Site-archief
Gedichten op vreemde plekken
Lichtaart
.
Afgelopen vakantie was ik in het Vlaamse Lichtaart. In één van de winkelstraten viel me een gedicht/vers op dat was aangebracht op het raam van een bakkerij. Ik heb daar een foto van gemaakt met het idee daar misschien ooit nog eens iets mee te doen. Een dag later viel me opnieuw een gedicht op maar nu op het raam van een Kinderopvang. Opnieuw gefotografeerd. Weer later een gedicht op het raam van een verloskundige. Blijkbaar was er in Lichtaart iemand op het idee gekomen om winkels en organisaties op te leuken met verzen die slaan op de functie die in het desbetreffende pand wordt uitgevoerd.
Wat blijkt? Streekdichter Geert De Kockere heeft in 2013 op meer dan 200 etalages, deuren en ramen in Kasterlee liefdesgedichten aangebracht (Lichtaart is gemeente Kasterlee). Rond deze gedichten werd een wandelzoektocht gekoppeld. Van de 200 gedichten zijn er dus nog aardig wat bewaard gebleven.
Hieronder een aantal voorbeelden.
.
Toekomst
Met een klank van hobo
.
Zondag, Herman de Coninckdag. Vandaag uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1980 het gedicht ‘Toekomst’.
.
Toekomst
.
Weggaan. En terugkomen.
Dromen. En niet meer dromen.
En niet meer weggaan.
.
En echte weemoed, niet om hoe het vroeger was
maar om hoe het ook vroeger nooit is geweest.
De herinnering aan wat nooit heeft bestaan.
.
Ik steek nog even een sigaar
niet op, drink nog even niet van een glas Marc,
wacht nog even op wat ik heb, bedachtzamer.
.
Want we hebben de tijd.
Je bent in mij als schemer in de kamer.
We hebben de verleden tijd.
.
Melopee
Paul van Ostaijen
.
Toen ik het gedicht ‘Melopee’ van de Antwerpse dichter en schrijver Paul van Ostaijen (1896 – 1928) las vond ik het meteen een bijzonder gedicht door zijn opbouw en zijn ritme. Toen ik opzocht wat Melopee betekende (Het ritmische gezang dat een declamatie begeleidt) begreep ik het gedicht al beter.
‘Melopee’ verscheen in de bundel ‘Nagelaten Gedichten’ uit 1928, die postuum uitgebracht werd. Het gedicht werd opgedragen aan de expressionistisch dichter Gaston Burssens (1896 – 1965). Burssens evolueerde, net als Paul van Ostaijen, in zijn werk in de jaren ’20 van een humanitair expressionise (een kunstvorm waarin de mens centraal staat, een uitdrukking van gevoelens en emoties met felle kleuren) naar een meer organisch expressionisme waar de vorm de inhoud volgt.
Het gedicht ‘Melopee’ is een typisch voorbeeld van het organisch expressionisme.
.
Melopee
Onder de maan schuift de lange rivier
Over de lange rivier schuift moede de maan
Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee
Langs het hoogriet
langs de laagwei
schuift de kano naar zee
Schuift met de schuivende maan de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee
.
Paul van Ostaijen
Gaston Burssens
Ze heeft alles om te zoenen
Herman de Coninck
.
Lezend in ‘De Gedichten’ van Herman de Coninck besluit ik dat ik de komende tijd (weet niet hoelang ik dit ga volhouden) jullie elke zondag op een gedicht van hem ga trakteren. En een traktatie is het, de poëzie van Herman de Coninck is zo bijzonder, zo intens en intiem, dat ik het als mijn opdracht zie om hem te introduceren bij al degene die hem nog niet kennen.
Daarom vandaag al eerste zondag in een reeks het gedicht zonder titel uit de bundel ‘Het meervoud van geluk’ uit 1990 (een kleine bundel van 16 pagina’s gedrukt in een oplage van 35 stuks).
.
Ze heeft alles om te zoenen, twee armen voor rond mijn hals
en aan het uiteinde daarvan zichzelf om te draaien en te keren.
