Site-archief

Vogels

Bert Schierbeek

.

Bert Schierbeek (1918-1996) was een van de dichters die aan de wieg stonden van de Vijftigers beweging. Hij was behalve dichter ook schrijver, essayist en toneelschrijver In Twente geboren groeide hij op in Groningen en studeerde hij in Amsterdam.

In 1946 sloot hij zich aan bij de Cobra-groep, die voornamelijk bestond uit beeldend kunstenaars en werd hij redacteur van het tijdschrift Het WoordSchierbeek verzette zich tegen traditioneel taalgebruik en literaire patronen. In 1951 publiceerde hij ‘Het boek Ik’, dat wordt beschouwd als het eerste Nederlandse experimentele prozaboek. De breuk met de traditie was compleet. De roman lijkt opgebouwd te zijn zonder verhaallijn en uit niet meer dan associaties van woorden en gedachten te bestaan.

Hij werkte samen met Lucebert en Karel Appel en hij won verschillende literaire prijzen zoals de Henriette Roland Holst-prijs in 1960, de Herman Gorterprijs in 1978 en de Constantijn Huygensprijs in 1991.

Uit de postuum verschenen bundel ‘Vlucht van de vogel’ uit 1996 het titelgedicht.

.

Vlucht van de vogel
.

soms op een vleugje wind

soms in een storm

vliegen zij op

een wolk van vogels

voor de zon

.

welke dromen

bevliegen de vogels

dat zij zich

lichtvaardig

in zoveel lucht

begeven

.

vogels

 

Het gedicht Vlucht van de vogel is ook aangebracht op de gevel van een school aan de Jac. P. Thijsselaan in Oegstgeest
schierbeekMet dank aan Wikipedia.

 

 

Johnny van Doorn

KOMTOCHEENSKLAARKLOOTZAK

.

Omdat Johnny van Doorn (1944-1991) zulke bijzonder beeldende poëzie schreef en omdat een ieder die hem (nog) niet kent zeker kennis moet maken met deze ‘selfkicker’,  een gedicht van zijn hand uit de bundel ‘Verzamelde gedichten uit 1994 getiteld ‘komtocheensklaarklootzak’.

.

KOMTOCHEENSKLAARKLOOTZAK

.

Mijn kamer verhuurd

Voor een uur of 2

Aan enkele verstok-

Te voyeurs:

Een gat in de

Vloer geeft een

Luxueus uitzicht

Op het onderliggend

Temijersbed &

Bij iedere seance

Kreunt mijn

Krolse kat

Luidruchtig mee &

Via een snelle

Knopindruk golf

De (van een bedrijfs-

Tape afkomstige)

Mededeling – Kom

Toch eens

Klaar Klootzak –

Door het met

Rococomeubelen

Ingeriochte

Naaivertrek &

Tot zieleheil

Van mijn somber

Herfstig wezen

Herstel ik het

Schiet- en avondgebed

In ere &

Iedere nacht

(Tussen haar billen

Ingevouwen)

Spreek ik tot de Goede God

.

JvD

 

Heb mij nodig

Herman de Coninck

.

Vandaag is zo’n dag dat ik een gedicht van Herman de Coninck met jullie wil delen. Poëzie en zeker poëzie van sommige dichters sluit soms heel goed aan bij mijn gemoedstoestand. Vandaag is mijn gemoedstoestand er een waarbij Herman de Coninck past. Ik heb gekozen voor het gedicht zonder titel uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991.

.

Heb mij nodig. Kun mij niet missen
Heb verdriet. Ik heb daar van alles tegen,
Levensbeschouwing, aforismen, groter verdriet:
Het is familie. Van geluk weet ik dat niet.

Er is geluk waarmee je alleen
moet zijn. Het te grote,
Zo heb ik, toen jij geboren was, een dag
door bossen gelopen. En toen pas besloten
dat jij er misschien mee te maken had,
en je moeder, die ik kende van vroeger.

Er is keihard geluk, waarvoor je moet
achterlaten en hebben en twintig zijn
zoals in het Frans: twintig jaar hebben.
Heb mij niet nodig. Kun mij missen.

Pas later ben je ooit weer twaalf geweest.
Dan kun je ook rustig veertig worden.
Dan is geluk verdriet. Een naald die Schubert leest
Kun mij dan missen maar doe het niet.

.

enkelvoud

herman dK

Invasie

Anna Enquist

.

In de week van de liefdesgedichten vandaag een gedicht van Anna Enquist. Anna Enquist beschrijft in dit gedicht de liefde en de rouw, de pijn en hoe liefde grenzen overwint, ook die van de dood. Uit de bundel ‘Soldatenliederen’ uit 1991 het gedicht ‘Invasie’.

