Site-archief
Maar we zouden niet vergeten dat
Bert Schierbeek
.
In 1970 sterft Bert Schierbeeks tweede vrouw Margreetje bij een auto-ongeluk. Als gevolg van dit noodlottige ongeluk schrijft Schierbeek geruime tijd niet meer. Wanneer hij in 1972 met nieuw werk komt, zijn dat dichtregels. Geen proëzie meer, zoals zijn experimentele mix van poëzie en proza door hem genoemd werd, maar een bundel vol aarzelende, sobere, emotionerende verzen. Deze nieuwe bundel met als titel ‘De deur’ is een bundel waarin de dichter haperend en stamelend letterlijk naar woorden voor zijn verlies zoekt.
De bundel ‘De deur’ wordt uiteindelijk zijn meest succesvolle bundel. Uit deze bundel (mijn exemplaar is een 7e druk uit 1997) het gedicht met de beginregel ‘maar we zouden niet vergeten dat’.
.
maar we zouden niet vergeten dat
we hebben gelachen, gelachen hebben
we veel en dat zal ik niet vergeten
want we hebben gelachen en veel hè?
en dat zullen we nooit vergeten om-
dat we zoveel gelachen hebben en dat
niet vergeten gvd wat hebben we gelachen
en niet en nooit vergeten dat we zo
hebben gelachen omdat we samen waren
en zoveel gelachen hebben dat we
het nooit zullen vergeten
.
Foto: Pieter van der Meer
Bloemen van ’t veld
Alice Nahon
.
Van mijn broer kreeg ik de bundel ‘Bloemen van ’t veld’ van Alice Nahon. In de serie Vlaamse pockets; Poëtisch erfdeel der Nederlanden verschenen in 1970. Hoewel het uiterlijk van de bundel doet vermoeden dat het hier een pocket uit de jaren vijftig betreft (of ouder) is het toch nog maar 47 jaar oud.
De inleiding bij deze bundel is geschreven door Karel de Jonckheere. Alice Nahon (1896 – 1933) was een Antwerpse dichter. In Vlaanderen is Nahon wellicht het meest bekend van de versregels van haar Avondliedeke III:
’t is goed in het eigen hert te kijken, nog even vóór het slapengaan, of ik van dageraad tot avond, geen enkel hert heb zeer gedaan’
Haar vader was Nederlander en haar moeder was Vlaams. Zij leed aan chronische bronchitis en depressiviteit en bracht meerdere jaren door in diverse sanatoria, waaronder Tessenderlo. Toch schreef zij in die periode twee dichtbundels: ‘Vondelingskens’ (1920) en ‘Op zachte vooizekens’ (1921), die haar een enorme populariteit bezorgden. Na verblijven in Italië en Frankrijk ging ze vanaf 1927 werken in de stadsbibliotheek van Mechelen. Met de bundel ‘Schaduw’ (1928) wilde ze zich afzetten tegen haar zoetgevooisd imago en tegen de kritiek van onder andere Paul van Ostaijen.
Uit haar debuutbundel ‘Vondelingskens’ het gedicht ‘Herfst’.
.
Herfst
.
Achter d’oude kloosterwoning
Hing wat rode zon.
Onder goud-getinte linde
Bad een jonge non.
.
Heur gelaten ogen droomden
Onder blanke doek,
Naar de zwart’ en rode letters
Van ’t getijdenboek.
.
Langs de wegskens was geprevekl
Van wat blâren bruin;
Aan heur voeten bogen schrale
Violieren schuin.
.
Als ’n dod’ illuzie, die ze
Lang vergeten had,
Viel er op heur jonge handen
Een verschrompeld blad.
.
Koud water
A. Roland Holst
.
