Site-archief
Bloot in het gras
Astrid Haerens
.
Uit de bundel ‘Oerhert’ uit 2022 van de Vlaamse dichter, schrijver en voormalig leerkracht woord en toneel aan de muziekacademie van Anderlecht, Astrid Haerens (1989) komt het gedicht zonder titel met een eerste regel die meteen uitnodigt om verder te lezen. In vrijwel elk gedicht van deze bundel is het vrouwelijk lichaam prominent aanwezig en dat is niet anders in dit gedicht.
Op zoek naar recensies van ‘Oerhert’ kwam ik op de pagina terecht van Gedichten proeven een geweldige website waarop al ruim 50 poëzie analyses te lezen zijn van gedichten van allerlei dichters, oorspronkelijk in het Nederlands geschreven en vertaalde gedichten. Tot mijn grote vreugde staan er op deze website van Joost Dancet (die ook de redactie doet van de Klassiekers voor Meander) ook nog eens 14 vertaalde gedichten van één van mijn favorietste dichters E.E. Cummings. Maar dus ook een uitgebreide analyse van dit (onderstaande) gedicht. Wat mij betreft dus een aanrader om eens een kijkje te nemen.
Terug naar ‘Oerhert’ van Astrid Haerens. In de bundel, genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de C. Buddingh-prijs en bekroond met de Poëziedebuutprijs 2023, gaan veel gedichten over een ik die geen kind wil. Ook in het onderstaande gedicht zijn allerlei verwijzingen te vinden naar dit gegeven.
het was een opgezwollen dag toen ik bloot in het gras
de bijen aan mijn oren hoorde zingen mijn kuiten voelde branden
mijn baarmoeder als een warme motor optrok
bijna ben ik zo oud dat alles langzaam keert
ik onttrek het gewicht van heel West-Vlaanderen
leg het in vette plakken op mijn heupen
geef het leven een kans op een tweede indruk beeld me in dat
jij hier toch zou zijn zou dat dan bezitten heten
ik zou je naast me neerleggen
als een trage reportage naar je kijken
je zoals steeds proberen te behoeden
voor de zon die uitgeput schijnt mijn kleintje zou je aaien
niets anders durven
dan mijn vingers verstrengelen en bidden
laat ons terug gras worden terug steen
terug kluiten op een aardappelveld
.
Hans Mirck
Gedicht over de oorlog
.
Naar aanleiding van een ansichtkaart die ik vond tussen mijn spullen (van tijdschrift Liter) met daarop een regel uit een gedicht van Lans Stroeve, ging ik eens neuzen op de website van ‘Liter’. Daarop kwam ik een gedicht van Hans Mirck tegen met een intrigerende titel geschreven aan het begin van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.
Hanz Mirck (1970), is docent Nederlands en vertaler, muzikant, dichter, ex-stadsdichter van Zutphen en Apeldoorn (dat kan, zie ook Joris Brussels) en schrijver. Hij studeerde Nederlands aan de Universiteit Utrecht en studeerde af met de scriptie over de overeenkomsten tussen de teksten in Bredero’s Groot Lied-boeck en de popgroep Doe Maar. Hij gaf de teksten van de band uit in hun definitieve vorm in het boek “Dit is alles”.
Mirck organiseerde in Zutphen jaarlijks een poëziefestival en ook coördineerde hij voor de Zutphense gemeentelijke literaire stichting alle optredens. Hij was werkzaam voor de Ida Gerhardt Poëzie Prijs en lid van verschillende literaire jury’s. In 2002 debuteerde hij met de bundel ‘Het geluk weet niets van mij’, dat werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 2003 en tot ‘aanrader’ bestempeld door Neeltje Maria Min en Gerrit Komrij. Na deze prijs werd hij gevraagd voor de jury van de J.C. Bloemprijs en bekleedt hij deze functie nog steeds.
In 2007 ontving hij de J.C. Bloemprijs voor zijn bundel ‘Wegsleepregeling van kracht’ (2006) en inmiddels staan er zeven dichtbundels alsmede romans en kindergedichten in zijn bibliografie. Mirck is ruim tien jaar actief als schrijfdocent en redacteur, onder andere voor de popgroep BLØF. Ook was hij redacteur van het literaire tijdschrift Parmentier en voor uitgeverijen als Passage en Vassallucci.
Het gedicht in ‘Liter’ heeft een nieuwsgierig makende titel en kun je hieronder lezen.
Recensie van het optreden van het Russisch staatsorkest in
het theater van Marioepol
Een goede noot vindt altijd een goede plaats
maar vanavond struikelden de triolen grotesk
over elkaar, syncopen waren kreupele cyclopen,
de crescendo’s onmachtig lawaai.