.

Invasie

.

Op de kale helling, wind in mijn haar,

staan wij en je kijkt. Uit alle macht

kijk jij naar mij, beeld van liefde.

.

En ik, ik kruip door je betraande ogen

binnen, glijd langs zenuwbanen, huppel

over myelineknopen; synapsen

ruisen, RNA dwingt eiwitten

zich te groeperen naar mijn beeld:

.

Ik sta gekerfd, gebeiteld in je hersens

tot je sterft, totdat je sterft.

.

helling

Niets

Leonard Nolens

.

Leonard Helena Sylvain Nolens (of L. Nolens 1947) is dagboekschrijver en dichter en wordt gezien als één van de belangrijkste levende Vlaamse dichters. Nolens woont en werkt in Antwerpen (waar anders ben ik geneigd te zeggen, zovele prachtige Vlaamse dichters zijn actief vanuit Antwerpen) en  is een romanticus Dat wil zeggen, hij schrijft vaak over liefde en over de manier om aan de identiteit te ontsnappen.

Leonard Nolens debuteerde in 1969 met de bundel ‘Orpheushanden’ en publiceerde sindsdien 25 poëziebundels. Nolens ontving in zijn leven verschillende prijzen zoals de Poëzieprijs van de Provincie Antwerpen in 1976, de Jan Campertprijs in 1991, de VSB Poëzieprijs in 2008 en de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren in 2012.

Uit zijn bundel ‘Manieren van leven’ uit 2001 het gedicht ‘Niets’.

.

Niets

Je weet niet wat er is. Je bent gestruikeld
In je slaap, een zon heeft je geslagen
Om de hoek en je koopt blind een brood,
Verdwaalt. De straat gaat met je op de loop.

Een vreemde brengt je thuis, het is je vrouw
Die napraat over je begrafenis.
Je lag te roken in je kist, zegt zij,
En pakt een pan en bakt je dode hart.

Je weet niet wat er is. Je zit al dagen
Als een schaduw van je schaduw thuis.
De dokter komt, betokkelt je contouren
En vindt niets. Je bent het met hem eens.

.

nolens-manieren-2012

Nolens

 

Met dank aan gedichten.nl en Wikipedia

Hoekkamer

Clara Haesaert

.

Vandaag wil ik een vrouwelijk Vlaamse dichter Clara Haesaert belichten. En wel om de volgende reden. Toen ik informatie over haar las waarin stond dat ze zich professioneel inzette voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken scoorde ze als mens al punten bij me, toen ik op zoek ging naar haar poëzie was het duidelijk; ik ging een blogpost over haar schrijven.

Geboren in 1924 was Clara Haesaert na haar studie werkzaam als ambtenaar bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur (kom daar tegenwoordig nog maar eens om, ministeries met zulke ronkende namen). In die functie zette ze zich dus in voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken.

Op 29 jarige leeftijd debuteerde ze als dichter met de bundel ‘De overkant’ waarna er nog 8 bundels volgden. Haar laatste bundel ‘Voorbij de laatste vijver’ verscheen in 1995. Ze was medeoprichtster en redacteur van het tweemaandelijkse tijdschrift ‘De Meridiaan’ tijdschrift voor kunst en letteren, en oprichtster van Internationaal Kunstcentrum Taptoe in Brussel. Tot slot was ze mede-stichtster van de “Middagen van de Poëzie” en van het Haiku-centrum voor Vlaanderen in Overijse.

Naast de Basiel de Craeneprijs voor haar gedicht ‘de Man’ in 1952 , de Mathias Kempprijs voor Poëzie voor haar bundel ‘Medeplichtig’ in 1984 en ‘Het gulden boek voor Verdiensten bewezen aan het Boekwezen’ in 1991 werd ze in 2001  bevorderd tot Officier in de Leopoldsorde.

Uit jaargang 8 van De Brakke Hond uit 1991 het gedicht Hoekkamer van haar hand.

.

