Categorie archief: stadsdichter
Niet alles komt zomaar
Thijs Kersten
.
In 2023 werd Thijs Kersten (2002) campusdichter van de Radboud universiteit in Nijmegen. Dat Thijs naast zijn studie niet stil zit blijkt ook uit het feit dat hij, samen met medestudenten Sophie Theunissen en Bo Polman het Radboud Creative Collective oprichtte. Creatief getalenteerde studenten konden zich aanmelden voor het collectief. Wie solliciteerde kreeg een opdracht. Daarna werd na een gesprek besloten wie zich bij het collectief kon aansluiten.
Voordat Thijs Kersten campusdichter werd, was hij al dorpsdichter van Heumen. In 2021, en toen ik dat las wist ik dat ik iets over hem wilde schrijven, probeerde hij de bezuinigingen op de bibliotheek te stoppen. In de jaren daarvoor was het budget al met 40% gekrompen en een verdere bezuiniging zou de sluiting van twee vestigingen betekenen. Om de bezuinigingen van tafel te krijgen wilde hij de potentie van de bibliotheek laten zien. Daarom organiseerde hij activiteiten in de bibliotheek van Malden (onderdeel van Heumen), zoals literaire avonden, samen met Sofie Deen, programmamaker. Mede dankzij de inzet van Thijs en de mensen van de bibliotheek besloot de gemeenteraad de bezuinigingen op de bibliotheek te schrappen.
Terug naar zijn dichterschap. Over zijn poëzie zegt Thijs: ‘Laat ik vooropstellen dat ik een absolute hekel heb aan rijmschema’s en versmaten. Ik weet er veel van, maar het is echt niet mijn ding. Ik speel meer met woordklank en ritme. Mijn doel is om mensen mee te krijgen met mijn poëzie. Dat lukt omdat ik weet hoe ik moet spelen met taal en met woorden de aandacht van de luisteraar vasthoud.’ In een gedicht dat hij als dorpsdichter schreef komt dat mooi naar voren.
.
Niet alles komt zomaar,
niet alles lukt zomaar,
maar er is al zoveel gelukt.
Ik weet niet altijd waar ik heen moet
of wat er morgen gaat gebeuren,
maar we doen het samen.
En als we soms de mist in gaan,
dan komen we er samen weer uit
aan de andere kant.
Want we hebben de ruimte om fouten te maken
om een keer iets opnieuw te doen
om ons twee keer te stoten aan dezelfde steen
of drie, of vier,
omdat we hier niet zomaar fout zijn
niet zomaar slecht of lastig of vervelend.
Hier zijn we thuis en hier is niet alles perfect
maar is het wel zo goed mogelijk
en is het elke dag beter en fijner.
Want als we hier fouten maken
rapen we elkaar gewoon op
en lopen we samen verder.
.
Er wonen woorden in mijn hoofd
Stadsdichters
.
Zoals zovele steden en dorpen heeft ook Gouda een stadsdichter. Een een junior staddichter. Een goed voorbeeld voor andere dorpen en steden. Geef jong talent een podium en wie weet tot wat voor poëtische parels ze uitgroeien. Een voor mij onbekende stadsdichter van Gouda is Ruud Broekhuizen (1967) die van 2014 tot 2016 stadsdichter was. In 2020 publiceerde Broekhuizen zijn debuutbundel ‘Een Lege Plek’. De bundel zag het licht in de vorm van een avondvullend theaterprogramma dat dezelfde titel droeg.
In zijn tijd als stadsdichter schreef Broekhuizen verschillende gedichten over de stad Gouda maar ook gedichten met een ander, vrij thema. Eén van die gedichten is getiteld ‘Er wonen woorden in mijn hoofd’.
.
Er wonen woorden in mijn hoofd
.
Er liggen letters in mijn hoofd
Luierend in de hangmat van de verbeelding
Beetje schommelen op gedachtegolven
Alsof het zomer is daarboven
.
De lelijkste tijd om een letter te zijn
.
Er wonen woorden in mijn hoofd
Eten zich een toekomst aan de keukentafel
Groeien hun hoofd tegen de zoldering
Om zich dan volwassen te noemen
.
Woorden wijzen soms de verkeerde weg
.
