Site-archief
Weemoedt
De trek
.
Levi Weemoedt is terug en trekt weer volle zalen. Özcan Akyol stelde ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag een bloemlezing samen met de titel ‘Pessimisme kan je leren’. Daarom vandaag op zondag een light verse van zijn hand uit zijn bundel ‘Rijk verleden’ uit 1999 het gedicht waar je trek van zou krijgen ‘De trek’.
.
De trek
.
’s Avonds gezeten op een hek
zag ik het naad’ren van een trek:
.
een grote biefstuk kwam voorbij,
gebakken aardapp’len en prei
.
gevolgd door flensjes, Franse kaas,
een dikke pens, een volle blaas.
.
Daarachteraan op zijn gemak
slofte de koffie met cognac,
.
en in der wolken tekening:
ziedaar, daar kwam de rekening!
.
Ik ben
Rellie Telg
.
Al eerder schreef ik over Rellie Telg of Rellieatuur zoals ze ook wel bekend staat. In 2017 was ze één van de busdichters bij de Poëziebustoer en in januari 2018 vroeg ik haar voor te dragen op de poëziemiddag in Maassluis in de Poëzieweek (in 2019 overigens op 27 januari met o.a. Ingmar Heytze!). Haar bio in de Poëziebusbundel van 2017 luidt:
Zij is niet haar naam, huidskleur of beroep… Graag blaast zij stillevens leven in met haar pen. Creëert zij nieuwe werelden met wat zij onderweg vindt. Bouwt zij woordbruggen van haar hart naar de jouwe. Met haar gekleurde bril serveert zij het alledaagse in een nog onbekend jasje.
Mocht je de gelegenheid hebben haar ergens te kunnen bekijken en beluisteren dan zou ik dat zeker doen. Uit de bundel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’ het gedicht ‘ik ben’.
.
Ik ben
.
Ik ben niet mijn naam, huidskleur of beroep
ik ben niet wie ik morgen zeg te zullen zijn
ik ben staat los van alle plannen die ik bedenk,
van alle zoektochten naar mezelf.
Ik ben staat los van alle manieren die ik zoek om kalm en zen te zijn
ik denk dat ik ben mij keihard uitlacht en dan liefdevol toelacht
wat een gekkigheid denkt ik ben misschien, kijk haar nou gaan,
bergen beklimmen, het onderste uit de kan halen om erachter te komen
wie ik ben zodat zij weet wie zij is.
Zal ik haar zeggen dat zij alleen hoeft stil te zitten om te weten wie ik ben?
Zal ik haar zeggen dat zij allang weet wie ik ben,
al voordat zij besloot de jacht te openen op ik ben?
Ik laat haar nog even zoeken…
misschien net zolang tot ze doodmoe neervalt…
haar ogen opent en mij rustig naast haar ziet liggen.
Dan zal zij lachen en haar hoofd schudden en zacht maar duidelijk zeggen:
Ik ben
.
Getrainde Marcus
Joost Reichenbach
.
Afgelopen zaterdag was ik aanwezig bij de avond van de Zuid Hollandse poëzie, een initiatief van provinciedichter Etwin Grootscholten, theater ’t Web en Verstegen Spices & Sauces. Maar liefst 14 stads- en dorpsdichters traden op aangevuld met een voordracht van de provinciedichter en de dichter des vaderlands Ester Naomi Perquin. Een groot aantal van de dichters kende ik al, een aantal nog niet. Onder de dichters die ik nog niet kende was de nieuwe stadsdichter van Gouda Joost Reichenbach.
Joost Reichenbach bracht dit jaar de bundel ‘Naakt op het dressoir’ uit, een bundel met grappige, sprankelende gedichten die soms tot denken aanzetten. Reichenbach (1967) sloot tijdens zijn studie Nederlands aan de universiteit van Amsterdam een pact met twee medestudenten Mattijs Diepraam en (de inmiddels overleden) Piet van der Weijden, een pact en deden een poging de schrijverswereld te bestormen met een nieuwe literaire stroming ‘De nieuwe platheid’. De stroming heeft echter naar zover ik kan beoordelen nooit enige voet aan de grond gekregen.
Desalniettemin is ‘Naakt op het dressoir’ Reichenbachs tweede bundel ( na ‘Niet lullen maar zoenen’) en die biedt toch wel een keur aan vermakelijke en mooie gedichten gedichten waaronder een aantal over Gouda. Ik koos echter voor een mooi gedichtje over Marcus, de ‘kleine man’ die vaker terugkeert in de bundel.
.
Getrainde Marcus
.
Marcus is getraind.
.
We doen een telefoon na.
Rinkelen dat het rinkelt.
