Week van het liefdesgedicht

Zie je ik hou van je

.

Herman Gorter schreef al ‘Zie je ik hou van je / ik vin je zoo lief en zoo licht- / je oogen zijn zoo vol  licht, / ik hou van je, ik hou van je.

Liefdespoëzie is van alle tijden. Zolang er mensen zijn en zolang er poëzie wordt geschreven, wordt er liefdespoëzie geschreven. Daarom deze week louter liefdesgedichten op dit blog. Te beginnen vandaag met het gedicht waaruit bovenstaande strofe is genomen van Herman Gorter ‘Zie je ik hou van je…’ uit ‘Verzen’ uit 1987.

.

Zie je ik hou van je …

.

Zie je ik hou van je,

ik vin je zoo lief en zoo licht-

je oogen zijn zoo vol licht,

ik hou van je, ik hou van je.

.

En je neus en je mond en je haar

en je oogen en je hals waar

je kraagje zit en je oor

met je haar ervoor.

.

Zie je ik wou graag zijn

jou, maar het kan niet zijn,

het licht is om, je bent

nu toch wat je eenmaal bent.

.

O ja, ik hou van je,

ik hou zoo vrees’lijk van je,

ik wou het heelemaal zeggen-

maar ik kan het toch niet zeggen.

.

love

Van de zee

Willem Kloos

.

Willem Kloos (1859 – 1938) was dichter en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Tachtigers. De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur die van ca. 1880 tot 1894 bestond. In het werk van deze auteurs kwamen het  impressionisme en naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers zijn vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie (dichtkunst). De beweging moet worden beschouwd als een late voortzetting van en tevens een sterke kritiek op het werk uit de Romantiek, de periode die er direct aan vooraf was gegaan.

In 1880 debuteerde Kloos in het tijdschrift Nederland’met het gedicht ‘Rhodopis’. De gedichten die Kloos schreef in de jaren 80 van de 19e eeuw zijn in grote mate beïnvloed door de dichter Shelley. In 1885 richt hij samen met onder andere Frederik van Eeden en Albert Verwey het literaire tijdschrift ‘De Nieuwe Gids’ op. In dit tijdschrift publiceerde Kloos een reeks literaire kronieken, die samen een beeld geven van zijn poëtica. Hij legt hierbij de nadruk op het op persoonlijke wijze weergeven van emoties door de dichter.

Een veel geciteerde uitspraak van Kloos is dat kunst ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’ moet zijn. Vorm en inhoud zijn onscheidbaar; het gaat om l’art pour l’art (kunst om de kunst).

De dichter Kloos is nog steeds bij veel mensen bekend door de eerste regel van zijn ‘Sonnet V’ die luidt: “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten”.

Uit de bloemlezing met als titel die eerste regel uit 1980 het gedicht ‘Van de zee’ (jullie kennen mijn voorliefde voor de zee).

.

Van de zee

(aan Frederik van Eeden)

.

De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,

De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld

ziet;

De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,

Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet.

.

Zij wist van zich-zelven af in eeuwige verreining,

En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij

vliedt,

Zij drukt zich-zelven in duizenderlei lijning

En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.

.

O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,

Dan zou ik eerst gehéél en gróóts gelukkig zijn;

.

Dan had ik eerst geen lust naar menselijke

belustheid

Op menselijke vreugd en menselijke pijn;

.

Dan wàs mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,

Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nóg groter zijn.

.

kloos1923

 

 

Voor later

A. Roland Holst

.

Al eerder schreef ik over één van Neerlands grootste dichters Adriaan Roland Holst of zoals hij beter bekend is A. Roland Holst (1888- 1976). Roland Holst schreef vele poëziebundels en kreeg voor zijn werk menig literaire prijs. Zijn omvangrijke oeuvre wordt gekenmerkt door een eigen, plechtige stijl en rijke symboliek.

In 1971 verscheen bij Bert Bakker en C.A.J. van Dishoeck de dundrukbundel ‘Verzamelde gedichten’ met werken uit 14 van zijn bundels (van 1911 tot 1968) aangevuld met verspreide gedichten. Een prachtige bundel van 858 pagina’s.

Uit deze bundel het gedicht ‘Voor later’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn debuutbundel ‘Verzen’ uit 1911 als opmaat voor de komende week waarin ik liefdesgedichten centraal zal stellen op dit blog.

.

Voor later

.

‘k Geef nu aan jou mijn vreugd, mijn leed en

mijn schemergouden dromenschat,

opdat je later nog zal weten

hoe ik je eens heb liefgehad.

.

