Site-archief
44
Nog twee keer
.
Al enige tijd besteed ik op zondag speciale aandacht aan één van mijn favoriete dichters namelijk aan Herman de Coninck. Ik heb besloten dat ik vanaf mei hiermee stop (wat overigens niet wil zeggen dat zijn werk niet meer op dit blog zal verschijnen). Vanaf de maand mei zal ik de zondag, per maand, aan een andere, wisselende dichter wijden. Dus het komende jaar op zondag één dichter die speciale aandacht krijgt en dan een maand lang.
Ik heb al wat dichters op het oog maar ik zou het leuk vinden als er vanuit mijn lezers ook voorstellen zouden komen. Dus heb je een favoriete dichter, waar je een aantal zondagen lang iets van zou willen terugzien, laat me dit dan even weten.
Nu dus voor de één na laatste zondag in April nog gewoon een gedicht van Herman. Vandaag heb ik gekozen voor het gedicht ’44’ uit ‘De gedichten’ uit 1998.
.
44
.
Zonder ik, zonder onderwerp.
Lier aan de wilgen gehangen.
Ander instrument aangeschaft.
.
Met voorhamer van grote
gevoelens op xylofoon
van ziel. Ziel kapot, natuurlijk.
.
Met hark ziel in hoek
geveegd en opgestookt.
Meer ziel dan hij dacht.
.
En vervolgens op hark viool
gespeeld, met zaag als strijkstok.
Een liedje.
.
Dichter in verzet
Frank Martinus Arion
.
De Curaçaose schrijver, dichter en taalwetenschapper Frank Martinus Arion (1936 – 2015) studeerde Nederlandse taal en letterkunde aan de universiteit van Leiden. Hij kon moeilijk aarden in Nederland en zocht het gezelschap van o.a. Cola Debrot, de toenmalig gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen in Den Haag. Samen met Debrot gaf Arion zijn debuutbundel met poëzie uit in 1957 met de titel ‘Stemmen uit Afrika’.
Hierna richtte hij met nog twee andere een Antilliaans tijdschrift op, ‘Encuentro Antilliano’ (vrij vertaald: Antilliaanse vergadering). In 1973 verscheen ‘Dubbelspel’ zijn eerste roman. Dit werd een groot succes en hij kreeg er de van der Hoogtprijs voor. Het daarmee gewonnen geld gaf hij aan een organisatie tegen Apartheid. Hij was een groot tegenstander van Apartheid en zeer sociaal bevlogen. Toen in 2006 de Campagne Nederland Leest! in de bibliotheken van Nederland werd gelanceerd was ‘Dubbelspel’ de eerste titel in een reeks en van het boek werden er meer dan 700.000 weggegeven aan leden van bibliotheken in Nederland.
In 1992 werd hij tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau verheven. In december 2008 maakte hij bekend zijn lintje terug te willen geven aan de Staat der Nederlanden, omdat hij meende dat Nederland bezig was aan een herkolonisatie van de Antillen, door sanering van de Antilliaanse schulden te koppelen aan meer justitiële controle. Arion was ook erelid van de Haagse Kunstkring.
Uit zijn debuutbundel ‘Stemmen uit Afrika’ het gedicht ‘Eens zijn alle negers’.
.
Eens zijn alle negers
tamtammend uitgevaren
uit hun zwart-ompaalde
negorijen.
.
hun prauwen schoten
over de rivieren,
dwalend door ’t woud.
.
eens, maar eens is ver
en eens is lang geleden.
.
nu gaan zij als karbouwen,
mak geslagen, lam,
beroofd van hun tam-tam
en slepen stenen aan
waar anderen bouwen.
.
Foto: Serge Ligtenberg
Begin
Gerrit Komrij
.
Hoewel Gerrit Komrij regelmatig genoemd wordt in mijn blogs moet ik tot mijn grote schaamte bekennen dat ik maar een enkele keer over zijn werk heb geschreven of een gedicht van hem heb geplaatst (de laatste keer toe hij overleed in 2012). Daarom vandaag twee gedichten uit zijn bundel ‘De os op de klokketoren’ uit 1981. Het eerste gedicht uit deze bundel met als titel ‘Begin’ en het tweede gedicht met als titel ‘Janus’.
.
Begin
.
De tijd is op. wat onder was werd boven
en het glazuur sprong van de eeuwigheid.
De bodem trilt. we leven in een oven.
Nog even en we zijn het vuur ook kwijt.
.
Platvissen zwemmen nog door stilstaand water.
Ze drinken alles leeg en vallen om.
De wereld droogt en krimpt. een laatste krater
haalt adem en lanceert haar als een bom.
.
Een heel eind verder zal, in een heelal
waar vlinders dansen en waar bijen gonzen,
de aarde die van ons was als een bal
geruisloos op een verend grasveld plonzen.
.
.
Janus
.
De zee is droog. Het vasteland is nat.
Alleen de dode dingen hoor je zingen.
De levende hebben hun tijd gehad
en zwijgen stom. Groeten uit Scheveningen.
.
Op dit strand worden alle vrouwen mooi.
Hun ogen glanzen en rondom hun monden
verdwijnt hier elke levervlek en plooi.
