Site-archief
Zuigen en gezogen worden door de liefde
Erotisch gedicht
.
Nog tweemaal in september een erotisch gedicht op zondag en bij erotiek en poëzie kom ik toch steeds weer terug bij de dichter Carlos Drummond de Andrade. In ‘De liefde, natuurlijk’ staan vele voorbeelden van verschillende invalshoeken en interpretaties van de erotiek in de liefde gecombineerd of los van elkaar. Vandaag een wat explicieter gedicht dat toch op meerdere niveau’s gelezen kan worden.
.
Zuigen en gezogen worden door de liefde
.
Zuigen en gezogen worden door de liefde
tegelijk de mond multivalent
het lichaam twee in één genot volledig
dat niet mij behoort noch jou behoort
genot van fusie diffuse transfusie
likken zuigen en gezogen worden
in hetzelfde spasme
alles is mond en mond en mond en mond
negenenzestigvoudig tongenmond.
.
Treinen en frambozen
Erotiek op zondag
.
Patricia Lasoen (1948) is een Vlaams dichter die in 1968 debuteerde met de bundel ‘Ontwerp voor een Japanse houtgravure’. Ze werd samen met dichters als Daniel van Rijssel, Herman de Coninck, Jan Vanriet en Roland Jooris tot de zogenaamde nieuw-realisten gerekend. Zelf denkt ze daar genuanceerder over, in haar werk komen ook surrealistische elementen voor en daarnaast is haar poëzie soms magisch-realistisch en dan weer sociaal geëngageerd.
In 1993 publiceerde dichter Patricia Lasoen de bundel ‘De wanhoop van Petit Robert’. Uit de recensie destijds van NBD Biblion: “Het droomachtige en beeldrijke is uit haar poëzie verdwenen om plaats te maken voor bitterheid en ontgoocheling.” Het gedicht ‘Treinen en frambozen uit deze bundel voldoet echter nog steeds aan de kenmerken droomachtig en beeldrijk. De erotiek die ze opvoert in de eerste zin van dit gedicht is in de rest van het gedicht steeds duidelijker aanwezig en steeds meer voelbaar.
.
Treinen en frambozen
.
Treinen vind ik erotisch, zei ze
en frambozen.
Treinen: hun weg is voorgebaand,
ze zoeven door het landschap
genadeloos; soms lijken ze wel wreed
zoals ze onbarmhartig bermen vol
met bloeiend onkruid achterlaten –
en dan, hoe ze zich in beweging zetten:
nauwelijks merkbaar eerst
met kleine schokjes, en pas na een tijd
komen ze tot hun volle kracht
en fluitend razen ze voorbij signaal
en overweg, en over water
ze komen dan geruisloos stil –
een schok kaatst soms onzacht
hun inhoud en hun doel terug.
.
Frambozen staan vanzelf
met liefde in verband:
hun zachte huid en nauwelijks voelbare haartjes
worden liefs tegelijk met
lippen, tong en huig geproefd
langzaam smelten ze open
en naderhand weer dicht
je hoeft ze zelfs niet aan te raken –
direct nadien zijn ze ontastbare herrinering.
.
Liefdesbed
Jean Cocteau en Federico Garcia Lorca
.
In de reeks Erotiek op zondag, vandaag een dubbelgedicht van twee grootheden uit de poëzie geschiedenis, de Franse schrijver en dichter Jean Cocteau (1889 – 1963) en de Spaanse dichter en tonneelschrijver Federico Garcia Lorca (1898 – 1936). Waarom heb ik twee gedichten van deze twee, toch verschillende, dichters bijeengebracht? Om het thema van deze twee gedichten: het liefdesbed. Twee korte gedichten vol erotiek maar in een taal vol spanning en symboliek geschreven.
.
Jean Cocteau
.
Liefdesbed, houdt halt; laat ons de schaduw benutten
En op adem komen; verbreken wij het zwijgen;
Kijk onze voeten daar, paarden die staan te dutten,
Die nu en dan hun halzen naar elkaar toe neigen.
.
Federico Garcia Lorca
.
O bed in het hotel! O bed zo zoet!
Van witte vlekken en van dauw het laken.
O het geluid dat onze lijven maken!
O grot van schemer, vlam, katoenen goed!
.
O dubbellier, door liefde als een tak
in vuur en kille nardus van je dijen!
O schommelboot , o klare stroom, bij tijden
een nachtegaal gelijk, bij tijden tak!
.
Erotiek en poëzie
Pierre Kemp
.
Pas geleden kocht ik wat kleine bundeltjes uit de jaren 50’en 60′ met onooglijke kaftjes. De inhoud vergoedt, zoals zo vaak echter veel. In het bundeltje met op de omslag slechts de letters BP (hetgeen staat voor Beeldende Poëzie zo lees ik op de titelpagina) uit 1960 gaat het over ‘De vrouw’.
Uit tal van dichtbundels bracht Adriaan Morriën een aantal gedichten samen die over de vrouw gaan. Hij leidde de bundel in en voorzag deze van bio- en bibliografische gegevens. In dit bundeltje staan naast de gedichten ook vele foto’s van vrouwen gemaakt door Herman J. Hahndiek.
