Site-archief

Gezanten uit Alexandrië

Poëtische vignetten van macht en gezag

.

In een tijd waarin machthebbers zich gedragen als potentaten en lak hebben aan democratische waarden (die ze ook vaak helemaal niet onderschrijven) kwam de bundel ‘Gezanten uit Alexandrië, Poëtische vignetten van macht en gezag als een klein geschenk uit de hemel vallen. Niet letterlijk uiteraard, ik kocht het in een kringloopwinkel enige tijd geleden en was er nog niet aan toe gekomen het te lezen.

In deze bundel uit 1972, ingeleid en samengesteld door Co de Koning staan verzen en gedichten van dichters die “over tastbare machten handelt, en iets over de realiteit van alledag te zeggen heeft”. De gedichten in deze bundel komen van dichters van over de hele wereld en zijn gegroepeerd in toon en stemming: sceptisch en ironisch, fel honend in protest of bijtend satirisch. Uitzondering, volgens de Koning, zijn de gedichten van de Russische dichters wier gedichten “zijn geschreven in een toestand van onvrijheid , zoalniet onderdrukking”. Zoals het gedicht ‘De zwarte kat’ van Bulat Okudzava uit 1931 en het gedicht ‘Stalin’ van Osip Mandelstam waar ik nog een aparte berichten aan ga wijden.

Wat de samensteller opviel was dat hij voor het vinden van één gedicht gericht tegen de machthebbers er soms enkele honderden moest lezen om zo’n gedicht te vinden. Toen ik begon met mijn rubriek Dichters in verzet, had ik een zelfde ervaring. Dichters die met hun poëzie zich afzetten tegen de machthebbers zijn er niet veel en moet je met een vergrootglas zoeken. Nu en dus in 1972 ook al.

De Koning schrijft hierover in zijn inleiding: “Dichters zijn kennelijk eerder of dieper geroerd door persoonlijke emoties en gewaarwordingen, dan door de koelere abstracties over de machtsverdeling in de maatschappij waarin zij leven. Als er over macht geschreven wordt, heeft dit vaak een sterk persoonlijke component: een vader-zoon conflict, een ontslag uit een klerkenbaantje, een botsing met de gevestigde macht.

Daarnaast valt het de Koning op dat geen historisch bekende gevallen van dialoog tussen dichter en machthebber zijn aan te wijzen. “De machthebber hult zich in zwijgen… Vermoedelijk leest de machthebber geen gedichten”.

Uit deze bundel dus een gedicht en wel van de dichter A.P. Herbert uit 1940 (het verscheen in het humoristische en satirische tijdschrift Punch) getiteld ‘Hitler’s Birthday’.

.

Hitler’s Birthday

april 21, 1940

.

God moves in a mysterious way;

The devil still must have his fun:

And it is not for us to say

Why you have lived to 51.

But this new candle on the cake

Should be the last they light for you

God will not make the same mistake;

The devil soon must have his due.

(And recollect, you little fake, Napoleon

died at 52.)

.

kleine tietjes

Ilja Leonard Pfeijffer

.

Een dichter waar ik regelmatig aandacht aan besteed, maar dan niet als dichter, maar als samensteller van de dikke verzamelbundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie (samen met Gert Jan de Vries) is Ilja Leonard Pfeijffer (1968). Deze dichter en schrijver is de laatste jaren voornamelijk in beeld als schrijver van zeer succesvolle romans als ‘La Superba’ en ‘Grand Hotel Europa’. Als dichter is hij bij het grote publiek minder bekend maar onder de liefhebbers en lezers van poëzie wel degelijk.

In 2008 verscheen de bundel ‘De man van vele manieren’ verzamelde gedichten 1998-2008 (uit zijn eerste vier bundels). In deze bundel staat het gedicht dat om verschillende redenen mij kan bekoren getiteld ‘kleine tietjes…’.

.

kleine tietjes…

.

kleine tietjes in een strak

regime van petieterigheid met een rokje

wat moet je ermee Ilja?

