Site-archief
Zij
Bernard Dewulf
.
Voormalig stadsdichter van Antwerpen (2012-2014) Bernhard Dewulf (1960) is naast dichter ook redacteur, columnist en dramaturg voor theatergezelschap NT Gent. Dewulf publiceerde al gedichten in diverse literaire tijdschriften, voor hij debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Sindsdien publiceerde hij naast gedichten ook theatrale vertellingen, lezingen, kunstbeschouwingen en essays.
Uit de bundel ‘Waar de egel gaat’ uit 1995 het liefdesgedicht ‘Zij’.
.
Zij
.
Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,
maar slapen ieder onze nacht.
Haar lichaam ademt in mij voort
en binnen word ik weggedacht.
.
Woont daar iemand die bestaat
als zij zich sluit? Alles is
zo denkbaar in dit hoofd, ik
raak er niet in en niet uit.
.
Ik ken haar enkel in mijn armen,
zij houdt mij eeuwig op de tast.
Zij slaapt en wie is zij
die morgen weer in alles past?
.
Lozenges
Gedichten in vreemde vormen
.
In 1965 gaf Colleen Thibaudeau een alleraardigst boekje uit met de intrigerende titel ‘Lozenges’. Om daar maar mee te beginnen; een Lozenge (◊) is een ruitvormig leesteken dat nog maar weinig gebruikt wordt. De lozenge werd vroeger wel eens gebruikt om spaties aan te geven bij woorden waar onduidelijk was of deze aan elkaar hoorden of niet. In de huidige spelling is dit niet meer nodig.
Colleen Thibaudeau (1925 – 2012) was een Canadees dichteres en schrijfster van korte verhalen die in veel tijdschriften en magazines gedichten publiceerde. Behalve ‘Lozenges’ publiceerde ze nog de bundels ‘Ten Letters’ (1975), ‘My Granddaughters Are Combing Out Their Long Hair’ (1977), ‘The Martha Landscapes’ (1984), ‘The “Patricia” Album’ (1992) en ‘The Artemesia Book’ (1991).
Het boekje ‘Lozenges’ staat vol met gedichtjes in de vorm van een object en heeft dit ook als titel. Voorbeelden zijn een kroon, een trein, een hockeystick en een pop.
Hieronder twee voorbeelden van een ballongedicht en een kaarsgedicht.
.
Voor het hele boekje on-line ga je naar http://colleenthibaudeau.com/lozenges-poems-in-the-shape-of-things/
E-Otoliths
Toby Fitch
.
Op de blog met de intrigerende naam http://the-otolith.blogspot.com.au/ (een otolith is een structuur in het binnenoor van vissen dat uit calciumcarbonaatkristallen en een gelatineuze massa bestaat), vond ik een paar voorbeelden van gedichten in vreemde vormen. De dichter en kunstenaar Toby Fitch publiceerde in 2012 het boek ‘Rawshock’ waarin een aantal voorbeelden van gedichten in bijzondere vormen staan.
Toby Fitch (geboren in Londen) groeide op in Sydney. Zijn eerste collectie gedichten in deze vorm publiceerde hij in Rawshock bij Puncher & Wattmann. In 2010 publiceerde hij bij Vagabond Press al eens een Chapbook ‘Everyday Static’ getiteld. In 2014 verscheen ook bij Vagabond press zijn laatste boek met de titel ‘Jerilderies’ . Rawshock stond op de shortlist van de Peter Porter Poetry Prize in 2012 en won de Grace Leven Prize for Poetry. Zijn poëzie werd gepubliceerd in kranten, bloemlezingen en nationale en internationale magazines waaronder ‘Best Australian Poems’ 2011 en 2012, ‘Meanjin’, ‘The Australian’, ‘Cordite’, en ‘Drunken Boat’. Daarnaast is hij poëzieredacteur bij ‘Southerly journal’.
Uit ‘Rawshock’ een aantal voorbeelden van zijn visuele poëzie.
ON GWASS
after Angoisse
A DIVA’S FATE
after Fête d’Hiver
DEVOLUTIONS
after Dévotion
Bezing mij de zuivere meisjes
Velimir Chlebnikov
.
Van Geraldina Metselaar kreeg ik het bijzonder fraai uitgegeven bundeltje Verzameld werk, Poëzie 1 van Velimir Chlebnikov. In deze bundel, uitgegeven door Filonov in 2012 staan gedichten van Chlebnikov uit 1904-1908 in een vertaling van Willem G. Weststeijn.
