Site-archief
Zondag live
Jet Crielaard
.
Aanstaande zondag organiseert Ongehoord! in de bibliotheek een poëziepodium waar onder andere Jet Crielaard zal voordragen. Jet Crielaard (1975) is een kunstenaar in beeld en woord. Tot 2010 trad ze veel op bij poetryslams en op literaire podia en in 2009 debuteerde ze met de gedichtenbundel ‘Vogelvluchtsprookjes’ in de ‘Haags fris’ reeks. Haar werk werd opgenomen in verzamelbundels en verscheen in tijdschriften zoals ‘De Revisor’. Haar poëzie is te kenmerken als talig, absurdistisch en concreet, en refereert vaak aan de kindertijd.
Naast haar poëzie maakt Jet vooral schilderijen, sculpturen, illustraties, en verhalen voor volwassenen en kinderen. Daarnaast werkt ze ook als docente.Van haar hand het gedicht ‘Condenstrek’
.
Condenstrek
aan je hoofd een
hele serie treinen die
je nog dient te nemen
met ambities in ze die op ramen
verticale plattegronden maken
routes stippelen naar later
tot condens wegtrekt
zoals kruimels opgegeten
worden door vogels
die als enigen vet op de plaats
van bestemming aankomen
‘t is achteraf door droog glas pas helemaal zichtbaar
dat de wereld een vogelvluchtsprookje was wat al
plannend met mijlen tegelijk aan je is voorbijgegaan
je neemt je voor
in je volgende leven
speel je ook doodgewoon
een vogeltje lik
je desnoods met een
niets ontziende rotgang
alle ramen tot en met die
van de locomotief schoon
.
In de Tweede binnenhaven van Scheveningen, bij mij bijna om de hoek, is in het kader van de Haagse Poëzieroute, een poëzietegel van een van haar gedichten geplaatst.
.
Tweedst
J. Bernlef (1937 – 2012)
.
J. Bernlef is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. Bernlef was schrijver, dichter en vertaler. Ik kende hem vooral als schrijver maar van de meer dan ruim 80 boeken en bundels die van hem bij leven zijn uitgegeven zijn er 25 met poëzie. Bernlef debuteerde in 1959 met de gedichtenbundel ‘Kokkels’. Vanaf 2002 publiceerde hij onder het pseudoniem Bernlef (zonder de initiaal J.), soms als Henk Bernlef (hij heeft eerder vertalingen gemaakt als Jan Bernlef).
Bernlef ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen als de Reina Prinsen Geerligsprijs voor ‘Kokkels’ (1959), de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre (1984) en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre (1994).
In 1988 verscheen bij Querido de verzamelbundel ‘Gedichten 1970 – 1980’.
Uit deze bundel het gedicht ‘De kunst om tweedst te zijn’ (Voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Stilleven’ uit 1979).
.
De kunst om tweedst te zijn
.
Net achter de leider de zijweg ingeglipt
(die hij niet had gezien)
en zo de bessestruik ontdekt
.
Goed, ze smaken bitter maar
aan alles wen je op den duur
.
Kleine, harde bessen, zuur
maar zoet smakend naast het
al half vergane lijk van de leider.
.
Runa Svetlikova
Winnaar Herman de Coninckprijs
.
Runa Svetlikova (1982) is dichter, grafisch ontwerper en schrijver en haar debuutbundel ‘Deze zachte witte kamer’ won dit jaar op 27 januari, de Herman de Conincklamp voor het beste debuut van 2014. In het juryrapport staat te lezen:
“Het aantal debuten dit jaar was mager, maar de jury zag daar dit jaar geen reden in om de debuutprijs niet uit te reiken. Een van de debuten steeg namelijk duidelijk boven de anderen uit. Een sterke authentieke bundel met een volstrekt eigen idioom. Pittige vragen als de vermaarde “Wie zijn we? en Waar komen we vandaan?” worden met lef, originaliteit en een scherpe onafhankelijke geest benaderd. Dit is een bundel die een volwassenheid toont die menig dichter die het debuteren al lang achter de rug heeft zou sieren. De debuutprijs 2015 gaat naar de bundel ‘Deze zachte witte kamer’ van Runa Svetlikova”.
