Site-archief
Erger maken
Ronelda S. Kamfer
.
In april van dit jaar schreef ik over de bundel ‘Santenkraam’ uit 2012 van de Zuid-Afrikaanse dichter Ronelda S. Kamfer (1981). In 2010 verscheen van haar ‘Slapende honden’ en in 2017 de bundel ‘Mammie’. In 2021 is er van haar de vooralsnog laatste bundel ‘Chinatown’ in vertaling uitgegeven door Podium uitgeverij. De vertaling werd verzorgd door dichter, vertaler en P.C. Hooftprijswinnaar Alfred Schaffer, die ook haar eerste drie bundels vertaalde. De gedichten in deze bundel zijn, evenals in de vorige drie bundels, in het Nederlands en in het Afrikaans opgenomen.
‘Chinatown’, genoemd naar een gedicht uit deze bundel bevat gedichten waar de woede afspat en voelbaar is, sterk feministisch maar ook met veel inktzwarte humor. Hans Puper vergelijkt haar, in een recensie van deze bundel op Meander, zelfs met Bukowski als het gaat om haar directheid (stuitend noemt hij het) en de absurditeit die ze in haar gedichten stopt. Ik ben het helemaal met Hans eens, in het gedicht ‘erger maken’ is dit heel herkenbaar. Kamfer schrijft in ‘Chinatown’ over een geschiedenis van complexe familieverhoudingen en hoe je een dochter opvoedt in het Zuid-Afrika van nu. Haar poëzie is activistisch maar ook intiem in de gedichten over liefde en familie.
Antjie Krog bestempelde haar poëzie als ‘het beste en meest opwindende wat in de afgelopen jaren in Zuid-Afrika is verschenen’. En natuurlijk ken ik de Zuid-Afrikaanse poëzie niet goed maar als Krog het zegt ben ik geneigd haar te geloven. In ieder geval is de poëzie van Kamfer indrukwekkend. Uit ‘Chinatown’ het gedicht ‘erger maken’.
erger maken
.
ik zeg tegen mijn beste vriendin
mijn vader misbruikt me
ze kijkt me peinzend aan
alsof ze probeert de definitie
van misbruik met mijn vierpersoonsgezin
met twee werkende ouders te rijmen
.
ik zeg tegen de juf mijn vader
misbruikt me
ze schudt haar hoofd
en slaat haar armen over elkaar
alsof ze voor vandaag genoeg
verhalen over misbruik heeft gehoord
.
ik loop naar het politiebureau
van Melton Mose
de agent vraagt
hoe heet je vader
heeft-ie je verkracht
ik laat mijn hoofd hangen
omdat de vrouw naast me
zo te zien kwaad op me is
want de agent is
bezig haar documenten
te certificeren
.
een of andere dronken
vrouw in de hoek
springt overeind en zegt
ho effe
meneer agent moet
niet zo beledigend tegen haar doen
een andere politieman komt binnengelopen
hou je mond jij
kom de boel hier niet erger maken
jij komt zelf om de andere
dag met een verkrachtingszaak aanzetten
.
Water
De vrouw die van Picasso bleef houden
.
In de bundel ‘De vrouw die van Picasso bleef houden’ uit 2020, beschrijft de Engelse dichter Julia Blackburn in een vertaling van Paul van der Lecq, de geschiedenis van het Franse model Marie-Thérèse Walter, de muze van Pablo Picasso. Zij was zeventien toen ze Picasso (1881-1973) ontmoette, Picasso was zesenveertig en getrouwd. In tweeënveertig gedichten brengt Julia Blackburn (1948) de stem van Marie-Thérèse tot leven om zo het verhaal te vertellen over haar relatie met Picasso.
Van 1927 tot 1935 was ze de muze van Picasso en zij was de inspiratie van Picasso voor talloze kunstwerken en sculpturen. Ze hebben samen een dochter uit die relatie. In 1936 kreeg Picasso een nieuwe geliefde Dora Maar, maar hij bleef Marie-Thérèse en hun dochter Maya zien en schilderen. Na Picasso’s dood vond Walter het moeilijk om zonder hem verder te leven. Op 20 oktober 1977, vier jaar na de dood van Picasso, pleegde ze zelfmoord.
