Site-archief
Harry en K.
De daad in 69 gedichten
.
Ik schreef al eerder over de bundel ‘ Seks, de daad in 69 gedichten’ , in 2001 uitgegeven door uitgeverij 521, een bloemlezing van Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze met erotische gedichten van Nederlandstalige dichters. In deze bundel staan twee gedichtjes naast elkaar die opvallen door hun inhoud maar ook door hun vorm. Daarom deze twee hier gezamenlijk weergegeven. Het ene is van Harry Mulisch zonder titel en de ander is van K. Schippers met als titel ‘ Blank verse’ .
.
terwijl ik
klaarkom gaat
de bel.
wie kan
dat zijn zo laat nog?
een kind?
.
Blank verse
.
je
je
je
je je je
je en je
.
ik raak je overal niet aan
.
Beroemde gedichten
Top 50 famous poems
.
In 2013 schreef ik al eens over de website http://famouspoetsandpoems.com in algemene zin, dat het een bijzonder fijne website is waar veel informatie over dichters en gedichten in het Engelse taalgebied te vinden is. Een onderdeel van deze website is de ‘Top 50 famous poems’. Als we kijken naar de eerste tien gedichten vallen een paar dingen op. Allereerst de nummer 1, Maya Angelou met haar gedicht ‘Phenomenal woman’ dat ik op 28 augustus 2014 plaatste, toen als nummer 1 van de top tien van gedichten van https://www.poemhunter.com/ , ook al zo’n fijne website met Engelstalige poëzie. Niet meteen de eerste dichter waaraan je denkt bij Engelstalige dichters. In de top 10 wel Pablo Neruda, E.E. Cummings, Robert Frost, Emily Dickinson maar bijvoorbeeld niet W.H. Auden, Sylvia Plath of Dylan Thomas. Wel twee keer Shel Silverstein maar William Wordsworth pas op de 16e en W.B. Yeats pas op de 30ste plaats.
Een bijzonder aardige lijst kortom waarin je naar hartelust gedichten kunt aanklikken. Dat heb ik uiteraard ook gedaan en omdat Shel Silverstein voor mij een redelijke onbekende dichter is heb ik voor zijn hoogstgenoteerde gedicht gekozen )op de 2e plaats) ‘Where the sidewalk ends’. Toen ik wat informatie over Silverstein zocht bleek dat ik hem, via een omweg al heel lang ken namelijk door de teksten die hij schreef voor Dr. Hook.
Sheldon Allan (Shel) Silverstein (1930 – 1999) was een Amerikaanse dichter, singer-songwriter, muzikant, componist, cartoonist, scenarist en auteur van kinderboeken. In de door hem geschreven kinderboeken komt hij zelf voor als Oom Shelby. Zijn boeken zijn vertaald in 20 talen. Hij schreef de teksten en muziek voor het grootste deel van de Dr. Hook-liedjes, waaronder “The Cover Of The Rolling Stone”, “Freakin’ at the Freakers’ Ball” , “Sylvia’s Mother”, “The Things I Didn’t Say”, “Ballsack” en een waarschuwende lied over venerische ziekten “Don’t Give a Dose to the One You Love Most”. Ook het nummer “The ballad of Lucy Jordan”, bekend van Marianne Faithfull, is van zijn hand. De wereldberoemde Johnny Cash-hit “A boy named Sue” is ook van zijn hand. Later schreef hij er een vervolg op: “Father of a boy named Sue”.
.
And before the street begins,
And there the grass grows soft and white,
And there the sun burns crimson bright,
And there the moon-bird rests from his flight
To cool in the peppermint wind.Let us leave this place where the smoke blows black
And the dark street winds and bends.
Past the pits where the asphalt flowers grow
We shall walk with a walk that is measured and slow,
And watch where the chalk-white arrows go
To the place where the sidewalk ends.
Yes we’ll walk with a walk that is measured and slow,
And we’ll go where the chalk-white arrows go,
For the children, they mark, and the children, they know
The place where the sidewalk ends.
Aan den uitgever
G. Brandt Maas
.
Ik hou van bijna vergeten dichters, vaak zijn dit dichters die enige bekendheid hebben gehad in een bepaalde tijdsperiode maar is hun bekendheid tot die periode beperkt. Grappig genoeg doen veel van dit soort namen toch altijd wel ergens een belletje rinkelen. Bij de dichter G. Brandt Maas, de dichter die ik vandaag in deze categorie wil behandelen, is dat maar zeer de vraag. In de bundel ‘Dichten over dichten’ bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 19e en 20ste eeuw (samengesteld door Atte Jongstra en Arjan Peters, 1994), staat Brandt Maas met twee gedichten.