Ze heeft twintig vragen en slechts twee ogen.
Die doen wat een vraagteken doet met een zin,
.
haar moeder met nieuwe kleren. Koketteren,
dan zal het wel mogen.
Of ze bij me slapen mag? Ze probeert te knipogen.
(Onder vier ogen mag het niet, misschien onder drie.)
.
Als ik later, tegen haar aan,
zeg: ‘het is hier lekker warm,’
antwoord ze in haar slaap: ‘dat heb ik
speciaal voor jou gedaan.’
.
De Poëziebus
Doe mee!
.
Vanaf deze maand mag ik me voorzitter van de Raad van Toezicht van stichting De Poëziebus noemen. Ik werd hiervoor gevraagd en heb met veel enthousiasme ja gezegd omdat dit een initiatief is om te omarmen. Voor wie nog niet precies weet wat de Poëziebus is of gaat doen:
Hartje zomer (19 juli t/m 26 juli) 2015 gaat voor de eerste keer de Poëziebus met aan boord circa 50 Belgische en Nederlandse dichters een week op tournee langs 12 steden in Nederland en België.
De dichters aan boord van de Poëziebus vertegenwoordigen een dwarsdoorsnede van het poëzielandschap. Ze laten de diversiteit zien die er onder woordkunstenaars bestaat. Maak kennis met dichten anno nu en kom langs op een van de plaatsen waar we optreden. Dit zijn de volgende steden: Den Haag (kick off), Capelle aan den Ijssel, Delft, Amsterdam, Rotterdam, Tilburg, Eindhoven, Turnhout, Maastricht, Brussel, Oostende, en Antwerpen ( slotmanifestatie).
Kijk voor het programma en alle informatie op http://poeziebus.nl/
Om dit bijzondere initiatief te laten slagen is ook geld nodig. Er hebben zich al sponsors van naam gemeld, waar we heel erg blij mee zijn en we willen ook geld ophalen van enthousiaste liefhebbers van poëzie en van podiumkunst middels Voordekunst.nl
Hier kun je vanaf € 10,- donateur worden en het mooie is, je kunt zelf de tegenprestatie kiezen. Van de Poëziebusbutton en een handgeschreven poëtische kaart van een dichter naar keuze, uit één van de steden (€ 10,-) en De Poëziebusbundel én de bundel ‘De Driehoek is Rond’ van Joz Knoop óf de bundel ‘Talisman’ van Martin Beversluis (€ 30,-) tot een Huiskameroptreden van een dichter naar keuze (€ 200,-) of De Poëziebus komt letterlijk naar uw huis/bedrijf/feest/evenement toe, met een flinke delegatie dichters (€ 1000,-).
Voor de hele lijst met mogelijkheden kijk je op: https://www.voordekunst.nl/projecten/3411-poeziebus-1/doneer/37095
Geef je vader op vaderdag eens een origineel cadeau, ruil die paar biertjes op zaterdagavond eens in voor iets cultureels en waardevols of doneer gewoon omdat het kan en doe mee!
Een minnend paar
Gust Gils
.
Gust Gils (1924-2002) was een Antwerps dichter en een van de oprichters van het avant-gardetijdschrift Gard Sivik (vernoemd naar het gelijknamige jazz-café in Antwerpen) in 1954. Ook was hij redacteur van Podium, een Nederlands literair tijdschrift dat heeft bestaan van 1944 (opgericht in de illegaliteit in Leeuwarden) tot 1969.
Het poëtisch oeuvre van Gils wordt gekenmerkt door een sterke muzikale invloed (zie de titels van enkele dichtbundels die het woord “partituur” bevatten). De dichter beweerde zelf dat zijn poëzie een “auditief” karakter had. Gils hoorde zijn gedichten en vond dat die ook vooral hardop gelezen moeten worden. Belangrijk daarbij is niet zozeer de welluidendheid van het vers, als wel het ritme. Later zou Gils de schemerzone tussen poëzie en muziek verder verkennen in zogenaamde “verbosonische” experimenten.
Uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957 het gedicht ‘Een minnend paar’.
