Site-archief
De valsche veerman
Nieuw leesboek voor katholieke scholen
.
Voor mijn verjaardag kreeg ik van een vriend een bijzonder oud (1900) maar erg leuk boekje met de titel ‘Nieuw leesboek voor katholieke scholen’. Een boekje vol verhalen, liedjes en gedichten uit een tijd waar wij ons echt niets bij voor kunnen stellen. De verhalen zijn doordrongen van een diep religieus besef, zijn moralistisch en staan vol stichtende taal. Op zichzelf is dat al genieten, juist omdat het zo anders is dan tegenwoordig, maar er staan ook een paar hele aardige gedichten in
Zoals bijvoorbeeld het gedicht ‘De valsche veerman’ dat me deed denken aan een liedje van vroeger over een kikvors aan de oevers van de Rotte. Alleen was het daar een ooievaar die roet in het eten gooide.
.
De valsche veerman
.
Er piepte reis in ’t oeverzand
Van een rivier een muis: zij wou
Zoo dolgraag naar den overkant,
Doch wist niet, hoe ze er komen zou.
.
Dat merkte algauw een kikker daar.
“He juffer!” kwaakte die, “kom hier!
Bind aan het mijne uw pootje maar,
En ik vaar je over met plezier.”
.
Ons muisje deed het – één, twee, drie!
De kikker stak van wal – hoezee!
En ’t lustig knagelijntje – zie,
Voer als zijn passagier toen mee.-
.
Een poosje nu ging alles goed;
Maar ach! de pret was spoedig uit:
In ’t midden van den breeden vloed
Dook onverwachts de valsche puit.
.
“Help, help! o wee ‘k verdrink!” zoo kreet
Onze arme muis toen in haar angst….
Daar pakte opeens een valk haar beet, –
Vloog op, en had – een dubbele vangst!
.
10.000 kleine voorwerpen
Wibo Kosters
.
In 2016 was éen van de deelnemende dichters aan de Poëziebustoer de dichter Wibo Kosters (1978). Wibo is schrijver, dichter, organisator en performer. Op zijn website https://wibokosters.nl staat een erg lange lijst van optredens vanaf 2007 maar ook samenwerkingen die hij aanging met beeldende kunstenaars. Van 2017 – 2019 is hij stadsdichter van Deventer en hij maakt deel uit van dichterscollectieven ‘Brommerdief’ en ‘de korte metten’. In de poëziebusbundel werd het gedicht ‘10.000 kleine voorwerpen’ geplaats en dat sluit aan bij de nieuwe weg die Wibo heeft ingeslagen om eenvoudiger te leven. Zie daarvoor ook zijn website https://legewittekamer.wordpress.com
.
10.000 kleine voorwerpen
.
elke dag een beetje verdwijnen
in voorwerpen die het huis verlaten
met de anekdotes
van de dingen
ik word een man zonder context
verberg me niet in spullen
mijn handen langzaam
echte handen
die niet bezighouden
maar doen
straks is er geen verhaal meer
geen taal om mij
ben ik een herinnering
onopgemerkt
voorbij
.
Zie de maan
Ongerijmde rijmen
.
In 1954 publiceerde Het Spectrum in de Prismareeks de bundel ‘Ongerijmde rijmen’ – een blik in de speelkamer van muzen en poëten waarin de muzen soms in haar hemd en de poëten op kousevoeten verschijnen en dientegevolge een sfeer van ongedwongen hartelijkheid en hatelijkheid heerst welke geest en harte verfrist en alle plechtigheid verjaagt uit vijf eeuwen Nederlandse poëzie -.
Michel van der Plas stelde deze bundel samen met humoristische poëzie. Een bron van vermaak, juist omdat er zoveel onbekende dichters in staan met soms heel fraaie gedichten en rijmen. In verschillende hoofdstukken met titels als ‘Onwaarschijnlijke verhalen’, ‘Waarschijnlijker verhalen’, ‘Verzuchtingen, ontboezemingen, uitvallen’ en ‘Kolder, kolder, kolder’ staan meer dan 250 gedichten van vroeger en nu (tot 1954). Van hele korte grafschriften zoals die van De Schoolmeester: Wandelaar, om u de waarheid te zeggen, U kunt zo moei van ’t loopen niet zijn als ik van ’t leggen.
Ik koos voor een gedicht met een variatie op een Sinterklaasliedje van de mij volledig onbekende dichter Dop Bles (Rotterdam 1884 – Den Haag 1940)
.