Maar na enig speurwerk kom ik toch niet veel verder dan dat deze beste man (?) in de eerste helft van de 19e eeuw vooral vertaalde uit het Duits en het Engels. In dit geval kun je dus wel spreken van een vergeten dichter. Het gedicht ‘Aan den uitgever’ werd oorspronkelijk gepubliceerd in “Gedichten, deel I’. Vooral de laatste regel spreekt mij als uitgever van MUG books erg aan want zo is het maar net.
.
Aan den uitgever
.
Zou het mij hetzelfde wezen,
Wat gij aan mijn boekje deed?
Man! wenscht gij te zijn geprezen
Zorgt dan, dat gij ’t netjes kleedt.
’t Zij een hupsch, aanvallig klantje,
Zoo door letter als papier;
Keurig ook door ’t proper bandje,
Wel eenvoudig, maar met zwier.
Laat een prentje dan ook prijken
Op het zindlijk titelblad;
Geef te lezen en te kijken,
Elk zijn’ smaak en ieder wat.
Neen, het zijn geen grilligheden,
Dat die zorge u wordt verzocht;
’t Heeft gewis zijn goede reden,
Wel getooid is half verkocht!
.
In mantels van tandvlees
Ton Luiting
.
In 1971 verscheen bij de noord-nederlandse poëziereeks “taal op de tong”deel 1 met als titel ‘In mantels van tandvlees’. Dit heerlijk obscure werkje vond ik in een kringloopwinkel. Wat al helemaal grappig is , is dat het in Oudenaarde (België) werd gedrukt bij uitgeverij Saeftinge én bij uitgeverij de Koepel in Roosendaal.
In deze bundel staan gedichten van dichters als Hans Dütting, Catharina de Haas, Remco Heite, Wouter Kotte, Wim Pendrecht en Jan Visser. Zij staan ook op een werkelijk prachtige jaren zeventigfoto op de achterflap. Van elke dichter staat er een korte bio- en bibliografie (indien aanwezig) en zelfs korte stukjes uit krantenrecensies (indien aanwezig).
Kortom veel te genieten in dit bundeltje. In de categorie (bijna) vergeten dichters kunnen alle 6 de dichters zo bijgeschreven worden. Misschien is het dus niet de laatste keer dat ik uit dit bundeltje put.
Voor nu heb ik gekozen voor Wim Pendrecht. Als C.W. van der Neut geboren in 1930 woonde hij vooral in het Gooi. Behalve met het geven van taal-onderwijs houdt hij zich (in 1971) bezig met de taal van de liturgie en van de poëzie. In 1968 verscheen van hem de bundel ‘Communicerend’ en was zijn bundel ‘Voor de zonen van aardman’ in voorbereiding.
.
Belastende verklaringen
.
Familiereünie
.
Van woorden met een neef of nicht
wemelt het huis: een gek gezicht
al die portretten die maar jonger worden-
in ’t nieuw geslacht tenminste (en allicht)!
.
Pseudoniem
.
Mijn naam ontloopt de burgerlijke stand
en schuilt nu weg onder de hand.
Wanneer die naam is uitgeschreven
maakt hij zich overbodig en van kant.
.
Schools
.
Argeloos gaan zij naar school, in draf.
In rechte rijen levert men ze af
om in een proeflokaal te onderzoeken
wie koren is en wie het kaf.
.
Afgrond
.
Leven alleen bij plus en min
is dor en doelloos, zonder zin.
Wie aarzelt voor de tijd als voor een zwarte diepte
die valt er wikkend, wegend in.
.
Wat we achterlieten
Dichter op verzoek: 8
.
Naar aanleiding van de (tweede) Ierse dichtersweek kreeg ik van Wout Joling de tip om eens iets te schrijven over de bundel ‘Wat we achter lieten / What we left behind’. De gedichten in deze bundel zijn gemaakt door Edith de Gilde, Frida Domacassé, Mariet Lems, Wim Hartog en Wout Joling. Zij zijn allen lid van de groep Divers. Deze groep bestaat sinds 1997.
De grondslag van deze bundel met gedichten over Ierland wordt gevormd door de foto’s die Mariet Lems sinds jaar en dag in Ierland maakt. De dichters waren geheel vrij in hun interpretatie van de foto’s. Soms bleven ze dicht bij de afbeelding, soms lieten ze hun fantasie werken en gingen er wat verder vandaan. Maar in alle diversiteit geldt voor elk van hen dat de foto’s (en Ierland) hen hebben geïnspireerd. Zij schreven hun gedichten in het Nederlands, Wim Tigges zorgde voor vertalingen in het Engels.
