Site-archief
Taarlo
Herman de Coninckzondag
.
Uit de bundel ‘Met de klank van hobo’ uit 1981 vandaag het “najaarsgedicht” met de titel ‘Taarlo’.
.
Taarlo
Wij lopen door het najaar met ons twee.
En dat gevoel heb ik ook in de lente
Wij lopen door veel bruine kroegenbruin van blaren
en door veel donkerrood gemis, appellation controlée,
dat dieper wordt in de kelder van de jaren.
Wij lopen door de beiger wordende bossen van Drenthe.
Hoor de wind door de henna-bomen varen
met een klank van hobo,de zwerver onder de instrumenten.
33, en in het midden van het donker woud
des levens. En met een gevoel van nergens horen
in de bossen thuis en thuis verloren.
Zullen wij later, misschien, ooit?
De zomer is voorbij, er wordt niet meer gehooid.
Het hier is nergens, en het nu is nooit.
.
Kon je maar beiden zijn, in wisseling…
C.O. Jellema
.
Cornelis Onno Jellema (1936 – 2003) was dichter, literatuurcriticus en essayist. Hij debuteerde in 1961 met poëzie in De Gids maar zijn werk kreeg niet veel aandacht. Dat veranderde in 1981 toen de bundel ‘De schaar van het vergeten’ werd gepubliceerd. In zijn vroege werk zocht Jellema naar een relatie tussen de verteller in het gedicht, en de wereld buiten die verteller. Later speelt de tijd een belangrijke rol. In enkele bundels probeert hij een synthese tussen voelen en denken, ofte wel emotie en ratio, te bewerkstelligen. De gedichten van C.O. Jellema zijn kenmerkend door een strakke vorm, en geregeld maakt hij gebruik van de sonnetvorm.
Zo ook in het gedicht ‘Kon je maar beiden zijn, in wisseling…’ uit de bundel ‘Ongeroepen’ uit 1991.
.
Kon je maar beiden zijn, in wisseling…
.
Kon je maar beiden zijn, in wisseling
van lied en echo, voorgaand en geleid,
voorstelling van hoorbare werkelijkheid
die, in haar klank voorbij, herinnering,
.
zich nestelt in het oor van ieder ding
en ’t is Eurydice die zich bevrijdt
met oogopslag, gestalte blijkt – de tijd
de wederkeer nu van een beweging
.
wier richting, strevend derwaarts, tegenstroom
ontketent in atomen van bestaan:
er rest in ’t goedgesprokene dat nooit
.
verdelgbaar residu – noem het jouw droom:
’t voorziet in niets en wil toch verder gaan.
Gestold geruis wordt water als het dooit.
.
Verlanglijstje
Zondag: Herman de Coninck
.
Na mijn overpeinzing van afgelopen zondag kreeg ik meerdere reacties om toch vooral nog even door te gaan met de Herman de Coninck-zondag. Zoveel bijval voor continuering kan ik natuurlijk niet negeren dus ook de komende weken nog op zondag een gedicht van deze prachtige dichter.
Vandaag het gedicht ‘verlanglijstje’ uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1981.
.
Verlanglijstje
Geef me Nescio en Tsjechov, oude boeken.
Geef me na mijn zoveelste kale reis
iemand die mij twee haren uittrekt
en glimlachend zegt: je wordt grijs.
Geef mij alles en zeg: het is niets.
Geef me niets en zeg: dat is alles.
Geef me mijzelf, geef me jou.
Ik heb gezocht naar wist ik maar wat.
Geef me nu eindelijk
wat ik altijd al had.
.
Ongehoord!
Quirien van Haelen
.
Op zijn website http://quirien.com/ kun je zijn biografie in meerdere vormen lezen. Ik volsta hier met: zijn werkelijke naam is Frits Criens jr. (1981), sinds 2001 publiceert hij gedichten en schrijft hij voor o.a. MTV en BNN. In de dikke Komrij van 2004 is hij als jongste dichter opgenomen. Quirien schrijft Light Verse en omdat morgen het Ongehoord! podium in de bibliotheek van Rotterdam weer een editie beleeft het volgende gedicht van zijn hand.
.
Held
.
Hij keek bezeten, ziekelijk, gestoord
Alsof hij net nog iemand had vermoord
Vandaar dat ik hem maar niet tegensprak
Toen hij mijn zonnebril in tweeën brak
Maar in mijn hart vond ik het Ongehoord
.
Ik lees geschiedenis
Ter ere van de goedertieren maan
.
Vandaag op Herman de Coninckzondag een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’. In 1978 verscheen deze bundel met vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981.
Uit de NBD recensie (recensies op basis waarvan bibliotheken boeken bestellen) van destijds:
Herman de Coninck is in contact gekomen met een onbekende Amerikaanse schrijfster Edna St. Vincent Millay. Zij blijkt in 1950 gestorven te zijn en volgens de inleiding een feministe, die vooral in de jaren ’20 eigentijds werk maakte dat terecht vergeten is. Tussen al dat werk verschenen echter ook sonnetten, die de geest van het feminisme van de jaren ’70 ademen. De vertaler biedt op weinig bescheiden wijze 27 vertalingen aan, waaruit de onconventionele opvattingen van de schrijfster blijken. Het is moeilijk te beoordelen, wat origineel is en wat van de vertaler. De gedichten ademen een soort luguber realisme.
