Site-archief
Het zingend hart
Gerard Reve
.
Hoewel hij door de meeste mensen eigenlijk alleen maar als schrijver van romans, brieven en verhalen is gekend, schreef Gerard Reve (1923 – 2006) ook gedichten. Sterker nog, zijn debuut in 1940 was met de dichtbundel ‘Terugkeer’ die hij in eigen beheer uitgaf in een oplage van 50 stuks. Overigens werd pas in de jaren ’80 van de vorige eeuw officieel dat dit zijn debuut was toen er een authentiek exemplaar werd gevonden. In 1993 werd in opdracht van Gerard Reve deze bundel in een oplage van 500 stuks herdrukt en door hem gesigneerd. Dat Reve ook gedichten schreef is ook weer niet zo vreemd, hij was van 1948 tot 1959 getrouwd met de dichter Hanny Michaelis.
Toch is het aantal gedichten van zijn hand klein, helemaal ten opzichte van al zijn prozawerk. Zo publiceerde hij in 1965 ‘Zes gedichten’, in 1979 ‘Een eigen huis’ (gedichten, toespraken en verhalen), in 1984 ‘Schoon schip’ (verhalen, gedichten en artikelen uit de periode 1945-1984, ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987 en ‘Het zingend hart’ een uitgave uit 1973 en in 2003 opnieuw uitgegeven in De Grote Lijsters met 35 gedichten. Een klein oeuvre binnen zijn enorm grote oeuvre als schrijver.
In de bundel ‘Het zingend hart’ zijn gedichten opgenomen die Reve schreef in de jaren ’60 en ’70 met een gedicht ‘Kennis’ dat uit de jaren ’80 stamt en eerder verschenen in ‘Een eigen huis’ en ‘Het zingend hart’.
In de gedichten vele verwijzingen naar het Rooms Katholieke geloof waartoe Reve zich in 1966 bekeerde maar ook altijd die tegendraadse stem die hem als schrijver zo kenmerkte. Zoals in het gedicht ‘Gedicht voor mijn 47ste verjaardag’ uit 1970.
.
Gedicht voor mijn 47ste verjaardag
.
De dag zelf vreemd en grijs. De dag erna
zes zwanen zeilend tot de voetbrug
waar ik met gulle hand het feestgebak te water werp
dat niemand gisteren door zijn strot heeft kunnen krijgen
en dat de vogels evenmin begeren:
hun koninklijke halzen buigen niet,
terwijl het ongewone voedsel zinkt.
.
Schoon in elk oog is wat het bemint
Hafid Bouazza
.
In 2005 en 2006 publiceerde dichter Hafid Bouazza bij uitgeverij Prometheus drie bundels met vertaalde Arabische poëzie. Over het deel ‘Om wat er nog moet komen’ Pornografica, schreef ik al op 22 februari van dit jaar https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/02/22/pornografica/ maar nu wil ik het tweede deel uit deze drie bundels van deze Arabische bibliotheek, zoals Bouazza het noemt, bespreken dat handelt over Arabische liefdesgedichten met de titel ‘Schoon in elk oog is wat het bemint’.
In het woord vooraf schrijft Bouazza dat het hier een persoonlijke keuze van hem is uit de gigantische hoeveelheid klassieke Arabische minnepoëzie zowel lyrisch en melancholisch als vrolijk en fysiek uitbundig. Het hart wordt niet altijd boven externe lichaamsdelen verkozen- en waarom zou het? voegt hij er nog aan toe.
We realiseren het ons tegenwoordig, zeker in de westerse wereld, niet meer maar in de klassieke oudheid heeft het Arabisch schiereiland maar ook landen uit Noord Afrika, Turkije en Iran, grote en beroemde dichters voortgebracht. Van de meeste (en misschien van alle) dichters in de bundel hebben de meeste mensen nog nooit gehoord (ik ook niet) maar dat wil niet zeggen dat deze dichters niet meer dan de moeite waard zijn.
Omdat ik, zoals gezegd, de dichters in de bundel ook niet ken heb ik voor een gedicht gekozen dat me beviel en dat is een gedicht geworden van Dik al-Djinn die leefde tussen het jaar 777/778 en 849/850 in de nu Syrische stad Homs. Dik al-Djin leefde ten tijde van het Abbasid kalifaat en was vooral beroemd door zijn liefde voor een christelijke vrouw met de naam Ward. Veel van zijn poëzie is voor haar geschreven. Daarnaast gaat veel van zijn poëzie over zijn liefde voor wijn.
.