De gedichten van Julia Blackburn hebben Picasso’s liefde voor de vrouw die misschien wel zijn belangrijkste minnares was als basis, maar zoeken vooral een verklaring voor Marie-Thérèses verliefdheid op de man die haar leven volledig zou domineren. De tweeënveertig gedichten in de bundel hebben eenvoudige korte titels en zijn allemaal voorzien van een illustratie van kunstenaar Jeffrey Fisher (1952). Ik koos voor het gedicht ‘Water’ omdat in dat gedicht de ‘grote kunstenaar’ Picasso wordt teruggebracht tot een mens van vlees en bloed.
.
Water
.
Ik kon goed zwemmen
maar hij
kon helemaal niet zwemmen.
.
Ik zag hem eens
tot aan zijn schouders
in zee staan,
en zich met een trage crawlslag
lopend voortbewegen,
met een ingespannen
en in zichzelf gekeerde blik.
.
C.B. Vaandrager
Martin, waarom hebbe de giraffe…
.
In een tweedehandsboekenzaak vond ik, na daar lang gezocht naar te hebben, voor het eerst een bundel van de Rotterdamse dichter C.B. Vaandrager (1935 – 1992) met de bijzondere titel ‘Martin, waarom hebbe de giraffe…’. In deze derde dichtbundel van Vaandrager staan 49 gedichten over voorwerpen. Hij ‘behandelt’ daarbij allerhande objecten, variërend van een kurketrekker tot een stuiver en van een verkeersagent tot meeuwen en een bloemkool. De, vaak fonetisch getypte, gedichten zijn geïnspireerd en gekopieerd uit een onderzoeksrapport uit 1938 naar de woordenschat van Nederlandse kinderen.
Het lijken wel lemma’s uit een encyclopedie of woordenboek maar dan in (Rotterdamse) spreektaal. Deze bundel uit 1973 werd uitgegeven in de Sonde-reeks door de Rotterdamse Kunststichting waarin ook Jules Deelder, Rien Vroegindeweij en Wim de Vries poëzie publiceerden. De titel van deze bundel verwijst naar Martin Mooij en de speelgoedgiraf van dochter Isis Vaandrager.
Ik wil hier twee voorbeelden van deze wat absurdistische poëzie met jullie delen ‘ 41 Naaimachine’ en ’23 Plafond’.
.
41 Naaimachine
.
Naaivliegmachine.
Moeje goed mee naaie, heb manke Wim ook.
Koffiemole, mole, naaimole, wringer:
naasliggende bekende gezien.
Naaidinges.
Zamole (Zaagmolestraat? Snijbonemole?)
Nie te weinig:
handmachine om te stikke.
.
23 Plafond
.
Muur, 15x, kalkmuur, bovemuur,
muur in hoogte.
Zolder, dak, waartoe verleid door
plafondplaats kamer.
Zelfs: 10x lucht is zo te verklaren.
Weer andere: kalk, 10x.
Weer ander (te veel): roukamer met
plafond.
.
Een verjaardagsgedicht
Ted Kooser
.
Voor mij is een dichtbundel vorm en inhoud maar ook vormgeving. Aan een slecht vormgegeven dichtbundel, hoe mooi de poëzie erin ook is, kan ik me echt ergeren. Een dichtbundel, vind ik, is een kunstwerkje in taal en waarom zou je dat verpakken in een slechte verpakking? Er zijn dichtbundels waar je op het eerste oog van denk; mwah. Dat gaat zeker op voor de bundel ‘Licht!’ Het museum van de poëzie, 125 dichters uit meer dan vijftig landen. Gekozen door Amnesty International en samengesteld door Daan Bronkhorst uit 2014.
De bundel is klein maar dat hoeft absoluut geen bezwaar te zijn, voorzien van een harde kaft, ook al niks mis mee, maar de foto op de voorkant, het teveel aan informatie op de omslag en de wat obligate foto doen af aan de inhoud; 125 gedichten over licht van allerlei dichters van over de hele wereld.
