Site-archief

Ik heb Goddank twee goede longen

Gerrit Komrij

.

Schreef ik afgelopen zaterdag nog over Bilderdijks’ hekel aan sigaretten en tabak, vandaag een tegengeluid van Gerrit Komrij. Lezend in zijn bundel ‘Ik heb Goddank twee goede longen’ (fijne titel ook, uit 1978, 2e druk) kwam ik het gedicht ‘Hoog op de gele wagen’ tegen. Dit is het eerste gedicht uit ‘Het derde stuk’ met de titel ‘Natuur ligt in dromen verzonken’.  De bundel bestaat uit 6 stukken (of hoofdstukken zo je wil). De titel van het gedicht ontgaat me eerlijk gezegd (tenzij het geel een verwijzing is naar de zwaveldamp om je hoofd) maar dat maakt het gedicht er niet minder fraai op.

Niet alleen als tegenhanger van Bilderdijks’ ‘T nicotiaanse kruid’ maar ook als stille klacht tegen alles en iedereen die zo nodig heel gezond doet of vindt dat ie gezond moet doen.

.

Hoog op de gele wagen

.

Je hebt Goddank twee goede longen, want als je

Rookt dan piep je niet. Je hebt ook een goed hart

Daarbij, want dans je voor je bed een walsje

Dan voel je je dolgesprongen, niet benard.

.

Je hebt immers een zéér fijne neus voor vuile

Lucht, en slinks bespoten snijboontjes en sla.

Om het tarweloze kadetje kan je huilen,

En je grijpt zesmaal ‘daags naar de tandpasta.

.

Doch iedere avond laat hoor je, als verlamd,

Weer die stem die je zegt dat je in alles faalde,

En: ‘Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp

Dan tien jaar maf tussen de dennenaalden.’

.

10.000 kleine voorwerpen

Wibo Kosters

.

In 2016 was éen van de deelnemende dichters aan de Poëziebustoer de dichter Wibo Kosters (1978). Wibo is schrijver, dichter, organisator en performer. Op zijn website https://wibokosters.nl  staat een erg lange lijst van optredens vanaf 2007 maar ook samenwerkingen die hij aanging met beeldende kunstenaars. Van 2017 – 2019 is hij stadsdichter van Deventer en hij maakt deel uit van dichterscollectieven ‘Brommerdief’ en ‘de korte metten’. In de poëziebusbundel werd het gedicht ‘10.000 kleine voorwerpen’ geplaats en dat sluit aan bij de nieuwe weg die Wibo heeft ingeslagen om eenvoudiger te leven. Zie daarvoor ook zijn website https://legewittekamer.wordpress.com

.

10.000 kleine voorwerpen

.

elke dag een beetje verdwijnen

in voorwerpen die het huis verlaten

met de anekdotes

van de dingen

ik word een man zonder context

verberg me niet in spullen

mijn handen langzaam

echte handen

die niet bezighouden

maar doen

straks is er geen verhaal meer

geen taal om mij

ben ik een herinnering

onopgemerkt

voorbij

.

Dichter van de maand november

Miriam Van hee

.

Via Facebook kreeg ik van Anne Cockaerts de suggestie om Miriam Van hee als dichter van de maand november te kiezen. Een prima voorstel dus deze hele maand elke zondag aandacht voor deze Vlaamse dichter.

Miriam Van hee (1952) groeide op in Oostakker en Gent, waar ze slavistiek studeerde aan de Rijksuniversiteit Gent. Ze vertaalde poëzie van onder meer Anna Achmatova, Osip Mandelstam en Joseph Brodsky en doceert momenteel slavistiek aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen. In 1978 debuteerde ze met haar bundel ‘Het karige maal’, waarmee ze de Oost-Vlaamse prijs voor Letterkunde won.

Daarna verschenen de bundels ‘Binnenkamers en andere gedichten’ (1980), ‘Ingesneeuwd’ (1984), ‘Winterhard’ (1988, hiervoor ontving ze de Jan Campertprijs), ‘Reisgeld’ (1992, hiervoor kreeg ze de Dirk Martensprijs), ‘Achter de bergen’ (1996, hiervoor ontving ze de driejaarlijkse Cultuurprijs voor Poëzie van de Vlaamse Gemeenschap), ‘Het verband tussen de dagen. Gedichten 1978-1996’ (1998, een selectie uit haar bundels) en ‘De bramenpluk’ (2002). Haar bundel ‘Buitenland’ (2007) werd bekroond met de Herman De Coninckprijs (zowel van de vakjury als de publieksjury) en meerdere malen herdrukt.

