De dichter is maar blinde
H.H. ter Balkt (1938 – 2015)
Op zondag 8 maart 2015 is de dichter H.H. ter Balkt in zijn woonplaats Nijmegen overleden. Ter Balkt ontving gedurende zijn dichtersleven veel belangrijkste literaire prijzen, waaronder in 2003 de P.C. Hooftprijs, de Jan Campert prijs in 1988, de Constantijn Huygens-prijs in 1998 en de Herman Gorterprijs in 1972. Hij leidde de laatste jaren een sober en teruggetrokken bestaan en had al langere tijd een broze gezondheid. Van hem het gedicht ‘China, juni’.
.
China, juni
De dichter is maar blinde
vlier, hij kreunt en zingt
in de wind die in hem klimt
In juni bloeiden op dat plein papaver en gentiaan
(die elkaars geheime zwijgende geliefden zijn)
Demonische kweekgras-wortels mokten …Bloemkronen
lokten duizend plukkers uit hun schaduw
Woest doemden voerlieden op in hun maaidorsers
van steen waarvan de stenen wielen ratelden; hard
snerpten zwepen in de stenen hand van de menners
die neermaaiden de papaver en de gentiaan
De dichter is maar blinde
vlier, hij zwijgt en zinkt in de wind
die aan hem wringt
.
Uit: ‘In de kalkbranderij van het absolute’ uit 1990.
.
Een zwemmer is een ruiter
Paul Snoek
.
Paul Snoek (1933-1981) was het pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat (Hij nam de naam van zijn moeder aan Paula Snoeck). Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België. Hij debuteerde met de bundel ‘Archipel’ in 1954 en er verschenen in totaal 22 bundels van zijn hand. Tijdens zijn leven ontving hij onder andere de Jan Campertprijs (1971) en de Driejaarlijkse Staatsprijs voor de Vlaamse poëzie (1969) voor ‘De zwarte muze’.
Paul Snoek wordt gerekend tot de vijfenvijftigers (als een reactie op de vijftigers). Zij organiseerden zich rond het tijdschrift Gard Sivik, een naoorlogs avant-garde tijdschrift dat zich ook bezighield met het ethische. Zij zetten zich af tegen de ethische implicaties van de ‘Tijd en Mens’-generatie. Ze gingen op zoek naar meer esthetisch georiënteerde poëzie. Met andere woorden, het ethische was voor hen ondergeschikt aan het esthetische. Zij moesten niets meer weten van een direct engagement. Bij hun ging het om de schoonheid van de gedichten.
Zijn werk is moeilijk bij één stroming in te delen of valt moeilijk onder één noemer te vatten. Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften. Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.
.
Uit de bundel ‘Hercules’ uit 1960 het gedicht ‘Een zwemmer is een ruiter’.
.
Een zwemmer is een ruiter
Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.
En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
is met armen en benen aloude geheimen vertellen
aan het altijd allesbegrijpende water.
Ik moet bekennen dat ik gek ben van water.
Want in het water adem ik water
word ik een schepper die zijn schepping omhelst,
en in het water kan men nooit geheel alleen zijn
en toch nog eenzaam blijven.
Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.
.
Hommage aan Paul Snoek van Jef Snauwaert (pasteltekening/schilderij op papier, 1983)
.
Met dank aan Wikipedia, DBNL.org en Poezie-leestafel.info
Louis Paul Boon
Verzamelde gedichten
.
Louis Paul Boon (1912-1979) was een Vlaams schrijver van romans, novellen, cursiefjes, pornografie, kunst- en literaire kritieken en poëzie. Dat laatste is niet erg bekend, zelf kende ik Boon vooral van zijn romans, maar hij heeft een aantal malen gedichten geschreven voor met name mensen uit zijn familie en vriendenkring.