Dus geen Ierse dichters maar wel dichters op z’n Iers. Ik koos voor het gedicht ‘Scheppers’ van Poëziebusdichter van de editie 2016 Edith de Gilde van haar website http://www.edithdegilde.nl. De bundel is verkrijgbaar bij De zwarte els in Den Haag.
.
Scheppers
.
Op een dag hadden we er genoeg van.
We gingen na wat we zeker wisten
en pakten het in een rugzak.
Die was niet zwaar. We sjorden hem om
en verlieten het huis. Dat we opnieuw
ballast zouden vergaren was op dit ogenblik
van geen belang. We gingen schoonheid
scheppen door niets doen. In wat we achterlieten.
We waren de God van schimmels en spinnen.
Zij gedijden, natuurlijk, zonder ons.
Wij – we kunnen niet anders – ontwierpen
een nieuwe orde. Tot we ook daarvan
.
De foto van Mariet Lems die als inspiratie diende voor het gedicht ‘Scheppers’.
Poëzie in het alledaagse
Marktplaatspoëzie
.
Wanneer je mijn blog al wat langer en vaker leest dan weet je dat ik, naast veel aandacht voor fantastische poëzie, ook graag aandacht geef aan, wat ik de rafelranden van de poëzie noem. Een mooi voorbeeld van zo’n rafelrand is het boekje dat ik tegenkwam in de kringloopwinkel. Marktplaatspoëzie, ‘de meest ontroerende advertenties’ verzameld door Jan Hoek.
Zoals Jan het stelt: Bij het lezen van Marktplaatspoëzie word je overvallen door lachbuien, diep medelijden en tranen van ontroering. Nu kan het zijn dat Jan snel aangedaan is (de tranen, lachbuien en het medelijden bleven bij mij tenminste uit bij het lezen) maar dat er wat te genieten valt is een feit. Als je sommige advertenties bekijkt als een vorm van ready made poëzie dan begrijp je wat ik bedoel.
Ik heb er een paar geselecteerd die ik hier met je wil delen.
.
Spoed
.
wie kan ons op korte termijn helpen
meer info per mail
is echt heel dringend!!!
.
Als je je ouders niet eert…
.
Als je je ouders geen eer aandoet…
gaat het HELEMAAL MIS met je!!
…op school.. en in je privéleven…en overal!!!
Let er maar eens op.
Dit is niet zomaar een opmerking!
.
1zaam
.
wie kent het
zo eenzaam zijn, dat je jezelf een SMSje stuurt…
.
Vallen oudere vrouwen op jongere jongens?
.
Vallen oudere vrouwen op jongere jongens, of is dat een fabel?
.
Poëten in het parlement
Vlaanderen & Co
.
In 2002 bestond het Vlaams parlement dertig jaar en naar aanleiding van dit jubileum én de opening van het Huis van de Vlaamse Volksvertegenwoordigers, organiseerde het Vlaams parlement een poëziefeest. Vierentwintig dichters lazen voor uit eigen werk. En er werd een bundel uitgegeven met daarin gedichten van deze vierentwintig dichters.
De dichters kwamen uit alle hoeken en gaten van de wereld waar het Nederlands (of een dialect van het Nederlands) gesproken wordt: 10 Vlamingen, 8 Nederlanders, 1 Antilliaan, 1 Surinamer, 1 Zuid Afrikaan en ook 2 Franstalige Belgen en een Duitstalige Belg. Verrassende namen ook (voor mij dan) zoals Frank Martinus Arion (ik kende hem niet als dichter), Shrinivási (Suriname) en William Cliff (een Franstalige dichter).
De bundel is samengesteld door Jozef Deleu en van elke dichter zijn zo’n vijf gedichten opgenomen. Van de Frans- en Duitstalige gedichten ook de Nederlandse vertalingen.
Misschien is dit voor het Nederlandse Parlement ook een goed idee, laat alle parlementariërs hun favoriete gedicht kiezen en bundel deze. Voor dit moment doen we het met dit mooie initiatief uit Vlaanderen. Ik koos voor een gedicht van Gwij Mandelinck (1937).
Mandelinck (pseudoniem van Guido Haerynck) richtte in 1980 de Poëziezomers van Watou op die hij artistiek leidde tot 2008 samen met zijn echtgenote Agnes Hondekyn.
.
Beschuldigde
.
Ben ik vermengd met wolvenbloed,
kwam de stem van het gebroed in mij terecht?
Niet dat ik ben beducht voor averij
al zwakte mijn duim de schokken af
.
van deuren in het waaigat dichtgeklapt,
al zijn er messen aan te slijpen op mijn
onbehouwen kant. Een hand ligt in
de richting van mijn haar. Verbijt
.
jij straks de vinger die mij heeft beticht?
.


