Er zingen zinnen in mijn hoofd
Kaatsende klanken aan een krekelmeer
Rijgen regels aaneen tot sereen symfonie
Roepend om meer vrijheid
.
Of ik mijn hoofd even leegschudt op papier
.
Maar de mooiste letters kennen geen volgorde
De mooiste woorden duren eindeloos
De mooiste zinnen zijn ongeschreven
.
Ze voelen het mooist
Het warmst
Het waarst
Het raakst
.
Als ik ze schrijf zijn ze verloren
Voor de schoonheid die ik ze heb beloofd
Toen ze nog woonden in mijn hoofd
.
Jonge stadsdichter
Anu Soerjoesing en Govert van de Velde
.
Al verschillende malen uitte ik mijn ongenoegen over het feit dat na Harry Zevenbergen (1964-2022) die stadsdichter was van Den Haag van 2007 tot 2009, er geen stadsdichter meer is geweest in de hofstad. Daar is sindsdien en ondanks mijn oppositie (en die van verschillende dichters) niets aan veranderd. Maar er gloorde hoop toen in 2023 Chelsy Valentina de eerste jonge staddichter van Den Haag werd, gevolgd in 2024 gevolgd door Adelina Ignat.
En nu, in 2025 zijn twee nieuwe Stadsdichters gekozen uit een groep van acht finalisten van vijftien middelbare scholen die dit jaar meededen aan de Jonge Stadsdichter Scholenwedstrijd, door de vakjury van dit jaar, bestaande uit Amara van der Elst, Mahat Arab en Dichter des Vaderlands (Dichter der Nederlanden) Babs Gons.
De twee nieuwe jonge stadsdichters zijn Anu Soerjoesing (16 jaar) en Govert van de Velde (13 jaar). De organisatie Jonge Stadsdichter is een samenwerking van de gemeente Den Haag, Huis van Gedichten, Bibliotheek Den Haag en het Literatuurmuseum.
Het gedicht waar Anu Soerjoesing mee won is getiteld ‘Ik weet’ en het winnende gedicht van Govert van de Velde is getiteld Wat is Den Haag? Of beter wie is Den Haag?
.
Ik weet
.
het landschap van boven
Straten kijken toe
Het licht straalt als een grasveld
De stappen zijn zwaar, een hand raakt de wolken aan
Ik ben de reus die lacht, vloeiend
en genadeloos
.
De grond trilt onder mijn voeten
maar de vogels vliegen niet weg
Mijn schaduw strekt zich uit over de wereld
het licht schijnt door
.
De wind raast over mijn lichaam
danst in mijn longen
een bekende tol van zuurstof
.
Niemand mag mijn vrijheid afpakken
zelfs niet ik
.
Het licht inspecteert
nieuwsgierig en stil
maar ik weet dat het groene licht
stiekem, naar mij lacht
.
Ooit ga ik vliegen
.
Nieuwe stadsdichter
Cedric Muchal
.
Afgelopen woensdag mocht ik alweer voor de vijfde keer in successie plaats nemen in de jury (als voorzitter) van de verkiezing stadsdichter Maassluis. Elke twee jaar wordt door een onafhankelijke organisatie en los van het gemeentebestuur een stadsdichter gekozen op basis van aanmeldingen. Dit keer deden 5 aspirant stadsdichters mee. Dat lijkt niet veel maar er is een jaar geweest met maar twee aanmeldingen waar toen ook nog op het laatste moment een dichter afhaakte.
De huidige stadsdichter Marleen Opschoor gaf nog eenmaal acte de présence en de deelnemende dichters droegen een stadsgedicht voor en een vrij gedicht dat ze schreven. De keuze was dit jaar niet makkelijk, de kwaliteit onder de deelnemende dichters was goed en dan komt het aan op de soms kleine verschillen. In dit geval gaf het spelen met de taal, de muzikaliteit en de voordracht de doorslag (in totaal gaf de jury op acht verschillende aspecten punten). De andere juryleden waren Jeroen den Harder (organisator van o.a. Literair de Lier) en wethouder Denise Mulder-Sonneveld.
De nieuwe stadsdichter van Maassluis is Cedric Muchal geworden. In Maassluis geen onbekende maar als dichter een nieuwe naam. Het gedicht dat hij als stadsgedicht schreef ‘Hard water’ deel ik hieronder met jullie. Een gedicht over dat deel van de Waterweg (het Scheur) waar Maassluis aan grenst.