Toen ik de bundel aan het lezen was bleef ik bij het gedicht ‘Verloofden’ van Pierre Kemp steken. Dit gedicht lijkt in eerste instantie een mooi klein liefdesgedicht maar toen ik het nog eens las bleek de subtiele erotiek die Kemp in dit gedicht stopte. Juist de subtiele verwijzingen naar het fysieke contact, de aarzeling van de vrouw, gevolgd door de laatste zinnen van dit gedicht maakt dat ik dit met veel overtuiging een plaats geef in mijn minirubriekje Erotiek op zondag.
.
Verloofden
.
Als hij mij een hand geeft,
kleedt hij mijn vingers uit,
Toch verlang ik zo naar dit
contact met mijn huid.
Als hij met een vinger de split
van mijn vingers beroert, word ik rood
en voel ik mijn schoot.
Wij glimlachen, het doet ons goed.
Is het wel, als het moet?
Maar ik geef toe
en doe, en doe, en doe.
.
Erotiek in poëzie
Florence Tonk
.
Dat erotiek in poëzie in vele gedaanten komt blijkt uit het voorbeeld van vandaag. Florence Tonk publiceerde in 2006 haar bundel ‘Anders komen de wolven’. In deze bundel staat het gedicht ‘Gemeen gedicht’ waarover Ellen Deckwitz in mei 2015 een bijzonder aardig stuk schreef op https://www.nrc.nl/nieuws/2015/05/07/de-kunst-van-de-cliffhanger-1492623-a151500
In dit stuk gaat het over het gebruik van het enjambement in dit gedicht. Een enjambement is een stijlfiguur waarbij de dichter op een niet-natuurlijke plek een regel afbreekt. Ik werd vooral gegrepen door de inhoud van het gedicht. Waar je in het begin een bepaalde indruk krijgt van de inhoud, een gruizig, broeierig gerommel in het ondermaanse, blijkt in het vervolg van het gedicht dat het hier juist het tegengestelde betreft: “ze heeft het al zolang niet meer gedaan dat er daar / iets verzuurd of haast verdwenen lijkt te zijn” en dan eindigt het gedicht toch weer positief voor de ik persoon in het gedicht.
Wat ik maar wil zeggen is dat een erotisch gedicht niet altijd hoeft te leiden naar opwinding van de lezer, dat het onderwerp een erotische lading of duiding kan hebben zonder dat het éénduidig is of expliciet in de boodschap. In ‘Gemeen gedicht’ is dit laatste het geval.
.
Gemeen gedicht
.
Ze kijkt als ze danst of ze neukt
ze kijkt als ze danst zoals ze denkt
dat men kijkt als men neukt
of ze kijkt alsof er iets klem zit
en hier beduusd van is
misschien danst ze tango in een te rode jurk
gelakte pornoschoenen en een kwabje hier en daar
stappen iets te groot, net of niet op maat
ze heeft het al zolang niet meer gedaan dat er daar
iets verzuurd of haast verdwenen lijkt te zijn
wijn verzacht maar als ze lacht zie je dat
het allemaal zo ernstig is geworden
zelfs in de dans waarin zij wel theater ziet
maar niet kan spelen, ze doet het even verbeten
als het vegen van een vloer, stoephoer
denkt ze als een meisje glanzend langs glijdt
in de armen van een rimpelloze held
voor haar alleen bejaarde schuifelaars
maar met de ogen dicht en iemand
zonder oud geurende jas valt er nog wel wat
te dromen, kijkend of ze klaar gaat komen
.
Harry en K.
De daad in 69 gedichten
.
Ik schreef al eerder over de bundel ‘ Seks, de daad in 69 gedichten’ , in 2001 uitgegeven door uitgeverij 521, een bloemlezing van Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze met erotische gedichten van Nederlandstalige dichters. In deze bundel staan twee gedichtjes naast elkaar die opvallen door hun inhoud maar ook door hun vorm. Daarom deze twee hier gezamenlijk weergegeven. Het ene is van Harry Mulisch zonder titel en de ander is van K. Schippers met als titel ‘ Blank verse’ .
.
terwijl ik
klaarkom gaat
de bel.
wie kan
dat zijn zo laat nog?
een kind?
.
Blank verse
.
je
je
je
je je je
je en je
.
ik raak je overal niet aan
.
Dame seule
J. Slauerhoff
.
Ook op deze derde zondag van maart een gedicht van de dichter van de maand J. Slauerhoff. Lezend in de bundel ‘Saturnus’ kwam ik het gedicht ‘Dame seule’ tegen (een vrouw alleen) en ook uit dit gedicht blijkt weer dat de dichter eigenlijk een hele schalkse man is. Uit ‘Saturnus’ uit 1930 ( dat eigenlijke een uitgebreide heruitgave van Clair-obscur uit 1926) het gedicht ‘Dame seule’.
.
Dame seule
.
Zij voelt zich onder ’t donker van de boomen
Zoo eenzaam, dat zij zelf haar schouder liefkoost.
Haar handje, met de ronding ingenomen,
Die over ’t zomerkleed is bloot gekomen,
Daalt af, dwaalt af; zij richt zich op en bloost,
Gaat dan weer voort een kledingstuk te zoomen.
.
