Dit was geen musiceren maar vreugdeloos
opvolgen van instructies. Een muziekstuk is de weg
van verre dreiging naar warm licht, loutering,
een climax van mededogen.
De violisten leken laf achter elkaar aan te strijken.
De paukenisten waren blinde kinderen
in een contrapuntisch zwembad,
slagwerkers blikslagers op een kinderboerderij,
de houtblazers megalomane pyromanen
en de koperblazers het luchtalarm,
de pianist speelde geen enkele noot
die niet gelogen was.
Was het zuiver, was het vals? Het was ongeïnspireerd.
De musici leken zelf niet in hun partij te geloven, zo wordt muziek
nooit magisch. Als het bombastisch moet klinken,
laat het dan ook bombastisch klinken!
Een goed stuk zorgt dat alle mensen in de donkere zaal
het innig met elkaar eens zijn, nu bleef de twijfel afleiden.
Een meesterwerk maakt alle ogen even vochtig,
nu knipperden we alleen, als doven.
En dan de dirigent. Te laat, dronken, ongearticuleerd.
Hij leek de enige die wel in vervoering was, terwijl juist hij
de enige zou moeten zijn die het hoofd koel hield.
Hij leek vooral naar huis te willen. Net als wij allemaal.
.
Dingenverdriet
Marjolijn van Heemstra
.
Voordat Marjolijn van Heemstra (1981) debuteerde als romanschrijver met ‘De laatste Aedema’ (2016) en als columnist met ‘Het groeit! Het leeft!’ (2017) was ze al in 2010 gedebuiteerd als dichter met de bundel ‘Als Mozes had doorgevraagd’. Ze had toen al een goede neus voor publiciteit en marketing want ze vroeg bekende (onder andere Arie Boomsma, Henkjan Smits, Frits Bolkestein) en minder bekende Nederlanders (haar kapper) om een gedicht uit haar bundel voor de camera voor te lezen, deze leuke filmpjes werden op een website gezet en ze wist daar veel publiciteit mee te vergaren.
Helaas is de website of het deel van haar website waar de filmpjes ooit te zien waren offline maar de afzonderlijke filmpjes zijn nog terug te vinden op YouTube. Ik heb het filmpje waarin Youp van t Hek een gedicht uit deze bundel voorleest hieronder gezet.
De bundel (waarvan de omslag toen al een verwijzing was naar haar fascinatie voor het heelal en de ruimte) het vervolgens erg goed en haar naam als dichter was gevestigd. De bundel werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en kreeg de Jo Peters Poëzieprijs. Ik las de bundel en bleef hangen bij het gedicht ‘Dingenverdriet’ waarin haar poëtische stem wat mij betreft heel goed naar voren komt.
.
Dingenverdriet
.
Hierbij verklaar ik je rug tot rug,
je mond tot speeksel, tanden, tong
alle paden begaanbaar
het wonder gesloten.
.
Als we ons missen, bedenk
we waren oppervlaktevissers
haak- en wormloos
netten opgeknoopt
.
behalve een grasbrand
stichten we niets dan adem-
kastelen we lieten geen afdruk maar rode lintjes na
.
voor onbestemden om te volgen
een ontgoochelend simpel spoor
met aan de laatste lage tak
in een oogopslag te vinden
dit dingenverdriet.
.
.
Focus
Bernard Wesseling
.
Nadat ik de bundel ‘Focus’ kocht van schrijver, dichter, slammer en vertaler Bernard Wesseling (1978) ben ik op zoek gegaan naar meer informatie over deze dichter. Mijn eerste bevinding was dat ‘Focus’ uit 2006 de C. Buddingh’ prijs (prijs voor het beste poëziedebuut) won in 2007. Daarna volgden de bundels: ‘Naar de daken’ (2012) die genomineerd werd voor de J.C. Bloem-prijs en’& de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal’ uit 2016. Zijn laatste dichtbundel ‘Ontkrachtingen en affirmaties’ verscheen in 2024. Naast zijn dichtwerk schreef Wesseling een aantal romans.
Zijn poëzie is vertaald in het Frans, Grieks en Spaans. Hij vertaalt poëzie en proza (vaak samen met punkrocker Jan de Nijs) vanuit het Engels. In de bundel ‘Focus’ klinkt een koortsige stem die vat probeert te krijgen op de chaos in de wereld. Want wat de een verdraagt is de ander te veel. Dat blijkt uit de bijzondere mix van onderwerpen en thema’s in de bundel, zijn vocabulaire, is zeer hedendaags en in de greep van een alomtegenwoordige beeldcultuur. In een recensie wordt dit debuut benoemd als een koortsig, bezwerend poëziedebuut van een groot talent.
Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent’.
.
Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent
.
Wie in een vulkaangod gelooft denkt twee keer na
voordat hij de grond onder kwat want hij weet
lava kruipt waar het niet kan komen
.
Het is deze steeg, deze engte heeft iets weg van een trechter
mijn blaas steegvormig
.
Een agent die voor agent speelt laat me afknijpen
wat ik ervan geleerd heb
incasseren
.
Ik bel mijn enige zus en spreek het uit:
je bent een prachtmens
en ik meen het ik meen altijd alles dus
waarom dit niet
.
Tegen de hond die ik niet heb: kop dicht mormel!
voordat hij begint te blaffen want die stuurloze herder is echt
.
Mijn laatste Lucky
wat een junk met succes moet weet ik ook niet
.
Een vrij land
Hans Mirck
.
Op de radio hoor ik dat de grote blonde ophitser in Zwolle zijn zure plasje doet over een gemeentelijk besluit en onwillekeurig moet ik terug denken aan het afgelopen weekend. Toen las ik in de bundel ‘Dichter bij de dag’ Dagelijkse portie poëzie op Radio 1, het gedicht ‘Een vrij land’ van Hans Mirck (1970). In dit gedicht wordt de zogenaamde vrijheid (wat is vrijheid als ie maar voor een beperkt deel van de bevolking geldt?) bekritiseerd door de dichter.
Hans Mirck (docent Nederlands, vertaler, muzikant, dichter, ex-stadsdichter van Zutphen en Apeldoorn en schrijver) publiceerde verschillende dichtbundels. Zijn debuutbundel ‘Het geluk weet niets van mij’ uit 2002 werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 2003. Zijn bundel ‘Wegsleepregeling van kracht’ uit 2006 werd bekroond met de J.C. Bloemprijs 2007. Mirck is ruim tien jaar actief als schrijfdocent en redacteur, onder andere voor de popgroep BLØF. Ook was hij redacteur van het literaire tijdschrift Parmentier en voor uitgeverijen als Passage en Vassallucci.
.
Een vrij land
.
de dikke mensen kunnen wij niet meer dragen
de arme mensen worden ons te duur
zij moeten het zelf maar betalen
het goede leven belonen wij
en onze dure dokters
Een rank die niet aan de wijnstok blijft,
kan geen vruchten dragen
Een verdorde wijnstok
wordt in het vuur gegooid en verbrand
focus is alles, laat de mensen maar hongerig zijn
en luisteren naar klassieke muziek
dat is vrijheid
vrij om te verdorren,
om woorden te mismaken
vettaks, bonus
om slechte films te maken
als je van klassieke muziek houdt
heb je ook recht op verkeersinformatie
.
Ik wil
Eva Cox
.
De Vlaamse dichter Eva Cox (1970) debuteerde in 2004 met de dichtbundel ‘Pritt.stift.lippe‘ welke genomineerd werd voor de C. Buddingh-prijs en de Vlaamse debuutprijs en werd bekroond met de Prijs van de Provincie Oost-Vlaanderen voor letterkunde in 2008. Voordat zij debuteerde was ze al een graag geziene dichter op diverse podia en in 2001 won ze de eerste Vlaamse Poetry Slam. Vanaf 1999 schrijft ze poëzie en ze was jarenlang actief bij het Poëziecentrum in Gent. Daarnaast studeerde ze Toegepaste Taalkunde aan de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Haar tweede bundel ‘een twee drie ten dans’ verscheen in 2009 en werd achtereenvolgens genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de Ida Gerhardt Poëzie Prijs en de Herman de Coninckprijs. Gedichten van haar hand verschenen in Dietsche Warande & Belfort, Bunker Hill, Parmentier, Revolver, Komkommer & Kwel, Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, De Brakke Hond, Yang en Poëziekrant. Een aantal van haar teksten is vertaald naar het Engels, Frans en Duits, maar ook naar het Turks, Arabisch en Russisch.
Vreemd genoeg kan ik na 2009 niets meer van haar of over haar vinden. De website die haar naam draagt is ook uit de lucht. In haar tweede bundel ‘een twee drie ten dans‘ is ‘een kleine stoet poëzie, (ultra) kort proza, vertalingen, pastiches en een duet voor één stem’ opgenomen. Een wonderlijke bundeling van teksten en gedichten waar ik het gedicht ‘Ik wil’ uit heb gekozen om hier te delen.
.