Wat ik ook niet wist, is dat Boon in 1979 een serieus kandidaat was voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn bekendste roman De Kapellekensbaan was in 1972 in het Engels vertaald wat hem een grote bekendheid ook buiten het Nederlandse taalgebied bracht. Boon was uitgenodigd door de Zweedse ambassade voor een bezoek op 11 mei 1979, vermoedelijk om te horen dat hem de Nobelprijs was toegekend, maar de dag ervoor overleed hij aan zijn schrijftafel. De prijs wordt alleen aan levende schrijvers toegekend.
Boon ontving tijdens zijn leven al de Leo J. Krynprijs (1942), de Henriette Roland Holst-prijs (1957), de Constantijn Huygensprijs (1966) en de Multatuliprijs (1972).
Zoals gezegd schreef hij weinig poëzie. In 1980 werd door De Arbeiderspers en Em. Querido het boekje’Verzamelde gedichten’ uitgegeven met daarin 7 blokjes van een paar gedichten die hij voor anderen schreef (zijn zusje, zijn broer, een vriend). Hier volgt het eerste gedicht van drie) uit de bundel met de titel ‘Zo zal ik dan worden’ met als ondertitel ‘drie gedichten van een stilaan ouderwordend man’.
.
Zo zal ik dan worden
.
zo zal ik dan worden
stilaan een zich oudvoelend man
een bloem een gedicht op de lippen
en verder wat knutselend nog
aan luchtvervuiling en zo
.
zo zal ik dan worden
een propere oude man
als ons hondje dat niets mocht
in huis doen en zo doof
was geworden als een pot en zo
.
zo zal ik dan worden
met wat schorre stem verhalen
aan mijn kleinzoon over vroeger
de revolutie die we toen wilden
de sovjetrepubliek vlaanderen en zo
.
zo zal ik dan worden
en vragen naar mijn bril
en zoeken naar mijn stok
om op te steunen en zo
.
Tegen het krakende hek
Rutger Kopland
.
In 1988, het jaar dat Rutger Kopland (1934 – 2012) de P.C. Hooftprijs ontvangt, publiceert uitgeverij van Oorschot zijn bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’. Een groot gedeelte van de gedichten uit deze bundel is niet moeilijk te begrijpen. Vaak worden liefdesscènes beschreven op zeer romantische wijze, soms als onderdeel van de natuur (paarden, honden, bloemen). Het gedicht ‘Tegen het krakende hek’ is hiervan een goed voorbeeld.
.
Tegen het krakende hek
.
Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.
Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.
In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,
maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu
bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek
kraakte tegen de opdringende paarden.
.
Ken je mij
Huub Oosterhuis
Gisteravond keek ik naar een programma over Marco Borsato. In dat programma kwam een lied voor van Trijntje Oosterhuis. Nu ben ik geen fan van Trijntje Oosterhuis maar dit vond ik een mooi lied. Waarschijnlijk door de tekst van het lied, geschreven door haar vader Huub Oosterhuis.
De poëtische tekst van ‘Ken je mij’, bevat pareltjes van zinnen. Daarom hier de tekst van het gedicht.
.
Ken je mij
Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ogen die door de zon heen kijken
Zoekend naar de plek waar ik woon
Ben jij beeldspraak voor iemand
die aardig is, of onmetelijk ver,
die niet staat en niet valt
en niet voelt als ik,
niet koud en hooghartig
Hier is de plek waar ik woon
Een stoel op het water,
Een raam waarlangs het opklarend weer
Of het vallende duister voorbij vaart
Heb je geroepen? Hier ben ik
Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben,
dat het houdt,
Ik zou een woord willen spreken
Dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf,
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben
Ben jij de enige voor wiens ogen
Niet is verborgen van mijn naaktheid
Kan jij het hebben,
Als niemand anders,
Dat ik geen licht geef, niet warm ben,
Dat ik niet mooi ben, niet veel
Dat geen bron ontspringt
in mijn diepte
Dat ik alleen dit gezicht heb,
geen ander.
Ben ik door jou, zonder schaamte,
gezien, genomen,
door niemand minder?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?
Boutique de poésie
Saint-Pierre-d’Oléron
.
