Site-archief

Lies Van Gasse

Visioen 21.4

.

Bij de Nacht van de Poëzie sprak ik Lies Van Gasse (1983). Zij is samen met Lotte Dodion, Ruth Lasters, Cleo Klapholz en Yves Kibi Puati Nelen stadsdichter van Antwerpen. Van haar kreeg ik een bidprentje. Maar niet zomaar een bidprentje. Het betreft hier een bidprentje met een gedicht en een tekening van Lies voor de Antwerpse Begijnhoftuin. Op 21 april 2024 (zie de titel van het gedicht) werd de Begijnhoftuin omgedoopt tot het Hofje der Poëten. Het dient als bede om de stilte en de geschiedenis van deze tuin te bewaren en publiek toegankelijk te houden.

De bijzondere boomgaard, de symbolische bloemenpracht, de beelden van Aäron  en Melchisedek vertellen elk hun verhaal. Daarom moet deze stiltetuin gekoesterd blijven. Daarnaast is de Begijnhoftuin een toevluchtsoord voor dichters en denkers als Peter Holvoet-Hanssen en Diane Broeckhoven en verder terug in de tijd proto-stadsdichter Hadewijch van Antwerpen.

Op de dag van de opening en de omdoping tot Hofje der Poëten werd het gedicht ‘Visioen 21.4’ van Lies Van Gasse onthuld. Hieronder kun je het gedicht lezen.

.

Visioen 21.4

.

Ik ga zitten in het stil, het bloeiende stil
met tegenover mij beelden, profeten
die gremelen achter mijn lichtend scherm,
die mij uit vele vensters een vis toewerpen, broden,
die begrijpen wat een ander verstaat,

,

mijn hoofd dat licht geeft in het smalle donker,
mijn gedachten, soms zo weinig van gewicht,
mijn ogen, vastgeklit in mazen.

.

Hier zit ik, het stil, het zich herhalende stil,
een ruimte van takken en gras, een groene kapel
vol oude stenen monden.

.

De kussentjes van de kweeperen zingen.
Stille ogen zorgen voor een stille geest.
We worden gelikt door dromen

.

en rondom mij groeit een kamer
die we zacht moeten noemen,
die we, mossig en moerbei en peren,
die schors waaruit zij al eeuwen zingt,

.

die stem die mij aankijkt, een duister
– ze wordt nu met andere ogen gelezen
en op dunne pootjes loopt ze achter ons aan.

.

De stem wordt een stem in een stem.
De vrouw in de vrouw wordt een andere vrouw.

.

Haar haar zingt een lied. Ik zing een lied
en er zijn hier geen poorten, geen spijlen.

.

Nacht van de poëzie

Kasper Peters

.

Gisteravond en vannacht was ik op de 41ste Nacht van de Poëzie in Utrecht. Ik zal daar later deze week iets meer over schrijven. Vorig jaar was de eerste keer dat ik er was en ik vond het geweldig. Elk jaar wordt van de deelnemende dichters een gedicht opgenomen in een bundeltje dat elke bezoeker krijgt uitgereikt. In 2022 (editie 39) was de titel ‘de huizen zijn nog donker en de dromen nog niet af’. Een regel uit een gedicht van Joke van Leeuwen.

In dat bundeltje staat ook een gedicht van Kasper Peters (1973). Ooit stond ik al eens samen met deze voormalige stadsdichter van Groningen op een podium in Hoogeveen (zonder dat ik me daar overigens bewust van was) en schreef ik al eens een stuk op dit blog over hem naar aanleiding van zijn bundel ‘Kapitein in hangmat’ uit 2022. Uit datzelfde jaar dus uit de Nacht van de Poëziebundel zijn gedicht ‘Lucht op tenen’.

.

Lucht op tenen

.

een jongen eet voor zijn deur

een hap lucht als een toetje

.

lucht eet je zonder lepel

op je tenen in een rondje

.

kleine happen vullen zijn buik

met de smaak van de avond

.

hij lijkt op een ballon

zachtjes verend op zijn tenen

.

een happer van lucht

leeft licht na het eten

.

Mark Insingel

Vlaams dichter

.

