Site-archief
Mensje van Keulen
Bertus Bok
.
Zoals eerder geschreven, zal ik in de vakantieperiode ook gedichten van dichters plaatsen van wie de naam of de titel van het gedicht verwijst naar een vakantiebestemming of iets dat met vakantie te maken heeft. Daarom vandaag een gedicht van Mensje van Keulen (prachtige stad, prima vakantiebestemming).
Uit haar bundel ‘Van Aap tot Zet’ uit 2001 het heerlijk allitererende light verse gedicht ‘Bertus Bok’.
.
Bertus Bok
.
Bertus Bok was best bijzonder
want hij was beslist nooit bang
niet voor brand of donkere bossen
of zijn bed of het behang.
Voor geen boef en geen bedrieger
en niet één bloeddorstig beest
is die beresterke Bertus
ooit aan ’t bibberen geweest.
Op een dag, toen Bertus boven
breeduit in de badkuip lag
en zich met de borstel boende,
ging de bel. En Bertus dacht:
’t Zal de buur zijn om een biertje
of om boter, bloem of brood
en hij sloeg zijn blauwe badjas
om zijn bruine, bonte bloot.
Maar het bleek een biezen mandje
met een brief: ‘Ik ben op reis.
Pas jij braaf op kleine Bartje?
Bye Bye, tante Beatrijs.’
.
Daar heeft de bok zijn bokspoot:
voor baby’s is hij als de dood.
.
Charles d’Orléans
Vijftig liederen en rondelen
.
In de vakantie wil ik ook wat gedichten van dichters plaatsen die je, op de één of andere manier aan vakantiebestemmingen doen terug denken. Dat kan zijn door de titel van het gedicht of zoals in het geval van Charles d’Orléans (1394 – 1465) door de naam van de dichter. Orleans, daar heb ik goede herinneringen aan, net als aan New Orleans trouwens.
Uit de bundel ‘Vijftige liederen en rondelen’ uit 1986 het titelloze gedicht van d’Orléans in vertaling van Ernst van Altena.
.
Het weer liet weer zijn mantel uit
van wind, van kille kou en regen
en kleedde zich in gouddoorregen
borduurselwerk van zon en zuid.
.
Elk met zijn eigen keelgeluid
roept vee en vogel ons nu tegen:
het weer liet weer zijn mantel uit
van wind van kille kou en regen.
.
De beek, de stroom, de bron die spuit,
hebben een blij livrei gekregen;
Zilv’ren galons met goud ertegen.
En alles draagt een nieuwe huid,
het weer liet weer zijn mantel uit.
.
Verre reis
Maarten Mourik
.
Van diplomaat, publicist en dichter Maarten Mourik (1923 – 2002) werd in 2003 de bundel ‘Sluitingstijd’ gepubliceerd waarin het volgende vakantiegedicht staat te lezen getiteld ‘Verre reis’. Een verre reis die dit jaar denk ik heel veel mensen zullen maken.
.
Verre reis
.
Hangmat tussen dennen,
hommel zoemt om canna’s,
muggen dansen rond oleander,
vliegtuigsporen tegen hardblauwe lucht,
witte vlinder
op bougainvilla,
tortels koeren
in wuivende toppen
als in Luxor’s tuinen,
bleke sikkel van late maan:
zomaar een
verre reis
in eigen tuin.
.
Vakantie
Harry Zevenbergen
.
Vandaag een echt vakantiegedicht uit de tijd dat er nog volop ansichtkaarten werden geschreven op vakantie, van Harry Zevenbergen uit de bundel ‘Punk in Rhenen’ uit 2004.
.
Vakantie
.
ik bel iedereen op
die ik ken
de groetjes van mij
zeg ik
en leg de hoorn neer
dit scheelt al gauw zo’n
27 ansichtkaarten
met zonovergoten stranden
zo kan ik mijn vakantie
tenminste ten volle benutten
.
Ansichtkaart
J. Meulenbelt
.
Vandaag als vakantiegedicht van de dichter J. Meulenbelt (1921 -2011), de oom van schrijfster Anja Meulenbelt, het gedicht ‘Op een ansicht geschreven’ uit een deel van Poëziereeks De Windroos ‘Plattegrond’ uit 1950.
.
Op een ansicht geschreven
.
Wij zijn hier met zijn allen autochthoon,
hetzij als inboorling hetzij als gast.
Het wisselende leven ligt hier vast
en zelfs ’t bijzond’re is hier doodgewoon.
.
Met niets doen breng ik alle dagen zoek,
want reeds bij aankomst breng ik alle dage zoek,
want reeds bij aankomst gaf mijn geest de geest.
Wij zijn vandaag maar niet in zee geweest,
maar kochten ansichtkaarten, op de hoek.