Vandaag trok ik de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1970 van A. Roland Holst (1888-1976) uit mijn boekenkast. Een keuze maken uit zijn gedichten valt nog niet mee. Hij heeft er niet alleen ontzettend veel geschreven (de bundel bestaat uit meer dan 800 pagina’s) maar er zijn ook zoveel prachtige gedichten van zijn hand. Tijdens zijn leven verschenen al 42 dichtbundels en na zijn dood ook nog enige. A. Roland Holst heeft nog altijd veel liefhebbers en bewonderaars van zijn werk. Zijn poëzie wordt gekenmerkt door een eigen, plechtige stijl en rijke symboliek.
Het gedicht dat ik uiteindelijk koos (na vele gedichten te hebben gelezen, wat zeker geen straf was) is ‘Koud water’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Onder koude wolken’ uit 1962.
.
Koud water
.
Wat bleef mij als mijn adem eigen? Wat
is het met mij, dat ik mijn naam en mijn
mens-zijn onder de mensen onderschat
om in de vroegte zonder naam te zijn
en overeind?
Wat anders dan koud water
over mijn huid als het buiten dag wordt.
Wat anders dan te worden overstort
door het begin, het element, om later
tussen het vuur en de open glazen deur
een geest te zijn van vlees, een willekeur
tegen de wereld.
Noem het hoogmoed, noem
de enige roem waar ik mij op beroem
waanzin – de rest kan mij gestolen worden-
de zonden en de ziekten, het verdorde
verleden – wat gaat het mij aan, zolang
water, koud water, bij het dagaanbreken
mij met klinkklare aandrang
tot eersteling uitroept.
Geen taal of teken
des doods weerspreekt het leven in zijn kern.
Het daagt, maar in het water blinkt nog lang
de morgenster na – laatste van de sterren.
.
De armen
Gonçalo M. Tavares
.
Gonçalo Tavares (1970) is een Portugees schrijver. Hij doceert tevens wetenschapsfilosofie aan de universiteit van Lissabon.
Gonçalo Tavares debuteerde in 2001. Sindsdien werd hij veelvuldig bekroond. In 2005 kreeg Tavares de José Saramagoprijs voor jonge schrijvers voor zijn roman ‘Jeruzalem’. Nobelprijswinnaar José Saramago sprak zich toen erg lovend uit over het boek. In 2010 kaapte de roman ‘Aprender a Reza na Era de Téchnica’ de prestigieuze Franse prijs weg voor Beste buitenlandse boek. De romans van Tavares zijn in 32 landen vertaald.
Naast romans schrijft Tavares ook poëzie. In 2002 verscheen ‘Hotel Parnassus, 117 gedichten uit 20 talen’ tijdens Poetry International. In deze bundel zijn drie gedichten van Tavares opgenomen in vertaling van August Willemsen.
.
De armen
.
Hoe te leven? Dat is de enige serieuze vraag.
Een oude man met een gebroken rechterarm
bladert door de krant met zijn linkerhand.
Ik denk: dat zou een stuk makkelijker zijn.
Het lichaam dat voor ons beslist.
Ik kijk naar mezelf: twee hele armen.
Wat te doen?
.
Gruwelijke gedichten
Paul Celan
.
Al eerder schreef ik over de dichter Paul Celan (1920 – 1970). Over zijn beroemde gedicht ‘Todesfuge’. Paul Celans ouders werden door de nazi’s vermoord in een Oekraïens concentratiekamp en zelf werd hij als dwangarbeider in een Roemeens werkkamp tewerkgesteld. Dit gegeven werd de belangrijkste leidraad in zijn poëzie. Gedichten die de gruwelijkheid van de oorlog als onderwerp hebben. Na ‘Todesfuge’ (1948) en ‘Mohn und Gedächtnis’ (1952) verscheen in 1955 ‘Von Schwelle zu Schwelle’ met daarin het gedicht ‘Mit wechselndem Schlüssel’. In dit gedicht doet hij opnieuw een poging om te leren spreken na de verstomming van Auschwitz.