Velimir Chlebnikov (1885-1922) werd geboren in wat nu Kalmukkië heet en was Russisch dichter en theoreticus. Als dichter maakt hij deel uit van de Futuristen. De Futuristen zetten zich af tegen de toen dominante stroming in de Russische literatuur, het Symbolisme, waarin verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie centraal werden gesteld. De Futuristen verworpen deze volledige “oude” literatuur. Het poëtische woord moest weer centraal komen te staan.
Chlebnikov experimenteert vooral met klankpoëzie en hij ontwikkelt een geheel eigen (bijna mathematisch) systeem waarin diverse talen (de vogeltaal, de godentaal, de sterrentaal) evenzoveel semantische ontwikkelingen doormaken die de dichter bijstaan in het kanaliseren van zijn niet te stuiten creatieve energie. Veel literatoren zien Chlebnikov tegenwoordig als één van de belangrijkste vernieuwers van het Modernisme en zijn invloed op de Russische literatuur is groot.
Uit de bundel een aantal korte gedichten uit de jaren 1907 en 1908.
.
Bezing mij de zuivere meisjes,
Kibbelaarsters met hun vogelkers,
De breedgeschouderde jongens:
Ze zijn er – ik weet en geloof het.
.
Maanlicht, een witte omheining,
Populieren als zeilen veraf.
Hier komt de nachtelijke minnaar,
Schuift van het hekje de grendel af.
.
Wie als beroemde tovenaar
Roemvolle kunst waardeert:
Hij noemt de Slaaf
Een nachtegaal.
.
Met dank aan Wikipedia.
Moderne Chinese poëzie
Hsia Yu en Shang Ch’in
.
In 2012 bracht uitgeverij Voetnoot uit Antwerpen twee dichtbundels uit van moderne Chinese dichters. Vertaalster Sylvia Marijnissen maakte een selectie uit werk van Hsia Yu (1956) en Shang Ch’in (1930-2010). De bundels, getiteld ‘Als kattenogen’ (Yu) en ‘Ontsnappende hemel'( Ch’in), voorzag Marijnissen van een nawoord waarin ze ingaat op de vertaalkeuzes waarvoor zij zich gesteld zag.
De bundels werden mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds. De poëzie van Yu is erg talig en biedt de lezer verschillende in- en uitgangen, waar Ch’in prozagedichten en verzen schrijft. Als jongeman werd Shang Ch’in als deserteur gevangengezet. In een van de cellen waar hij zat opgesloten lagen dichtbundels van Lu Xun en Bing Xian, nieuwe literatuur die de klassieke schrijftaal verruilde voor de spreektaal.
Van Hsia het gedicht ‘Ansichtkaart’.
.
Ansichtkaart
Weinig tijd
Stadje van behoedzaamheid
niet zonder elkaar te vernietigen
op het punt ver weg te gaan
glas kapotslaan
vingernageldoorzichtig
.
Van Shang Ch’in het gedicht ‘Ontsnappende hemel’.
.
Ontsnappende hemel
Dodengezicht is nooit gezien moeras
Moeras in wildernis is ontsnapping van hemeldeel
Vluchtende hemel is overvloedige rozen
Overstromende rozen is nooit gevallen sneeuw
Niet gevallen sneeuw is tranen in aders
Opwellende tranen is bespeelde luitsnaren
Tokkelende luitsnaren is brandend hart
Verbrand hart is wildernis van moeras
.
Tegen het krakende hek
Rutger Kopland
.
In 1988, het jaar dat Rutger Kopland (1934 – 2012) de P.C. Hooftprijs ontvangt, publiceert uitgeverij van Oorschot zijn bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’. Een groot gedeelte van de gedichten uit deze bundel is niet moeilijk te begrijpen. Vaak worden liefdesscènes beschreven op zeer romantische wijze, soms als onderdeel van de natuur (paarden, honden, bloemen). Het gedicht ‘Tegen het krakende hek’ is hiervan een goed voorbeeld.
.
Tegen het krakende hek
.
Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.
Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.
In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,
maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu
bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek
kraakte tegen de opdringende paarden.
.
Tweedst
J. Bernlef (1937 – 2012)
.