Uit deze bundel het gedicht ‘Ge liet iets achter’.
.
Ge liet iets achter
.
Ge liet iets achter maar niemand kan het vinden
ge deed iets goed maar niemand weet wat
ge zijt nen held maar niemand weet waarom ge
heel uw leven vocht en wie zo hard terug sloeg.
Het doet er niet toe, ge haalde de finale –
maar niemand weet van wat
Het was niet hardlopen, ge liep kreupel.
Het was niet hoogspringen, ge zat voltijds aan de grond.
Ge trok geen treinstellen voort met uw vals gebit.
Ge zijt een vraagteken, maar wie schreef de zin
en wie stelt de vraag? Ik zoek een schone foto en ik vind:
uw handen: Uw stompe vingers. Uw vergeelde vingertoppen
en uw kromme nagels. Mijn kind heeft die ook.
.
Afvaart
Gerrit Achterberg
.
Vanaf 1925 publiceerde Gerrit Achterberg gedichten in onder andere De Gids, Opwaartsche wegen en De vrije bladen. Zijn debuutbundel ‘De afvaart’ verschijnt echter pas in 1931. In ‘De Afvaart’ zijn alle elementen die het oeuvre van de dichter kenmerken al aanwezig. Bijvoorbeeld de twee centrale figuren, de ‘ik’ en de overleden ‘u’. De critici vonden het werk destijds vaag, eigenaardig maar ook zeer dichterlijk. Het werd vergeleken met het werk van Leopold en A. Roland Holst.
Uit deze bundel het titelgedicht.
.
Afvaart
Toen ik het einde had bereikt
van mijn verdorven heden,
stond God op uit het slijk,
en weende;
en ik stond naast hem, ziende neder
op een verloren eeuwigheid.
En hij zei: je had geen gelijk;
maar dat is nu voorbij, van heden
tot aan die andere eeuwigheid,
is maar één schrede.
Surplus van liefde, waar moet gij nu heen?
hul u in eigen hoede
en slaap ten overvloede,
en in de morgenstonden… ineen.
Maar neen, laat nog de ziel vermoeden,
achter den horizon van steen,
het landschap dat niet kan verbloeden
omdat het ligt te spiegelen.
Van poëzie bezeten,
door demonen besprongen,
rotten de woorden
bij hun geboorte,
en liederen worden aas voor honden.
.
Met dank aan http://www.kb.nl/ en http://www.waterwereld.nu
Foto: http://www.geheugenvannederland.nl/
Hoekkamer
Clara Haesaert
.
Vandaag wil ik een vrouwelijk Vlaamse dichter Clara Haesaert belichten. En wel om de volgende reden. Toen ik informatie over haar las waarin stond dat ze zich professioneel inzette voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken scoorde ze als mens al punten bij me, toen ik op zoek ging naar haar poëzie was het duidelijk; ik ging een blogpost over haar schrijven.
Geboren in 1924 was Clara Haesaert na haar studie werkzaam als ambtenaar bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur (kom daar tegenwoordig nog maar eens om, ministeries met zulke ronkende namen). In die functie zette ze zich dus in voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken.
Op 29 jarige leeftijd debuteerde ze als dichter met de bundel ‘De overkant’ waarna er nog 8 bundels volgden. Haar laatste bundel ‘Voorbij de laatste vijver’ verscheen in 1995. Ze was medeoprichtster en redacteur van het tweemaandelijkse tijdschrift ‘De Meridiaan’ tijdschrift voor kunst en letteren, en oprichtster van Internationaal Kunstcentrum Taptoe in Brussel. Tot slot was ze mede-stichtster van de “Middagen van de Poëzie” en van het Haiku-centrum voor Vlaanderen in Overijse.
Naast de Basiel de Craeneprijs voor haar gedicht ‘de Man’ in 1952 , de Mathias Kempprijs voor Poëzie voor haar bundel ‘Medeplichtig’ in 1984 en ‘Het gulden boek voor Verdiensten bewezen aan het Boekwezen’ in 1991 werd ze in 2001 bevorderd tot Officier in de Leopoldsorde.