.
’t Gaat, zonder wensen, hier vanzelf naar wens:
Bij onze mesthoop, bloeiend van bederf,
en bij de kippen, stappend buiten ’t erf,
verdween de zware hang naar zin en grens.
.
Invitation au voyage
C. Buddingh’
.
Uit de bundel ‘Deze kant boven’ uit 1987 van C. Buddingh’ het vakantie gedicht ‘Invitation au voyage’.
.
Invitation au voyage
.
kom, laten we de trein nemen
naar jij mag het zeggen
als er maar veel bier is en nu en dan
een potige whisky-soda
.
zon of regen, dat hindert niet:
als wij samen zijn
sta ik toch boven het klimaat
de ellebogen op het bedenkelijke pluche
de pijp tussen mijn koninklijk wuivende tanden
.
vreemde woorden, bloembakken als gezichten
gezichten als bloembakken: hier stappen we uit
kijk de zon eens heerlijk regenen
voel de regen eens lekker schijnen!
.
en jij hebt je mond bij je en een tas vol detectives
als we willen kunnen we de weg zelfs vragen!
kom, laten we vlug de trein nemen, vlug!
op de perrons één, vier en vijf
groeit al mos tussen de tegels
.
Vakantie poëzie
Het baden in zee
.
Vanaf vandaag gaat voor mij de vakantieperiode in. Dat wil zeggen dat de komende weken ik elke dag een gedicht ga plaatsen zonder al teveel informatie. Gewoon een fijn gedicht voor elke dag. Waar mogelijk een gedicht dat enige relatie heeft met de vakantie maar zeker ook gedichten die bijzonder zijn of die ik interessant of mooi vind.
Vandaag het eerste gedicht van Pieter Leonard van de Kasteele (1781-1810) uit de bundel ‘Dichtwerken van Mr. P. L. van de Kasteele, Deel 1 uit 1844. Het gedicht werd geschreven door van de Kasteele in de zomer van 1790 op het strand van Texel. Hij gaf hiermee blijk van een frisse, realistische natuurwaarneming, die zich tegen het einde van de 18e eeuw zelden voordeed. (Bron: De Muze en de zeventien provinciën).
.
Het baden in zee
.
Op! Texelbewoner!
Geen avond ooit schoner;
’t loopt alles ons mee.
Op! Jeugdige knapen!
De zon wil gaan slapen;
komt! baadt u in zee!
.
Het westelijk luchtje
doorgeeft met een zuchtje
mijn flodderend haar.
Twee zeeën begroeten
mijn kletsende voeten;
ze omarmen elkaâr.
.
Zie ’t Noorderzon blinken!
De zon gaat er zinken,
zie ginds in het Oost
de Zuiderzee dartlen,
de Maan haar ontspartlen;
zij beeft en zij bloost.
.
Rondom zich die glansen
op zee te zien dansen,
hoe lacht dit ons aan!
Wat vreugd! Onbeladen
in zee zich te baden
met zon en met Maan!
.
Ménage à deux
Benne van der Velde
.
Sommige dichtbundeltjes zijn zeldzaam, zeker als ze maar in een kleine oplage gemaakt zijn. Dat geldt zeker voor het dunne bundeltje (20 pagina’s) ‘Ménage à deux’ van dichter Benne van der Velde. In de Eendagsvliegreeks is de #6. Uitgegeven door uitgeverij Nadorst. Deze Rotterdamse uitgeverij van Joris Lenstra ken ik uit mijn begintijd van Ongehoord Rotterdam. Joris was met zijn uitgeverij de drijvende kracht achter de administratieve handel en wandel van Ongehoord Rotterdam tot hij ermee stopte en de Ongehoord Rotterdam overging in de stichting Ongehoord! De Eendagsvliegreeks is een project van foutograaf, nostalgist en fotograaf Ruben van Luijk.
De oplage is genummerd en ik heb nummer 4. Het bindwerk is ook al door een bekende gedaan namelijk Atelier Zonneveld uit Rotterdam. De illustratie op de omslag werd gemaakt door Frans de Winter uit Vlaardingen waar Benne van der Velde ook woonachtig is. Een heel charmante uitgave en ik koos voor het titelgedicht.
.
Ménage à deux
.
Als je hem maar niet vergeet,
wil ik dat je weet dat jij
vreemd mag blijven gaan met mij
zolang ik mezelf niet ben.
.
Hij heeft het beste met je voor,
kent je door en door en ik
ben één grote harde pik
waarin ik mezelf niet herken.
.
Als je mij maar weer vergeet,
wil hij dat je weet dat jij
vreemd mag blijven gaan met mij
tot ik weer de oude ben.
.
