Site-archief
Zanger nummero 1
Johnny van Doorn
.
Om de zoveel tijd moet ik even aandacht besteden aan één van mijn favoriete dichters Johnny van Doorn. Daarom deel ik dit gedicht uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1994 met jullie.
.
Zanger nummero 1
.
Ik als grootste zanger
van mijn tijd (dit zonder
Omhaal neergeschreven &
Luister zelf in bv 1970
Naar soortgelijke zenders
Als Radio London thans:
Korte snelle flashes,
Trefbeelden 20 seconden,
A-melodieus & zeer aan
Wetten gebonden &
Het spontane zingen
Vlijtig bijgepolijst &
Op vleermuisachtige
Hoogtes geschieden
Interne ontploffingen), –
Jazzmusici weiger ik
beslist de deur &
Ik beraam zelf plannen
Tot afstraffing van
Bv ene kwijlaap
Pim Jacobs & zijn
Nog zijeriger chick (
Die de euvele moed
Hebben gehad tot
Verjazzing van The
Beatles over te
Gaan & deze wansmaak
Presenterend voor
Een nog onwetend
Puberaal publiek) &
Wie Door Het Negroïde
Vulgus Is Besmet
Is Voorgoed
Uitgekakt &
.
Het verlorene zal ik zoeken
Thomas Graftdijk
.
Thomas Graftdijk (1949 – 1992) was medeoprichter van het tijdschrift Soma en in 1974 van De Revisor. hij trad op als vertaler van het werk van Elias Canetti, Hermann Hesse en Rainer Maria Rilke. Postuum verschenen van hem nog vertalingen van het werk van Friedrich Nietzsche, Sigmund Freud, Thomas Mann en Franz Kafka. Daarnaast was hij dichter maar als zodanig is hij wat in de vergetelheid geraakt.
Hij publiceerde drie dichtbundels ‘Lachend op de achterste rij’ in 1970, ‘Treurarbeid’ in 1977 en ‘Positieve helden’ in 1980. Werk van Graftdijk werd gepubliceerd in onder andere Maatstaf, De Revisor, Raster en De Gids. Uit Raster 26 uit 1983 het gedicht ‘Het verlorene zal ik zoeken’.
.
Het verlorene zal ik zoeken
.
Het verlorene zal ik zoeken
in dit nevel-leven dat ik veins met zwak belichaamd zelf
in de vermoeide natuur, die ik ophef met mijn zachte
erts
.
Het verlorene zal ik zoeken
in het hoofd met jaarringen om de koeieogen
dat ik vrees in de donkere spiegels van mijn bankroet
.
Valsemunter, reeds bevroedend het verdwenene in de
toekomst
reeds in tijdnood redde ik het vuil dat eenzaam brandt
en gaf niet op de wil een weerlicht in de nacht te
scheppen, terwijl ik op mijn arrestatie wachtte
.
Kindse boer die van de bossen en de wolven
droomde, vrijend om de zuiverheid
ondanks het nut dat ik in honderd bevlekkingen
wou telen, voltrokken aan de mannequins van mijn
begeerte
Ondanks hun deeg dat goed was om mijn kiespijn te
verzachten
hun knutselen dat ik als kunst verstond:
illusies te proberen het vergeefse
te betrappen het verzuimde, te horen langverstomde
ruzies
in het geritsel van de telefoon (haarscheurtjes
in de samenzwering tegen mijn persoon)
te dulden de paniek, naakt en onherstelbaar
van mijn voldongen zoon
.
Ziehier mijn zaligheid: in nooddruft het verlorene
te vinden, te vullen het gemis van groot wit ding
mijn schulden uit verboden bron te voldoen
(de bloedpis van een vis, uitmiddelpuntig
zwemmend om een eiland van ellende)
en me te verzoenen met de legende
.
Dat mijn vorst zal komen op een dag
.
O wereldwijze, in solovlucht galopperend
op de valwind
van bevrijdende herinneringen.