Later, als al dit schoon voorbij is,

want tijd neemt liefde, vreugde, smart –

als elk van ons weer droef en blij is

dicht aan een nieuw gevonden hart,

.

dan zal ineens alles vervagen

bij ’t zien van dit vergeten blad;

je zal weer dromen van de dagen

toen we in elkanders ogen zagen,

toen ik je zo heb liefgehad.

.

RolandHolst

Gedicht op een spandoek

Hubert van Herreweghen

.

Op de nationale gedichtendag in januari heeft de provincie Vlaams-Brabant eens flink uitgepakt. Op deze dag hing men een spandoek van liefst 50 meter op het Provincieplein in Pamel met daarop een gedicht van de 95-jarige dichter Hubert van Herreweghen.

De gedeputeerde voor Cultuur Tom Dehaene zei hierover: “Ook wij doen mee met deze hoogdag van de poëzie, en we doen dat met een gedicht van Hubert van Herreweghen op een spandoek van 50 meter’. “We zien het als een eerbetoon aan deze grote Vlaams-Brabantse dichter, afkomstig uit Pamel, die op 16 februari 95 jaar wordt. De tekst is één van de mooiste gedichten over een gedicht.”

De tekst gaat als volgt: ‘Alles, alles is gedicht, waar we slapen, staan en lopen, even gaat de toestand open om wat brood en wijn te kopen, dan wordt alles weer gedicht.’

In 1943 debuteerde van Herreweghen met de dichtbundel ‘Het jaar der gedachten’ maar werd meer bekend
door zijn bundels Gedichten II (1958) en Gedichten III (1961).
De ondergrond van zijn poëzie is telkens herinneringen uit de kindertijd, alledaagse ervaringen, de nauwkeurige observatie van de natuur en de relatie tussen man en vrouw.

Van zijn hand het gedicht ‘Tranen’ uit ‘Gedichten 69’ uit 1969.

.

Tranen

De tranen die de moeders schreien
als noodlots onweer loeit,
daarvan groenen de weien
waarop hun nakroost stoeit.

Op dat gras, met zout gedrenkt,
grazen de beste schapen.
Meisjes en knapen,
gedenkt.

.

gedicht op een spandoek

Hubert van Herreweghe 101

Toon Tellegen

Stof dat als een meisje

.

Toon Tellegen ken en waardeer ik al heel lang. Om zijn verhalen, zijn creativiteit en zijn bijzondere fantasie. In 2009 verscheen van hem de bundel ‘Stof dat als een meisje’. Door de titel word ik al meteen gegrepen. Het is zo’n titel die je twee, drie keer moet lezen om te begrijpen waar de dichter zit met zijn gedachten en dat zijn vaak de beste.

Chrétien Breukers schrijft over Toon Tellegen en deze bundel: “Tellegens bundel is monumentaal, verpletterend, onontkoombaar en noodzakelijk” en “Bij Tellegen speelt het zich niet af in de oorlog, of ligt ‘het gevaar op de loer, maar staat alles in de schaduw van de dood”  Daarnaast bouwt Tellegen aan een universum waarin “alles alsmaar hetzelfde is” maar doet hij dit vaak met humor.

Uit de bundel ‘Stof dat als een meisje” het gedicht zonder titel dat begint met ‘het regende’

.

Het regende

en de lucht was vol argwaan en moedeloosheid

.

en een engel verscheen,

zag om zich heen

en sloeg iemand neer,

en nog iemand

en nog iemand

.

en achteraan, in het donker, achter iedereen,

in elkaar gedoken, met zijn rug tegen een muur,

zat een man, keek naar de grond

en dacht na,

dacht dagen maanden jaren na

en dacht tenslotte, op een ochtend,

in een vlaag van roekeloosheid – meeuwen

krijsend in de bleke lucht:

ik, ik zal…

.

en de engel baande zich een weg naar hem

.

angel_statue_by_vini07-d5kziwe

stof

Tellegen

Als Atlas

Zichtbaar alleen

.

De bundel ‘Zichtbaar alleen’ die ik in 2008 publiceerde samen met fotograaf Ruben Philipsen mag zich nog altijd in een zekere belangstelling verheugen. Nog jaarlijks worden er exemplaren verkocht. Waarschijnlijk komt dit door de tijdloze foto’s en gedichten in combinatie met de uitvoering van de bundel, kwalitatief hoogstaand en met veel aandacht gemaakt.

Met enige regelmaat krijg ik ook nog de vraag om nog eens iets uit deze bundel te plaatsen. Vandaar vandaag het gedicht ‘Als Atlas’.

.

