Site-archief
Gedichten van het jaar
The New Yorker
.
Al vanaf februari 1925 plaatst The New Yorker poëzie in het magazine. In 2017 waren dat zo’n 100 gedichten van onder andere The Poet Laureate (zeg maar de dichter des Vaderlands van de Verenigde Staten), bekende dichters en aanstormend talent. Elk jaar wordt er een overzicht geplaatst op de website van The New Yorker met alle gedichten die dat jaar zijn gepubliceerd. Daarnaast is er een website waar alle gedichten die vanaf het allereerste begin zijn gepubliceerd zijn gearchiveerd en waar je ze dus allemaal terug kan lezen https://www.newyorker.com/magazine/poems
Tussen de vele dichters die in dit archief zijn terug te vinden staan beroemde namen als Bertold Brecht, Leonard Cohen, Dorothy Parker en Seamus Heaney maar ook het Franse volkslied (editie 1926) staat ertussen.
In de editie van 2017 staat onder andere een gedicht van de dichter John Ashbery (1927 – 2017) getiteld ‘Disorder and Light’.
.
Disorder and Light
.
Answer: I would dump it.
She lost her husband. It was time.
The more blurry it’s gonna be, the great complicator
takes us all into account.
I don’t know what this is, remnant.
You won’t get there forever.
Decades ago, after the dogs inspected it
it became part of their repertory.
. . . Comes in and ankles around like
he owned the place (which he did, in a sense).
Fast action on their part drew her on.
This wasn’t morning. It was more like
a week from now. I’ll be on your side, searching
for what we both know is there: our crumbling infrastructure.
You stay out of it.
You’ve got to be kidding me. Your pill, he urged.
Have a wild breakfast,
eyed and mulled. There you go, passionate
as a song. I mean, that’s what he told us to say.
The trees seem to agree.
.
Indische poëzie
Tj. A. de Haan
.
In de boekhandel kwam ik de bundel ‘Album van de Indische poëzie tegen, een bloemlezing samengesteld door Bert Paasman en Peter van Zonneveld. Dichters en poëzie uit en over voormalig Nederlands Indië zijn bij mij eigenlijk niet zo bekend. In deze bundel wordt aan de hand van een aantal thema’s (taal, cultuur, dagelijks leven, reis, aankomst, historische personen,Japanse bezetting, revolutie, heimwee, herinneringen) de geschiedenis van ons land met Indië geschetst. In deze bloemlezing krijgt de beeldvorming van Indië, vanaf de VOC-tijd tot heden, gestalte in gedichten, liedjes, cabaretteksten en in allerhande rijmende verzen. Bijna alle bekende Nederlandse dichters, ook van wie je dat niet zou verwachten, hebben iets over Indië geschreven. Naast een aantal bekende namen van dichters zoals Bilderdijk, Slauerhoff, Vestdijk, Lucebert, Cola Debrot, Drs. P., Willem Wilmink en liedtekstdichters (Ernst Jansz, Wieteke van Dort) ook namen van dichters die ik niet ken zoals Tj. A. de Haan.
Bij deze bundel is ook een CD bijgesloten waarop Willem Nijholt een selectie van 44 gedichten voordraagt. Een bijzonder fraai vormgegeven boek met een zorgvuldige bronvermelding.
Van de dichter Tj. A. de Haan heb ik geen informatie kunnen vinden, de Minangkabau uit de titel is een etnische groep die leeft op West Sumatra.
.
Minangkabau
.
Dit land is anders dan de andere landen.
Hier woont de geest nog, uit het bergenwoud.
Hier bruist het water onder steile wanden,
De sawahs, teer en groen, tussen het hout.
.
Een bruidegom zal zijn bruid gaan trouwen.
De kleuren, zwart en rood en goud.
Een volk gaat verder aan de toekomst bouwen.
Een volk, zo jong en toch zo trots en oud.
.
De nacht zal hier de dag omarmen
Fèl als een beek, die van de bergen stort.
Een graf zal liggen onder kokospalmen.
Oók van de bruid, die nú verkoren wordt.
Vermakelijkste verzen
Johan Meesters
.
