Site-archief
Ik heb Goddank twee goede longen
Gerrit Komrij
.
Schreef ik afgelopen zaterdag nog over Bilderdijks’ hekel aan sigaretten en tabak, vandaag een tegengeluid van Gerrit Komrij. Lezend in zijn bundel ‘Ik heb Goddank twee goede longen’ (fijne titel ook, uit 1978, 2e druk) kwam ik het gedicht ‘Hoog op de gele wagen’ tegen. Dit is het eerste gedicht uit ‘Het derde stuk’ met de titel ‘Natuur ligt in dromen verzonken’. De bundel bestaat uit 6 stukken (of hoofdstukken zo je wil). De titel van het gedicht ontgaat me eerlijk gezegd (tenzij het geel een verwijzing is naar de zwaveldamp om je hoofd) maar dat maakt het gedicht er niet minder fraai op.
Niet alleen als tegenhanger van Bilderdijks’ ‘T nicotiaanse kruid’ maar ook als stille klacht tegen alles en iedereen die zo nodig heel gezond doet of vindt dat ie gezond moet doen.
.
Hoog op de gele wagen
.
Je hebt Goddank twee goede longen, want als je
Rookt dan piep je niet. Je hebt ook een goed hart
Daarbij, want dans je voor je bed een walsje
Dan voel je je dolgesprongen, niet benard.
.
Je hebt immers een zéér fijne neus voor vuile
Lucht, en slinks bespoten snijboontjes en sla.
Om het tarweloze kadetje kan je huilen,
En je grijpt zesmaal ‘daags naar de tandpasta.
.
Doch iedere avond laat hoor je, als verlamd,
Weer die stem die je zegt dat je in alles faalde,
En: ‘Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp
Dan tien jaar maf tussen de dennenaalden.’
.
Lennaert Nijghprijs
Beste tekstdichter
.
Ik lees zojuist in de krant van donderdag dat Huub van der Lubbe (1953, zanger van de Dijk) vanavond de Lennaert Nijghprijs voor de beste tekstdichter vandaag zal krijgen uitgereikt uit handen van de organisatie van deze prijs de BUMA. Volgens de organisatie achter deze prijs heeft van der Lubbe ‘ontzettend veel betekend voor de Nederlandse muziekindustrie’.
Helemaal mee eens, niet voor niks schreef ik al eerder ( 25 februari 2015) over de zanger van de Dijk op dit blog en over zijn dichtbundel’Guichelheil’. Maar niet alleen zijn poëzie is bijzonder, in de teksten van de Dijk zitten vaak zoveel poëtische zinnen. Hier een voorbeeld in de tekst van ‘Deze stad’ van de CD ‘Niemand in de stad’ uit 1989, nog altijd één van mijn favoriete nummers van de Dijk. Geschreven door Nico Arzbach, Pim Kops en Huub van der Lubbe.
.
Deze stad.
deze stad
altijd wat
niks van plan
toch weer plat
wil of niet
je gaat mee
deze stad
kent geen nee
en je weet wel dat het afloopt
met een koffer vol berouw
deze stad is een hele mooie vrouw
neonlicht
oogopslag
vlees is zwak
overstag
geen verweer
geen excuus
leven eens
leven nu
en wat draait ze met haar heupen
en wat sluit haar truitje nauw
deze stad is een veel te mooie vrouw
een veel te mooie vrouw
je geeft alles wat je hebt
maar zij geeft geen moer om jou
deze stad
meer dan zat
niks van plan
toch weer plat
graag of graag
ja of ja
deze stad kent
geen gena
en je weet wel hoe het afloopt
maar wat zijn haar ogen blauw
deze stad is een veel te mooie vrouw
een veel te mooie vrouw
je geeft alles wat je hebt
maar zij geeft geen moer om jou
.
Dichter van de maand Maart
Armando
.
Na mijn oproep om dichters te noemen die dichter van de maand Maart zou kunnen zijn kreeg ik veel reacties (waarvoor mijn dank). Bekende en minder bekende dichters, zelfs voor mij (nog) onbekende dichters. Uit de 16 suggesties heb ik gekozen voor de kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando (1929) of Herman Dirk van Dodeweerd zoals zijn echte naam luidt.
Armando is een kunstenaar in de meest ruime zin des woords. Aan al zijn activiteiten is al af te lezen dat we het hier hebben over iemand die meer is dan alleen dichter. Toch mocht hij juist voor zijn schrijverschap verschillende prijzen ontvangen zoals De Herman Gorterprijs, de Ferdinand Bordewijkprijs, De Multatuliprijs en de VSB-Poëzieprijs. Armando debuteerde in 1964 met de bundel ‘Verzamelde gedichten’ en in 2017 verscheen zijn voorlopig laatste bundel ‘Liever niet’. Alle reden dus om Armando dichter van de maand te maken.
Ik wilde Maart beginnen met een gedicht uit zijn meest recente bundel ‘Liever niet’ getiteld ‘De waarheid’.
.
De waarheid
.
Wee het veel te smalle bospad,
het stramme struikgewas,
wee de gaten in de bodem.
De jaren zijn in de boeien geslagen,
langs de straten slapen de vochtige lichamen,
stapels op een hoop verzameld.
Hier heeft iets plaatsgevonden
dat op de vage waarheid lijkt.
.
‘T nicotiaansche kruid
Bilderdijk
.