J. Bernlef is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. Bernlef was schrijver, dichter en vertaler. Ik kende hem vooral als schrijver maar van de meer dan ruim 80 boeken en bundels die van hem bij leven zijn uitgegeven zijn er 25 met poëzie. Bernlef debuteerde in 1959 met de gedichtenbundel ‘Kokkels’. Vanaf 2002 publiceerde hij onder het pseudoniem Bernlef (zonder de initiaal J.), soms als Henk Bernlef (hij heeft eerder vertalingen gemaakt als Jan Bernlef).
Bernlef ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen als de Reina Prinsen Geerligsprijs voor ‘Kokkels’ (1959), de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre (1984) en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre (1994).
In 1988 verscheen bij Querido de verzamelbundel ‘Gedichten 1970 – 1980’.
Uit deze bundel het gedicht ‘De kunst om tweedst te zijn’ (Voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Stilleven’ uit 1979).
.
De kunst om tweedst te zijn
.
Net achter de leider de zijweg ingeglipt
(die hij niet had gezien)
en zo de bessestruik ontdekt
.
Goed, ze smaken bitter maar
aan alles wen je op den duur
.
Kleine, harde bessen, zuur
maar zoet smakend naast het
al half vergane lijk van de leider.
.
Niets
Leonard Nolens
.
Leonard Helena Sylvain Nolens (of L. Nolens 1947) is dagboekschrijver en dichter en wordt gezien als één van de belangrijkste levende Vlaamse dichters. Nolens woont en werkt in Antwerpen (waar anders ben ik geneigd te zeggen, zovele prachtige Vlaamse dichters zijn actief vanuit Antwerpen) en is een romanticus Dat wil zeggen, hij schrijft vaak over liefde en over de manier om aan de identiteit te ontsnappen.
Leonard Nolens debuteerde in 1969 met de bundel ‘Orpheushanden’ en publiceerde sindsdien 25 poëziebundels. Nolens ontving in zijn leven verschillende prijzen zoals de Poëzieprijs van de Provincie Antwerpen in 1976, de Jan Campertprijs in 1991, de VSB Poëzieprijs in 2008 en de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren in 2012.
Uit zijn bundel ‘Manieren van leven’ uit 2001 het gedicht ‘Niets’.
.
Niets
Je weet niet wat er is. Je bent gestruikeld
In je slaap, een zon heeft je geslagen
Om de hoek en je koopt blind een brood,
Verdwaalt. De straat gaat met je op de loop.
Een vreemde brengt je thuis, het is je vrouw
Die napraat over je begrafenis.
Je lag te roken in je kist, zegt zij,
En pakt een pan en bakt je dode hart.
Je weet niet wat er is. Je zit al dagen
Als een schaduw van je schaduw thuis.
De dokter komt, betokkelt je contouren
En vindt niets. Je bent het met hem eens.
.
Met dank aan gedichten.nl en Wikipedia
Dracula
Gedicht uit 2012
.
In de afgelopen jaren heb ik wat geëxperimenteerd met stijlen en vormen en een aantal voorbeelden heb je op dit blog kunnen lezen. Hoewel ik vaker verhalend dicht was dit een poging om een heel verhaal (van Dracula) in een gedicht te vatten met tal van verwijzingen. Misschien niet de meest verfijnde poging maar ik wilde hem jullie toch niet onthouden.
.
Levenslang lezen
In plaats van in zijn kist, klimt de graaf
de trap op van zijn boekenkast. Nog maar
1897 te gaan, hij veegt wat bloed van zijn
mondhoek. De ijzersmaak van Transsylvanische
aderen staat hem tegen
Als een chemokuur verlengt het echter
zijn getunnelde leven. Nog maar 1897 te gaan
dan is zijn werk gedaan, zijn de regels genoten,
de hoofdstukken verorbert, een levenswerk
geschreven en gelezen
Vannacht, bij het doven van de zon, wanneer
de stoker van zijn onrust het vuur in hem
aanwakkert, zijn dorst naar leven hem voert
naar jonge maagden en middernachtelijke
verjonging, zal hij denken
aan de vele woorden die hem nog wachten, 1897
titels te gaan. Laat hem zijn hoofd neer leggen,
de vrees in de zwarte uren van de dag wegnemen.
Alles gelezen wat hij wilde, verslaafd aan bloed en letters
zelf een verhaal geworden
.






