Afgelopen juli overleed de Vlaamse schrijver (proza, essays, hoorspelen) en dichter Mark Insingel (1935-2024). Insingel was het pseudoniem van Marcus Henri Laurent Thérèse Donckers. In 1956 debuteert Insingel met de bundel ‘Panorama’ onder zijn eigen naam Mark Donckers in de reeks ‘Bladen van de Poëzie’. Insingel evolueerde als dichter van vrij conventionele poëzie (zijn debuut en de drie bundels die tussen 1958 en 1966 werden gepubliceerd) via de concrete poëzie (‘Perpetuum mobile’ uit 1969, ‘Modellen’ uit 1970 en ‘Posters’ uit 1974) naar inhoudelijk zeer pure poëzie.

Vanaf 1963, met de publicatie van zijn bundel ‘Drijfhout’ gebruikt Insingel zijn pseudoniem als dichtersnaam. Zijn bundel Perpetuum mobile’ uit 1969 wordt beschouwd als de eerste bundel concrete poëzie in het Nederlands. Met zijn concrete gedichten nam hij deel aan internationale tentoonstellingen in Amsterdam, Neurenberg, Stuttgart, Liverpool en Oxford. Na zijn concrete poëzieperiode gaat hij een zowel vormelijke als inhoudelijk uitgepuurde (zoals men in Vlaanderen zegt) poëzie schrijven, opgebouwd rond zorgvuldige spiegelstructuren en herhalingen. De formuleringen zijn beknopt, de woorden zorgvuldig gekozen, de taal ontdaan van alle franjes. Zijn verzen leunen bijgevolg dicht aan bij de ‘poësie pure‘ van een Paul Van Ostaijen. In 2017 brengt het Poëziecentrum te Gent al zijn gedichten uit in één band getiteld ‘Het doel is wit’.

Insingel was naast schrijver en dichter onder andere Penningmeester P.E.N.-centrum voor Vlaanderen, redacteur Literair Akkoord en Kritisch Akkoord, docent aan de Schrijversacademie in Antwerpen en werkend lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Zijn werken werden meerdere malen bekroond.

In 2005 verschijnt van zijn hand de bundel ‘Niets’ en twee jaar later in 2007 de bundel ‘Iets’ die thematisch op elkaar aansluiten. Beide bundels bestaan uit liefdesgedichten waarin Insingel voor de verlatenheid van ‘niets’ en het verlangen naar ‘iets’ woorden en een ritme zoekt. In deze twee bundels zoekt hij naar het ongrijpbare van de liefde, naar haar waarom. Insingel zei hier zelf over:  ‘Het iets dat niets is, het niets dat iets is – de liefde zoals ze onmogelijk wordt als ze absoluut wil zijn, zoals ze slechts zichzelf wordt in dit absolute. En wie is uiteindelijk de minnaar, wie is de geliefde?’

In 2010 werden beide bundels uitgegeven onder de naam ‘Iets & Niets’. Uit deze bundel komt het gedicht zonder titel hieronder.

.

Toen jij niet klaar was –

en ik wachtte al.

.

Want jij zou klaar zijn –

en ik wachtte al.

.

En toen ik wachtte

dacht ik: zij is klaar,

.

ze zegt zo dadelijk:

je wachtte al.

.

En jij was klaar,

je zei: je wachtte al.

.

 

 

Zomerfestival

Augusta Peaux

.

In 2023 was ik uitgenodigd om voor te komen dragen op het Augusta Peauxfestival in Simonshaven. Samen met 24 andere dichters, de openingsdichter Ingmar Heytze en muzikanten van verschillende pluimage was dit een bijzonder mooie dag. Ook dit jaar was ik weer uitgenodigd maar helaas moest ik afzeggen door persoonlijke omstandigheden. Ik vind dat oprecht heel jammer want dit jaar is het voor de tiende keer dat dit charmante festival in de tuin en het voormalig woonhuis van dichter Augusta Peaux (1859-1944) plaats vindt.

Dit jaar is het thema ‘Vieren’ wat voor een jubileumeditie een mooi passend thema is. Dit jaar zullen tien dichters en vertellers komen voordragen, zal Mario Molegraaf een presentatie geven over de bron van het festival: het werk van Augusta Peaux, is er live muziek en zijn er lokaal geproduceerde feestelijke lekkernijen vanuit heel Zuid-Holland. Als motto heeft de organisatie een zin gekozen uit het gedicht ‘Vlindervlucht’ van Augusta Peaux: ‘Mijn dromen grepen de teugels’. Men hoopt (en ik verwacht het) dat dit een uitnodiging is om de verbeelding aan te zetten zodat de tuin weer vol  van poëzie zal zijn.