Afgelopen 4 november droeg ik voor bij De Stamboom in Den Haag en behalve wat Haagse dichters waren er ook nogal wat dichters uit vele delen van het land. Johan Meesters was één van deze dichters. Speciaal voor dit podium was hij vanuit Zeeuws Vlaanderen afgereisd naar de hofstad om daar in twee sessies voor te dragen. Ik kende Johan al van eerdere voordrachten maar op deze gezellige zondagnamiddag kregen de luisteraars nog maar eens een proeve van bekwaamheid van Johan als het om voordragen uit het hoofd gaat.
De poëzie van Johan is verzorgd, is veelal vormvast, rijmt in veel gevallen en is bovenal intelligent en grappig van inhoud. We ruilden dichtbundels met elkaar en zo kwam ik in het bezit van zijn bundel ‘Vermakelijkste verzen’ (de vervolmaakte versie) uit 2018. Op de achterflap lees ik: “Verwacht geen light verse! Dat zijn “gedichten over een luchtig onderwerp” volgens Van Dale. Johan Meesters gruwelt van luchtige onderwerpen. Alle gedichten in deze bundel hebben een bloedserieus thema.” Gelukkig staat er daarna nog geschreven: “Dat staat echter geenszins in de weg van vermaak of zelfs genoegen.”
In het hoofdstuk ‘Topografietjes’ staan een aantal, wat ik hier voor het gemak maar even uitgebreide of verlengde Limericks noem. Grappige gedichten met een rijmschema AAABBA (in plaats van de AABBA) met in de eerste regel steevast een plaats aanduiding zoals in het volgende voorbeeld:
.
een oorlogsheld uit Barneveld
moe van al het krijgsgeweld
koos eieren voor zijn geld
hij verzon zijn heldendaden
zonder anderen te schaden
hij kreeg zijn medaille op de mouw gespeld
.
Toch wil ik ook nog graag een voorbeeld uit deze bundel met jullie delen waarin het vakmanschap van Meesters goed naar voren komt. Het betreft hier het gedicht ‘Sonnet van het terloopse rijm’ waarin niet alleen deze vaste versvorm bedreven wordt maar waarin ook een mening schuilgaat over rijm en vaste vormen, kritiek op het vrije vers en de twijfel van de dichter aan zijn eigen uitspraken.
.
Sonnet van het terloopse rijm
.
veel dichters hebben zich bekwaamd
in het afbreken van zinnen
dan kan wie voor het rijm zich schaamt
snel een volgend vers beginnen
.
waardoor van eindrijm hoegenaamd
niets wordt gemerkt, wat binnen
dichterskringen – veronaangenaamd
door rijmnood – snel veld zal winnen
.
nu het toch al niet betaamt
zich op de rijmkunst vast te pinnen
veel van wat heden wordt uitgekraamd
.
moeten zij die poëzie beminnen
haten al wordt het zelden beaamd
of zeg ik dit uit kinnesinne?
.
August Stramm
Duitse poëzie uit de eerste wereldoorlog
.
Uit de periode 1914 – 1918 en daarna kennen we verschillende dichters (voornamelijk Engelsen) die een grote mate van bekendheid genieten. De eerste wereldoorlog was echter niet alleen voor Engelse en Franse dichters een bron van inspiratie maar ook voor Duitse dichters. Een van hen was August Stramm (1874 – 1915). Tijdens zijn studie politieke economie raakte hij bevriend met Herwarth Walden, met wie hij samen het expressionistische magazine ‘Der Sturm’ oprichtte en waarin zijn eerste gedichten werden gepubliceerd.
Stramm was een reservist in het vooroorlogse Duitse leger en bereikte de hoogste rang voor een burger, die van kapitein. Toen de oorlog uitbrak in augustus 1914 werd hij prompt opgeroepen voor actieve dienst, aanvankelijk geplaatst in Frankrijk (in de Elzas en aan de Somme in 1915) voordat hij in april 1915 naar het Oostfront werd gestuurd voor de Galicische campagne. Eerder in januari 1915 ontving Stramm het IJzeren Kruis (Tweede Klasse). Aan het hoofd van een compagnie en later een bataljon vocht hij mee in totaal zeventig slagen. Stramm werd tijdens een man tot man gevecht gedood – door het hoofd geschoten – op 1 september 1915 op Horodec.