Kijk naar de zon van de kastelen en hun naam
En naar hun lavendel en het blaken van hun bloesemrijk
Nimmer beproefde je oog een blank dat van zwart
Zo veel schoonheid vergaarde als haar gezicht in haar haar
Rozig van konen en wie nooit van haar heeft gehoord
Kan uit haar speeksel haar naam verkrijgen
Zij heupwiegde en ik lachte verwonderd om haar billen
Maar ik huilde om haar middel
Uit haar hand schenkt ze je een beker rozige wijn
En een wijn van twee van haar voortanden
.
Judy Carati
Gedachtengedichten
.
Judy Carati ken ik al langer, ik zag en stond met haar op poëziepodia waar zij, zichzelf begeleidend op gitaar, liedjes zong en gedichten voordroeg. En dat is precies wat ze doet in de bundel/CD ‘Gedachtengedichten’.
De bundel is opgedragen aan Cecilia en wordt voorafgegaan door een tekst die de Russische dichter Boris Ryzji (1974-2001) schreef in 2000 aan de, door hem bewonderde dichter Aleksandr Koesjner dat verscheen als voorwoord in ‘Rotterdam Dagboek’ uit 2006. Dit stukje gaat over zijn bezoek aan onder andere Delft en ik denk dat Judy dit in haar bundel heeft opgenomen omdat een aantal van haar gedichten Delft als onderwerp hebben.
De bundel is in eigen beheer uitgegeven en ziet er heel fraai uit. Op mooi stevig papier zijn de gedichten afgedrukt. De omslag in rood en blauw met een kleine foto van Judy op de kaft en achterin de CD met haar liedjes. Hoewel er ongetwijfeld iets valt te zeggen over haar liedjes beperk ik me tot de gedichten omdat ik daar iets zinnigs over kan zeggen.
Maar voor ik daar iets over schrijf moet me iets van het hart. De bundel heeft een mooie opmaak met een rustige bladspiegel maar wordt, en dat vind ik echt jammer, vaak verstoord door allerlei ‘extra’ informatie over gedicht, onderwerp, verwijzingen naar een andere bundel of de CD of over het feit dat een gedicht voor een speciale gelegenheid is geschreven.
Had er iemand meegelezen of was er enige vorm van redactie geweest dan had dit ‘opgelost’ kunnen worden door deze informatie achterin de bundel apart per pagina weer te geven. Bij het gedicht ‘Stille schuilplaats’ is dit maar liefst een halve pagina in een klein( erg klein) lettertype. Ook achterop de bundel staat heel veel informatie. Het lijkt alsof Judy alles wat ze ook maar kwijt wilde een plekje heeft gegeven in deze bundel en dat doet, in mijn ogen, de bundel een beetje tekort.
Over de gedichten schrijft Judy: ze bevatten persoonlijke elementen, ze zijn hier echter niet altijd 1 op 1 terug te voeren. De teksten zijn veelal ontstaan vanuit observaties en gedachten ( wat de titel verklaart). Dat wat je in het dagelijks leven meemaakt.
Zoals bijvoorbeeld in het gedicht ‘Herinneringen’:
Nog volop in het heden
fiets ik van Delft naar Rotterdam
de lucht kleurt rood, ik volg het water
in de verte het kerkje
De gedichten zijn duidelijk, beschrijvend, zonder al teveel ingewikkelde poëtische diepgang. Ze schilderen een plaatje waarin je al lezend mee kan gaan. Aan de dingen die ze ziet en beschrijft wordt een emotie meegegeven (berusting, woede, verdriet, verwondering) met name in het hoofdstuk dat dezelfde titel draagt als de bundel.
in het hoofdstuk ‘Fietsend van Delft naar Rotterdam’ vooral gedichten over Delft en in het gedicht ‘Blikken scheidsmuur’ over de dichter Poot ook een verwijzing naar Schipluiden en Abtswoude.
In ‘Aankondiging van de herfst’ tenslotte een aantal gedichten van wat algemenere aard maar steeds met een duidelijke ik en verwijzingen naar ervaringen en herinneringen.
Mijn conclusie na lezing is dat deze bundel een soort van ego document is van Judy, dat er mooie zinnen in staan en teveel informatie. Desalniettemin voor liefhebbers van dit genre van poëzie, het meer persoonlijke en verinnerlijkte, zeker te genieten.
ik wil eindigen met het gedicht dat als ‘Nagedicht’ is opgenomen en daarom niet lijkt te passen bij een van de hoofdstukken getiteld ‘Ontwortelen’.
.
Ontwortelen
.