Het festival is op zaterdag 31 augustus, Ring 42 in Simonshaven van 13.00 tot 17.00 uur. Om alvast in de stemming te komen hier het gedicht ‘Zomer’ van Augusta Peaux.

.

Zomer

.

0 Zomer, die wenkt met handen
op ’t zonnig pad!
Ik zie geen wenkende handen,
‘k zie ’t eikenblad
rood in de jonge toppen…
0, wenkte dát?
.
Ik ga de rulle paden
0, wat is dat?
Dat zijn twee vlindervleugels,
geen eikenblad.
Twee rode vlinderwieken,
die zeggen… wat?
.
O, zie mij van zonnige hemel,
Zomer, zo vreemd niet aan!
Hoe kan ik van uw dagen
het rode raadsel raân!
Leer mij in sterrennachten
zijn gouden zin verstaan.

.

Vruchtpluis

Elise Vos

.

Elise Vos (1984) studeerde Oost-Europese Talen en Culturen aan de Universiteit van Gent. Daarnaast is ze dichter en maakt ze deel uit van Vos & Wolf, een kunstenaarsduo dat poëzie en fotografie combineert. Met haar partner Kris Lauwereys en nog twaalf dichters maakt ze deel uit van Obsidiaan “een schrijfcollectief met vlijmscherpe pen die zintuigen prikkelt en woorden wil slijpen tot kunst, een open laboratorium met teksten die beperkingen en grenzen daadwerkelijk opheffen, met inkt die licht absorbeert en weer vrijgeeft.”

Haar beeldrijke poëzie wordt gekenmerkt door vrouwelijkheid, folkloristische elementen (soms met een zwart randje) en een patstelling tussen de rauwe realiteit en sprookjes.  In haar schrijven kent ze geen taboes. Haar werk werd gepubliceerd in Meander, Het Gezeefde Gedicht, De schaal van Digther, Tirade, Deus ex Machina, Het Liegend Konijn en Hollands Maandblad. Eind 2024 verschijnt haar debuutbundel bij uitgeverij De Zeef. Van de site van Meandermagazine nam ik het gedicht ‘Vruchtpluis’ omdat ik erg hou van samengestelde woorden die feitelijk (nog) niet bestaan.

.

Vruchtpluis
.
het onkruid woelt
van de pogingen in haar buik
daar krioelen duizend poten
.
moeder verlaat de doorploegde akkers
om ze te verruilen voor een open zee
ze draagt een zoute massa, de vorm verloren
.
in een vermomd huis zonder stem
slapen Noordzeegrijze kiezels
ze vermoedt ogen in lege schelpen
.
van akkerdistel en hondsdraf
tot wilgenroosje of zilverschoon
ze beslist: elke bloem verdient een naam

.

De man van Marathon

Dag 10: Rien Vroegindeweij

.

De CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) heeft deze zomer ‘De man van Marathon’ van dichter Rien Vroegindeweij (1944) gekozen als sportzomergedicht 2024. Het gedicht wordt verspreid via sociale media en honderdduizend Boomerangkaarten in cafés, bioscopen en sportclubs.

.

De man van Marathon

.

Ooit versloegen Athenes helden

de Perzen in de slag bij Marathon.

Om dit heuglijk nieuws te melden

liep één held zo hard hij kon

 

naar Athene om daar uit te leggen

hoe de strijd verlopen was.

Maar hij kon geen pap meer zeggen

en stierf ter plekke, in het harnas

 

zogezegd; de mensen in Athene

zeiden in hun eigen sportjargon:

hij had vandaag geen goeie benen

 

en hij had veel meer moeten trainen

voor zo’n lange loop van Marathon.

Nu weten we nog niet wie er won.

.

Verlaten broek

Dag 8: Ted van Lieshout

.

Uit de onvolprezen bundel ‘Ommouw me’ uit begin van dit jaar, van Ted van Lieshout (1955) nam ik het bijzondere gedicht ‘Verlaten broek’.

.

Verlaten broek

Er hangt een verlaten broek
in de kast. Ik ben eruit verdwenen.
Twee lege pijpen, een achterzak
waar nog een kassabon in is gebleven
van boodschappen voor mijn moeder.