Haast om te zoenen zijn hier alle honden.
.
De jongens daarentegen hebben in
hun neuzen onophoudelijk bezoek
van kevers, in hun oogkas huist een spin.
Hun voorhoofd is vergaan, hun wang is zoek.
.
Weerzien
Liefdesgedicht van Anna Enquist
.
In 1994 verscheen van Anna Enquist (1945) de bundel ‘Een nieuw afscheid’ met daarin het prachtige ‘Weerzien’ en gedicht over de liefde tussen een man en een vrouw.
.
Weerzien
.
Hoe de mensen, hoe deze mensen, hoe
een man en een vrouw na jaren elkaar –
hoe na jaren deze mensen elkaar zullen
zien, harnas van vroeger over het sleets
lichaam, hoe in hun botten moeheid
en deceptie jaar na jaar kerven.
.
Hoe mensen, door afscheid op afscheid
gestriemd en geslagen, het kijken
verdragen in de laatste smalle kier
die de tijd hen laat, in laat licht
ontluisterd. Dat ligt aan de ogen;
genadig wrikt tovenaar geheugen
aan de deur van de tijd; ontzien
in het zien (weggeblazen heupen,
dood haar). Die daar staan ont-
staan voor elkaar bedrieglijkerwijs
in vijvers van vroeger. Zij bieden
elkaar een diep water, hier.
.
Zo zien een man en een vrouw na
jaren elkaar of niet of anders. Vuur!
.
Woorden
William Butler Yeats
.
Ik schreef al verschillende keren direct of indirect over William Butler Yeats (1865-1939), de Ierse dichter die werd geboren te Sandymount in de buurt van Dublin. Dat doe ik omdat, van alle Engelstalige dichters, ik hem tot één van mijn favorieten reken. Hoewel hij als zoon van een kunstschilder aanvankelijk naar de kunstacademie ging, besloot hij zich na drie jaar studie geheel aan het schrijven (poëzie, toneel) te wijden.
Yeats overleed in 1939 in Frankrijk, maar werd later begraven op het bescheiden kerkhof van het Ierse plaatsje Drumcliff bij Sligo. In een eerder bericht schreef ik al over mijn reis door Ierland en dat we, zonder het te weten maar gelukkig stond het op een bord, langs de begraafplaats reden waar hij begraven ligt.
Hij wordt gezien als één van de grootste dichters van Ierland, een land dat een meerdere voortreffelijke dichters heeft voortgebracht. In 1923 kreeg hij de Nobelprijs voor literatuur.
In de bundel ‘Al keert het grote zingen niet terug’ uit 1999 staat zijn gedicht ‘Words’ in vertaling van J. Eijkelboom. Hier het origineel en de vertaling.
.
Words
I had this thought a while ago,
‘My darling cannot understand
What I have done, or what would do
In this blind bitter land.’
And I grew weary of the sun
Until my thoughts cleared up again,
Remembering that the best I have done
Was done to make it plain;
That every year I have cried, ‘At length
My darling understands it all,
Because I have come into my strength,
And words obey my call’;
That had she done so who can say
What would have shaken from the sieve?
I might have thrown poor words away
And been content to live.
.
Woorden
Ik dacht een tijd geleden:
‘Mijn lief kan niet begrijpen wat
ik gedaan heb of wat stand hield
in dit blind bitter land.’
En ik werd lusteloos in de zon
tot mijn denken op ging klaren
en ‘k mij herinnerde dat wat ik kon
gedaan werd om het duidelijk te maken;
dat ik elk jaar maar riep: ‘Eindelijk
begrijpt mijn lief dit allemaal
daar ik mijn wasdom heb bereikt
en meester ben over de taal.’
Wat was, had zij aldus besloten,
er afgevallen bij het zeven?
Ik had het pover woord misschien verstoten
en was content geweest met leven.
.
Couveuse
Paul Gellings
.
Voormalig stadsdichter van Zwolle, gemeenteraadslid, docent Franse Taal- en Letterkunde, vertaler, schrijver en dichter. Paul Gellings (1953) is een veelzijdig man. In 1976 debuteerde hij met de poëziebundel ‘Tragiek van een jonge haan’ waarna nog 5 poëziebundels volgde alsmede een aantal romans.
Gellings publiceert met enige regelmaat gedichten, novellen en artikelen in literaire tijdschriften als ‘De Gids’, ‘Bzzletin’, ‘Hollands Maandblad en ‘Tirade’. Ook is hij werkzaam als recensent bij ‘De Stentor’ en het ‘Nieuw Israëlietisch Weekblad’.
Zijn bundel ‘Het oog van de egel’ werd in 1991 genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs en in 2012 werd hij, door het Franse ministerie van Cultuur benoemd tot Chevalier dans l’Ordre des Palmes Académiques (Ridder in de Orde der Academische Palmen) voor zijn inzet voor de Franse Taal- en Letterkunde.
Uit de bundel ‘Antiek fluweel’ uit 1997 het gedicht ‘Couveuse’.
.
Couveuse
.
Kijk hoe stil ze worden bij de luier
die het klein karkas omvat, zoals de
scherf van een eierschaal het beetje
leven dat de avond niet zal halen.