Bij het water zien de bomen zichzelf
rimpelend, vervormd
in stilte luidruchtig
.
ik wilde wortel schieten
bladeren krijgen en blijven staan
maar de wind waaide mij voorbij de hemel
.
zo verder reizen
ga weg, maar zet je voeten niet in de grond
ga weg, maar krijg geen vleugels in de lucht
.
probeer te drijven op het water
en zie: je komt weer terug
.
Hunebed voor grappenmakers
Frederik Lucien De Laere
.
De Vlaamse dichter Frederik Lucien De Laere (1971, Brugge) was in 2007-2008 stadsdichter van Damme dat zich al jarenlang profileert als boekenstad van Vlaanderen. De Laere publiceerde de dichtbundels “Paniek in het circus” (2003), “De Martelgang” (2006), “Secuur” (2010), “In uiterste staat” (2016) en “Opabinia” (2019). Zijn werk werd opgenomen in verschillende literaire magazines en bloemlezingen (waaronder die van Komrij ‘Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ ).
Hij was stichtend lid van de eigenzinnige dichtersgroep ‘ Het Venijnig Gebroed’ en nam zowel individueel als met de groep deel aan verschillende literaire optredens en happenings zoals Theater aan Zee, het Lowlands-festival, Dichter aan huis, Poetry International en Crossing Border. Daarnaast schrijft De Laere een blog http://frederikluciendelaere.blogspot.com/. De poëzie van De Laere bestrijkt een breed spectrum van onderwerpen en hij hanteert diverse stijlen. In de vroege gedichten heerst een surrealistische en bevreemdende sfeer, die doet denken aan Paul Snoek en Gust Gils.
Uit zijn bundel ‘De Martelgang’ uit 2006 koos ik het gedicht ‘ Hunebed voor grappenmakers waaruit die bevreemdende sfeer goed naar voren komt.
.
Hunebed voor grappenmakers
.
Dit is de laatste rustplaneet
van de lustelozen
die zich in de hozen van de aardse decennia
niet konden vinden, laat staan
in de schuilkelders van de ernst.
.
Klinkt zijn lach nog zeg,
in de verre velden, de kwelders van weleer
waar het zoutgehalte
de humor net niet verorberde?
.
Tegen de vergetelheid
en het tot stof wegwaaien
liet hij zichzelf paaien
met een stenen tafel
waarop de moppentappers na hem
het gebod aflegden
en bij wijze van grap
al grommend werden geofferd.
.
Poëziewandeling
Maarten van den Elzen
.
Ik schreef al vaker over literaire wandelingen en poëziewandelingen. Dit keer wil ik aandacht besteden aan de poëziewandeling in Uden onder leiding van dichter en voormalig stadsdichter van Uden (2006/2007) Maarten van den Elzen. Afgelopen zomer kon je met de dichter een wandeling maken van anderhalf uur langs gebouwen en plekken in Uden waar gedichten van Maarten te zien en te lezen zijn. De wandeling begon in de bibliotheek en ging langs historische plekken als de Kruisherenkapel en theater Markant.
Tijdens de 2,5 kilometer lange wandeling hoef je geen emotioneel of inspirerend cliché-verhaal aan te horen over het moment waarop Van den Elzen plots het idee kreeg om een gedicht over bijvoorbeeld de molen van Jetten te maken. Hij kreeg simpelweg de opdracht om er gedichten over te maken. Het zijn toegankelijke gedichten die iedereen kan begrijpen. De uitgewerkte gedichten variëren van grotere kunstwerken tot intiemere werken. Tijdens de wandeling is er ook geen sprake van een monoloog van de dichter, hij wil juist het gesprek aan gaan met de toehoorders over poëzie en de geschiedenis van Uden.
Op https://www.poeziewandeling.nl lees je meer informatie over de wandeling. Hieronder een gedicht van Maarten van den Elzen.
.
Tot in de Nederige Madeliefjes
.
ik heb uw gezicht
gezocht tussen
altaren die
hemelhoog
torenden tussen
getorste
kandelabers en in
het gekleurde licht
van de glas-in-lood ramen
.
maar ook tussen de
bomen die zo dicht
bij elkaar staan dat
het daglicht blijft
steken in hun
schaduw
.
en natuurlijk
tussen bloemen in
de arrogantie van
gladiolen tot in de
nederige
madeliefjes
.
ik heb uw gezicht
gezocht tussen de
mensen
.
Nieuwjaarswens
2020
.