Hij is te klein, hij zit te strak. Maar
de rits doet het nog en ik schaam
me voor de stijve die ik er een keer
of acht in had. Ik ben die jongen
kwijt. Waar ben ik gebleven? Ik aai

de gulp die bol staat van vroeger.
Ik streel de vale plekken waar mijn
knieën zaten, de rafels onder aan
de zoom. Hoe kan het dat ik niet
meer pas in de jongen die ik was?

.

 

NK Poetry Slam

Voorrondes België

.

Tijdens deze zomer zijn er in Antwerpen, Gent en Turnhout plekken te verdienen voor de halve finaleronde van het NK Poetry Slam 2024. Op 1 augustus (Turnhout), 3 en 28 augustus (Gent) en 5 en 22 augustus (Antwerpen kun je meedoen aan deze voorrondes. Je mag ook aan meerdere voorrondes meedoen maar je kan natuurlijk ook gewoon meteen winnen en een plaats in de finale op 2 september binnen slepen.

Per datum kunnen er maximaal 12 deelnemers worden ingeschreven. In de eerste twee ronden staan de slam dichters individueel op het podium en beslist de vakjury en het publiek welke 6 er doorgaan naar de volgende ronde. Vanaf de derde ronde zullen de dichters opgedeeld worden in twee zogenaamde poetry battle match-ups, waaruit dus ook de 2 finalisten per datum zullen komen.

In september zullen de halve finales en de finale gedaan worden waarin de laatste 12 kandidaten het tegen elkaar opnemen in één individuele ronde en daarna poetry battles om het ticket naar de finale te winnen. Voor alle regels klik je hier. Dus wil je Femke van Grootel of Evelien Mommerency worden? (de Belgische finalisten van vorig jaar) of van winnaar van de NK Poetry Slam 2023 Nicole Kaandorp, geef je dan op en doe mee.

Een poetry slam (naar Engels, to slam oftewel smijten, slaan) of poëzieslag is eigenlijk een kruising tussen literatuur en sport. Enkele slamdichters, kortweg ‘slammers’, gaan op een podium (vaak in een club of café) een wedstrijd met elkaar aan. Binnen een bepaalde korte tijd en in een paar rondes dragen de dichters hun gedichten voor. Het publiek en/of de jury bepaalt wie de beste is. Iedereen mag zijn kans wagen; in de loop van de avond worden de besten geselecteerd. Bij poetry slam is zowel de inhoud als de voordracht belangrijk maar uiteindelijk gaat het maar om één ding: het publiek enthousiast maken.

Een aantal bekende namen waren ooit NK Poetry Slam winnaars zoals Daniël Vis, Kira Wuck, Erik Jan Harmens, Ellen Deckwitz en Martje Wijers. In 2006 was Krijn Peter Hesselink (1976) winnaar en van hem is het gedicht ‘De ruimte van het volledig leven’ uit zijn bundel ‘Toondoof’ uit 2018.

 

De ruimte van het volledig leven

.

Ik word wakker op de bodem van een fontein
als was er nooit een slaap voorafgegaan

het zicht is troebel, soms breekt met een klap
een euro door het dak van deze wereld

we zijn het afgedankte wisselgeld
dat eindeloos zou willen blijven zweven

maar elke munt komt knarsend op de kiezels
tot rust en wordt zich van zichzelf bewust

zo liggen we hier maar, geen flauw idee
wie we geluk hebben gebracht en wat

daar nog van over is

.

Marshmallow

Simone Atangana Bekono

.

Het woord marshmallow komt van de heemst ( Althaea officinalis ), een kruid dat oorspronkelijk uit delen van Europa, Noord-Afrika en Azië komt en groeit in moerassen en andere vochtige gebieden. De stengel en bladeren van de plant zijn vlezig en de witte bloem heeft vijf bloemblaadjes. De marshmallows zoals wij die kennen hebben tegenwoordig heel andere ingrediënten namelijk: suiker, water, lucht en een klopmiddel.

Ik begin dit stukje met deze informatie omdat de nieuwe bundel van Simone Atangana Bekono de titel ‘Marshmallow’ heeft en ik me afvroeg waarom ze voor deze titel heeft gekozen? Op de website van haar management (ja dichters hebben tegenwoordig managers) lees ik over deze bundel: Met gebruik van verschillende registers brengt Atangana Bekono groteske beelden, erotiek, alledaagsheden en geweld samen in de botsende herinneringen van twee stemmen die eens lieflijk samen moeten hebben geklonken, resulterend in giftige, grappige, en schrijnende poëzie. Zouden de twee stemmen die eens lieflijk hebben geklonken naar de oorspronkelijke ingrediënten van een marshmallow verwijzen? Wie weet.