.
Een minnend paar
.
een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar
.
liefde of toeval niemand weet het
.
stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer
.
Met dank aan wikipedia en gedichten.nl
Informatie over poëziepodia en poëzie-initiatieven
Poëziepodia en meer
.
Schrijvers tussen de kassen
In de gemeente Westland is een vereniging van schrijvers en dichters actief die de laatste tijd stevig aan de weg timmert. Maar liefst 36 schrijvers (waarvan 28 dichters) hebben zich verenigt in een collectief onder de naam Schrijvers tussen de kassen.
Op de website van Schrijvers tussen de kassen staat een overzicht van de leden en informatie over hun werk, worden wedstrijden en evenementen gemeld, staan verslagen van evenementen en poëziepodia, kun je proza en poëzie lezen en nog veel meer.
Ook publicaties van de verschillende schrijvers en dichters zijn te bekijken en te bestellen. Wil je meer weten over deze levendige vereniging, neem dan eens een kijkje op hun website: http://www.schrijvers-tussen-de-kassen.nl/
.
VZW De Boog
Cafe ‘RoodWit’ bestaat al een eeuwigheid. Het is een van de weinige authentieke buurtkroegen die Berchem (Antwerpen) nog rijk is. De naam RoodWit komt overigens van de kleuren van de biljartballen, die op de biljarttafel liggen die centraal staat in het cafe. Eind vorige eeuw nam Peter Melis samen met een vriend Pol en zijn vrouw Hilde de zaak over. Met als eerste bedoeling de plek en haar buurtfunctie voor de ondergang te vrijwaren. Hoe dat kon, werd met veel intuitie en creativiteit stap voor stap uitgezocht en opgebouwd. De jukebox werd vervangen door een piano. De speelkast door een boekenrek. RoodWit werd het startpunt van buurt- en straatfeesten, vergaderplek van talloze wijkcomitees, thuishaven van biljart-, bak- en voetbalsupporterclubs, schaaktoernooien. Elke tweede dinsdag van de maand organiseert VZW De Boog er een avond met poëzie, literatuur, lezingen en vertellingen. De toegangsprijs is drie euro.
Voor meer informatie kijk je op de website van De Boog: http://www.boog.be/
.
En wat dan?
Jotie T’Hooft
.
Het verhaal van Jotie T’Hooft (1956 – 1977) is bekend, op de middelbare school ernstige aanpassingsproblemen; door zijn zwakke resultaten, opstandige karakter en zijn onhandelbaar gedrag van meerdere scholen gestuurd zocht hij zijn heil in drugs, literatuur, poëzie en muziek. Op zijn 14e was hij al verslaafd. Op zijn 17e ging hij op kamers wonen in Gent, verdwaalde daar nog verder in het drugsmilieu en deed hij een mislukte zelfmoord.
Zijn ouders namen hem terug naar zijn geboorteplaats Bevere. Daar brak een periode van relatieve rust aan. In 1975 trouwt Jotie met zijn nieuwe liefde Ingrid Weverbergh. Zijn schoonvader, directeur van uitgeverij Manteau, bezorgde hem niet alleen werk als lector bij deze uitgeverij, maar zorgde er ook voor dat zijn eerste bundel ‘Schreeuwlandschap’ in 1975 gepubliceerd werd.
Het drugsmisbruik bleef echter en in 1977 verlaat Ingrid Jotie en pleegt hij uiteindelijk zelfmoord door een overdosis cocaïne te nemen.
Jotie T’Hooft is in de eerste plaats een neoromantisch dichter en de thema’s in zijn werk zijn dan ook de thema’s uit de deze stijlperiode: het onvervulbare verlangen, de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, de droom, het ontvluchten van de werkelijkheid, het verlangen naar zuiverheid. De belangrijkste thema’s bij Jotie T’Hooft, zijn die zaken die een rechtstreekse vlucht vormen voor het bestaan: druggebruik, dood en zelfmoord, erotiek en seks.
