Site-archief

Oogsten

Kira Wuck

.

Hoewel Kira alweer een nieuw boek (Noodlanding) met verhalen uit heeft kreeg ik voor mijn verjaardag haar poëzie debuutbundel ‘Finse meisjes’, waar ik overigens erg blij mee was. ‘Finse meisjes’ is zo’n bundel met gedichten en zinnen waar je steeds weer iets nieuws in ontdekt.

Ik herinner me Kira nog van een aantal jaar geleden, toen ze als nog redelijk onbekend en ongepubliceerd dichter op het podium van Ongehoord! al veel indruk maakte. Uit haar bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘Oogsten’.

.

Oogsten

.

De tijd gaat sneller als je af en toe een plant verschuift

in de winter heb ik beweegredenen nodig

niets is hier voorbestemd

maar alles gaat geleidelijk

.

dit ben ik in het oudst van de nacht

en ik waarschuw je alvast, ik word vaak verliefd

.

ik herken je voordat je jezelf herkent

(je past goed bij mijn behang)

er zijn huizen waarin je beter gedijt

.

we roken gaten in het bankstel

als je er nog bent als ik me omdraai

.

dan ben je niet meer weg

.

kira

Flamingo

Charlotte van den Broeck

.

Op 28 januari op Nationale Gedichtendag werd bekend dat Charlotte van den Broeck (1991) de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut heeft gewonnen met haar bundel ‘Kameleon’. Als groot liefhebber van de Coninck zijn werk was ik dan ook meteen nieuwsgierig naar haar poëzie. Hoewel haar website Splintervingers helaas voor mij gesloten bleef heb ik via de website van Meander toch een paar gedichten van haar kunnen lezen (de bundel heb ik nog niet).

Op de site van Meander valt onder meer over haar te lezen: Niet alleen de vloeiende stijl van haar gedichten valt op, maar ook haar indringende en integere manier van voordragen. Voor Charlotte is schrijven vanzelfsprekend, ze kan zich niet inbeelden dat ze het niet zou doen.

 

Flamingo

Ik heb onlangs ontdekt, dat ik slaap
zoals flamingo’s staan:
met één been gestrekt, het ander
in een krul en dan op mijn zij.

Op dit donzen bed dook ik
de liefde in, wankel in donkerroze,
nek aan nek, als twee verstrengelde
worsten, snakken naar adem.

Flamingo’s veroveren elkaar synchroon,
een hoofse paringsdans: minstens twaalf
wimperblikken een monogaam leven lang.
Een steekspel, dat we vooral kennen van
televisieprogramma’s.

Eerst waren we nog grijs,
nu zijn we bijna piloten.
Bijna een ode aan vogels.

.

CvdB

kameleon

Haar kussen waren lang

Ramsey Nasr

.

Ramsey Nasr, dichter, schrijver, essayist, acteur, regisseur, librettist en vertaler, dichter des vaderlands (2009-2013) en stadsdichter van Antwerpen (2005) is een veelzijdig mens. Zijn poëzie is al even veelzijdig. Van adolescentenpoëzie (Gerbrandy) in zijn debuutbundel ’27 gedichten en geen lied’ naar het project ‘Hier komt de poëzie’ een 7 cd box met een persoonlijke keuze uit acht eeuwen Nederlandstalige poëzie, en van ‘Mi have een droom (Rotterdam 2059) naar zijn lichtere werk zoals het onderstaande erotische gedicht uit zijn debuutbundel uit 2000.

.

Haar kussen waren lang

En zonder blozen

Trok zij het lichaam uit

De lippen open

Waar zij zich langzaam gaf

Half heet half roze.

.

Zo lag zij als de vrucht

Waarop ze wachtte

Haar borsten volgebloed

Twee benen bracht ze

Vaneen en langzaamaan

Het allerzachtste.

.

nasr

Ramsey Nasr in het faculteitsgebouw van de Universiteit van Antwerpen

Kater

Froukje van der Ploeg

.