Zie de maan
.
Zie de maan schijnt door de boomen,
en de boomen naast elkaar
staan met lusteloos gebaar
wachten of geen mensch zal komen
met een touw
om zich gauw
aan een tak wat op te hangen,
om wat hooger stil te droomen:
’t heerlijk avondje is gekomen.
.
Happy ending
Grand Palais
.
Vanaf deze plek wil ik iedereen heel hartelijk bedanken voor de vele en vriendelijke felicitaties, ik voelde mij, mede hierdoor, zeer jarig.
De afgelopen week was ik in Parijs en bezocht daar de fototentoonstelling van de beroemde Amerikaanse fotograaf Irving Penn (1917 – 2009). Een prachtige tentoonstelling waar ik onder andere de foto die Penn nam van de dichter W.H. Auden (1907 – 1973) nam. Meteen kwam bij mij het idee op om weer eens een gedicht van deze grote dichter te plaatsen en daarom vandaag het gedicht ‘Happy Ending’ uit 1929.
Voor mijn verjaardag
E.E. Cummings
.
Voor mijn verjaardag een geschenk aan mezelf ( en aan jou en aan jullie) een gedicht van mijn favoriete dichter uit het Engels taalgebied E.E. Cummings.
.
if i love You
(thickness means
worlds inhabited by roamingly
stern bright faeries
.
if you love
me) distanceis mind carefully
luminous with innumerable gnomes
Of complete dream
.
if we love each (shyly)
other, what clouds do or Silently
Flowers resembles beauty
less than our breathing
.
Vos onder ijs
Dichter van de maand januari
.
Vandaag koos ik als gedicht van de dichter van de maand januari Ingmar Heytze het gedicht ‘Vos onder ijs’ dat ik las in de dikke verzamelbundel ‘Het grote dieren gedichten boek’ uit 2007 samengesteld door Guus Luijters. Dit gedicht verscheen eerder in o.a. ‘Alle goeds’ uit 2001.
.
Vos onder ijs
.
Deze winter, bij het schaatsen:
vos onder ijs.
Twee glazen ogen keken op
.
alsof hij zo omhoog zou springen
met open bek
als het plotseling zomer werd.
.
Ik vlucht voor honderd boeren.
Water breekt.
Ik zwem mij langzaam dood.
.
Mijn laatste woorden zijn gedacht
ik kan niet meer
en spreken gaat niet hier.
.
Het is eenzaam. Aan deze kant.
Van het papier.
Het is zo eenzaam hier.
.
Alle Poëten
Esther Jansma
.
In 1994 gaf de Arbeiderspers het bundeltje ‘Alle Poëten’ uit, 33 gedichten uit het poëziefonds van deze uitgeverij. Dit bundeltje werd samengesteld door Peter de Boer en Ed Leeflang en is daarom zo aardig, omdat het ook gedichten van nog redelijk onbekend (gebleven) zijnde dichters betreft. Toch staan er ook namen in die iedereen kent zoals Gerrit Komrij, Eva Gerlach en Anna Enquist. Ik koos voor een gedicht van dichter Eshter Jansma, zeker geen onbekende voor poëzieliefhebbers maar niet zo bekend dat iedereen haar naam meteen zal kunnen plaatsen.
De belangrijkste reden dat ik voor het gedicht ‘Hoogtevrees’ koos dat verscheen in haar bundel ‘Waaigat’ uit 1993 is omdat het zo’n leuk en grappig gedicht is.
.
Hoogtevrees
.
Ze ligt met een landschap van een man
in bed. Hij is enorm en zij
heeft nooit voor bergbeklimmer gestudeerd.
.
Verkleind tot een verliefde kleuter
klautert ze rond: tong in zijn oor,
spitse vingers in zijn maag, verder omlaag –
.
ze hoort niets. Een landschap praat niet.
Hooguit gromt het zachtjes, liggend
op de rug, zichzelf, waardig.
.
De muze en Europa
Venezia
.
In 1963 was het Boekenweekgeschenk de poëzieverzamelbundel ‘de muze en europa’. Een deel uit de serie van ‘de muze’. Mijn exemplaar is uit de kringloopwinkel en de tijd na verschijnen nogal beschadigd. Op de voorkant zit een rode vlek en de titelpagina is eruit gescheurd. Toch ben ik blij met dit bundeltje. In deze bundel poëzie van dichters over (plaatsen in) Europa. Gedichten van bekende dichters en gedichten van (mij) onbekende dichters zoals het gedicht ‘Venezia’ van Jan van Nijlen. Jan van Nijlen (1884 – 1965) was een Vlaams dichter maar vreemd genoeg werd zijn werk in Nederland meer gewaardeerd dan in België.