Uit jaargang 8 van De Brakke Hond uit 1991 het gedicht Hoekkamer van haar hand.
.
Hoekkamer
Het gulden boek voor verdiensten bewezen aan het boekwezen, bibliotheken, jeugdboeken,
Iris
Laten we mijn lichaam delen
.
Uit de prachtige debuutbundel uit 2013 ‘Laten we mijn lichaam delen’ van Iris Brunia (1977) het titelgedicht.
.
Laten we mijn lichaam delen
om de week, afwisselend een weekend
Over halve dagen valt te praten
Mijn hemd deed ik bijna uit, hier, midden in het café
Gelukkig bedacht ik me, maar O die dag, dat ik te laat ben
wil je de notaris bellen?
Rond etenstijd kwam je binnen, we aten pannenkoeken met zeewier
Ik keek uit op het aquarium. Twee vissen treuzelden –
Een bubbelend in een boterhamzak, de ander lippen tuitend op haar af
botste, stuiterde kopje duikelend terug
Om te wennen zei de ober, anders gingen ze dood
De overgang zou te groot zijn
wennen? de dood?
Een pin van mijn kam schoot mijn nagelriem in. De rekening
Ik graaide in mijn tas
dus ja, ik bloed wel eens, maar ik vergeet
Bijna kregen we ruzie, omdat het aquarium klinkt als onze koelkast
Je wilde geen nieuwe zolang hij het deed, maar geluiden
kunnen ondraaglijk zijn
Ik las dat drie appels per dag goed zijn voor een gezond verstand
Je keek over je bril, slikte een hap weg, dat ik de boodschappen
dan niet moest vergeten
Ik begon maar weer over die vissen, dat ik me als ik een vis was
daar in het water niet thuis zou voelen, dat ik beter gedij
op plekken waar ik niet verwacht word
maar als ik naar je kijk ben ik er nog
en als ik glimlach beaam jij dat
.
Vrouw Holle
Tjitske Jansen
.
Tjitske Jansen (1971) studeerde cum laude af in Beeldende kunst en Theater, aan de Hogeschool voor de kunsten in Arnhem. Voordat ze begon te dichten was ze onder meer werkzaam als koopvrouw op de markt, kokshulp, serveerster en administratief medewerker. In 2003 brak ze door als dichter met haar debuutbundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’ waarvan er meer dan 10.000 werden verkocht.
.
Haar stijl kenmerkt zich door een eenvoudig taalgebruik, waar veel referenties aan de kinderwereld in voorkomen, vaak gepaard met laconieke humor (zelf gaf Tjitske Jansen ooit aan de gedichten die ze schrijft kinderlijk of puberaal te vinden) Ook een hoofdfiguur uit een sprookje die zich aan zijn/haar rol houdt maar in het gedicht een andere kant krijgt. Bijvoorbeeld Vrouw Holle (zie hieronder) die verliefd wordt. Ze snijdt echter wel de grote thema’s als liefde, dood en verbondenheid aan in haar werk.
.
Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Vrouw Holle’ speciaal voor Lune.
.
Vrouw Holle
Ik kijk liever naar de maan
dan naar de mens.
De mens,
ik word er zó moe van.
Dat roepende, smekende,
lachende, verlangende,
niet wetende,
willen wetende
ik hou van jou zeggende,
of denkende,
op schoenen
of op eelt lopende,
van de een naar de ander rennende,
met sieraden en muziek beklede mens.
Ik kijk liever naar de maan
die altijd hetzelfde is:
onverschillig.
trouw.
De maan heeft geen woorden nodig
om te zeggen:
ik ben er
en morgennacht ben ik er weer
Misschien zit er een wolk voor,
misschien zie je me niet omdat je binnen bent,
omdat je binnen naar dwaze liedjes ligt te luisteren
of omdat er tranen voor je ogen zitten,
tranen omdat je denkt dat je alleen bent,
maar je bent niet alleen,
want ik ben er,
en gisteren was ik er ook,
en morgen ben ik er weer.
.























