist werd? Ik weet nog dat één van de antwoorden toen, de categorie Dichter in verzet was. In de loop van de tijd heb ik al verschillende stukken gewijd aan dichters in verzet. In verzet tegen dictaturen, tegen politieke machthebbers, maar ook tegen het kappen van een stuk bos ten behoeve van de aanleg van een snelweg (Amelisweerd) en tegen de heersende ideeën over hoe en wat poëzie zou moeten zijn (de Vijftigers).
In de Groene Amsterdammer van 19 januari jongstleden staat een artikel over een te organiseren filosofische nachtconferentie over ‘De mens in opstand, of: hoe wij ons nog kunnen verzetten’. Deze conferentie werd georganiseerd op 27 januari door De Groene Amsterdammer in samenwerking met de SSBA salon en de Fusie.
In het artikel over deze conferentie gaat dichter Piet Gerbrandy in op dichters en gedichten over het verzet, of zoals Gerbrandy het zegt: In dichten schuilt het nooit ophoudende verzet: ‘Een gedicht is altijd een tijdelijke overwinning.’
Een prachtig voorbeeld dat hij geeft is het gedicht van Hans Faverey (1933 – 1990) uit de bundel ‘Tegen het vergeten’ uit 1988 waarin de dichter zich tegen de dood verzet.
Het artikel lees je hier: https://www.groene.nl/artikel/tegen-alles-dat-niet-leuk-is
.
Geloof mij toch:
tegen de dood kan alles
worden ondernomen wat zich nu
nog verschuilt in zijn macht.
Vader en moeder tegelijk,
wordt hij zelf het kind
dat zin voor zin zich uitput,
zich afbeult tot wat er is: nacht-
vlinders, opgehitst tegen gekkotongen;
brulapenkoralen; kikkerrit kloppend
tegen stilstaand water; pauwestaarten,
Phaëton vangend. Zo ook, zo ooit
de duisterende frambozen daarmee zich
een voorhoofd wenst te tooien,
vlak voor het bevel, hope telkens ooit.
.
‘Liever het been dan het…’
Cees Nooteboom
.
Begin jaren tachtig van de vorige eeuw las ik zijn roman Rituelen en was meteen een fan van zijn werk. Dat hij ook poëzie schreef, daar kwam ik pas veel later achter. De hagenaar Cees Nooteboom (1933) heeft tientallen boeken op zijn naam staan, ontving talloze nationale en internationale prijzen voor zijn werk, werd in vele talen vertaald en wordt sinds jaar en dag genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Uit de bundel ‘Vuurtijd, ijstijd; gedichten 1955 – 1983’ het gedicht ‘Liever het been dan het…’ over poëzie.
.
‘Liever het been dan het …’
.
Liever het been dan het vel, liever
het oog dan de tranen, liever ik
dan de anderen, liever geheimen,
het geslotene, liever de dichter.
.
Laten de anderen de heldere stelsels openen
en er in sterven.
Ik sluit de geheimen, en als enige,
sterf zelf.
.
