Als Atlas

.

Hoe vaak heb je het licht gezocht

de last gedragen, als Atlas

het hoofd gebogen

onder het gewicht van je verlangen

naar antwoorden en richting

.

Je tartte verstandige inzichten

revolteerde, bestormde, verloor

.

Gedwongen tot het einde

de last te dragen

de schoonheid en vrijheid

aanschouwend

als te begeren

maar onbereikbaar

.

.

Een exemplaar kopen van ‘Zichtbaar alleen’? Dat kan, mail me of reageer op dit bericht.

.

2015-04-29 11.49.50 HDR

ZA

Poëziepodium Maassluis

In het Witte Kerkje op 31 mei

.

Op zondag 31 mei organiseren de stichting Ongehoord! en de organisatie van Week van de Cultuur in Maassluis een poëziepodium in het Witte Kerkje in Maassluis van 14.00 tot ca. 16.30 uur.

.

wittekerkje

Dichters die die middag voordragen zijn:

Roel Weerheijm, Mark Boninsegna, Geraldina Metselaar, Dennis Kras, Sabine Kars, Jaap van Oostrum, Nanneke Beekhuis en  Marijke van Geest.

De muziek zal worden verzorgd door Han Remmerswaal en Geza Hargitai. Zij  spelen 2 sonates van Bach voor viola da gamba en clavecimbel, echter gespeeld op fagot en piano.

Uiteraard is er een Open podium. Wil je daar maximaal twee gedichten voordragen? Opgeven op de dag zelf aan de presentator  Wouter van Heiningen

Het Witte Kerkje staat aan de Constantijn Huygensstraat 1 in Maassluis

Roel

Sabine_Kars4

mark

 

GM

Avontuur in Groningen

Meindert Talma

.

Meindert Talma is romancier en muzikant en groeit op in het Friese Surhuisterveen. Maar ook dichter. Na de romans ‘Dammen met ome Hajo uit 1999 en Kriebelvisje uit 2003 verschijnt van hem in 2011 zijn debuutbundel als dichter ‘Laat het orgel jammeren’. Uit deze bundel het gedicht ‘Avontuur in Groningen’.

.

Avontuur in Groningen

.

Ik wil eens in Groningen kijken

of ik er misschien ook een mooi

avontuur kan beleven

had hij de vorige dag tegen zijn moeder gezegd.

Die had geen bezwaar gemaakt.

Je moest er tegenwoordig

uit halen wat er uit te halen viel.

Haar zoon moest zijn avontuur

daar in de grote stad morgen

maar eens ten volle aangaan.

Dat leek haar helemaal

niet zo’n verkeerd idee.

.

laathetorgeljammeren-boekomslag-m

SV-Meindert Talma

 

Het gevecht met de muze

Bertus Aafjes

.

Vandaag wil ik aandacht besteden aan de dichter Bertus Aafjes. Aafjes (1914-1993) was schrijver en dichter die ook onder de naam Jan Oranje publiceerde. Hij debuteerde met ‘Het gevecht met de muze’ waarover hierna meer. Hij maakte deel uit van de redactie van de literaire tijdschriften ‘Criterium’ en ‘Ad Interim’, was één van de oprichters van het blad ‘Klondyke’ en verleende zijn medewerking aan talrijke tijdschriften. In 1953 verscheen zijn (voorlopig) laatste dichtbundel ‘De Karavaan’ nadat hij zich negatief had uitgelaten over de Vijftigers.

In opdracht van het Elseviers Weekblad zou Aafjes in de zomer van 1953 zes artikelen aan de Vijftigers wijden, drie tegen en drie vóór deze groep experimentele dichters. Elsevier stopte de reeks echter nadat de eerste drie kritische artikelen een storm van protest hadden losgemaakt. Aafjes koos dan ook voor een ongekend harde toon, en zijn zin: “Lees ik Lucebert’s poëzie, dan heb ik het gevoel dat de SS de poëzie is binnengemarcheerd”, werd berucht. Veel lezers van het rechtse Elseviers Weekblad steunden Aafjes in zijn kritiek op de Vijftigers, maar vrijwel al zijn collega’s en bekenden uit de literaire wereld vielen over hem heen. De Elsevier-artikelen leidden ertoe dat Aafjes alleen kwam te staan in de literatuur en luidden ook het einde van zijn eigen dichterschap in.