.

wil je haar soms downloaden

voor je collectie? o ze stapt al op

gelukkig maar

.

zwarte laarzen ook

.

je wilt niet thuis zijn en ook niet naar buiten

en in geen geval kinderen

.

ja rome ach rome

.

dat ligt ook steeds verder weg

.

Geliefde in slaap

Hans Andreus

.

Als ik door de jaren heen blader op mijn blog dan valt me op dat ik in bepaalde perioden bepaalde dichters meer aandacht heb gegeven dan in andere perioden. Aan een paar van die dichters heb ik de laatste jaren of maanden nauwelijks aandacht besteed. Aan de ene kant omdat er steeds weer nieuwe dichters verschijnen die ook aandacht verdienen en aan de andere kant omdat ze een beetje uit mijn vizier zijn geraakt. Ten onrechte moet ik daar meteen aan toevoegen. Het zijn niet alleen Nederlandse dichters maar ook Vlaamse dichters of dichters uit het Engelse taalgebied.

Vandaag een Nederlandse dichter en niet de eerste de beste. Hans Andreus, pseudoniem van Johan Wilem van der Zant (1926 – 1977) schreef het gedicht ‘Geliefde in slaap’ dat ik nam uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 2004.

.

Geliefde in slaap

.

Mijn lief dier slaapt diep en teder,

slaapt loom in het diepste gras

en loopt vederlicht langs de hemel.

.

Haar ogen schijnen voorgoed verdwenen.

Haar mond heeft mijn mond vergeten.

Haar buik glooit nu langzamer rond

en haar tweede mond slaapt tevreden.

.

Mijn lief dier leeft nu in vrede:

iedere adem een dag in de zomer,

elke beweging een strekken in het gras.

.

Maar lopende door de ruimte

met haar twee lachende kinderen,

haar negertjes, haar zwarte ogen,

die alles zien,

.

weet zij niet meer dat zij slaapt hier,

zwaar van aarde, licht van adem, onbereikbaar.

.

 

Wanneer de lente komt

Fernando Pessoa

.

Ik heb op dit blog al vaker gedichten geplaatst van de Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935). Toch ontbrak nog een belangrijk en bijzonder gedicht van zijn hand op dit blog. Een gedicht van troost, van hoop en van realistisch optimisme. De levenscirkel (geboorte, leven, overlijden) komt in dit gedicht mooi tot zijn recht en er wordt door het gebruik van de lente (een nieuwe lente, een nieuw geluid) een tegenwicht geboden aan de zwaarte van de het overlijden. In vele opzichten dus een bijzonder mooi gedicht uit 1915. Uit de bundel ‘De hoeder van kudden’ uit 2003 in een vertaling van August Willemsen.

.

Wanneer de lente komt… 

 

Wanneer de lente komt
En als ik dan al dood ben
Zullen de bloemen net zo bloeien
En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.
De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

.

Ik voel een enorme vreugde
Bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is

.

Als ik wist dat ik morgen zou sterven
En het was overmorgen lente,
Zou ik tevreden sterven, omdat het overmorgen lente was.
Als dat haar tijd is, wanneer dan zou ze moeten komen tenzij op haar tijd?
Ik houd ervan dat alles werkelijk is en alles zoals het moet zijn;
Daar houd ik van, omdat het zo zou wezen ook als ik er niet van hield.
Daarom, als ik nu sterf, sterf ik tevreden,
Want alles is werkelijk en alles is zoals het moet zijn.

.

Men mag Latijn bidden boven mijn kist, indien men wil.
Indien men wil, mag men rondom dansen en zingen.
Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch geen voorkeur meer kan hebben
Dat wat zal zijn, wanneer het zijn zal, zal het zijn dat wat het is.

.

Oude winter

Glad en wijd ligt het ijs

.