Kamiel Choi schrijft in zijn recensie van deze bundel op de Meanderwebsite: “De bundel is rood en iets breder dan gebruikelijk; op het omslag staat een donkergrijze vlek die lijkt op en teddybeer, een foetus of en marshmallow. Een marshmallow weet ook niks van vorm en kan zo gekneed worden en vervormd door iedereen die hem aanraakt of opeet. Het blijft een marshmallow: de vorm is niet de essentie, dat is de zachte, zoete smaak in je mond wanneer je hem eet, wanneer hij geroosterd is tijdens een zomerkamp met al je vrienden.” Het blijft gissen.

Volgens Maria Barnas in NRC schrijft Atangana Bekono mierzoet en zacht ‘van binnenuit’. Wat we in ieder geval weten is dat het laatste ‘hoofdstuk’ in de bundel marshmallow als titel heeft.

Schrijver en dichter Simone Atangana Bekono (1991) heeft een Nederlandse moeder en haar vader komt uit Kameroen. Vandaar haar volledige Kameroense achternaam Atangana Bekono. Ze debuteerde in 2017 met de dichtbundel ‘Hoe de eerste vonken zichtbaar waren’, waarvoor zij de Poëziedebuutprijs aan Zee 2018 en het Charlotte Köhler Stipendium 2019 ontving. In 2019 riep de Volkskrant haar uit tot een van de literaire talenten van 2020. Haar roman ‘Confrontaties’ (2020) werd verschillende keren bekroond. En dan nu in 2024 dus haar tweede dichtbundel ‘Marshmallow’. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Uhh,,, I am soryy I know nothing of form!!’.

.

Uhh,,, I am soryy I know nothing of form!!

.

er wordt veel over me gefluisterd

ik mis tucht dus ik vraag stergespreid om tucht

waarmee ik bedoel ik mis mijn meesters

niet maar wel dat krakende verwachtingsvolle

van het knielen dat witheet tot aan mijn

haarzakjes dat huidloze zweven zo  rauwgebeukt

en overmorst

dan voorzichtig ingepakt

.

zoet gemompel der overtreden regels

zacht gekneed vervolgens met zalf op de wond

.

Een vorm van vasthouden van

Shari Van Goethem

.

Op het raam van mijn huis staat sinds de Week van de Poëzie een weesgedicht van Shari Van Goethem (1988). Ik ken Shari al langer en ik vind dat ze heel mooie poëzie schrijft. In MUGzine #13 zijn gedichten van haar hand opgenomen en ik schreef op dit blog al eerder over haar. De nieuwe bundel van Shari Van Goethem ‘Een vorm van vasthouden’ die dit jaar verscheen is een soort poëtisch dagboek dat ze bijhield bij de geboorte en eerste levensjaar van haar derde kind.

Jeanine Hoedemakers schreef in haar recensie over deze bundel op Meander: “De dichter laat op overtuigende wijze zien hoe belangrijk de rol van poëzie is. Ik ben er allang van overtuigd dat poëzie onmisbaar is, maar als ik dat nog niet geweest was, dan had Shari Van Goethem me nu overtuigd. Met haar poëtische dagboek van een eerste levensjaar.” In deze ‘oefening in aandacht’ zoals op de kaft te lezen valt, worden de verschillende fasen van het in verwachting zijn en de geboorte van haar kind op een liefdevolle en poëtische manier beschreven.

Dat zou, in de handen van een andere dichter misschien, tot een vorm van getuigenispoëzie kunnen leiden. In de handen van Shari Van Goethem wordt dit een oefening in poëzie waarbij zij zelf het lijdend voorwerp is. Dat dit tot bijzondere poëzie leidt blijkt voor mij uit het gedicht dat ze op 18 juli schreef zonder titel.

.

er was eens een waterdier

het wist niet van de wolken

.

maar op een dag duwde

iets het de koude lucht in

.

die veel dunner omhelst

dan het warme water

.

niet meer dan een hand is

onder de buik van het waterdier

.

dat met de eerste hap naar

adem

.

is verleerd wat zwemmen is

.

18 juli

.