Later in zijn leven zou Aafjes toegeven dat hij zich enorm vergist had en dat zijn afkeer van de Vijftigers al kort na het verschijnen van de gewraakte artikelen was omgeslagen in bewondering. In een brief uit 1983 bood Aafjes zelfs zijn excuses aan Lucebert aan, een van de dichters die hij in 1953 hard had aangevallen. Lucebert reageerde dat hij nooit wrok had gekoesterd tegen Aafjes en dat het jammer was dat ze elkaar nooit ontmoet hadden. Dan had de “roestige nutteloze strijdbijl” meteen begraven kunnen worden.

In 1980 publiceerde hij nog wel de bundel ‘Deus sive natura’ met erotische poëzie maar deze bundel werd zeer kritisch onthaald. In totaal publiceerde Bertus Aafjes meer dan 100 werken en kreeg hij o.a. de Tollensprijs (voor zijn gehele oeuvre) in 1953, de ANWB prijs voor ‘De wereld is een wonder’ in 1960 en de Cestodaprijs in 1989.

Uit mijn boekenkast heb ik de bundel ‘Het gevecht met de muze’ gehaald. Deze bundel uit 1965 bevat de bundels ‘Het gevecht met de muze’ (1940) en het  ‘Het zanduur van de dood’ (1941). Deze laatste bevat, de afdelingen ‘Het zanduur van de dood’, ‘Sonnetten uit 1938’ en ‘Verspreide gedichten’.

Op de achterflap staat onder andere over Aafjes geschreven: Hij is geboren met het herscheppend dichteroog, waarmee hij een morbide wereld kan veranderen in een lieflijk paradijs – een charmante leugen, waarin wij hem zo nu en dan gaarne willen geloven.

Uit ‘Het gevecht met de muze’ het gedicht (hoe kan het ook anders vandaag) ‘Zondagmorgen’.

.

Zondagmorgen

.

Grijs staat de gracht gedempt

En in het water weerspiegeld

Toeven de takken gestremd

En door de mist doodgewiegeld.

Hoor je de hoer die giechelt

Naakt naast haar wollen hemd,

Gierend en ongeregeld

Of zit zij vastgenageld

tussen toeklappende deuren?

Nu klinkt het weer gedempt.

.

aafjesgevechtmuze3

aafjes

Who you really are

E.E. Cummings

.

“IT TAKES COURAGE TO GROW UP AND TURN OUT TO BE WHO YOU REALLY ARE.”

Deze uitspraak is van E.E. Cummings. Ik kwam hem tegen op een website en elke keer als ik E.E. Cummings tegen kom wil ik een gedicht van hem plaatsen. E.E. is zo’n geweldige dichter en er zijn nog steeds mensen die hem niet kennen. Aan mij de schone taak hier verandering in te brengen. Vandaar vandaag het gedicht ‘Buffalo Bill’s’.

Dit bijzondere gedicht lijkt op het eerste gezicht een moeilijk te begrijpen gedicht maar als je er wat beter naar kijkt zit er veel in. Iets dat defunct is is dood, dus Buffalo Bill is dood. Buffalo Bill was een beroemd figuur uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. Hij had vele baantjes tot hij zijn ‘Wild West’ show’ start aan het einde van de 19e eeuw. Samen met andere performers deden ze aan rodeo-rijden op wilde paarden en kleiduiven schieten om te laten zien hoe goede schutters ze waren. Hij was een voorbeeld van iemand die volop leefde en heel vitaal was.

Cummings beschrijft Buffalo Bill tijdens zijn shows: watersmooth-silver/stallion,’ and breaking clay ‘pigeonsjustlikethat.’ Hij beschrijft hem ook als een knappe man. Wat Cummings hier doet is Buffalo Bill neer zetten als een symbool van alles wat wij willen zijn: knap, succesvol, levendig. Door over de dood van Buffalo Bill te spreken geeft hij aan dat zelfs de mooiste en meest getalenteerde mensen sterfelijk zijn. Dit wordt nog eens versterkt door de laatste zinnen ‘how do you like your blueeyed boy/Mister Death.’

De manier waarop Cummings het gedicht heeft opgeschreven ziet er uit als een soort levenscyclus. Hij begin links, gaat in de tekst steeds verder naar rechts en daarna weer naar links. Van geboorte naar volle wasdom en terug naar sterven.

Als je dan zo’n uitspraak leest van Cummings begrijp je ook wat beter wat hij bedoelt.

 

.

Buffalo Bill ‘s
defunct
                     who used to
                     ride a watersmooth-silver
                                                            stallion
and break onetwothreefourfive pigeonsjustlikethat

 

                                                                                                                        Jesus
he was a handsome man
                                                            and what i want to know is
how do you like your blueeyed boy
Mister Death
.
e.e.
eecummin
Met dank aan study.com