Op deze eerste dag van het nieuwe jaar wil ik iedereen een heel mooi, poëtisch, liefdevol en voorspoedig 2020 toewensen in goede gezondheid. En hoe kan ik dit beter illustreren dan door een gedicht van de Vlaamse dichter Paul Snoek (1933 – 1981) uit de bundel ‘Gedichten’ uit 2006 getiteld ‘Nieuwjaarswensen’.
.
Voor de zotten
Sieger M. Geertsma
.
Een tijdje geleden zag ik in de bioscoop de film The Joker. Een bizarre, donkere en verwarrende film over de verwordingsgeschiedenis van de figuur The Joker uit de verschillende Batmanfilms. Ik moest meteen denken aan deze film en aan de figuur van The Joker, toen ik in de bundel ‘Met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ samengesteld door Arie Boomsma, het gedicht ‘Voor de zotten’ van dichter Sieger M. Geertsma (1979) las.
Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Schaduwvechter’ van Geertsma uit 2006. Al lezend bekroop mij het gevoel dat Geertsma deze film of de figuur van The Joker, als uitgangspunt voor zijn gedicht had gebruikt (wat natuurlijk niet kan, de film is uit 2019). Oordeel zelf zou ik zeggen (als je tenminste de film gezien hebt).
.
Voor de zotten
.
Daar loopt de gek, de zot een dwaas!
Schudt kaart draaft, buigt zijn hoofd.
Joker houdt zijn lach niet in, een aas,
een schop of hart is wat de speler dooft.
.
Geen vonk of vlam verstand, slechts gaas
is wat er vangt, een maas, verliest het ooft.
Het fruit van zijn zinnen, in een waas
komen woorden, dat mens enkel rooft.
.
‘Mens stapt en staat, hij walst en spreekt,
ook beeft de grond, de stad, is geen graf.
Zo grijs en zuur, de stenen muur wreekt
.
mijn bestaan, beton in mij, mijn straf
is dolen over straat, door honger gebleekt.
Hoofd is het huis, mijn naam de bedelstaf.’
.
.
Atletische verzen
Ivo de Wijs en Theo Danes
.
Zoals je misschien weet ben ik gek op thematische poëziebundels, Je hebt ze werkelijk in alle vormen en maten en thema’s. In 2006 verscheen bij Nijgh & Van Ditmar de charmante bundel ‘Atletische verzen’ van Ivo de Wijs en (zijn neef) Theo Danes. In deze bundel passeren alle atletieknummers de revue. Van de 100 meter sprint, de 400 meter hordelopen, hoogspringen en verspringen, de tienkamp, veldloop en het speerwerpen, tot de halve marathon en het kogelslingeren toe. Theo Danes is Nederlands tienkamper en werd in deze bundel op poëtisch gebied gecoacht door zijn oom Ivo.
In de bundel vooral vrolijke gedichten in vaste versvormen van beide heren. Daarom van zowel Ivo de Wijs als van Theo Danes een gedicht.
.
Kogelslingeren (geschiedenis)
.
De ‘hammer throw’ stamt uit de tijd
Van louter burchten in de atlas
Toen het van pas kwam in de strijd
Wanneer het buskruit veel te nat was
.
Theo Danes
.
100 meter
.
Ik heb eens bij de New York Open
De benen van mijn kont gelopen
De benen liepen onverwacht
Een tijd van 10 seconden 8
Maar, teleurstellend, liep de kont
Een tijd van 12 seconden rond
Ik viel, helaas, op deze wijze
Gemiddeld nét niet in de prijzen
.
Ivo de Wijs
.
Anne Frank
Gedicht uit 1942
.
Op 28 maart 1942 schreef Anne Frank een gedichtje voor Cri-Cri, de bijnaam voor Christiane van Maarsen, de oudere zus van Jacqueline van Maarsen, overleden in 2006. Jacqueline was een klasgenootje en tevens de beste vriendin van Anne Frank. Het gedicht is aan Jacqueline gegeven die het in 2016 te koop aanbood.
Volgens Jacqueline was haar zus Christiane niet gehecht aan het gedicht, voor Jacqueline reden om het gedicht te verkopen. De verwachte opbrengst was volgens het veilinghuis minstens 30.000 Euro. Het gedicht bracht uiteindelijk 140.000 euro op.
.
Hebt ge uw werk niet goed gedaan
Kostbare tijd verloren
Grijp opnieuw de arbeid aan
Beter dan te voren
.
Hebben anderen u gelaakt
Wat ge had misdreven
Zorg dan dat ge ’t beter maakt
Dat is antwoord geven
.


