Zijn collega Herwarth Walden bewerkte een postume collectie van Stramms gedichten die hij in 1919 publiceerde als Dripping Blood.
.
Angriff
.
Tücher
Winken
Flattern
Knattern.
Winde klatschen.
Dein Lachen weht.
Greifen Fassen
Balgen Zwingen
Kuss
Umfangen
Sinken
Nichts.
.
Attack
.
Cloths
Signs
Flutter
Rattle.
Hoist applaud.
Your laughter blows.
Seize a seizing
Bellow ferrules
Kiss
Clasped
Sink
Nothing.
.
In Flanders Fields
John McCrae
.
In de week dat het 100 jaar geleden is dat de eerste wereldoorlog eindigde wat extra aandacht voor dichters en gedichten uit die periode. Tot mijn grote verbazing had ik het beroemdste gedicht uit die tijd, ‘In Flanders Fields’ van John McCrae nog nooit behandeld op dit poëzieblog. Hoog tijd dus om deze omissie recht te zetten.
De Canadese arts John McCrae ging als vrijwilliger de Eerste Wereldoorlog in. In 1914 diende hij als brigadechirurg voor een artillerie-eenheid. Het jaar erna was hij gelegerd vlak aan het front in Ieper waar de gruwelen van de Tweede Slag om Ieper plaats vonden (de Duitsers lanceerden daar voor het eerst een aanval waarbij giftig chloorgas werd gebruikt). Terwijl hij de gewonde soldaten hielp en om de dode rouwde – waaronder zijn goede vriend, Alexis Helmer- schreef McCrae het gedicht ‘In Flanders Fields’, een gedicht geschreven vanuit het oogpunt van gevallen soldaten wier graven overgroeid zijn met wilde papaverbloemen . “In Flanders fields the poppies blow,” staat er: “Between the crosses, row on row”. John McCrae stierf in 1918 aan een longontsteking en hersenvliesontsteking, maar niet voordat het gedicht één van de populairste en meest geciteerde werken van de Eerste Wereldoorlog werd. Het inspireerde onder meer het gebruik van de papaver als de “bloem van de herinnering” voor de oorlogsdoden.
.
In Flanders Fields
.
In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row,
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie,
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.
.
Eerste Wereldoorlog
Harry G. de Vries
.
Op 11 november 1918 kwam er officieel een eind aan de Eerste Wereldoorlog. In een bos bij het Franse stadje Compiègne, ongeveer tachtig kilometer ten noorden van Parijs, werd die dag de wapenstilstand gesloten. Dat is morgen dus precies 100 jaar geleden. Tijdens en na de eerste wereldoorlog zijn er veel gedichten geschreven door vele dichters. Denk aan Wilfred Owen, Siegfried Sassoon, Robert Graves en natuurlijk John McCrae (In Flanders Fields). Dat de Eerste Wereldoorlog tot de verbeelding spreekt was in Nederland helemaal niet zo vanzelfsprekend. Wij hadden de Tweede Wereldoorlog, in de eerste wereldoorlog was Nederland was Nederland neutraal en nam geen deel aan de ongelofelijk bloedige strijd, zoals de ons omringende landen wel deden.
De laatste jaren is er echter in Nederland ook steeds meer interesse in de eerste wereldoorlog en ook in Nederland inspireert dat dichters tot het schrijven van gedichten over de afschuwelijke oorlog. Zo iemand is Harry G. de Vries, naast dichter ook docent Engels aan de Avans Hogeschool in Breda. Hij schreef, in het Engels, het gedicht met de Franse titel ‘Aux Braves Morts Pour La France’.
.
Aux Braves Morts Pour La France
.
On her way home from the station where
she had seen her brother off, Emily Perreau
remembered how they used to play in the rye
and how he would suddenly lie down and leave
her puzzled and happily horrified for minutes;
best was to do the same and wait for his
anxious bustling to serve him right.
.
Decades later, she would sometimes enter
the fields behind the family farm to revive
the very sensation and reduce his absence
to that light, short-lived torment of tease,
knowing that she could not turn things now,
but always hoping that he would rise
from the rye and find her.
.




