Chris van Esterik schreef hierover in het NRC van 22 oktober 1993: “In al zijn gedichten probeert hij steeds weer nieuwe sleutelwoorden uit om de waarheid te ontsluiten. De woorden, voorzien van vele verschillende betekenissen om de kans op het openen van het slot te verhogen, zocht hij met name bij mystici in chassidische geschriften, de kabbala, de bijbel en de natuur. Dat bezorgde hem het aura van een hermetisch dichter, een omschrijving die hij zelf met stelligheid van de hand wees. Hij omschreef zijn werk als “Mehrdeutigkeit ohne Maske’.”
Dat de gedichten van Celan niet altijd eenvoudig zijn of eenduidig mag dan zo zijn, maar zijn gedichten raken je en laten je voelen welke verschrikkingen er plaats hebben gevonden tijdens de tweede wereldoorlog en met name in de concentratiekampen. Zo ook in het gedicht ‘Mit wechselndem Schlüssel’ of ‘Met wisselende sleutel’ zoals de vertaling luidt.
.
Mit wechselndem Schlüssel
.
Mit wechselndem Schlüssel
schliesst du das Haus auf, darin
der Schnee des Verschwiegenen treibt.
Je nach dem Blut, das dir quillt
aus Aug oder Mund oder Ohr,
wechselt dein Schlüssel.
Wechselt dein Schlüssel, wechselt das Wort,
das treiben darf mit den Flocken.
Je nach dem Wind, der dich fortstösst,
ballt um das Wort sich der Schnee.
.
Met wisselende sleutel
.
Met wisselende sleutel
ontsluit je het huis, waarin
de sneeuw van ’t verzwegene woedt.
Naar gelang het bloed opwelt
uit je oog of je mond of je oor,
wisselt je sleutel.
Wisselt je sleutel, wisselt het woord
dat woeden mag met de vlokken.
Naar gelang de wind die jou wegstoot,
balt om het woord zich de sneeuw.
.
Het is nacht
Cees Nooteboom
.
De dichtbundels die (reis)schrijver en dichter Cees Nooteboom (1933) publiceerde tot de jaren ’70 hebben een specifiek ding gemeen namelijk de titels. In alle titels van zijn dichtbundels is het woord gedicht(en) opgenomen. Zo publiceerde hij achtereenvolgens ‘Koude gedichten’ (1959), ‘Het zwarte gedicht’ (1960), ‘Gesloten gedichten’ (1964) en ‘Gemaakte gedichten’ (1970). In zijn latere werk als dichter kiest hij voor een duidelijk andere lijn. Uit zijn dichtbundel ‘Het zwarte gedicht’ heb ik gekozen voor het gedicht ‘Het is nacht’.
.
Het is nacht
.
Het is nacht
en in de holte van de nacht
drink ik de melk van de maan
en zin op de dag.
.
hoog zwaait het donker weg
de steen van de ochtend
wordt geslepen.
.
vrolijke vrolijke dag
de rook van de vuren wankelt
de priester zingt zijn houten liedjes.
.
de zon heeft bloed in zijn oog.
wat zal er met ons gebeuren?
.
Lang of kort
Rutger Kopland
.
Tegenwoordig lees ik steeds vaker gedichtenbundels met lange gedichten, verhalende, bijna proza gedichten. Nu lees ik alle poëzie met veel plezier en interesse maar het deed bij mij wel de vraag opkomen wat ik nu prefereer; lange gedichten of juist korte gedichten.
Gelukkig hoef ik niet te kiezen want er zijn lange gedichten waar ik erg van hou en andere, juist weer heel korte gedichten kan ik ook zeer waarderen. In zijn bundel ‘Alles op de fiets’ uit 1970 publiceerde Rutger Kopland vele veelal korte gedichten. De bekendste natuurlijk ‘Jonge sla’.