Hoekkamer

Het gulden boek voor verdiensten bewezen aan het boekwezen, bibliotheken, jeugdboeken,

1.
Je loopt levend door mijn gedachten,
je handen bewegen,
je knippert met de ogen.
Ik ben dood, zei je toen, die avond,
zeven jaar geleden.
Nu hoor ik je stem, verdrietig,
ik zie je stappen, voorovergebogen.
Toch loop je elk ogenblik, veerkrachtig,
lachend en pratend door mijn gedachten.
2.
Op een dag liep ik met een vriend door het bos.
Een groot bos vlakbij de grootste stad van het land.
Het was februari, ik hoorde een ijsvogel zingen.
Op het smalle wandelpad lag een dun laagje sneeuw.
3.
In deze hoekkamer rees de vraag:
waarom de stem verheffen,
waarom met woorden treffen.
Waarom het ondoordachte:
steeds de sterkere, de onverstoorbare te lijken,
waarom geraffineerd de meedogenloze spelen.
In het schild voor het ongeluk geboren:
onloochenbaar merkbaar in ogen en stem,
koele tegenstrijdigheid in zien en horen.
.
Clara
Met dank aan dbnl.org en Wikipedia

Czeslaw Milosz

Dichter  van alle nationaliteiten

.

Czeslaw Milosz wordt vaak als Pools dichter geportretteerd maar werd in 1911 geboren in Litouwen ( hij overleed in 2004 als Amerikaans staatsburger) dat toen deel uitmaakte van Rusland. Hij studeerde in Vilnius en trok later naar Warschau. In de tweede Wereldoorlog zat hij bij het verzet maar in 1951 brak hij met de Poolse communistische partij (hij was na de oorlog Pools diplomaat). In 1951 vroeg hij politiek asiel aan in Frankrijk. Uiteindelijk kreeg hij het Amerikaanse staatsburgerschap maar de laatste jaren van zijn leven woonde hij weer in Polen. Een waar wereldburger. In 1980 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur.

Uit de in het Nederlands vertaalde bundel ‘Verre omstreken’ uit 1991 het gedicht ‘De zin’.

 

De zin

‘Eenmaal dood zal ik de voering van de wereld zien.
De achterkant, voorbij de vogel, berg, zonsondergang,
de ware betekenis, die om ontcijfering roept.
Wat onverenigbaar was, wordt nu verenigd.
Wat buiten ons begrip viel, zal begrepen worden.’

‘Maar als de wereld nu geen voering heeft?
Als de lijster op de tak geen enkel teken is,
alleen een lijster op een tak, als de dagen en de nachten
elkaar opvolgen en zich niet bekommeren om een zin
en er op aarde niets is buiten deze aarde?’

‘Al zou het zelfs zo zijn, dan nog blijft het woord
dat, eenmaal gewekt door vergankelijke lippen,
zal rennen, rennen als een onvermoeibare koerier,
over interstellaire velden, wentelende melkwegen
en protesteren, roepen, schreeuwen.’

 

Czeslaw-Milosz

De driehoek is rond

Joz Knoop

.

Afgelopen zaterdag mocht ik samen met een aantal dichters een poëtische bijdrage leveren aan het mini festival Boerol in Maasland. Eén van de dichters was Joz Knoop, wereldberoemd geworden door de versvorm die hij heeft ontwikkeld, de Jozzonet.

Joz Knoop heeft de Jozzonet ontwikkeld in het spiegeljaar 1991. Een Jozzonet is een versvorm waarbij  er altijd een oneven aantal regels is, waarbij de middelste regel de enige unieke blijkt. De regels daarboven worden daarna in omgekeerde volgorde herhaald, waarbij een nieuwe zins samenstelling een nadere nuancering geeft.

In de bundel ‘De driehoek is rond’ die Joz in 2013 uitgaf bij uitgeverij De Muze staan naast een aantal gedichten in de vrije vorm ook een groot aantal Jozzonetten. Hilde Zuurd tekende voor de prachtige illustraties waarmee een bijzondere bundel ontstond.

Uit deze bundel het titelgedicht ‘Driehoek’.

.

Driehoek

.

Rond

de driehoek is

alles recht en rustig.

De pen trok langs de liniaal

de lijn die zich snijdt aan andere lijnen

in hoeken, ontstaan door de plaatsing van juist

de lijn die zich snijdt aan andere lijnen,

De pen trok langs de liniaal

alles recht en rustig,

de driehoek is

rond.

.

Joz

 

Meer informatie en Jozzonetten op http://www.jozknoop.nl/

Dichter van de Antillen

Changa Hickinson

.

Vanuit Trinidad en later Nederland ging Changa Hickinson  in de jaren ’80 van de vorige eeuw in Sint Maarten (Nederlandse Antillen) wonen, en het is hier dat zijn eerste boek, Illegal Thruth werd gepubliceerd in 1991. Zijn werk is ook te vinden in een bloemlezing van schrijvers uit  Sint Maarten. Daarnaast toerde Hickinson met Winternachten in Indonesië en de Nederlandse Antillen. Het multiculturele aspect van het eiland staat centraal in zijn werk, waarin hij het diverse en soms eigenzinnige karakter van het eiland beschrijft. Hij staat bekend om zijn voordrachtskunst, om de overdonderende stijl van zijn poëzie die hij op verschillende culturele evenementen ten tonele brengt en om zijn geloof, het Rastafari. Changa is niet alleen dichter, hij ontpopt zich ook als acteur. Tevens is hij actief als vakbondsmedewerker: hij heeft zich opgeworpen als organisator van de organisatie van buschauffeurs in het zuiden van Sint Maarten. De grote opkomst van bus- en taxichauffeurs bij de centrale TourMap transport vergadering in 2005 was mede aan hem te danken.