Roepen “hallo, hallo”
in de hoor van lucht.
.
En dan houdt de kleine man
de rijstwafel die hij zit
te peuzelen
.
tegen zijn oor.
.
Vermakelijkste verzen
Johan Meesters
.
Afgelopen 4 november droeg ik voor bij De Stamboom in Den Haag en behalve wat Haagse dichters waren er ook nogal wat dichters uit vele delen van het land. Johan Meesters was één van deze dichters. Speciaal voor dit podium was hij vanuit Zeeuws Vlaanderen afgereisd naar de hofstad om daar in twee sessies voor te dragen. Ik kende Johan al van eerdere voordrachten maar op deze gezellige zondagnamiddag kregen de luisteraars nog maar eens een proeve van bekwaamheid van Johan als het om voordragen uit het hoofd gaat.
De poëzie van Johan is verzorgd, is veelal vormvast, rijmt in veel gevallen en is bovenal intelligent en grappig van inhoud. We ruilden dichtbundels met elkaar en zo kwam ik in het bezit van zijn bundel ‘Vermakelijkste verzen’ (de vervolmaakte versie) uit 2018. Op de achterflap lees ik: “Verwacht geen light verse! Dat zijn “gedichten over een luchtig onderwerp” volgens Van Dale. Johan Meesters gruwelt van luchtige onderwerpen. Alle gedichten in deze bundel hebben een bloedserieus thema.” Gelukkig staat er daarna nog geschreven: “Dat staat echter geenszins in de weg van vermaak of zelfs genoegen.”
In het hoofdstuk ‘Topografietjes’ staan een aantal, wat ik hier voor het gemak maar even uitgebreide of verlengde Limericks noem. Grappige gedichten met een rijmschema AAABBA (in plaats van de AABBA) met in de eerste regel steevast een plaats aanduiding zoals in het volgende voorbeeld:
.
een oorlogsheld uit Barneveld
moe van al het krijgsgeweld
koos eieren voor zijn geld
hij verzon zijn heldendaden
zonder anderen te schaden
hij kreeg zijn medaille op de mouw gespeld
.
Toch wil ik ook nog graag een voorbeeld uit deze bundel met jullie delen waarin het vakmanschap van Meesters goed naar voren komt. Het betreft hier het gedicht ‘Sonnet van het terloopse rijm’ waarin niet alleen deze vaste versvorm bedreven wordt maar waarin ook een mening schuilgaat over rijm en vaste vormen, kritiek op het vrije vers en de twijfel van de dichter aan zijn eigen uitspraken.
.
Sonnet van het terloopse rijm
.
veel dichters hebben zich bekwaamd
in het afbreken van zinnen
dan kan wie voor het rijm zich schaamt
snel een volgend vers beginnen
.
waardoor van eindrijm hoegenaamd
niets wordt gemerkt, wat binnen
dichterskringen – veronaangenaamd
door rijmnood – snel veld zal winnen
.
nu het toch al niet betaamt
zich op de rijmkunst vast te pinnen
veel van wat heden wordt uitgekraamd
.
moeten zij die poëzie beminnen
haten al wordt het zelden beaamd
of zeg ik dit uit kinnesinne?
.
Laura
Erotiek op zondag
.
Op verzoek nog wat langer erotische gedichten op zondag. Vandaag het gedicht ‘Laura’ van Menno Wigman (1966-2018) uit zijn debuutbundel ‘Zomers stinken alle steden’ uit 1997. In dit gedicht geen expliciete termen of daden maar de herinnering aan die daden, aan haar (Laura), kortom een erotisch gedicht dat veel maar ook weer niet alles aan de verbeelding overlaat.
.
Laura
.
Gelukkig, ze is weg. Nu zal ze
helemaal en meer nog dan ze denkt
de mijne zijn. Nu zal ze nogmaals,
naakt en vol en onbeschaamd,
voor mijn gesloten ogen staan.
.
En zwanger van haar geuren speel ik
snel haar glimlach af en spits
me op haar gulle dijen, haar huid
sneeuwt zachtjes op mijn witte doek,
ze krijgt al stem, ze fleemt,
ze vloekt, en dan, de laatste still,
vang ik haar schoot en sneeuw haar uit.
.
Gelukkig, ze is weg. Maar ik
ik ben haar hond, ik kwispel als
zij komt. Meer nog dan ze denkt.
.
Voedselverspilling
Ivanka de Ruijter
De nieuwe stadsdichter van Wageningen, Ivanka de Ruijter (1993) is afgestudeerd Neerlandica, maar studeerde ook twee jaar Autonome Beeldende Kunst aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Naast kunstenaar is ze boekhandelaar bij Boekhandel Kniphorst in Wageningen, stadsdichter (vanaf 2018) en recensent bij het literair weblog Tzum. Op haar website http://ivankaderuijter.nl/ is naast genoemde zaken ook beeldende kunst van haar hand te bekijken.