.

Uit haar bundel ‘Buitenland’ het gedicht ‘Stel je voor’.

.

Stel je voor

.

stel je voor dat er diep binnenin je
een buitenland ligt, dennen,
sneeuw en barakken, land
zonder bodem, je haalt het niet op

stel je voor dat de tijd niet bestaat
en jij wel nog, stel dat je nooit abrikozen
gegeten hebt, trouwens, het woord
abrikoos was verdwenen en Moskou,
je broer, promenade, ze waren geweken,
terug naar het schuim van de zee

er zijn onvoorstelbare dingen gebeurd
en je kunt niet zeggen het was
als een nacht zonder dag en dan nog een
en nog een en het gebeurt dat je kruiende
wateren hoort of een dichtklappend hek
in de wind, dat is het buitenland, fluister je,
dat is het lied van een reddeloos land

.

Oervader van de Slampoëzie

Bertsolari

.

Van Paul Van Cappellen kreeg ik een tip over Fernando Aire Etxart of Xalbador (1920 – 1976). Deze Xalbador is één van de beroemdste Bertsolari van Baskenland. Een Bertsolari is vernoemd naar de Bertso.

De bertso of bertsu is een geïmproviseerd lied of rijmend vers dat wordt gezongen of gedeclameerd door de zogenaamde bertsolari. Deze  kunst dateert uit de 18e  eeuw. Hoewel ook aanwezig en in andere regio’s, wordt deze vorm van poëzie vooral in het Baskenland beoefend.

De bertsolari vormt zijn prestatie (individueel of in een duo) als een soort collectief proces samen met het publiek. Deze vorm van improvisatie is een behendigheidsspel waarin  herinneringen worden gecombineerd met de reacties van het publiek. Een soort verbaal steekspel. In die zin zou je het als een voorloper kunnen zien van de poetry slam

Xalbador was , zoals gezegd een van de beste en beroemdste. In de jaren 60 stond hij 3 keer in de top 3  van het kampioenschap van Donostia (San Sebastian) en in de jaren 70 won hij verschillende prijzen zoals de Prijs Xempelar (4 keer) en Prijs Txirristaka (3 keer). Naar aanleiding van zijn dood schreef De auteur en songwriter Xabier Lete in 1978 het gedicht/lied ‘Xalbadorren heriotzean’ (Na de dood van Xalbador), een van de bekendste gedichten/liederen van Baskenland.

.

Na de dood van Xalbador

Er was een  diepe en gevoelige vriend
veranderd door de vleugels van de poëzie
door de wormen voortgekomen uit een diep gevoel van binnen.

Een zanger die plaatsen bereisde, rillend van eenzaamheid
die geleerd had op een harde manier, woorden bescheiden te weven,
uit de onvergankelijke waarheid van zijn innerlijk.

(Refrein)
Waar ben je, waar zijn je weilanden
herder van Urepel  ?
jullie die zijn gevlucht
naar de zijkanten van de berg,
en in herinnering in het geheugen blijven. (Herhaling)

U schreef het lied van het afbreken van barrières
ernstig op zoek
naar vrijheid,  voorbij de banden en de beperkingen van het lichaam.

het transformeren van je laatste adem in de diepere,
hevige kreet van ondoorgrondelijke waarheden

die nooit kan worden uitgedrukt.

Waar ben je …

.

(zeer vrije vertaling van mijzelf)

.

Xalbadorren heriotzean

Adiskide slaat bazen Orotan Bihotz bera,
Poesiaren hegoek
Sentimentuzko bertsoek antzaldatzen zutena.

Plazetako Kantari bakardadez Josia,
Hitzen lihoa iruten
Bere barnean irauten oiñazez IKASIA, IKASIA.

(Errepika)
Nun Hago, zer larretan
Urepeleko artzaina,
Mendi hegaletan gora
Oroitzapen den gerora
Ihesetan joan hintzana. (Bis)

Hesia urraturik libratu huen kanta
Lotura guztietatik
Gorputzaren mugetatik aske senditu nahirik.