Van zijn hand het gedicht: Raffia

.

Raffia

While wicked rule
An’ righteous labor
Freedom fighters planning
While masses sweat red
Fe daily white bread
Freedom fighters training
While govament promising
An’ opposition lapsin
Freedom fighters surveyin
While students graduatin
An’ wuk not forthcomin
Urgency steamin/livin/tensin
While congregation rejoycin
Syn/a/gog/ues gamblin
collection missin
Preachers bles/sin
Elites toastin
Cocktails of henbane
Freedom fighters advancin
Like Afrikan drum beat
Warrior charge form ancient graves
An’ modern beliefs
In offensive defence
Of I an’ I.

.

Changa Hickinson

Films gebaseerd op poëzie

Deel 1: Lady Lazarus

.

Was ik al een categorie begonnen over poëzie in films (meestal gedichten of delen van gedichten die in een film voorkomen), er zijn ook films gebaseerd op een gedicht of een dichtbundel. In deze nieuwe categorie zal ik een aantal van deze films behandelen.

Vandaag als eerste ‘Lady Lazarus’ van Sylvia Plath (1932 – 1963).

Deze experimentele film uit 1991 van filmmaakster en feministe Sandra Lahire is gemaakt rond het beroemde gedicht van Sylvia Plath ‘Ladfy Lazarus’. De film bestaat behalve uit audio fragmenten waarbij Sylvia Plath gedichten voordraagt als Lady Lazarus, Cut, Daddy, Ariel en Ouija ook uit een interview met haar uit 1962.Sandra Lahire beschrijft haar film als de eerste in een trilogie waarbij de film een visuele reactie is op de woorden van Sylvia Plath die vooral een voorbeeld zijn van haar zwarte humor en cinematografische visie, aldus Lahire. Een carrousel van ingeraamde beelden in een atmosfeer van constante metamorfose; haar poëzie als film.

.

Lady lazarus
.
I have done it again.
One year in every ten
I manage it——
A sort of walking miracle, my skin
Bright as a Nazi lampshade,
My right foot
A paperweight,
My face a featureless, fine
Jew linen.
Peel off the napkin
O my enemy.
Do I terrify?——
The nose, the eye pits, the full set of teeth?
The sour breath
Will vanish in a day.
Soon, soon the flesh
The grave cave ate will be
At home on me
And I a smiling woman.
I am only thirty.
And like the cat I have nine times to die.
This is Number Three.
What a trash
To annihilate each decade.
What a million filaments.
The peanut-crunching crowd
Shoves in to see
Them unwrap me hand and foot——
The big strip tease.
Gentlemen, ladies
These are my hands
My knees.
I may be skin and bone,
Nevertheless, I am the same, identical woman.
The first time it happened I was ten.
It was an accident.
The second time I meant
To last it out and not come back at all.
I rocked shut
As a seashell.
They had to call and call
And pick the worms off me like sticky pearls.
Dying
Is an art, like everything else.
I do it exceptionally well.
I do it so it feels like hell.
I do it so it feels real.
I guess you could say I’ve a call.
It’s easy enough to do it in a cell.
It’s easy enough to do it and stay put.
It’s the theatrical
Comeback in broad day
To the same place, the same face, the same brute
Amused shout:
‘A miracle!’
That knocks me out.
There is a charge
For the eyeing of my scars, there is a charge
For the hearing of my heart——
It really goes.
And there is a charge, a very large charge
For a word or a touch
Or a bit of blood
Or a piece of my hair or my clothes.
So, so, Herr Doktor.
So, Herr Enemy.
I am your opus,
I am your valuable,
The pure gold baby
That melts to a shriek.
I turn and burn.
Do not think I underestimate your great concern.
Ash, ash—
You poke and stir.
Flesh, bone, there is nothing there——
A cake of soap,
A wedding ring,
A gold filling.
Herr God, Herr Lucifer
Beware
Beware.
Out of the ash
I rise with my red hair
And I eat men like air.
.

Hieronder kun je de film bekijken.

https://player.bfi-staging.org.uk/free/film/watch-lady-lazarus-1991-online

.

SylviaPlath_2469087b