.
Wachten in de ochtend
Dichter van de maand
.
Voor de laatste keer dit jaar de dichter van de maand. In december is dit M. Vasalis en voor de maand januari heb ik gekozen voor dichter Hagar Peeters. Maar nu dus nog één keer als dichter van de maand een gedicht van Vasalis. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘Wachten in de ochtend’ uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 2006.
.
Wachten in de ochtend
.
Ik zat te wachten in een groot en leeg café
in bont gedoken, rillend in mijn eigen vuur
En alle bleke kelners wachtten mee…
zij spraken weinig, met gedempte stem:
‘ze wacht op hem, ze wacht op hem, op hem…’
er was geen klok, geen tijd, alleen maar duur.
De rode bomen brandden in het park omhoog
en het gebladert rilde in hun naakte brand;
ik zag het, en ik zag een vreemde hand
vóór mij op tafel, mager en die soms bewoog
op ’t rode kleed-de voorhang van een tabernakel.
Toen was ik niets meer dan maar één tentakel
blindelings gestrekt, met één blind oog voorop
en één doof oor, één sprakeloze open mond
gestrekt en zoekend tussen duizend mensen
en afgeleid door geen, één dringend wensen
totdat hij enkel maar die ene vond,
diens oog kon zien, het oor kon horen
en die de mond had uitverkoren
en die de kreet daaruit verstond.
Tot hij daar was….. tot hij daar stond
en ik, nog ganselijk verloren
hem nauw kon zien, hem nauw kon horen.
.
Kerstgedicht 2016
Stille nacht
.
Het museum Maassluis heeft vanaf de maand december een tentoonstelling van kerstgroepen. Naar aanleiding hiervan heeft men mij (en de stadsdichter van Maassluis Jaap van Oostrum) gevraagd een kerstgedicht te schrijven. Wat mij betreft is dit een sonnet geworden. Opmerkelijk genoeg want ik had weleens eerder geprobeerd een sonnet te schrijven maar dat ging niet echt lekker. Dit keer kwam ik niet uit mijn kerstgedicht en op enig moment dacht ik; ik maak er een sonnet van. Dat ging eigenlijk heel goed.
Daarom voor al mijn lezers vandaag mijn kerstgedicht ‘Stille nacht’.
.
Stille nacht
.
Van een witte kerst geen sprake meer,
geen liefhebbers voor heilige nachten.
Vrede op aarde valt niet meer te verwachten,
het is het kerstgevoel dat ik ontbeer.
.
Waar de gelijkheid van zielen keer op keer
ons niet bracht wat wij ervan verwachten,
ondanks de hoop op bijzondere krachten,
en de liefde voor de medemens evenzeer.
.
In het comfort van verwarming en open haard
weten we elkaar echter steeds weer te vinden.
Geliefden, vrienden en andere teerbeminden.
.
En beseffen we, het is de moeite waard,
kerst te vieren met vreemden en gelijkgezinden
opdat wij ons opnieuw met elkaar verbinden.
.
Onstuimige jeugd
Gerard Reve
.
Schrijver Gerard Reve (1923 – 2006) is behalve van zijn proza ook bekend van zijn poëzie. Zo debuteerde hij als dichter in 1940 met de bundel ‘Terugkeer’ voordat hij proza schreef. In 1987 werden zijn gedichten in een verzameld werk bijeen gebracht onder de titel ‘Verzamelde Gedichten’ en uit deze bundel het gedicht ‘Avondrood’.
.
Avondrood
.
Eens was ik jong en schoon.
Vrouwen die met mij dansten werden in mijn armen
medegevoerd tot duizelingwekkende hoogten.
Nu gaat er niets meer omhoog:
het enige dat stijf staat zijn mijn gewrichten.
Ach, waar zijt gij gebleven
zoete, bittere, onstuimige jeugd?
.