De dichter/vormgeefster Froukje van der Ploeg (1974) studeerde audiovisuele vormgeving aan de Kunst academie St. Joost in Breda en de opleiding van schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam. In 2005 ontving ze de Hollands Maandblad poëziebeurs en in 2006 debuteerde ze met de bundel ‘Kater’ bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Haar tweede bundel ‘Zover’ verscheen in 2013.

Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Verlenging’.

.

Verlenging

.

Op het terras werkt een langzame jongen

honden vliegen hysterisch langs, meeuwen

worden bootjes op het water naast de opblaasboot

van de meisjes met de vlechten

.

Dames praten hun voeten in nog warm zand

duwen ijsstokjes weg onder hun hand

De zandjongen haalt de bedden weg

bepaalt niet meer de sluitingstijd van de zon

.

froukje

kater

Congregation

Parneshia Jones

.

Over de dichter Parneshia Jones schrijft recensente Ellen Hagan: “ze is een vloeiende, gestage golf , ze is het coole Chicago vermengd met de het late en langzame  kruipen van de zondagochtend in New Orleans. Ze is een wereld van een vrouw, een Renaissance moderne priesteres van de planeet aarde”.  Parneshia Jones groeide op in de openbare bibliotheek van Evanston, Illinois, en de keuken van haar moeder. Het lezen en schrijven werden voor haar een tweede natuur.

Na haar studie ging ze aan het werk als marketing assistent voor de Northwestern University Press. De laatste twaalf jaar werkte ze voor schrijvers van Pullitzerprijzen, Nobelprijzen en winnaars van de Academy Award. Hierdoor en door het feit dat ze veel ervaring heeft opgedaan met auteurs vanuit de hele wereld op het gebied van poëzie, fictie, theater, voordrachtskunst, literatuur en filosofie, maken dat ze een zeer brede kijk heeft gekregen op het geschreven woord. Dit is ook van grote invloed geweest op haar eigen werk.

Zo schreef ze veel over zwarte vrouwelijke auteurs, maar met name haar debuutbundel ‘Vessel : poems’ werd zeer goed ontvangen en kreeg meerdere prijzen. Uit deze bundel het gedicht ‘Congregation’.

.

Congregation

.

Weir, Mississippi, 1984

Sara Ross,
Great and Grand-mother of all
rooted things waits on the family porch.
We make our way back to her beginnings.

Six daughters gather space and time
in a small kitchen.
Recipes as old as the cauldron
and aprons wrap around these daughters;
keepers of cast iron and collective

Lard sizzles a sermon from the stove,
frying uncle’s morning catch
into gold-plated, cornmeal catfish.
Biscuits bigger than a grown man’s fist
center the Chantilly laced table of yams,
black eyed peas over rice and pineapple,
pointing upside down cake.

The fields, soaked with breeze and sun,
move across my legs like Sara’s hands.
Chartreuse colored waters, hide and seek
in watermelon patches, dim my ache for Chicago.

Peach and pear ornaments
hang from Sara’s trees. Jelly jars tinted
with homemade whiskey,
guitar stringing uncles who never left
the porch, still dream of being famous
country singers.

Toothpick, tipped hats and sunset
linger as four generations come from
four corners to eat, pray, fuss and laugh
themselves into stories of a kinfolk,
at a country soiree, down in the delta.

.

vessel

parneshia

Onderstroom

Een recensie

.

op zondag 15 november presenteerde Greta Lugtmeier in Rockanje voor een geïnteresseerd publiek haar debuutbundel als dichter met de titel ‘Onderstroom’ . Ook mij had ze gevraagd om samen met Sabine Kars, Marijke van Geest, Niels Snoek, Anna Schenk en Juul Kortekaas deze presentatie aan te vullen met onze poëzie.

De daar voor € 14,- aangeschafte bundel ligt nu voor me om te recenseren. Allereerst valt op hoeveel tijd en aandacht er besteed is aan deze bundel. De voorkant met delen van foto’s van de kust (zand, strand, branding, zee) geven al een deel van de inhoud weg, net als de titel Onderstroom, al is die ook duidelijk voor meerdere interpretaties gebruikt in de thematiek van de gedichten.

de foto’s komen ook terug in de bundel die een rustige bladspiegel laat zien. Sommige pagina’s bestaan uit een foto waarop het gedicht te lezen is, andere zijn bijvoorbeeld zwart met daarop in wit het gedicht. Mooi vormgegeven en met een fijn lettertype, al is de lettergrootte wat klein naar mijn zin.