Azken hatsa huela bertsorik sakonena.
Iñoiz esan ezin Diren
Estalitako egien oihurik bortitzena, bortitzena.

Nun Hago …

.

                                                                                                                                     Foto: Juan San Martin

Sonnet 30

Edna St. Vincent Millay

.

Op zondag 30 augustus 2015 schreef ik op ‘Herman de Coninckzondag’ over zijn bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’ uit 1978. Deze bundel bestaat uit vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981. Edna St. Vincent Millay (1892 – 1950)  was een Amerikaans dichteres, toneelschrijfster en activiste. Voor haar prozawerk gebruikte ze het pseudoniem Nancy Boyd. Zij ontving in 1923 de Pulitzerprijs voor poëzie, voor de bundel ‘The Harp-Weaver and Other Poems waarmee ze de eerste vrouw was aan wie deze prijs werd toegekend (de Pulitzerprijs voor poëzie wordt uitgereikt sinds 1922).

Haar eerste poëziebundel ‘Renascence and Other Poems’ (1912) verscheen toen ze pas zeventien jaar oud was, en bevat een aantal opvallend volwassen gedichten, geschreven in een sterk lyrische en romantisch-beschouwende toon. Met name het titelgedicht trok sterk de aandacht, vooral ook door de publicatie in hetzelfde jaar in de bekende bloemlezing ‘The Lyric Year’. Al snel kreeg ze de naam een soort wonderkind te zijn. Haar gedichten zijn doordrongen van beelden uit de natuur en met name van het kustlandschap van haar geboortestreek Maine. Over het algemeen kennen ze een traditionele structuur: Millay maakte veel gebruik van het sonnet, een vorm die ze perfect beheerste, maar waagde zich zelden aan experimenten.

Hoewel biseksueel en bekend door haar schoonheid en onconventionele leefstijl trouwde ze in 1923 met de veel oudere en rijke Nederlander Eugene Jan Boissevain. In 1950 overleed ze na een val van een trap waarbij ze haar nek brak.

Het gedicht ‘Sonnet 30′ werd door Herman de Coninck vertaald en gepubliceerd in ‘Ter ere van de goedertieren maan’.

.

Sonnet 30

.

Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again;
Love can not fill the thickened lung with breath,
Nor clean the blood, nor set the fractured bone;
Yet many a man is making friends with death
Even as I speak, for lack of love alone.
It well may be that in a difficult hour,
Pinned down by pain and moaning for release,
Or nagged by want past resolution’s power,
I might be driven to sell your love for peace,
Or trade the memory of this night for food.
It well may be. I do not think I would.

.

Sonnet 30

.

Liefde is niet het einde. Is geen eten en drinken.

Is geen dak boven het hoofd tegen de regen,

geen reddingsboei voor wie verdrinken.

Liefde is nergens voor en nergens tegen.

Liefde biedt geen uitkomst tegen de dood.

Vult geen lege longen met lucht. Verricht geen wonder,

tenzij dat je elke dag al een beetje sterft in mijn schoot.

Je hebt er niets aan maar je kunt niet zonder.

Het kan best zijn dat ik in toekomende tijd,

verslagen van pijn en kreunend om respijt,

gesard door armoe en moe van het huilen

jouw liefde voor rust zou verruilen,

of de herinnering aan vannacht voor een kleiner verdriet.

Het kan best zijn. Maar ik geloof het niet.

.

Foto: Calr van Vechten, 1933

Boudewijn Büch

Mother’s little helper

.

Boudewijn Büch (1948 – 2002) was vooral bekend als televisiemaker en schrijver (romans, informatieve boeken over eilanden en bibliotheken) en zijn fascinatie voor Wolfgang Goethe, Mick Jagger en de Dodo ( en zo nog een aantal onderwerpen). Wat minder bekend is bij het grote publiek is zijn dichterschap. Terwijl juist in het begin van zijn (schrijvers) carrière een aantal dichtbundels van zijn hand verschenen zoals ‘De taal als blauw’ uit 1977 en ‘De sonnetten’ uit 1978. Uit zijn debuut als dichter ‘Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs’ uit 1976 het gedicht ‘Mother’s little helper’.

.

Mother’s little helper [The Rolling Stones]

.

ik sprak met mijn

moeder

over winkels die

zijn gesloten

de dode buurman

en de prijs van

luxe boten

.

terwijl zij keek

naar de teevee

[die Ene knop

kende nooit haar

nee]

dacht ik

.

hier zit zij

waar het in begon

omdat de Pil

toen nog niet kon

.