De motieven in zijn poëzie zijn ontleend aan het vliedende leven: herinneringen aan de jeugd, geluksverlangen, berusting in het onvermijdelijke leed, aanvaarding van de ouderdom en de naderende dood. In 1955 kreeg hij toch nog de eer die hem in België toe kwam, hij ontving de Belgische Staatsprijs ter bekroning van zijn schrijversloopbaan en in 1963 kreeg hij de Contstantijn Huygens-prijs.
Uit de bundel ‘de muze en europa’ het gedicht (oorspronkelijk verschenen in ‘Verzamelde gedichten, Te laat voor de wereld’) ‘Venezia’.
.
Venezia
.
Nu is de laatste straal van de zon geweken,
En in den hemel zijn de kleuren broos, Zoodat de zuiderwind, die ademloos
Erlangs wuift, schuchter doet verbleken
.
Het laaiend rood tot bijna blauwend roos
Dat geelgroen is waar ’t in de zee gaat breken.
Nu is ’t het uur dat elke ziel zich koos
Om, op het water dat zoo luid kan spreken,
.
Te varen in de schaduw der paleizen,
Wanneer met dieper kleur de zomernacht
Het laatste blauw des hemels gaat vergrijzen,
.
En neerdaalt van het zwartbevolkte oosten,
Dat lichtend niet zoo innige schoonheid bracht,
Volmaakte goedheid die bijna kan troosten.
.
Op een dag breekt alles
Marieke Lucas Rijneveld
.
Op zondag 28 januari aanstaande zal Marieke Lucas Rijneveld te gast zijn als voordragend dichter bij de Gedichtendag in Theater Koningshof in Maassluis. Deze middag, waarop ook Rellie Telg (Relliatuur), Bert Blasé en Hans Trompert en een aantal Maassluisse dichters zullen voordragen (waaronder de stadsdichter Jaap van Oostrum) zal ik persoonlijk presenteren.
Marieke Rijneveld (1991) is schrijver, muzikant en dichter. Ze studeert poëzie en proza aan de Schrijversvakschool Amsterdam. Werk van haar is gepubliceerd in onder andere de VPRO Gids, Das Magazin,De Revisor en bij Hard//Hoofd, Passionate Platform, Op Ruwe Planken en De Toneelcentrale. Ze won diverse schrijfwedstrijden en de jaarfinale van de poëzieslag in Festina Lente in Amsterdam. In 2015 verscheen haar debuutbundel ‘Kalfsvlies’ dat al heel snle verschillende herdrukken beleefde. In 2018 dus zeer recent verscheen haar eerste roman getiteld ‘De avond is ongemak’.
In 2014 werden in De Revisor’ een paar gedichten van Marieke Lucas geplaatst, in dat zelfde jaar werd ze door door Arie Boomsma in samenwerking met Das Magazin benoemd tot literair talent van dat jaar.
.
Op een dag breekt alles
Als ik uitstap vraagt een man of ik van bier eerder zal breken
of ik wist dat kroegen net katten waren die overdag sliepen, in de nacht
zich warm om je heen krulden als bladerdeeg in de oven. Ik denk aan de keren
dat ik mijn huis in dronken toestand zag, aan de vreemde pasvormen in de banken
schaafwonden die geen kans op genezing kregen. Aan de vloer die daarna nog
dagenlang zich aan mijn voeten klampte en ik me opsloot omdat de gang beelden
projecteerde van zoenende mensen. Iemand schreef op het behang dat mensen net
melkpannetjes waren en dat het kookpunt er nooit ineens was maar zich altijd
langzaam opbouwde. Ik ging er met een vaatdoekje overheen en zag mijn
moeder die als ze overkookte, flessen Chardonnay aan de goudvis voerde
daarna de kom aan haar lippen zette, trots zei dat ze al tijden geen druppel meer
dronk. Met stift tekende ik een fornuis voor de pan, sindsdien kun je zelf
de temperatuur instellen. En ik schud mijn hoofd naar de man op straat en hij
lacht als ik zeg dat het punt van breken nooit met drank te maken heeft
maar met het moment waarop glazen elkaar eventjes aanraken.
.
