Gedichten van Nobelprijswinnaars, literaire sterren en vervolgde schrijvers en dichters. Zoals het gedicht ‘Een verjaardagsgedicht’ van dichter Ted Kooser (1939) Poet Laureate in de Verenigde Staten van 2004 -2006 en winnaar van onder andere de Pulitzerprijs. Ik koos dit gedicht omdat vandaag mijn oudste dochter jarig is.
.
Een verjaardagsgedicht
.
Net na het ochtendgloren, de zon staat
met haar zware rode hoofd
in een ijzeren kraag van bomen,
wachtend tot er iemand komt
met zijn emmer
voor het schuimig witte licht
en daarna een lange dag in de weide.
Ook ik besteed mijn dagen grazend
smullend van ieder groen moment
tot de duisternis roept
en ik met de anderen
de nacht in wandel
zwaaiend met de kleine tinnen bel
van mijn naam
.
Wat ik zou willen afschaffen
Laura Ranger
.
Toen mijn jongste dochter een jaar of 8 was kwam ze op het idee om, net als haar vader, gedichten te gaan schrijven. Niet zo vreemd voor een jong meisje (of jongen, zelf was ik een jaar of 13) maar wat mij trof was de toon van haar poëzie. Ik noem het hier expres poëzie want haar gedichten waren verrassend goed, sprankelend en ideeënrijk. Aan de vorm mankeerde hier en daar nog wel wat en ook de rijm in haar gedichten was soms wat gezocht maar ze had talent. Ze heeft er verder niets mee gedaan en dat is natuurlijk prima maar ik moest eraan denken toen ik het bundeltje ‘Laura’s gedichten’ onder ogen kwam van Laura Ranger.
Laura Ranger, een meisje uit Nieuw-Zeeland, begon op haar zesde gedichten te schrijven die al snel de aandacht trokken van haar ouders, haar onderwijzers, en uiteindelijk van een bekende uitgever. Ze won een belangrijke prijs, haar gedichten verschenen in tijdschriften en Bill Manhire koos één van haar gedichten voor zijn bundel ‘100 New Zealand Poems’. Gotwit (Random House) zag er iets in en publiceerde een kleine bundel van haar gedichten. In minder dan 6 maanden was haar bundel de bestverkochte bundel aller tijden in Nieuw Zeeland, meer dan twintig weken stond ze bovenaan in de Nieuw-Zeelandse boekentoptien. Volwassenen met verstand van poëzie wreven hun ogen uit van verbazing dat zo’n jong meisje zulke poëzie kon schrijven.
Op zoek naar hoe het Laura nu vergaat ben ik niet veel verder gekomen dan dat er in een verzamelbundel uit 2020 een gedicht van haar is opgenomen uit 2014 (ze was toen al volwassen) maar blijkbaar is het succes van haar allereerste gedichten nooit meer geëvenaard. In 1997 kwam er bij De Bezige Bij een vertaling van haar bundel uit ‘Laura’s gedichten’ in een vertaling van Guus Middag en Gerrie Bruil. Ik koos voor het gedicht ”Wat ik zou willen afschaffen’ dat ze op achtjarige leeftijd schreef..
.
Wat ik zou willen afschaffen
.
Ik zou de grasmaaiers
willen afschaffen
dan kon ik rennen
en gaan liggen en me verstoppen
in het hoge gras.
.
Ik zou het huiswerk
willen afschaffen
en misdadigers
vooral moordenaars.
.
Ik zou de slaap
willen afschaffen.
Ik zou ringetjes rond
mijn ogen doen
dan gingen ze nooit meer dicht.
.
Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn
Jana Arns
.
De Vlaamse dichter Jana Arns (1983) is daarnaast ook muzikante en fotografe, en dat nooit los van elkaar. Ze maakt deel uit van het ensemble Aranis, waarmee ze al 15 jaar in binnen- en buitenland optreedt. Met haar debuutbundel ‘Status: het is ingewikkeld’ (2016) won zij de Prijs Letterkunde Oost-Vlaanderen 2017. Ook opvolger ‘Nergens in het bijzonder’ (2018) werd zeer goed ontvangen.