Foto: Joost Evers, Nationaal Archief Den Haag
Kathedralen
Leo Vroman
.
Afgelopen zomer was ik op vakantie in Engeland, Cornwall. Op enig moment bezochten we de kathedraal van Truro, hiertoe ook aangezet door wat ik in ‘According to Yes’ las van Dawn French (ja die van French and Saunders). In deze roman van comedian/romanschrijfster French bezoekt de (Engelse) hoofdpersoon een oude kerk in New York die haar aan de kathedraal in haar geboorteplaats Truro doet denken.
Omdat wij in de buurt van Truro logeerde besloten we deze kathedraal met een bezoek te vereren. Aangekomen in de kathedraal werd ik verrast door een enorm springkussen en een soort creatieve markt/rommelmarkt in de kathedraal die gewoon nog in gebruik is als kerk. Vooral het springkussen was een detonerend object tussen zoveel geschiedenis.
Ik moest hier aan denken toen ik in ‘In liefde bloeyende’ De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 100 en enige gedichten, van Gerrit Komrij, het deel over het gedicht ‘Kathedralen’ van Leo Vroman (1915-2014) las.
In zijn beschouwing over dit gedicht schrijft Komrij: “Het gaat hier om een laat-twintigste-eeuwse kathedraal, een kathedraal die een andere bestemming lijkt te hebben gekregen – die van meubelzaal of een rommelmarkt.”
Hieronder de foto’s die ik nam van en in de kathedraal en het gedicht van Leo Vroman.
.
Kathedralen
.
Wij zijn kathedralen
vol duistere geuren
en duistere gangen
achter zware deuren
verborgen zalen
Van het beeldwerk hangen
versmolten spiralen
en treurige slangen
van kleurloze kralen
Daar zijn voelbare balen
verouderde stangen
verwaarloosde palen
Daar stijgen en dalen
verdwaalde gezangen
verdichte verhalen
van dood en verlangen
zichtbare gangen
geopende zalen
en zonlicht
.
Brief aan de spiegel
Pierre Kemp
.
Via Facebook werd ik gewezen op een artikel dat verscheen http://www.literatuurmuseum.nl/artikelen/het-noodzakelijke-cliche-van-een-dichtende-forens over Pierre Kemp (1886 – 1967). Ik weet niet veel over deze Limburgse dichter, ik las eens een artikel over hem en bekeek een documentaire over zijn leven. Wat me ervan is bij gebleven, is dat hij een muze had, een vrouw die niet zijn vrouw was, en dat hij zijn poëzie vooral in de korte treinreizen schreef tussen de mijn Laura, waar hij werkte als loonadministrateur en zijn huis in Maastricht.
In het zeer lezenswaardige artikel staat ook te lezen dat hij altijd in het zwart gekleed ging zodat het kolengruis niet zichtbaar was. Kemp heeft veel gedichten geschreven (19 bundels) en zijn werk werd o.a. bekroond met de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre.
Uit zijn verzameld werk uit 1976 het gedicht ‘Brief aan de spiegel’.
.
Brief aan de spiegel
.
spiegel, als ik straks nog maar een lege onderbroek ben
en hemd, waarin vergolft mijn laatste harteklop;
als ik van het bestaande niets meer erken
dan wat nog welt uit mijn zingende kop
van onder het eerzame, schaarse haar,
kom ik nog eens vorsend voor je staan
en kijken wij elkander nog eens heel lang aan.
Tot dan,
je incomplete luisteraar
en leeggelopen man!
.
Lucebert
De Amsterdamse school
Dichter van de maand December
M. Vasalis
.
Uit de bundel ‘Parken en woestijnen’ uit 1940 koos ik vandaag voor een stemmig gedicht over de dood. Ook dit jaar was de dood en het sterven weer alom. Voor Vasalis was dit ongetwijfeld net zo maar toch wist zij met een knipoog over de dood te dichten.
.
De Dood
.