Naar aanleiding van het klimaatontbijt over voedselverspilling afgelopen juni in Wageningen schreef zij het gedicht ‘Recept van wat restte’.
.
Recept van wat restte
.
Men neme de restjes van wat werd gegeten
Overbodige paprika’s, brakke berkenboleten
Men neme een ui van net ietsje te oud
strooit met specerijen – waar de geliefde van houdt
Men neemt wirrewarwortels, bleke bleekselderij
en snijdt dan dit alles met het keukengerei
Serveer de kromkommers, als een lach in het groen
Vul naar eigen wens aan, wel liefst volgens seizoen
Oogst bij de Eng wat niet mee werd genomen
Gooi dat in de pan, laat daarna nog wat stomen.
Ruik wat, en proef dat en wrijf in uw handen
Verheug u, dek tafel, en laat niets verbranden.
Nodig iedereen uit, vergeet niet te testen
En dien dan trots op: het gerecht van wat restte
.
Ivanka voor boekhandel Kniphorst in Wageningen
De hand en de stem
Armando (1929 – 2018)
.
Afgelopen zondag, op 1 juli overleed de dichter, kunstschilder, beeldhouwer, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando (pseudoniem voor Herman Dirk van Dodeweerd). Armando was zijn officiële naam; zijn geboortenaam, het pseudoniem zoals hij het noemde, bestond voor hem niet meer. Later heeft hij zijn oorspronkelijke naam in het register van de burgerlijke stand laten wijzigen door Armando. In 1964 debuteerde hij met ‘Verzamelde gedichten’ en tussen zijn debuut en zijn laatste bundel ‘Waarom’ met 21 nieuwe gedichten uit 2015, publiceerde hij vele gedichtenbundels, columns, verhalen, en romans. Als dichter en kunstenaar was hij verder betrokken bij De Nieuwe Stijl en Gard Sivik.
In 1995 werd een kleine bundel van hem gepubliceerd in een oplage van 50 stuks met de titel ‘De hand en de stem’.
.
de hand en de stem
.
hij denkt door middel van de stem, hij
laat de stem denken, de stem
denkt.
.
de stem beveelt de ledematen
ze moeten luisteren, ze
luisteren.
.
is de stem voor rede vatbaar?
.
hoe komt de linkerhand te weten
wat de rechterhand van plan is
hoe kan de linkerhand ooit weten
dat de stem een voorkeur heeft.
.
soms grijpt de ene hand de
andere hand, soms zijn ze
met zijn tweeën, zijn ze
geketend.
.
Mila Braat
Over hoe de lente zich nergens iets van aantrekt
.
Milla Braat (1998) begon op 15 jarige leeftijd met slammen en performen. Ze stond droeg voor op het Langweiligkeitfestival, Carart, de Haagse popweek en het NK-Poetryslam. In 2009 publiceerde ze in de poëzie-verzamelbundel ‘Haags Fris’. Sinds januari 2018 maakt ze deel uit van het Haags Dichtersgilde en is ze huisdichter bij expositieruimte De Firma Van Drie te Gouda.
Milla’s poëzie is intuïtief en lieflijk. Haar schrijven is een herinnering die niet aan tijd onderhevig is. Soms gaat het over het verleden, soms over iets van ver daarvoor en zelfs de toekomst herinnert ze zich feilloos.
Sinds kort studeert ze Creative Writing aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem.
Voor meer informatie kijk je op haar website: http://www.millabraat.weebly.com
.
Over hoe de lente zich nergens iets van aantrekt
.
Dinsdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
Vanachter de heg springt de lente me tegemoet
“Hallo! Daar ben ik dan weer!” schreeuwt ze
“Verrek, daar ben je!” zeg ik
Ik klim op mijn fiets,
zij klimt op mijn rug, trekt de muts van mijn hoofd
gaat staan op mijn schouders
Mijn fiets zwalkt, ik maak mijn bochten onvoorzichtig
Ik kijk in elke winkelruit
Woensdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
ik wacht een minuut.