Het zal een paar weken geleden zijn toen de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden (ja dat is de officiële naam) bekend maakte dat de Elfstedentocht dit jaar niet door zou gaan. Op een moment dat er nog geen sprake was van enige vorst, in een snel opwarmende wereld waarin het de vraag is of er überhaupt ooit nog een Elfstedentocht verreden gaat worden vond ik dit een wonderlijk bericht. Men maakte dit bekend in verband met de Corona crisis. Maar bijzonder blijft het wel.

Ik moest hieraan denken toen ik de bundel ‘Glad en wijd ligt het ijs’ De mooiste schaatsgedichten uit de Nederlandse en Friese literatuur uit 1999 ter hand nam. Deze bundel met schaatsgedichten, gekozen door Max Dohle en (oud schaatser) Ben van der Burg biedt een mooi overzicht van schaatsgedichten door de tijden heen. Ik koos voor het gedicht ‘Oude winter’ van E. den Tex oorspronkelijk uit de bundel ‘Slagzij’ uit 1942 waarin de dichter een welhaast vooruitziende blik heeft al kan het zijn dat ik de laatste twee zinnen anders lees dan de dichter ze bedoeld heeft. Emile den Tex (1918 – 2012) was de vader van schrijver Charles den Tex, dichter, petroloog, avonturier en prozaïst.

.

Oude winter

.

Mijn vader brak altijd het ijs

vroeg in de winter in de tuin;

wij zochten door het bijtgat schuin

naar goudvissen in ’t stilstaand grijs.

.

En als zijn stok het niet meer brak,

nam hij de schaatsen uit het vet;

de dromen van ons kinderbed

werden als ijsbootzeilen strak.

.

Wij gleden weg naar Ilpendam,

soms stopt’ hij even, las de kaart

en streek wat rijpwit van zijn baard.

Maar ’s avonds zweeg hij in de tram.

.

De tijd dat vader ’t ijs nog brak

is een steeds wijderwordend wak.

.

Grootmoeder

Dubbel-gedicht

.

Vandaag in het Dubbel-gedicht twee gedichten over grootmoeders of oma’s. In deze twee gedichten is heel goed het verschil te lezen tussen hoe er naar een oma werd gekeken rond 1900 en hoe dat was rond het einde van de 20ste eeuw.

Het eerste gedicht is van de Vlaamse dichter Virginie Loveling (1863 – 1923). Virginie Loveling debuteerde, samen met haar twee jaar oudere zuster Rosalie, met realistische, observerende gedichten, die een sentimentele ondertoon hadden. Na Rosalies vroegtijdige overlijden in 1875 schreef ze in hoofdzaak novellen en romans in een vrij sobere en realistische stijl. Het gedicht van Loveling is getiteld ‘Grootmoeders portret’ en komt uit ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige Letterkunde, samengesteld door Christine D’haen uit 1980.

Het tweede gedicht in dit Dubbel-gedicht over grootmoeders en oma’s is van Willem Wilmink (1936 – 2003). Het gedicht of eigenlijk de liedtekst is getiteld ‘Oma’s’ en ik nam het uit ‘Willem Wilmink verzamelde liedjes en gedichten’.  De tekst is van het nummer ‘Oma’s van de CD ‘Loodzware tassen’ uit 2005.

.

Grootmoeders portret

.

In grootmoeders kamer daar hangt het beeld

uit hare kinderjaren:

Een lachend mondje, peerlenoog

En bruine kroezelharen

.

De kinderen stonden en staarden ’t aan,

En ’t zeî aan het ander:

”Och, waar’ dat schoone kindje hier,

Wij speelden met malkander!”

.

En de oude in haar leunstoel met bril en toer,

Keek op bij deze rede:

”Wie zou dat schoone kindje zijn?…

Gij speelt er altijd mede”.

.

Oma’s

.

Kinderen! Mijn oma komt

en ze blijft wel zeven dagen

en dan is het altijd feest

en ik kan haar alles vragen,

alles wat ik lekker vind,

-Ze verwent je, lieve kind.

.

En mijn oma heeft een brede hoed

en daar kom ik mee naar beneden

en mijn oma lacht erom,

want ze houdt wel van verkleden,

ze vindt mij zo’n leuke vent.