In het Franse Saint-Pierre-d’Oléron (L’Île d’Oléron, Charente-Maritime ) staat de Boutique de Poésie. Via dr. Tony Shaw uit Nottingham werd ik hierop gewezen. Aan het einde van de rue de la République, tegenover de overdekte markt staat deze ietwat verlaten en verwaarloosde ‘boutique’. Op de gevel staan poëtische teksten als ‘la poésie n’est pas faite pour les chiens elle est faite pour vous’ (Poëzie wordt niet gemaakt voor honden, het wordt gemaakt voor jou) en ‘sans nous les poètes l’humanité ne serait qu’un immense ventre‘ (zonder ons zou de gemeenschap van dichters slechts een grote ‘buik’ zijn).
Poëzie kun je overal tegenkomen, dat blijkt maar weer.
Poëzie, proza en muziek
Zondag 19 april podium Ongehoord!
.
Schrijf de datum maar vast in je agenda want op zondag 19 april is er weer een Ongehoord! podium met bijzondere dichters. Dit keer is in de hal van de bibliotheek een tentoonstelling over de schilderijen van van Gogh en in dat kader dit keer een podium waarbij de koppeling poëzie en beeldende kunst nadrukkelijk is gezocht. Want wie komen er voordragen?
Dat is allereerst Antoinette Sisto. Na het verschijnen van haar derde bundel ‘Iemand moet altijd gemist worden’ zou ze al eerder op het Ongehoord! podium staan, dat ging toen door omstandigheden niet door maar op 19 april is ze aanwezig met haar mooie en fijnzinnige poëzie. Sinds 2007 werkt zij als poëzieredacteur bij Meander waarvoor zij interviews schrijft en gedichten uit het Italiaans vertaalt voor de rubriek Wereldpoëzie.
Dan komt ook Martin Aart de Jong voordragen. Martin won de tweede prijs van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2014 met zijn gedicht ‘Hoe stil toch steeds de lente komt’ (zie mijn verslag hiervan op 18 november 2014). Op de website Hongerlief lees je meer over Martin: http://www.hongerlief.nl/p/martin-de-j.html
De derde dichter die naar het podium komt is de dichter Lennard van Rij. Sinds 2011 actief, treedt veel op , publiceert werk en had dit jaar een top tien notering in de Turing nationale poëzieprijs met zijn gedicht ‘kat’. Op zijn website lees je meer: http://www.lennardvanrij.com/
Ook Jet Crielaard komt voordragen op ons podium. Jet is al langere tijd actief als dichter en beeldend kunstenaar. Ze organiseerde de allereerste Poetry Jam in Nederland (Den Haag), is lid van de Haagse kunstkring en in veel van wat ze doet wordt poëzie vermengd met beeldende kunst. Op haar website lees je meer: http://www.jetjeskunst.nl/index.html
Voor de prozabijdrage komt dit keer Herma de Beer vertellen en voorlezen uit haar roman ‘Sprakeloos’ over autisme. Herma de beer heeft een taal- en tekstbureau Op schrift, geeft cursussen creatief schrijven en is schrijfdocent bij de schrijfacademie van Schrijven Online. Tevens publiceerde ze twee dichtbundels te weten ‘Druppels vangen’ (2006) en ‘Vel van licht’ (2010). Naast schrijven en literatuur is beeldende kunst een andere grote liefde, zo exposeerde ze reeds verschillende malen haar schilderijen. Een recensie van ‘Sprakeloos’ vind je hier: https://wieschrijftblijft.wordpress.com/2014/07/16/sprakeloos-herma-de-beer/
De muziek wordt verzorgd door singer-songwriter Iljits Clement.
Natuurlijk is er een open podium waar dichters hun werk kunnen laten horen (drie korte of twee langere gedichten). Heb je interesse voor een plek op het open podium? Geef je dan voor of tijdens het podium hiervoor op bij de presentator Wouter van Heiningen.
Waar: Centrale Bibliotheek Rotterdam aan de Hoogstraat, 4e etage!
Tijd: 14.00 tot ca. 16.15 uur (inloop 13.30)
Toegang: Gratis!