Wachten op betekenis
Antjie Krog
.
Gisteravond was er op NPO2 in de serie ‘Sign of the Times’ een documentaire over het leven van de Zuid Afrikaanse dichter Antjie Krog uit 2019 van Wilberry Jakobs getiteld ‘Mensch’. In het poëzietijdschrift Awater staat deze maand een mooi interview met deze zelfde dichter. Reden genoeg om een gedicht van haar hier te delen. Via Gedichten.nl en dingenvanalledag.blogspot.com kwam ik langs het gedicht ‘Waiting for meaning’. Na wat speurwerk blijkt dit gedicht te komen uit de bundel ‘Wat de sterren zeggen’ uit 2009. ‘Waiting for meaning’ is geschreven bij het schilderij met diezelfde titel van Marlene Dumas. De gedichten in deze bundel werden vertaald door Robert Dorsman.Bij de bundel zit een CD en op Youtube vond ik een video waarin Antjie het gedicht voordraagt in het Afrikaans.
.
je schouders puilen anders uit zijn handpalmen
je borsten bundelen anders in zijn hals
omdat hij vreemd is, ben jij bevreemdend heel
.
en van jezelf ontdaan wat zijn wij
oud geworden hoe verkniesd tot kommer
hoe verspoeld in schuld en klier
mijn hart vlucht als een rat
.
ik denk aan jou en steek de winter over
ik denk aan jou en koude knettert aan mijn huid
droef droef zo ver het hart kan zien
.
we hebben de jeugd uit onze haren geschud we kunnen
ons leven niet meer zogen we veroorzaken elkaar
jij daar, ik hier-suf gebeukt en tot stikkens toe verwurgd
’n vreemde lover laat jou anders vasthou
jou skouers skil anders uit sy palms
jou borste bondel anders in sy nek
omdat hy vreemd is, is jy bevreemdend heel
.
en ontslae van jouself hoe oud
het ons geword hoe verknies tot kommer
hoe verspel in skuld e klier
my hart vlug soos ’n rot
.
ek dink aan jou en ek steek die winter oor
ek dink aan jou en koue sweis aan my vel
droef droef so ver die hart kan inkyk
.
ons het die jeug uit ons hare geskud ons kan
ons lewe nie meer melk gee nie ons veroorsaak mekaar
jy daar, ek hier- voos gekneus en behoorlik strotomdraai
.
.
Gemadeliefd
Anton Ent
.
Anton Ent is het pseudoniem van Henk van der Ent (1939), een Rotterdams dichter, prozaschrijver en essayist. Op zoek naar de achtergrond van Anton Ent bleek dat we beide op de School voor Taal en Letterkunde hebben gestudeerd in Den Haag (inmiddels reeds lang geleden opgegaan in een andere opleiding). Hij was zijn werkzame leven actief in het lager onderwijs en docent Nederlands.
In 1969 debuteerde hij met de bundel ‘Hagel en sneeuw’ Eind 1993 baarde Henk van der Ent opzien door zich te onthullen als de man achter het pseudoniem Marieke Jonkman, een dichteres die sinds 1991 veel succes had met haar bundels. Onder zijn eigen naam publiceerde hij in ‘Maatstaf’, ‘Liter’ en ‘Tirade’ en als Marieke Jonkman in ‘De Gids’, ‘Ons Erfdeel’, ‘Dietsche Warande en Belfort’ en ‘Hollands Maandblad’. In totaal publiceerde Ent 17 dichtbundels. Hij wil door middel van beelden, klanken en ritme bij de lezers gevoelens oproepen. Zijn poëzie vereist een leeshouding waarbij de lezer zich openstelt voor de evocatieve kracht van de taal.
In de binnenflap van de bundel ‘Hoe het licht valt’ van Anton Ent uit 2016, schrijft Jaap Goedegebuure: “Karakteristiek voor zijn poëzie is dat ze in haar mystieke gerichtheid gedurig heen en weer slingert tussen hartstochtelijk beleden obsessie en de neiging tot berusting en verstilling”.
Op zoek naar het laatste kwam ik uit bij beide in het bijzondere gedicht ‘Gemadeliefd’. Bijzonder omdat de dichter in dit gedicht woorden gebruikt die in het Nederlands niet bestaan maar waarbij de lezer meteen een beeld of idee heeft. Ik hou van dergelijke taalvondsten en daarom hier dit gedicht.
.
Gemadeliefd
.
Ben ik gemadeliefd om gloed te zien in spierwitte straling?
.
De lintbloemen glimlachen om de vierentwintig fijnzinnige
richtingen van de windroos die naar haar willen verwijzen
.
Ik zou vergrast of versteend willen zijn
maar verman me
.