Ik wil
.
een stad voor mijn verjaardag
met mensen huizen en een plein
een vijver met daarin een zwijn van
steen een kleine perenboom vol merels
en kerels wil ik van die potige met
kisten op hun schouders oude laarzen
en meisjes met mutsen van konijnenbont
en harde wimpers en gezoete lippen en
stippen wil ik in plaats van strepen
nee zebrapaden zijn zo dun dat
je hun ribben door het asfalt ziet
en brievenbussen wil ik niet en regen
vuilnisbakken kan ik heel slecht tegen en
baby’s die ruiken naar poeder en verdriet
nee ook baby’s kale bleke baby’s niet
.
Zwerm
Hanneke van Eijken
.
Voordat dichter Hanneke van Eijken (1981) debuteerde in 2013 met haar bundel ‘Papieren veulens‘ mocht ik haar al eens aankondigen (in 2012) op een podium van poëziestichting Ongehoord! tijdens Route du Nord in café Faas in Rotterdam. Na haar debuutbundel maakte ze snel naam als dichter. Zo ontving ze in 2015 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en werd ze (ook voor haar debuutbundel) genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs in 2014.
In 2018 verscheen van haar hand de bundel ‘Kozijnen van krijt’, in 2021 de bundel ‘Waar slaap van gemaakt is’ en nu, in 2025, is haar derde bundel verschenen getiteld ‘Hazenklop’. De recensies zijn onverminderd positief. Zo schrijft Dietske Geerlings op Tzum literair weblog: “Over Hazenklop kun je blijven denken en blijven schrijven, want er is zoveel moois in te ontdekken. Wie bang is voor ontlezing doet er goed aan dit soort parels te verspreiden en anderen te laten voelen wat de kracht is van taal.” En schrijft Janita Monna in Trouw: “In Hazenklop houdt Van Eijken houdt het gevaar op afstand in kalme, fluisterende regels en precieze, heldere beelden.”
Ik koos uit haar nieuwe bundel het gedicht ‘Zwerm’. In de aankondiging van deze bundel schrijft de uitgever: “Met haar nieuwe bundel Hazenklop verkent Hanneke van Eijken in zorgvuldige en beeldende taal de begrippen tijd, ruimte en het horen bij een kudde.” Lees voor het woord kudde het woord zwerm en het mag duidelijk zijn waarom ik diot gedicht koos.
.
Zwerm
.
De schaduw is zo groot als het dier in ons
dat we te weinig zien
we voeren het veel om het rustig te houden
.
aan een ketting rammelt het verlangen om uit te breken
met zware poten door de omgewoelde grond te ploegen
de wens om een zwerm te zijn
.
ik wil een verenvacht, scherpe klauwen
een blik vol nachtnavigatie, de roep
uit mijn borst laten ronken
.
ik wil de wilde dieren in mij, die wroeten
grommen tegen het donker
.
Protocol
Willem Thies
.
Dichter Willem Thies (1973) debuteerde in 2006 met de dichtbundel ‘Toendra’. Hij kreeg hiervoor de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut. In 2008 verscheen ‘Na de vlakte’ en deze bundel werd in 2009 genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs. Gedichten van Thies verschenen in verschillende bloemlezingen en in verschillende literaire tijdschriften als Passionate, De Tweede Ronde, De Brakke Hond, Krakatau, en Hollands Maandblad.
Thies stond op verschillende podia zoals Winternachten (2007), Stukafest (2014) en De nacht van de poëzie (2018). Naast poëzie schrijft hij poëzierecensies voor de recensiewebsite Poëzierapport, onderdeel van literair weblog De Contrabas.
In 2024 verscheen zijn vooralsnog laatste bundel ‘Wachtend op instructies’. Rob Schouten schrijft in zijn recensie op Trouw.nl over deze bundel: “Thies is een dichter die zich er niet makkelijk van af maakt. Hij zoekt essenties op, wil raadsels ophelderen, mysteries ontsluieren. Het bijzondere is echter dat zijn gedichten, die die pogingen weerspiegelen, helder zijn, objectief haast; ‘onpersoonlijk’ is bij hem geen scheldwoord maar een aanbeveling.”
Uit de bundel koos ik het gedicht ‘* Protocol’ dat wat mij betreft mooi aansluit bij wat Schouten ‘mysteries ontsluieren’ noemt.
.
* Protocol
.
Engelen hebben geen taal, niet werkelijk, ze spreken
volgens een communicatieprotocol.
De mens – een dier dat wil
en speelt
en eet en drinkt en weerstand voelt
en weigert en neigt –
.
Engelen hebben geen taal. Satellieten tollen
rond de wereld tot
een vleugel afbreekt of vlam vat.
.
– de mens wordt bewogen door het verlangen hitte
en ijzige kou te vermijden, een weldadige plek
te vinden en daar te blijven.
.