Het oeuvre van Jotie T’Hooft is door zijn dood op jonge leeftijd beperkt (tijdens zijn leven verscheen nog ‘Junkieverdriet’ en meteen na zijn dood ‘de laatste gedichten’) maar nog steeds wordt zijn werk verkocht en gelezen.
Uit de bundel ‘Schreeuwlandschap’ het gedicht ‘En wat dan?’.
.
En wat dan?
.
Op een dag zal ik weg zijn en
wat dan? Verdwenen zonder een
teken te geven of te nemen en
het puin dat ik achterlaat is
niet langer lachwekkend.
.
Want wie zoals ik nooit heeft
gebouwen laat niets achter dan
verwachting en verwarring en
wat dan?
.
Wellicht in uw herinnering zal ik
stollen verstijven, niet lang meer
blijven maar verbleken tot verleden
en wat toen? Te doen?
‘Het was waar’ zult gij zeggen ‘hij speelde
met woorden als geen ander maar wat
heeft dat te betekenen’. Zo bleek zal
ik zijn.
.
In u…
.
en wat dan…?
.
Jotie en Ingrid
Een dichter in oorlog
Frederick William Harvey
.
Frederick William Harvey werd geboren in 1888 en volgde onder druk van zijn familie een opleiding tot advocaat. Omdat zijn hart bij de poëzie lag en niet bij het leven van een jurist zakte hij voor zijn examen. Hierop werd hij naar een intensieve rechtenopleiding in Londen gestuurd waar hij uiteindelijk slaagde in 1912. Bij thuiskomst begon hij met flinke tegenzin in zijn eigen advocatenpraktijk.
Op 8 augustus 1914, vier dagen nadat Engeland Duitsland de oorlog had verklaard, schreef Harvey zich in bij het leger. Waarschijnlijk schreef Harvey zich vooral in om aan zijn beroep als advocaat te ontsnappen. “Daarnaast was het normaal om als goed opgeleide man zich in te schrijven” vertelt hij. “Dit werd gezien als een zeer patriottisch iets om te doen.” De meeste mannen twijfelden dan ook geen moment en schreven zich zo snel mogelijk in. “Iedereen dacht ook dat de oorlog zo voorbij zou zijn. Dit wereldconflict zou uiteindelijk vier jaar duren.” Harvey, die zo hoog opgeleid was en daarom meteen officier had kunnen worden, weigerde deze functie en hij was niet de enige. “Naarmate de oorlog voortduurt werden veel mannen gepromoot tot officier maar sommigen weigerden deze functie. Zij bleven liever soldaat in de ‘gewone’ troepen.”
Harvey was niet zomaar een soldaat in de Eerste Wereldoorlog. Hij werd tijdens en na de oorlog geroemd om zijn poëzie. Daarnaast was Harvey’s streven naar gelijkheid tussen de soldaten zeer benoemenswaardig. Zo schreef hij zich in het leger in als een ‘gewone soldaat’, terwijl hij, vanwege zijn hoge afkomst, meteen officier had kunnen worden. Zijn werk had zowel tijdens en na de oorlog een grote impact op de samenleving.
Terwijl Harvey meevocht in de loopgraven tegen Duitsland, schreef de soldaat honderden gedichten. Zijn werk werd zelfs gepubliceerd, nog tijdens de oorlog. Harvey bracht twee collecties uit genaamd ‘A Gloucestershire Lad at Home and Abroad’ in september 1916 en ‘Poems from a German Prison Camp’ in september 1917. Vooral die laatste is heel erg bijzonder; het is de enige verzameling van gedichten van een soldaat die tijdens publicatie daadwerkelijk een krijgsgevangene was.
.
If we return
just England still to you and me?
The place where we must earn our bread?
We who have walked among the dead,
and watched the smile of agony,
and seen te price of Liberty.
Which we had taken carelessly
from other hands. Nay we shall dread,
if we return.
Dread lest we hold blood-guiltily
the things that men have died to free.
Oh, English fields shall blossom red,
for all the blood that has been shed,
by men whose quardians are we,
if we return.



