Lucebert

De Amsterdamse school

.
Lezend in de bundel ‘De Amsterdamse school’ van Lucebert uit  1978 kwam ik het gedicht ‘ab ovo’ tegen. Voor wie niet weet wat ab ovo betekent, het is Latijn en betekent ‘vanaf het ei’ of vanaf het begin. Dit weet ik omdat ik zelf een gedicht met die titel heb geschreven dat staat in ‘Zichtbaar alleen’. Mijn ‘Ab ovo’ is is te lezen op dit blog op https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/12/22/en-we-zijn-er-nog/. Die van Lucebert staat, uiteraard, hieronder.
.
ab ovo
.
aan iulia dochter uit het 2de huwlijk v. augustus
van buiten het eiland
het gemurmul van de buurman
het gemurmul van de buurman
het gemurmul van de buurman
.
sla nu op de letters
de holle lichtschuwe letters
knuppelrode lippen op en neer
hier is geen huis geen tuin
de voorbijgangers zijn zacht ingegraven
in modder in aardzieke schaduw
en het is allemaal schrijven op huilen
bij hen de heldhaftige minnaars
een gouden kuil in de regen
hebben zij gespit met pipse
degens en verkouden kuchende zwaarden
.
jij iulia bent een beter schrijfster
dan de schrijvers van
‘de veldtocht der vogels’ of
‘het slagveld der libellen’
,
nadat je had nauwkeurig de 9 glazen mist genoteerd
waarin het stenen tirannenhoofd vernevelde
liet je de tienduizend knapen komen
en in een bos van klamme handen
wierp je je koninklijke borsten
die genoemd zijn:
de ontketende knaagdieren van haar hart
en meisjes bloesems
vertelde je de geheime aandacht van de vader
en je gaf hen je tak van rozensiroop en hiasintensap
die genoemd is:
het koninginnerapier
gefluisterd ook:
reeds in het ei je neuriede
het schadelijk loflied op de keizer
en gelasterd is:
het eerste wereldlicht waaraan je je ogen sloot
heb je schreeuwend verweten:
dit stinkt
en met luider stemme gezegd werd:
in het zand voor de knapenkrijgsschool schreef je
met de vinger van een roodharige adelborst:
‘tegen tien regels één lege richel
onder waarschuwers één waarschuw
en op talloze oppassen één onpas’
.
(men heeft verklaard:
dit alles mag niet met DE WERKEN vergeleken worden)
.
over de wrakhouten de golven
over de halfvermolmde golven
met het geblakerde boek
boek van het wanbeheer
verbannen ben je iulia
tussen de weerspannige spreuken
laat de eenzame geest zijn teken trillen
zijn teken is heerlijkheid die geen einde heeft gezien
heerlijkheid heeft zij gezien
zij die geen einde heeft gezien
.
het gemurmul van de buurman
het gemurmul van de buurman
het gemurmul van de buurman
iuliaiuliaiulia
.
.
.
adamschool

Weemoedts felicitatiedienst

Lévi Weemoedt

.

De in Vlaardingen geboren dichter Lévi Weemoedt (1948) is vooral bekend van zijn tragi-komische korte verhalen en gedichten. Jarenlang was Weemoedt leraar maar toen hij daar genoeg van had richtte hij zich volledig op het bestaan van schrijver.  Weemoedt was medewerker van het Algemeen Dagblad, publiceerde in het, in Vlaardingen opgezette, literair tijdschrift ‘Renaissance’ en was van 1976 tot 1979 redacteur van literair-satirisch studentenblad Propria Cures. Later, in de jaren ’80 schreef hij in “Mare,” het weekblad van de Rijksuniversiteit Leiden.

Van de hand van Weemoedt verschenen ca. 350 gedichten. Uit de bundel ‘Geen bloemen’ uit 1978 het gedicht ‘Weemoedts felicitatiedienst’.

.

Weemoedts felicitatiedienst

.

O! als je trouwt, vergeet mij niet te vragen,

en sta mij toe om tussen oom en tant’

een stukje uit mijn dagboek voor te dragen:

wat heb ik snel de lachers op mijn hand!

.

Bijvoorbeeld, 18 maart: ‘met L. geslapen!