.
Hard water
Schreiend
langs de keienrij
Een zwaan, een hond
een enk’le bij
Scheurend hart, verlicht aldaar
Een mens, een fiets, een zweveraar
De neus omhoog,
de kin opzij
Het zicht op lucht,
langszij de brei
Scheurend hard verlicht het daar
Een ren, een zit, een wandelaar
Een klaproos bloeit
en kijkt geboeid
naar een schip
dat een scheur
in nieuw water
wegroeit.
Het donker nat, het golvend zwaar
Maassluis de stad, verlicht aldaar
Het Scheur is thuis
waar leven stoeit
Dagelijks nacht
maar zonneklaar.
.
Cedric Muchal en Marleen Opschoor
Brug
Dag 18: Steven Van de Putte
.
Van de schrijver van het boek Iedereen stadsdichter Steven Van de Putte (1976), een stadsgedicht ‘Brug’ dat hij schreef als stadsdichter van Deinze.
.
Brug (Opening Buurtpunt ‘Onder ’t perron’, Landegem)
(voor Mieke De Visscher, schilderes, fervente reiziger)
Eerst zwijgt zij nog, haar rugzak vol reizen, legt
zij haar oor aan het raam. Dendert Oostende al?
.
Zo wacht zij mij in, zoekt een vrij spoor
in mijn ogen, schuift letters tot het witte
gewicht van haar woorden, legt vingers
als wissels op de wonden van het dorp:
.
bloed als geroot vlaswater naar te vroege zee.
Een sabel voor altijd in oevers gebeiteld.
.
Tussen kust en kanaal rijdt de rollercoaster
het landschap open. De ontsporing nabij
oververft zij de vallei in felle kleuren. Met
populieren als penselen plukt zij het geluk
.
uit wolkenvelden. Zal zij straks met de oogst
van haar ogen nieuwe bruggen bouwen?
.
Poëziepodium
Oud Eik en Duinen
.
Voor wie zich verveelt, vandaag graag een bezoek aan Den Haag brengt, van poëzie houdt of gewoon een leuke en interessante middag wil hebben met dichters is er het Dichter bij de dood poëziepodium. Op de begraafplaats Oud eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag zullen een aantal dichters acte de présence geven. Onder andere Steven Van Der Heyden en Ericka De Stercke uit Vlaanderen, Max Leroux en Renske Visser. Uiteraard is er een open podium. De oude aula op de begraafplaats is vanaf 13.30 geopend. Het programma begint om 14.00 uur en duurt tot ca. 16.00 uur. Deze poëziemiddag wordt mogelijk gemaakt door poëziestichting Ongehoord!, Marjon van der Vegt (presentatie) en de Cultuur Schakel Den Haag.
Een van de optredende dichters is Steven Van Der Heyden (1974), een mij inmiddels bekende dichter sinds de bundelpresentatie van ‘Zelfportret met woord’ van Hans Franse. Steven debuteerde met zijn solobundel ‘Filigraan’ en hij publiceerde in verschillende magazines en tijdschriften als Het Liegend Konijn, Het Gezeefde Gedicht, Meander, De Revisor, De schaal van Digther, Mugzine, Tijdschrift Landauer, Ballustrada, en Liter. In 2023 won hij de Rob de Vos-prijs en hij is stadsdichter van Roeselare. Daarnaast is Steven klimaatdichter en redactielid van het e-zine Roer.me.
Alle reden dus om naar hem en de andere dichters te komen kijken en luisteren op Oud Eik en Duinen. De toegang is gratis en de begraafplaats zorgt voor koffie en thee. Als voorproefje een gedicht van Steven dat hij schreef over een boom in Roeselare als stadsdichter getiteld ‘De Zwarte Els’.
.