-Omdat oma jou verwent.

.

Oma neemt van alles mee

wat ik heel goed kan gebruiken.

Ze heeft snoepjes in haar tas

die naar odeklonje ruiken,

ze heeft lolly’s en kaneel.

-Ze verwent je veel te veel.

.

Spook en reus en toverheks,

daar kan oma van vertellen

en ze geeft me veel patat

en ze geeft me frikandellen

met een lekkere vette smaak.

-Ze verwent je veel te vaak.

.

Nooit praat oma erdoorheen

als ik ooit een keer wil praten,

Na het eten moet ze vaak

hele kleine windjes laten,

rikketikketikketik.

-Ze bederft je dat vind ik.

.

De verliefde

Paul Éluard

.

De Franse dichter Paul Éluard (1895-1952) was naast dichter tevens een van Frankrijks bekendste surrealisten. Éluard was een zeer sociaal bewogen mens. In de Spaanse burgeroorlog vocht hij als lid van de Franse communistische partij mee tegen dictator Franco, in de tweede wereldoorlog sloot hij zich aan bij het Franse verzet en na de oorlog was hij betrokken bij het verzet van de Griekse partizanen. Éluard (en zijn vrouw Gala die later Salvador Dali trouwde) waren goed bevriend met Max Ernst, de Duitse surrealistische schilder.

Toch is in zijn werk het surrealisme niet altijd heel prominent aanwezig. Zo is het gedicht ‘De verliefde’ of ‘L’amoureuse’ in een vertaling van Hans van Straten dat staat in de bundel ‘De moderne Franse poëzie, een anthologie’ uit 2001, meer een liefdesgedicht dan een surrealistisch gedicht, al heeft het hier en daar surrealistische verwijzingen.

.

De verliefde

.

Zij staat over mijn oogleden

en haar haren zijn in de mijne,

zij heeft de vorm van mijn handen,

zij heeft de kleur van mijn ogen,

zij verzinkt in mijn duister

als een steen op de hemel.

.

Zij heeft haar ogen altijd open

en laat mij niet slapen.

Haar dromen in het volle licht

slaan wolken uit de zonnen

laten mij lachen, huilen en lachen,

en praten zonder iets te hoeven zeggen.

.

Al thuis

Dichter van de maand december

.

Voor de laatste keer dit jaar voor de laatste keer in december, een gedicht van de dichter van de maand Peter Verhelst. Het betreft hier het gedicht ‘Al thuis’ uit de dichtbundel ‘Zon’ die eind 2019 verscheen. Voor de liefhebber heb ik het gedicht ook toegevoegd als ‘Gedicht met stem’ van Youtube, een film van Jan ter Heide, prachtig voorgedragen door Jos van Hest.

.

Al thuis

.

Dat je uit de auto stapte
en dat ik snel doorreed om je op te halen
straat in, straat uit, dat ik niet meer wist waar je was,
zei ik, terwijl je ongeduldig naast me zat te knikken,
sneller, zei je, maar je was alweer uitgestapt
toen ik mezelf zag voorbijrijden, tot zo, zei ik nog,
terwijl ik je al kon zien staan aan de overkant,
hevig zwaaiend, terwijl je instapte, zweterig
snel snel fluisterend en ik zwaar ademend
om die andere auto waarin ik zat de pas af te snijden.

.

Terwijl het ochtendlicht boven de zee gloorde,
kwam jij het huis uit, links en rechts speurend
of ik al thuiskwam. Die glimlach in het eerste licht
toen je me zag, alsof je in de nek werd gekust.

.

Kerstmis 2020

Dubbel-gedicht

.