Omdat de gedichten in deze bundel kort zijn zal ik er twee met jullie delen. ‘Jonge sla’ (ik kwam erachter dat ik daar nog niet over geschreven had en het is een klassieker wat mij betreft) en ‘Een moeder’ omdat dit gedicht je zo heerlijk op het verkeerde been zet.
.
Jonge sla
Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen, kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.
Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.
.
Een moeder
loopt langzaam naar haar kind om
het niet te laten schrikken,
pakt het voorzichtig op om
het niet te beschadigen,
slaat dan keihard.
.
Medina Schuurman
Serge R.van Duijnhoven
.
In de bijzonder leuke verzamelbundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ samengesteld door Isa Hoes staat ook een gedicht van Serge R. van Duijnhoven (1970). Omdat ik Serge als dichter en als mens hoog heb zitten wilde ik zijn gedicht ‘Voor Medina’ hier met jullie delen.
Medina Schuurman (1969) is actrice en ze speelde onder andere in de televisieserie ‘Rozengeur & Wodka Lime, Penoza en Celblok H. (in twee daarvan speelt Isa Hoes ook; toeval?). Daarnaast is ze scenarist en werkt ze aan haar eerste boek. Maar wat belangrijker is in dit geval is dat ze de geliefde is van Serge. Dat levert dus een prachtig liefdesgedicht op dat Serge schreef voor haar.
.
Voor Medina
.
Zul je weten liefste dat
als ik niet zoals jij
negen maal tien jaren
worden zal maar eerder ga
dan jij, dat jij de laatste ster
.
zult zijn die mijn geest
nog ten tonele voeren zal
op de finale drempel
tussen aarde en heelal
wees verzekerd, lief
.
indien mijn adem schokt
en ziel vervliedt
dat jij tot aan mijn laatste
snik mijn grote liefde was
en, zo hoop ik toch
.
jouw prins die met zijn tong
voor jou zijn minnezangen zong
en die, indien hij eerder gaat
dan jij, dat niet zal doen als fielt
of schoft omdat hij jou verlaat
.
maar slechts uit hoffelijkheid
in de hoedanigheid van vazal
die de route vast voor je verkent
en er zeker van wil zijn dat hij-
eens de stonde aan zal breken
,
dat ook jij ter sterre varen zal-
met een zwier daarboven
als eerste de deur voor
jou persoonlijk openen zal
op die finale drempel
.
tussen aarde en heelal
.
Feit of fictie
Florimond Wassenaar
.
Bij het opruimen van mijn kast kwam ik de ‘Dichtkunstkrant 2016’ tegen. Deze krant verschijnt 1 keer per jaar, rond de poëzieweek. In deze krant staat een gedicht van Florimond Wassenaar (1970) redactielid en mede initiator van de Dichtkunstkrant. Wassenaar draagt maandelijks een gedicht voor op Bluesradio te Amsterdam (stads FM) en publiceert die op zijn blog ‘de vierde zaterdag’. Hij publiceerde onder andere in Awater/Tortuca, De Gids en Parmentier.
Het gedicht van zijn hand dat in de Dichtkunstkrant verscheen viel me op door het actuele thema. Op 22 oktober 2015 vermoordde een Zweedse man, verkleed als Darth Vader, een kind en een leraar op een Zweedse school. Aanvankelijk dachten de kinderen dat het hier een verkleedpartij betrof, tot de dader daadwerkelijk zijn zwaard gebruikte. Feit en fictie. In een tijd waarin feiten en fictie nogal eens verward worden (nep nieuws) wilde ik dit gedicht hier doorplaatsen.
.
Feit of fictie
.