De Dood wees mij op kleine, interessante dingen:
dit is een spijker – zei de Dood – en dit een touw.
Ik zie hem aan, een kind. Hij is mijn meester
omdat ik hem bewonder en vertrouw,
de Dood.
.
Hij wees mij alles: dranken, pillen,
pistolen, gaskraan, steile daken,
een bad, een scheermes, een wit laken
‘zomaar’- voor als ik eens zou willen
de dood.
.
En vóór hij ging, gaf hij me nog een klein porretje…
‘ik weet niet, of je ’t al vergeten was,
het komt misschien nog wel te pas
voor als je eens niet meer zou willen
sterven,
maar wie let je?
zei de Dood.
.
Waarom poëzie zo belangrijk is
5 redenen
.
Dat poëzie belangrijk is hoef ik natuurlijk niet uit te leggen zou je zeggen. Iedereen die weleens poëzie leest (of schrijft) kent de kracht van het poëtisch woord. Toch ga ik een poging doen het nog eens uit te leggen. In algemene zin kun je stellen dat poëzie de geletterdheid bevordert , gemeenschappen bouwt, troost en hoop biedt en emotionele veerkracht bevordert.
Hieronder nog 5 specifieke redenen waarom poëzie belangrijk is.
Reden 1: Poëzie zorgt voor begrip en bouwt gemeenschappen
Poëzie kan kinderen (maar ook volwassenen) helpen om hun leven, met behulp van metaforen, beeldspraak en symbolische taal te schetsen als het gaat om pijnlijke ervaringen, of delen van zichzelf te beschrijven, als ze er nog niet aan toe zijn om deze te delen. In poëzie kun je deze dingen vaak op een anonieme manier kwijt. Maar poëzie kan je ook een stem geven, via grammatica, interpunctie, gebruik van kapitalen en onderkasten. Door het spel met de taal kun je je onderscheiden en verenigen.
Reden 2: Poëzie is ritme en muziek
Als je in poëzie niet alle woorden of betekenissen kan begrijpen, kun je toch het ritme voelen en de cadans van een gedicht. Je hoeft niet altijd de volle betekenis van een gedicht te kennen om er toch van te kunnen genieten. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht bij kinderen, kunnen met name jongens worden gegrepen door het ritme en rijm. Het is de meest kinesthetische van alle literatuur, het is fysiek en vol smaak. Poëzie zet je letterlijk en figuurlijk in beweging.
Reden 3: Poëzie zet de deur open naar spreken en luisteren
Als je kijkt naar slam-poëzie of spoken word weet je meteen wat ik bedoel. Ook mensen die misschien niets hebben met de klassieke vormen van poëzie worden vaak gegrepen door de manier waarop juist deze vormen van poëzie worden gebracht. De authenticiteit van deze vormen zorgt zo voor een eigen publiek.
Reden 4: Poëzie geeft mensen die Nederlands leren ruimte
Omdat gedichten regels trotseren, kan poëzie heel toegankelijk zijn voor mensen die nog beperkt zijn in hun woordenschat. Bovendien, poëzie is universeel. Het lezen van poëzie in de eigen taal, kan helpen werelden en talen te overbruggen.
Reden 5: Poëzie helpt je bij het opbouwen van veerkracht
Het lezen en schrijven van poëzie bevordert het sociale en emotionele leren. Een goed geschreven zin in een gedicht kan je helpen om een ervaring op een geheel nieuwe manier te zien of te beleven. Op die manier kunnen inzichten die we hebben, ons nieuwe inzichten en kracht geven. William Butler Yeats zei dit over de poëzie: ‘Het is bloed, verbeelding en intelligentie samen. Het gebiedt ons de wereld te raken en te proeven, te horen en te zien, en het krimpen van alles wat er in de hersenen plaats vindt.
.
Met dank aan Elena Aguilar
Afbeelding BRRT Grafisch