De Zwarte Els
.
onder haar huid en in het diepste geheim
bundelen wortels zich tot vuistdikke knollen
die nakomelingen en stikstof bewaren
stugge wapens tegen steen en beton
ze aardt het best met ingesneden blad
dat de wind vangt die water aanvoert
met ingerold verlangen droomt ze van binding
ook al telt haar vlees een enkele jaarring
gastvrij waakt haar hart over zomen van pleinen
kades en parken , pompt zuurstof de nieuwe
stadszichten in, haar voeten koelen het asfalt
voor mos en dier wiegt ze de wereld anders
hittegolven gaan liggen in haar schaduw
onstuitbaar tast ze bosranden af,
haar taaie lichaam een wissel op later
groene sleutel voor ons eindig verdwijnen
.
Dagen van glas
Eric Vandenwyngaerden
.
Ik weet niet precies waardoor het komt maar de laatste weken heb ik een bijzondere focus op Vlaamse dichters. Zo ook vandaag. Dit keer betreft het de dichter Eric Vandenwyngaerden (1955), voormalig stadsdichter van Diest (2010-2012). Over zijn bundel ‘Toegevoegde tijd’ uit 2019 schreef Christina Vanderhaeghe destijds op Meander Magazine: “Zoals Szymborska’s onsterfelijke hand van het schrijven, zo laat Vandenwyngaerden zijn onuitgesproken verzet tegen zijn eindigheid op papier achter”. Roger Nupie (De Boekhouding) schreef over deze bundel: Deze poëzie levert boeiende gedichten op, waarbij het niet draait om het ego, maar om het wij-gevoel: wat dat (nog) inhoudt, wat ervan overblijft, wat mettertijd verglijdt.”
Je begrijpt dat ik bijzonder nieuwsgierig was naar zijn laatste bundel ‘Dagen van glas’ in eigen beheer uitgegeven begin van dit jaar. De bundel bestaat uit zes delen en de titel is goed gekozen: in alle delen komt de breekbaarheid terug. Of het nu gaat om de polsbreuk van de muze van de dichter, een periode van breekbaarheid (de Coronatijd), het breken van glas of de breuk met het leven (de dood). Deze laatste breuk komt (uiteraard) terug in het titelgedicht, een eerbetoon aan Lutgart Simoens (1928-2020), een van Vlaanderens meest populaire radiocoryfeeën van de 20ste eeuw.
En voor wie nu denkt dat dit een volkomen onbekende is, niets is minder waar. Simoens was een jaar lang te horen bij het zeer goed beluisterde programma De Avondspits van Frits Spits op radio 3. Hij bezorgde haar ook haar bijnaam ‘De engel van Vlaanderen’. Veel van de gedichten zijn opgedragen aan dichters, schrijvers of specifieke gedichten. In het hoofdstuk ‘Dagen van glas’ zijn alle gedichten opgedragen aan bekende Vlamingen (en een Nederlander Menno Wigman) die tussen 2017 en 2022 zijn overleden.
Uit deze bundel heb ik uiteindelijk gekozen voor het gedicht uit dit laatste hoofdstuk opgedragen aan zanger Arno Hintjens (voormalig zanger van TC Matic) omdat ik altijd graag luisterde naar de muziek van TC Matic. Het gedicht is getiteld ‘Oostende’.
.
Oostende
.
Over het water. Over de wind die waait
en wilde haren.
De tijd zet aan. Het leven bijt
en ondermijnt. Hoe huid verkleedt
zich.
.
Hoe hij zich in het kind in hem te
slapen
legt en danst een tango tot hij valt.
.
‘Il est tombé du ciel’, zingt hij. En
krast
zijn bleek geworden woorden door de
nacht.
.
De scène trilt. In rimpelingen gaat de
spiegel-
deken. Alles verdrinkt – de hemel
tekent zwart.
.
Dat ijsberen eieren eten
Margreet Schouwenaar
.
Dichter Margreet Schouwenaar (1955) schrijft al lang poëzie en kinderboeken. In 1992 debuteerde ze met de bundel ‘De drempel die vertrek is’ maar in 1994 werd ze al genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs voor vier gedichten van haar die gepubliceerd werden in De Revisor. Inmiddels is haar nieuwe bundel ‘Dat ijsberen eieren eten’ (2024) die bij uitgeverij P is gepubliceerd haar 14e poëziebundel.
Regelmatig verschijnen er publicaties van haar in literaire bladen zoals de Revisor, Tirade (voorheen ‘Nieuwe Wereld Tijdschrift’) en de Poëziekrant. Daarnaast werden er gedichten van haar hand opgenomen in verzamelbundels als “Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis”, “Vrouwen dichten anders”, en ‘De 100 beste gedichten van 2000’.