Darth Vader ging eerst op de foto
het was een tijdje gezellig met hem op school
uiteindelijk bleek dat niets dat hij deed, leek
op gewoon een man in een zwarte jurk
met een zwaard, gekleed voor een feest
Darth vader staat bekend
als het goede
dat zich tot het kwade heeft gewend
vanwege woede om een zeker verraad
heeft wantrouwen hem een masker opgezet
de kinderen in de klas
zagen een man in een zwarte jurk
met een zwaard, gekleed voor een feest
tot hij één van hen aan zijn degen reeg
ook een tweede, al beter wetend
ontkwam niet levend
.
vanochtend voordat ik ging bidden
zag ik een vrouw met een kinderwagen
er hing een tros bananen aan het stuur
ze was blond, had blauwe ogen
ze keek me bezorgd aan
haar kind sprak brabbeltaal naar de lucht
die niet eens zo donker was
de zon zelfs wilde komen
toch zijn we met een grote boog
om elkaar heen gelopen
.















Spiegel van de Surinaamse Poëzie
6 dec
Geplaatst door woutervanheiningen
Michaël Slory
.
De Surinaamse dichter Michaël Slory (1935) geldt als één van de belangrijkste dichters in het Sranan. Het Sranan is ontstaan als taal van de uit Afrika aangevoerde slaven op de plantages tijdens de Nederlandse koloniale overheersing. Het draagt de sporen van Engels, Nederlands, Spaans, Portugees en West-Afrikaanse talen. Deze herkomst is te vergelijken met die van andere gecreoliseerde talen in het Caraïbisch gebied, zoals het Papiaments. Slory studeerde Spaans in Nederland en begon zijn carriëre als dichter met de publicatie van drie bundels met overwegend politieke poëzie. Aan het einde van de jaren zestig keerde hij terug naar Suriname waar hij vanaf 1970 nog uitsluitend in het Sranang schrijft. In de jaren tachtig stapt hij vervolgens weer over naar het Nederlands en Spaans. Slory heeft altijd de sociale en politieke actualiteit poëtisch van commentaar voorzien, niet alleen van Suriname maar ook van Zuid Amerika en Vietnam (1970). Naast poëzie voor volwassenen schreef hij ook verzen voor kinderen en proza. Zijn laatste poëziebundel dateert van 2012 (Torent een man hoog met zijn poëzie).
In 1995 kwam bij Meulenhoff Boekerij de vuistdikke bundel ‘Spiegel van de Surinaamse poëzie, van de oude liedkusnt tot de jonge dichters’ uit waarin Slory uiteraard goed vertegenwoordigd is. Uit deze bundel hier het gedicht in vier delen ‘Nachtregen van Michaël Slory.
.
Nachtregen (I)
.
En in de koude regen
het harteleed
dat klaagt.
.
Straatstenen, schaduwen
luisteren niet
waar de nacht woedt,
verloren.
.
Nachtregen (II)
.
In de koude wind
vleermuizenscherts
na regen.
.
De sapotille
is reeds aangevreten
en valt daarna.
.
Nachtregen (III)
.
(kikkers)
.
De koperen blazers
wachten op het orkest.
Maar
het valt niet in.
.
Zelfs de sterren
hebben hun stemrecht
verloren.
.
Nachtregen (IV)
.
(hond)
.
Waf!
Alleen
een diep geblaf.
Van bijten
komt er niets.
.
De regen
houdt hem
ervan af.
Waf!
.
Dit delen:
Geplaatst in Dichtbundels, Dichter in verzet, Favoriete dichters
4 reacties
Tags: 1970, 1995, dichter, dichter in verzet, Engels, favoriete dichter, gedicht, gedichten, jaren tachtig, jaren zestig, kinderverzen, Meulenhoff Boekerij, Michaël Slory, Nachtregen, Nederlands, Papiaments, poëtisch commentaar, poëzie, politiek, Portugees, proza, sociale actualiteit, Spaans, Spiegel van de Surinaamse poëzie, Sranan, surinaams, Surinaams dichter, Surinaamse poëzie, Surinaamse taal, Suriname, Torent een man hoog met zijn poëzie, van de oude liedkunst tot de jonge dichters, verzen, vier delen, Vietnam, West-Afrikaanse talen, Zuid Amerika