Poëzie is er over elk onderwerp. Het probleem is het te vinden als je er naar zoekt. Zo wilde ik voor kerstmis twee gedichten plaatsen in de categorie Dubbel-gedicht waaruit twee totaal verschillende manieren of ervaringen rondom (het vieren van) kerstmis zouden blijken. Volgens mij is dat gelukt. In het eerste gedicht of lied van Drs. P. uit de bundel ‘Tante Constance en Tante Mathilde’ liedteksten van Drs. P. uit 1999 nam ik het gedicht/lied ‘Jubelzang’ waarin op een vrolijke manier het ‘leven’ van een kerstengel onder de loep wordt genomen.

In het tweede gedicht ‘Kerstziekte’ van Anna Enquist uit de bundel ‘Klaarlichte dag’ uit 1996 is veel minder duidelijk waarover dit gedicht nu gaat. Op de zeer informatieve website dbnl.org kwam ik een stuk uit ‘Onze Taal’ tegen uit 1997 waarin door Guus Middag een poging tot verklaring wordt gedaan https://www.dbnl.org/tekst/_taa014199701_01/_taa014199701_01_0235.php

.

Jubelzang

.

Hier hang ik nu in volle glorie
Aan een versierde conifeer
Geen parel in de kunsthistorie
Maar wel in ’t menselijk verkeer
Ik hang mezelf hier uit te stallen
Omringd door slingers en door ballen
En zie met innig welgevallen
Op al die stervelingen neer
.
Want ik ben een kerst-engel, een kerst-engel
Van plastic en fosforescerende verf
Ja een kerst-engel, een kerst-engel
En niet onderhevig aan breuk of bederf
En overal staan zulke bomen
Te pronken op dit grondgebied
Het heerlijk avondj’ is gekomen
Pardon, dat is een ander lied
Men kan weer achter alle deuren
Een folklorama-show bespeuren
In velerlei frappante kleuren
Je weet gewoon niet wat je ziet.
.
En ik ben een kerst-engel, een kerst-engel
De haren gegolfd en de armen gestrekt
Ja een kers-tengel, een ker-stengel
En maak vooral ’s avonds een machtig effect
.
Nu zijn er wel die mij niet mogen
Of onverschillig langs mij gaan
Met liefde en met mededogen
Zie ik die vuile schoften aan
Ik wil zo graag een keer naar buiten
Om mijn gevoelens daar te uiten
Totdat miljoenen oren tuiten
Maar naar zo’n kans kan ik wel fluiten
Want met die tralies voor de ruiten
Kom ik hier in geen eeuw vandaan
.
O, ik ben een …-engel, een …-engel
Met draaibare vleugels en lichtgevend hoofd
Ja, een …-engel
Al is er hier binnen geen mens die ’t gelooft
.
.
Kerstziekte
De rivier heeft zich tot meer
gestrekt en klotst onder de waslijn.
Geen plaats voor paarden, engelen;
in geen herberg thuis. Ga liggen
onder zeven dekens, koorts ranselt
de gewrichten, laat hem, hij maakt
zich zwaar in haarwortels en oogkas.
.
Straf, teken? Na een troebele
nacht ligt water glad over radeloos
gras, een zuiver blinken tussen
wolk en vroegere weide. Stroom
gaf zijn richting voor stilstand,
niemand mist iets: longen, mijn
vurige vlerken, mijn vlammende jas!
.
.

En de maan en de sterren en de wereld

Charles Bukowski

.

Misschien is Charles Bukowski niet de eerste dichter aan wie je denkt als het gaat om troostrijke gedichten (en misschien ook juist wel) maar het gedicht ‘En de maan en de sterren en de wereld’ is op de een of andere manier troostend. Het gedicht werd voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Mockingbird Wish Me Luck’ uit 1972.  In het Engels en in de vertaling van Gert Jan de Vries hier dit gedicht.

.

And the Moon and the Stars and the World

.

Long walks at night–
that’s what good for the soul:
peeking into windows
watching tired housewives
trying to fight off
their beer-maddened husbands.

.

En de maan en de sterren en de wereld

.

Lange avondwandelingen –

dat is goed voor de ziel:

naar buren gluren

zien hoe vermoeide huisvrouwen

hun bezopen echtgenoten

van het lijf proberen te houden.

.