In zijn voorwoord schrijft Niels Snoek ” Lees deze gedichten met alle vijf de zintuigen”  en “.. Gebruik ook het zesde zintuig” .

Vooral die laatste aanbeveling is terecht want de poëzie van Greta is wat ik ‘ getuigenispoezie’ noem waarbij het van belang is dat je je kunt inleven in de tekst en de thema’s die de dichter je voorschotelt. De gedichten zijn niet eenvoudig en luchtig van toon. De achterflap tekst verraadt al dat de bundel in verband staat met haar serieuze, soms wat weemoedige kant (van de dichter). Dat is zeker het geval.

Niet voor niets denk ik, hebben de eerste gedichten in de bundel titels als Verlangen en Weemoed, twee woorden die ik elders in de bundel nog een aantal maal voorbij zie komen. Maar er is ook plaats voor verlangen, respect en liefde. Alle gedichten, of ze nu somber, weemoedig, serieus of juist hoopvol van strekking zijn hebben iets warms, je leest er de persoonlijkheid van Greta in terug.

De gedichten variëren in lengte van korte haiku-achtige gedichtjes van een paar korte zinnen tot bladzijde vullend. Sommige zijn geïnspireerd op gedichten van andere dichters maar dat staat er netjes onder aan de pagina bij andere hebben juist weer het water, de zee als thema. Ook hier komt de onderstroom weer naar boven.

Voor wie van toegankelijke, persoonlijke en veelal serieuze poezie houdt is dit zeker een aanrader. Dat er ook een zekere speelsheid in de poëzie van Greta schuilgaat blijkt wel uit het gedicht ‘Leven’.

.

leven

.

de première van de musical Barnum

miste ik maar met een dag

de aanslag van Mohammed Atta op Lower Manhattan

slechts met een paar uur

die aanrijding laatst in de Botlek

met een paar seconden

opgelucht koester ik mijn momenten:

je mist meer dan je meemaakt, zo is het leven

.

onderstroom

Kap

Maarten Doorman

.

Maarten Doorman (1957) is filosoof, schrijver, essayist en dichter. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar aan de UvA en doceert hij cultuurfilosofie aan de universiteit van Maastricht. In 1985 debuteerde hij met de bundel ‘weg, wegen’ waarna nog 5 poëziebundels volgden. Uit zijn debuutbundel het gedicht ‘Kap’.

.

Kap

.

Ze braken het bos

af: boom voor boom

gingen ze tegen de grond,

de dennen.

.

Zo klein als ik was

keek ik plotseling

doodgewoon over hen heen.

.

In het nieuwe licht rezen

wijken op, wegen kwamen

en gingen overal; naar toe.

.

Die sloeg ik dan ook in.

De bomen achterna.

.

Doorman

Aas

Cees Nooteboom

.

Cees Nooteboom (1933) is als schrijver vooral bekend vanwege zijn romans en zijn reisboeken. Zo heb ik hem leren kennen in de jaren ’80 door zijn prachtige roman ‘Rituelen’. Voor hemzelf echter komt de poëzie op de eerste plaats. Kort na zijn de publicatie van zijn eerste roman debuteerde hij in 1956 als dichter met de bundel ‘De doden zoeken een huis’. In die periode was er in Nederland een dominante stroming experimentele nieuwe dichters, de vijftigers, maar daar hoorde Nooteboom niet bij, noch bij een andere stroming. Hij was een eenling die zich thuis voelde in vele kamers van ‘het huis van de poëzie’, en werd veelal beïnvloed door buitenlandse dichters.

Daan Cartens schrijft over Nooteboom als dichter: “Poëzie is voor Nooteboom een vorm van ascese, van mediteren; een manier van denken. In zijn gedichten stelt hij zich vragen over het wezen van de tijd, de zielsverhuizingen van een mens tijdens zijn leven of de ontvankelijkheid voor poëzie bij hemzelf of (klassieke) collega’s.”