Ze houdt van mij!! Gaat morgen weg bij Freek’.

En, 20 maart: ‘een brief van L. op tafel:

ze trouwt met F.!!.. Bruiloft over een week’

.

De mensen brullen! ‘Dagboek van een Gek!’.

gilt tante Jo, ‘hoe krijgt-ie het verzonnen!

Je zal toch maar getrouwd zijn met die L.!’

.

Dan explodeert een stilte in ’t vertrek:

een kille tocht vaart door de trouwjaponnen.

De tafelkleedjes krijgen kippevel.

.

gb

lw

Jan Cremer

Verloren gedichten

.

Wie jan Cremer zegt, zegt ‘Ik, Jan Cremer’, deel twee van deze klassieker, ‘de Hunnen’ en waarschijnlijk ook zijn schilderkunst. Cremer heeft zelfs een eigen museum in Enschede.

Waar ik zeker niet aan dacht (omdat ik het niet wist) was Jan Cremer als dichter. Uit de summiere informatie voorin het kleine maar goed uitgegeven bundeltje ‘Verloren gedichten’ uit 2004, blijkt dat Jan Cremer al in 1957 debuteerde als dichter. Zeven jaar voor hij doorbrak als schrijver van ‘Ik, Jan Cremer’.

Zelfs bij een zeer goed gedocumenteerde website als http://www.dbnl.org/ geen woord over zijn poëzie. Het merendeel van de gedichten opgenomen in ‘Verloren gedichten’ komt dan ook uit de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw.

Een (klein) deel van de gedichten zijn in het Engels en waarschijnlijk geschreven in de tijd dat Cremer in Amerika woonde en werkte.

Achterop het bundeltje de volgende woorden van Seymour Kim: `Jan Cremer can rank unashamedly as the briljant illegitimate son of Louis-Ferdinand Céline, Henry Miller, Jean Genet and Maxim Gorski.’

De vroege poëzie van Cremer is niet wat je zou verwachten (rauw, expliciet) maar eerder melancholisch en zelfs een ietsje romantisch. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘Emmastraat 10 Enschede’ (ik vermoed het geboorteadres van Jan) uit 1978 en een deel van zijn ‘cyclus poetry american style’uit 1969.

.

Emmastraat 10 Enschede

.

Ik ben hier de oude eik

en ik wacht

de donkere zomernacht

op de vuurvogel

met veren die licht geven

ooit overzag ik hier het slachtersveld

en hoorde ik ze schreeuwen

een laatste roep

verstomd galop

.

flitsende messen door weke kelen

hinniken gesmoord in zachte doodskreet

stampende vurige hengsten

werden aan mij vastgemaakt

steigerende onwil werd wreed bestreden

mijn stam was doordrenkt van paardebloed

mijn voet verdronk in zweet

zwepen werden op mij uitgemeten

de scherpte van het slachtmes in mijn schors gekerfd

gebleekte huiden hebben in mijn takken gehangen

het kabaal van de kraaien in mijn kruin

veulens hebben mij in wanhoop

aangesproken

.

ik ben hier de oude eik

en ik wacht

Horsa en Hengist hadden mij verlaten

in met bloed en mest doortrokken stro.

.

.

A staten Island Industrial engineer

who had known enemies

was blasted to death

when he turned

the ignition key in his car

touching off 10 sticks of dunamite

planted under the hood

.

Robert Lee Massie

scheduled to die in the gas chamber

for murder

has written to Governor Reagan

that he wishes

.

to be executed on schedule

.

VG

 

Inktallergie

Bas Belleman

.

Bas Belleman (1978) is dichter, journalist, columnist en recensent voor onder andere Awater en Trouw. Zijn debuutbundel ‘Nu nog volop ventilatoren’ (2003), verschenen in Komrij’s Sandwich-reeks, werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs.

Uit zijn debuutbundel het gedicht ‘Inktallergie’.

.

Inktallergie

.

zachte nagels, de allerzachtste nagels

zachte tanden, de allerzachtste tanden

.

ik ben een mens maar dat zijn er wel

meer en het zijn er te veel

ik heb nauwelijks recht van spreken

.

verwacht niet mijn teksten met een beitel

in de muur ik heb een ergonomisch toetsenbord

anti-RSI de allerzachtste geruisloze toetsen

.

ik heb een inktallergie en een laserprinter

.

BB

NNV