In haar bundel ‘Het huis dat niet goed alleen kan zijn’ uit 2019 beschrijft Arns het gevecht met anorexia nervosa en de zorgen van elke ouder om een kind dat niet meer onder de vleugels past. Geïnspireerd op schilderijen van Edward Hopper geeft Arns een stem aan de verstilling; subtiel, sensitief en bomvol empathie mag de dag slecht zitten. Gemorst licht laat het stof dansen, een lichaam gaat onvermijdelijk in achteruit.
Haar uitgever schrijft over deze bundel: “Binnen woelt de wereld, buiten woedt een oorlog. Van loopgraven in een Spaans strand tot landen die niet naar school kunnen. Het is thuis dat we sneuvelen. Daar sluimert ten slotte een echtscheiding, tussen muren in afwachting van een nieuwe laag over de laatste jaren.” In vier cycli dicht Arns gevoelig over pijn zonder dit te verzachten. Een bundel vol herkenning, mededogen, en poëzie. Een mooi voorbeeld van dat mededogen lees je in het gedicht ‘Dochter’.
.
Dochter
.
Ze zet de tijd luider.
Groeit uit haar dagboeken.
.
Draagt de week binnenstebuiten
om niet naar huis te moeten.
.
Ze kleurt enkel nog met lippenstift,
buiten de lijnen met oogpotlood.
.
Ze wil later alles worden. Behalve ons.
Wij zijn de horden op haar baan.
.
Ze raakt ons met de zool
en woorden die gewassen mogen worden.
.
Wij krijgen de groei niet uit haar kleren.
.
Mijn dochter en ik
Ed. Hoornik
.
Twee jaar na zijn dood verscheen van dichter Ed. Hoornik (1910 – 1970) de verzamelbundel ‘Verzamelde gedichten’ bij uitgeverij Meulenhoff. De stem van Hoornik lijkt wat te verbleken en dat is volgens mij ten onrechte. Veel van zijn poëzie is tijdloos en laat zich ook nu nog uitstekend lezen. Neem het gedicht ‘Mijn dochter en ik’ dat eerst in de bundel ‘Tweespalt’ verscheen uit 1943.
In heldere taal verteld Hoornik hier een moment van een vader met zijn dochter dat mij in ieder geval heel bekend voorkomt.
.
Mijn dochter en ik
.
Terwijl ik lees voel ik mijn dochter kijken;
ik laat niets merken en lees rustig door.
Haar leven doet zich helder aan mij voor:
het zal in alles op het mijne lijken.
.
Niets kan ik doen, opdat zij zal bereiken
wat ik, amper gevonden, weer verloor;
geen vindt van het geluk méér dan een spoor,
ook zij niet, en ook zij zal het zien wijken.
.
Ik sluit het boek. Wij zitten naast elkaar;
geen woorden tussen ons; slechts, even maar,
de glimlach van de een tegen de ander.
.
’t Is of ik in mijn eigen ogen staar,
en wat daar staat, het is als water klaar,
wanneer ik langzaam in mijzelf verander.
.
Driek van Wissen
Voormalig dichter des vaderlands
.
In mijn boekenkast staat ‘De dikke Driek’. In 2000 toen ik het boek van Driek van Wissen (1943 – 2010) kocht heeft hij er nog iets ingeschreven voor mijn dochter. Dit was nog voor hij dichter des vaderlands werd. Driek was een meester in het spelen met taal en in light verse. Hier een mooi voorbeeld waaruit ook blijkt dat light verse niet alleen maar over luchtige onderwerpen gaat. Uit de bundel ‘Een loopje met de tijd’, uit 1993 het gedicht ‘Het arme beest’.
.
Het arme beest
.
In Serajevo stierf de laatste beer.
Zijn dierentuin was al een tijd gesloten,
Omdat zelfs daar voortdurend werd geschoten
En daarom kreeg hij ook geen eten meer.
Immers de Joegoslaven van weleer,
Door wie in strijd met oude landgenoten
Het eigen bloed geestdriftig wordt vergoten,
Schoten ook alle dierverzorgers neer.
Het is helaas een trieste anekdote
Die ik vandaag voor u op rijm citeer,
Maar zo’n bericht bewijst ook deze keer
Dat mensen zich gedragen als malloten:
Het grootste beest ter wereld heeft twee poten
En in zijn klauwen draagt het een geweer.
.
Foto: schilderij Frisia museum