Uit de bundel ‘Aas’ uit 1982 het titelgedicht.

.

Aas

Poëzie kan nooit over mij gaan,
noch ik over poëzie.
Ik ben alleen, het gedicht is alleen,
en de rest is van wormen.
Ik stond aan de straten waar de woorden wonen,
boeken, brieven, berichten,
en wachtte.
Ik heb altijd gewacht.

De woorden, in lichte of duistere vormen,
veranderden mij in een duister of lichter iemand.
Gedichten passeerden mij
en herkenden zichzelf als een ding.
Ik kon het zien en me zien.

Nooit komt er een einde aan deze verslaving.
Eskaders gedichten zijn op zoek naar hun dichters.
Ze dwalen zonder commando door het grote
district van de woorden
en verwachten het aas van hun volmaakte,
gesloten, gedichte, gemaakte
en onaantastbare

vorm.

.

CN

Van de zee

Willem Kloos

.

Willem Kloos (1859 – 1938) was dichter en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Tachtigers. De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur die van ca. 1880 tot 1894 bestond. In het werk van deze auteurs kwamen het  impressionisme en naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers zijn vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie (dichtkunst). De beweging moet worden beschouwd als een late voortzetting van en tevens een sterke kritiek op het werk uit de Romantiek, de periode die er direct aan vooraf was gegaan.

In 1880 debuteerde Kloos in het tijdschrift Nederland’met het gedicht ‘Rhodopis’. De gedichten die Kloos schreef in de jaren 80 van de 19e eeuw zijn in grote mate beïnvloed door de dichter Shelley. In 1885 richt hij samen met onder andere Frederik van Eeden en Albert Verwey het literaire tijdschrift ‘De Nieuwe Gids’ op. In dit tijdschrift publiceerde Kloos een reeks literaire kronieken, die samen een beeld geven van zijn poëtica. Hij legt hierbij de nadruk op het op persoonlijke wijze weergeven van emoties door de dichter.

Een veel geciteerde uitspraak van Kloos is dat kunst ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’ moet zijn. Vorm en inhoud zijn onscheidbaar; het gaat om l’art pour l’art (kunst om de kunst).

De dichter Kloos is nog steeds bij veel mensen bekend door de eerste regel van zijn ‘Sonnet V’ die luidt: “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten”.

Uit de bloemlezing met als titel die eerste regel uit 1980 het gedicht ‘Van de zee’ (jullie kennen mijn voorliefde voor de zee).

.

Van de zee

(aan Frederik van Eeden)

.

De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,

De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld

ziet;

De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,

Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet.

.

Zij wist van zich-zelven af in eeuwige verreining,

En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij

vliedt,

Zij drukt zich-zelven in duizenderlei lijning

En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.

.

O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,

Dan zou ik eerst gehéél en gróóts gelukkig zijn;

.

Dan had ik eerst geen lust naar menselijke

belustheid

Op menselijke vreugd en menselijke pijn;

.

Dan wàs mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,

Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nóg groter zijn.

.

kloos1923

 

 

Avontuur in Groningen

Meindert Talma

.

Meindert Talma is romancier en muzikant en groeit op in het Friese Surhuisterveen. Maar ook dichter. Na de romans ‘Dammen met ome Hajo uit 1999 en Kriebelvisje uit 2003 verschijnt van hem in 2011 zijn debuutbundel als dichter ‘Laat het orgel jammeren’. Uit deze bundel het gedicht ‘Avontuur in Groningen’.

.

Avontuur in Groningen

.

Ik wil eens in Groningen kijken

of ik er misschien ook een mooi

avontuur kan beleven

had hij de vorige dag tegen zijn moeder gezegd.

Die had geen bezwaar gemaakt.

Je moest er tegenwoordig

uit halen wat er uit te halen viel.

Haar zoon moest zijn avontuur

daar in de grote stad morgen

maar eens ten volle aangaan.

Dat leek haar helemaal

niet zo’n verkeerd idee.

.

laathetorgeljammeren-boekomslag-m

SV-Meindert Talma