“Waar ben je” schreeuw ik.
ik stap op mijn fiets, trek mijn muts over mijn oren
neem de kortste weg
Donderdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
“Ben je daar” zeg ik meteen
“Nee, hier ben ik” schreeuwt de lente,
ze staat aan het einde van de straat
Ik spring op mijn fiets, race naar het einde van de straat
ze staat aan het einde van de volgende straat
“Kom dan!” schreeuwt ze”
’t is goed met je” schreeuw ik terug
Ik fiets terug naar huis
Vrijdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
“Héé! Wat fijn dat je er bent” schreeuwen honderd lentes me tegemoet
Achter elk raam, op elke grasspriet, in elke lantaarnpaal zit een lente
Met mijn fiets aan de hand wandel ik tussen de lentes door
ik groet ze allemaal, hang mijn jas over mijn stuur
ik kom oude vrienden tegen op straat
“Het is lente!” schreeuw ik tegen hen
Ik voel drie druppels, achter elkaar, op mijn neus
Ik kijk om me heen. Alle lentes zijn verdwenen
Ik stop en ren een café in, ik gooi mijn muts op de bar
Een man draait zich naar mij om en zegt
“21 maart, dán is het écht lente!”
.
Een drukke trein
Kristien Spooren
.
Een van de deelnemers aan de Poëziebus toer van 2018 is de 23 jarige Kristien Spooren uit Gent. Deze jonge dichter bij de Auw La crew http://www.auwlagent.com ( Auw la verenigt studenten en woorden. De crew organiseert evenementen over en met poëzie, slam, gesproken woord en alle soorten rijmende regels daartussen) heeft een mooie website waarop onder andere het volgende te lezen is:
“Dat zij houdt van verdwalen, bomen, boeken en donkerwarme chocolademelk, ze graag ruikt aan de bovenkant van oude turnplinten, dat haar lievelingsgeluid een regenbui is en dat ze in haar vrije tijd mooie zinnen verzamelt of een lange tijd helemaal niets doet.” Daarnaast studeert ze Afrikaanse talen en culturen aan de universiteit Gent.
Op haar website vele voorbeelden van mooie zinnen en woorden (gedichten). Een voorbeeld is het gedicht ‘Een drukke trein’.
.
Een drukke trein
.
Anna Blaman
Lonkende leestafel
.
Afgelopen dinsdag was ik met nog 700 collega’s uit het hele land op het Nationale Bibliotheek congres. Ik was daar als geïnterresseerde maar ook als deelnemer aan één van de activiteiten ‘De lonkende leestafel’. De Lonkende Leestafel staat voor gastvrijheid in lezen. De Lonkende Leestafel brengt mensen met hun interesses samen, stimuleert het lezen en ontsluit kennis. Andere deelnemers aan deze activiteit waren bijvoorbeeld schrijver, dichter cen cultureel denker Gino van Weenen en dichter en organisator Meliza de Vries. Het onderwerp van onze bijdrage was Bubbels. Ieder van ons leeft in zijn eigen bubbel en hoe kun je nou op een creatieve manier inhoud geven aan je eigen bubbel of juist ontsnappen aan je bubbel en juist eens iets heel anders doen.
Op dit blog probeer ik altijd zoveel mogelijk buiten mijn eigen bubbel te treden door ook juist dichters en gedichten te delen die ik niet meteen zou lezen of die niet meteen tot mijn favorieten behoren. Juist om te zien wat er nog meer is onder de zon en of ik daar tussen misschien ook hele mooie gedichten of poëzie kan ontdekken. Tijdens onze performance heb ik Dries Roelvink aan Anna Blaman gekoppeld, twee inwoners van twee verschillende steden (Amsterdam en Rotterdam) uit twee verschillende culturen en tijdsgewrichten. Om te laten zien dat je, wanneer je buiten je eigen bubbel plaats neemt er soms hele mooie dingen te vinden zijn.
Van Anna Blaman heb ik haar achtergrond belicht en het gedicht ‘Flirtation’ gebruikt en voorgedragen.
Johanna Petronella Vrugt, beter bekend als Anna Blaman (1905-1960) was schrijfster en dichter. Blaman, openlijk lesbiënne, had haar pseudoniem zorgvuldig gekozen (Blaman staat voor Ben Liever Als MAN). Haar debuut in 1941! De roman ‘Vrouw en vriend’ veroorzaakte nogal wat ophef vanwege de homo-erotische passages.
.
Flirtation
.
De ganse stad zwicht in mijn vuist
en om de hemel niet te schenden
moet ik mij fluist’rend tot u wenden
in woorden honderdvoud gekuist
Wij zweven in de kleurenwand
van berstensmooi zeepbelgedroom
Ik manoeuvreer – en gij laat loom
alle verantwoording aan kant
Wanneer wij op een klip vergaan
zal ik u trouweloos verlaten
Ik kan uw liefde niet bestaan
en derailleer in eigen baan
zodra daar weerkeren de straten,
mijn pauperhart, mijn schoenzoolgaten
.