.
De telefoon eruit, gordijnen dicht,
zo groot en zo onwerkelijk hun huis
vandaag. Kijk hoe stil ze zijn nu,
niet ontwaken uit hun boze droom.
.
Erheen, steeds maar weer erheen;
in kijken schuilt nog altijd wat
beweging en in traanvocht hoop.
.
Kijken – en vooral niets zeggen,
want in het woord loert gevaar:
is het gezegd, dan is het waar.
.
Olifant
Kolder
.
Dat Herman de Coninck niet alleen prachtige gedichten schrijft over de vrouw, de poëzie, het leven, zijn kinderen en de liefde, bewijst hij met het kolderieke gedicht ‘Olifant’ dat werd gepubliceerd in ‘De Gedichten’ uit 1998.
.
Olifant
.
Hij is gemaakt van de grofste effecten,
draagt zijn broek als clown August,
de knieën slodderend, maakt danspasjes
als tante Bertha die een tango de grond
inheit, terwijl z’n kont doet denken
aan een vals gebit
.
dat net is uitgenomen. En dan zijn slurf
en vlak daarnaast zijn ogen. Hoe zou jij kijken
als ze je lul op je neus hadden gezet?
.
Roeping
Gerard Reve
.
Vandaag is het 10 jaar geleden dat ‘volksschrijver’ Gerard Reve (1923 – 2006) overleed in Zulte, Oost Vlaanderen waar hij woonde. Gerard Reve is natuurlijk vooral bekend en beroemd geworden door zijn roman ‘De Avonden’ uit 1947, dat hij aanvankelijk onder het pseudoniem Simon van het Reve publiceerde. Na de derde druk werd zijn volledige naam echte gebruikt en tot 1973 publiceerde hij onder de naam Gerard Kornelis van het Reve. In de loop van 1973 werd het echter Gerard Reve en bij Koninklijk besluit werd dit ook zijn burgerlijke naam.
Gerard Reve schreef behalve verhalen, toneelwerken, brieven, toespraken en romans ook poëzie. Zijn debuut als schrijver was als dichter in 1940 met de poëziebundel ‘Terugkeer’ dat hij in 1993 in eigen beheer als facsimile opnieuw uitgaf in een oplage van 500 stuks.
Misschien wel één van zijn mooiste en bekende gedichten is het gedicht ‘Roeping’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986.
.
Roeping
.
Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet ’s avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.
.
Huiskamergedicht
Luce Rutten
.
Onder het pseudoniem Loes Loyens schrijft Luce Rutten poëzie. Zij presenteert haar teksten het liefst in het kader van multidisciplinaire projecten: in combinatie met beeldende kunst, muziek, fotografie, kalligrafie, edelsmeedkunst enzovoort. Daarnaast is Luce op diverse manieren actief met poëzie. Zij recenseert poëziebundels, begeleidt jonge dichters, treedt op als medeorganisator van activiteiten, publiceert bijdragen over poëzie en is zo nu en dan jurylid bij schrijfwedstrijden. Kortom een veelzijdig mens.
Als Loes Loyens schreef zij voor een bevriende kunstenares Vera, een gedicht over hoe zij het talent van deze kunstenares ziet. Vera schilderde het gedicht op een muur in haar woonkamer. Persoonlijk vind ik dat een bijzondere plek voor een gedicht en eigenlijk zou dat veel meer moeten gebeuren. Op die manier heb je altijd een ‘conversation piece’.
.
Wat zich niet
in woorden laat vatten
danst door dromen
wervelt door gedachten
woelt de bodem
van harten om
.
het legt zich neer soms
behoedzaam in een
pennenstreek penseelstreek
en wacht tot iemand
het wakker leest
.
waar een stem over
de juiste golflengte loopt
spant het zijn draden
en gonst
tot iemand tot jij
decodeert
.
Waarom schrijf ik?
Toon Tellegen
.
Vorige week hoorde ik op radio 3FM een deejay die vertelde dat hij elke avond zijn vriendin een verhaaltje voorlas van Toon Tellegen (of zij hem). Als dat geen echte liefde is. Reden om weer eens iets van Toon Tellegen te lezen (elke reden is een goede reden wat mij betreft). Omdat ik over poëzie schrijf, geen verhaaltje maar een gedicht.
Het gedicht ‘Waarom ik schrijf’ vind ik typerend voor Toon Tellegen. Op een luchtige toon een zwaar onderwerp behandelen. En als je dat dan ook nog op zo’n mooie manier kan, dan deel ik dat graag met jullie.
Uit ‘Gedichten 1977 – 1999’ uit het jaar 2000 het gedicht ‘waarom ik schrijf’.
.
Waarom ik schrijf
.
Ik schrijf om dat ik wil schrijven
dat ik gelukkig ben.
.
Op een dag zal het zover zijn
en zal ik schrijven –
met mijn tong tussen het puntje van mijn tanden,
en met rode oren en rode wangen:
ik ben gelukkig.
.
Als ik daarna ooit nog twijfel
en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij
of zelfs reddeloos verloren,
kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:
gelukkig.
.






