In 2009 volgde zij Joost Zwagerman op als stadsdichter van Alkmaar (tot 2018). In deze functie initieerde zij in navolging van F. Starik ‘De eenzame uitvaart’ in Alkmaar. Zij richtte tevens een dichtersgilde op en gaf de aanzet voor een poëzieroute door de binnenstad van Alkmaar.
Maar nu is er dus een nieuwe bundel. Taal voor Margreet Schouwenaar is een dankbaar middel, een gereedschap om haar poëzie te maken, fysieke en zintuigelijke poëzie, waarin steeds opnieuw iets denkt te herkennen, maar vervolgens verrast bent over dat wat getoond wordt. In de recensie van Pom Wolf schrijft hij dat de titel van de bundel de lading (van deze bundel) niet dekt maar dat het gedicht ‘De weg naar huis’ dit wel doet. Ik ben het met Pom eens, in deze bundel komt de reis die Margreet Schouwenaar heeft afgelegd naar de dag van vandaag, in vele aspecten van haar leven, aan de orde. Er wordt teruggekeken, soms met enige melancholie, soms met een blik naar de toekomst. Persoonlijk en poëtisch.
Het was voor mij een eerste uitgebreide kennismaking met het werk van Schouwenaar en die is me zeer bevallen. Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Lucht’ uit het hoofdstuk dat dezelfde titel draagt als de bundel.
.
Lucht
.
De droge lucht laat naalden vallen. De wind windt
klittenband. De kaart met het paradijs is kwijt. Zo
groeit wanhoop. Beloften worden gevouwen en
als vliegtuigjes omhoog gegooid. Zoals altijd
tarten ze de rechte baan, het naadloos scheren.
.
Alles valt op z’n plaats. Misschien is dood
te licht; de hand die aarzelend het water raakt, half
koel, half warm, tot met een beweging in het deinend
oppervlak elk beeld verdwijnt. Onderbreek me maar,
ik wacht op woorden die de weg naar huis weten
.
en zet tot die tijd de ramen open, zodat
de hitte niet verstikt.
.
De werkelijkheid
David Muiderman
.
In 2007 werd Harry Zevenbergen (1964-2022) de eerste en tot nu toe enige stadsdichter van Den Haag. Een van de opdrachten die hij mee kreeg was om poëzie op verschillende manieren in de stad op te laten duiken. Hij organiseerde de Stadsdichterskrant, de junior stadsdichter (die zijn toenmalige vrouw Diann van Faassen inmiddels nieuw leven in heeft geblazen), Guerillapoëzie en een poëtische wandeling tijdens het Uitfestival.
Maar hij organiseerde ook ‘Dichter op locatie’. Vijf dichters kregen de opdracht om een week lang te verblijven op een locatie naar keuze in de stad. De ervaringen van deze dichters werden vastgelegd in een dagboek met foto’s en gedichten getiteld ‘Met beide voeten in de modder’. In de eerste editie van 2008 (in 2009 zou een vervolg komen met bijbehorend dagboek) waren dit de dichters Jeroen de Vos, Gilles Boeuf, Jet Crielaard, Anne-Tjerk Mante en David Muiderman.
Deze laatste dichter, David Muiderman (1972) verbleef een week op de Haagse markt, de grootste markt van Nederland en een van de grootste onoverdekte markten van Europa waar mensen uit alle windstreken hun boodschappen doen. Uit zijn verslag van deze week komt het gedicht ‘De werkelijkheid’.
.
De werkelijkheid
.
Als in alle vroegte de mens
Als een bloem te slapen ligt
Alleen de dichter nog zijn hart verliest
Trekken de eerste voertuigen
Ten volle gevuld met fruit en derivaten
Als muizen uit hun huizen
.
Lichtvoetig betreden zij de straten
Bewegen op de muren
Als de schaduw van een kater
In de richting van het marktplein
.
Vlak voor de nacht is afgelopen
De dag is aangekleed
De kelen met koffie en teer gesmeerd
De appels één voor één op tafel uitgespreid
De bloemen uit hun knop getrokken
Blaast de dichter zijn hart uit
.