Hoe het ook zij, dit gedicht wil ik graag met je delen.
.
Ik lees geschiedenis. Ik oefen mijn bescheidenheid.
Ik leer wat voor een kleine plek je hier krijgt toevertrouwd
en hoe krankzinnig je moet werken voor hoe korte tijd
en hoe je daar niet beter van wordt maar wel oud.
.
En toch bouwt iedereen hier aan een onderkomen
en zorgt dat hij zich van de andere dieren onderscheidt
door rechtop-lopen en door een surplus aan dromen
en door de absurde energie, daaraan gewijd.
.
Want moeilijkheden krijgen we allemaal: de rat
heeft, in gevaar, altijd haar aanvalsmoed gehad.
Maar hoeveel moediger is niet een man
.
die weet, als pijn bedaart, dat het nog erger kan,
dat erger nog moet komen, en die toch kan schrijven,
kan lachen, tennissen en zelfs vooruitziend blijven.
.
Inauguration
Lorenzo Thomas (1944 – 2005)
.
Lorenzo Thomas werd geboren in Panama maar op 4 jarige leeftijd verhuisde hij naar New York met zijn ouders waar hij woonde in The Bronx en Queens. Lorenzo sprak vloeiend Spaans en Engels en in 1968 ging hij bij de Marine waar hij dienst deed tijdens de Vietnam oorlog. Zijn werk is zowel persoonlijk als politiek geladen. Hij werd in New York lid van The Umbra Workshop, welke bijdroeg aan de opkomst van de Black Art Movement in de jaren 60’en 70′.
Meer dan 20 jaar lang was hij als professor verbonden de faculteit Engels van de University of Houston-Dowtown waar hij belangrijke bijdragen leverde aan de African-American literatuur studies.
Lorenzo publiceerde vijf poëziebundels: ‘A Visible Island’ (1967), ‘Dracula’ (1973), ‘Chances Are Few’ (1979, opnieuw uitgegeven in 2003), ‘The Bathers’ (1981) en ‘Dancing on Main Street’ (2004).
Uit de bundel ‘Chances are few’ het gedicht ‘Inauguration’ waar zijn politieke betrokkenheid duidelijk blijkt. Waar hij het over us (ons) heeft kan ook US (United States) worden gelezen wat het gedicht een extra dimensie en inhoud geeft.
.
Inauguration
Een zwemmer is een ruiter
Paul Snoek
.
Paul Snoek (1933-1981) was het pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat (Hij nam de naam van zijn moeder aan Paula Snoeck). Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België. Hij debuteerde met de bundel ‘Archipel’ in 1954 en er verschenen in totaal 22 bundels van zijn hand. Tijdens zijn leven ontving hij onder andere de Jan Campertprijs (1971) en de Driejaarlijkse Staatsprijs voor de Vlaamse poëzie (1969) voor ‘De zwarte muze’.
Paul Snoek wordt gerekend tot de vijfenvijftigers (als een reactie op de vijftigers). Zij organiseerden zich rond het tijdschrift Gard Sivik, een naoorlogs avant-garde tijdschrift dat zich ook bezighield met het ethische. Zij zetten zich af tegen de ethische implicaties van de ‘Tijd en Mens’-generatie. Ze gingen op zoek naar meer esthetisch georiënteerde poëzie. Met andere woorden, het ethische was voor hen ondergeschikt aan het esthetische. Zij moesten niets meer weten van een direct engagement. Bij hun ging het om de schoonheid van de gedichten.
Zijn werk is moeilijk bij één stroming in te delen of valt moeilijk onder één noemer te vatten. Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften. Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.
.
Uit de bundel ‘Hercules’ uit 1960 het gedicht ‘Een zwemmer is een ruiter’.
.
Een zwemmer is een ruiter
Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.
En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
is met armen en benen aloude geheimen vertellen
aan het altijd allesbegrijpende water.
Ik moet bekennen dat ik gek ben van water.
Want in het water adem ik water
word ik een schepper die zijn schepping omhelst,
en in het water kan men nooit geheel alleen zijn
en toch nog eenzaam blijven.
Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.
.
Hommage aan Paul Snoek van Jef Snauwaert (pasteltekening/schilderij op papier, 1983)
.
Met dank aan Wikipedia, DBNL.org en Poezie-leestafel.info
Elly de Waard
Liefdespoëzie
.
Vandaag van Elly de Waard een liefdesgedicht zonder titel uit de bundel ‘De mooiste liefdespoëzie’.
.
*
Je mond vind ik het mooiste deel
Van je fysiek en als je lacht
Blinken je tanden geheimzinnig diep –
Rusteloze aantrekkingskracht
Ivoren hart in het gewelfde zachte
Van je lippen.
.
O zeg het, zeg iets liefs, laat er
Een woord, speciaal voor mij bedacht,
Die mond verlaten, dat vergoedt
Het missen van de kus die spreken
Overbodig maakt – waarzonder ik het
Stellen moet.
.


