Velen zullen de naam van Willem Bilderdijk kennen maar maar weinigen zullen zijn werk kennen. Bilderdijk (1756 – 1831) was geschiedkundige, taalkundige, dichter en advocaat. In 1776 bekroonde het Leidse dichtgenootschap ‘Kunst wordt door Arbeid Verkreegen’ zijn vers over de Invloed van de dichtkunst op het staetsbestuur met de gouden medaille. Zijn ambitie om zich geheel aan de dichtkunst te wijden, werd door zijn strenge vader, die arts was en later belastinginspecteur, niet gesteund. In hetzelfde jaar begon hij met tegenzin als boekhouder op het kantoor van zijn vader te werken. In 1780 kon hij, inmiddels bekend als dichter en in contact met Rhijnvis Feith, beginnen aan zijn studie rechten te Leiden. Twee jaar later rondde hij deze studie af en vestigde hij zich als advocaat te Den Haag. In 1781 zag zijn bundel met licht erotische verzen, ‘Mijn Verlustiging‘, met de door hem zelf geëtste vignetten, het licht.
In 1981 verscheen bij uitgeverij Bert Bakker een bloemlezing uit zijn gedichten getiteld ‘Ik reikhals naar het graf’ samengesteld door Peter van Zonneveld. In deze bundel korte en langere stukken, fragmenten en gedichten. Toen ik de bundel doorlas bleef ik hangen bij ‘T nicotiaansche kruid. In dit lange gedicht gaat Bilderdijk tekeer tegen de slechte invloed en het ‘vergift voor borst en ingewand’ de tabak. Misschien moet Bénédicte Ficq Bilderdijk als boegbeeld nemen in haar strijd tegen de tabaksindustrie.
Hier een fragment uit dit lange gedicht. De hele tekst is digitaal terug te lezen op http://www.dbnl.org/tekst/bild002dich08_01/bild002dich08_01_0023.php
.
‘T nicotiaansche kruid
.
Is ook schitterend
Voltooid verleden tijd
.
Jaren geleden (1997) was ik met vrienden een weekend weg en gingen we in Hilversum naar de opnames van een VARA programma, de naam van het programma ben ik vergeten, dat door Menno Bentvelzen werd gepresenteerd. Het was een soort vlees noch vis programma met wat cultuur, wat interviews en muziek. Het werd volgens mij ook op de middag uitgezonden en na een seizoen werd het van de televisie gehaald. Toch staan die opnames mij nog altijd heel vers in het geheugen. Er was namelijk een nieuwe band ‘Is ook schitterend’ die daar optrad. Hoewel ik het toen een vreemde naam vond voor een band (later hebben ze zichzelf omgedoopt tot I.O.S.) was ik meteen weg van de single die ze daar maar liefst drie keer moesten spelen (wat ik helemaal niet erg vond). De ene keer was er iets met de belichting , toen weer met het geluid en wij maar elke keer enthousiast applaudiseren.
De zangeres Maan vertolkte deze week bij De Wereld Draait Door, in het kader van het groot Nederlands Songbook een (ander) nummer van I.O.S. en zo kwam ik op het idee om de single van destijds weer eens te beluisteren. En ik vind het nog steeds prachtig, qua muziek (die gitaar) en qua tekst. Daarom hier Voltooid verleden tijd, geschreven door de zanger Joost Marsman en toetsenist Marc van der Voorn.
.
Voltooid verleden tijd
.
Een volle asbak, lege glazen
Staren me aan vanaf de bar.
Jij hebt net je kruk verlaten
Ik heb je niet eens weg zien gaan.
Ik wenk de barman vul de glazen.
En denk nog jij komt zo meteen
Mensen lachen, mensen praten.
Mensen kijken langs me heen
Iemand vraagt me om een vuurtje
Ik schrik op, uit mijn afwezigheid
Ik kijk hem aan en lach een beetje.
Ik ben haar kwijt!
Is dit dan het einde van het feest
Wil jij dan soms beweren, dat er nooit iets is geweest
Maar wat je niet hebt gehad, raak je ook niet kwijt
Voltooid verleden tijd.
De staten nat de stad verlaten
Loop ik diezelfde weg alleen
Jij moet hier ook hebben gelopen
Maar wist ik maar waarheen
Het laatste sprankje hoop vervliegt
Als ik de kamer binnenloop
Jouw hoofd niet op mijn kussen ligt
Lijkt het bed weer veel te groot
Ik hoor geluiden van de straat.
De deur valt in het slot.
Is dit het einde!?
Is dit dan het einde van het feest
Wil jij dan soms beweren, dat er nooit iets is geweest
Maar wat je niet hebt gehad, raak je ook niet kwijt
Voltooid verleden tijd.
Zoeken naar de juiste woorden
De muren komen op me af
Heb ik jou dan echt verloren
Ben ik echt weer terug bij af
Zoeken naar de juiste woorden
Voor een gevoel dat ik niet ken
Zonder jou ben ik verloren
Weet ik niet meer wie ik ben.
.
Is dit genoeg
Een stuk of wat gedichten
.
In 1983 publiceerde Elsevier in de serie Elseviers literaire serie de themabloemlezing ‘Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten’. Honderd jaar Noord- en ZuidNederlandse poëzie (1880 – 1980) in dertig thema’s samengesteld door C. Buddingh’ en Eddy van Vliet. Dit is deel 1 ( er is ook een deel 2) en de thema’s zijn Afscheid, angst, arbeid, dood, droom & illusie, eenzaamheid, engagement, eros, geluk, god, humor, jaargetijden, kind, liefde en moeder.
Tegenwoordig zouden de samenstellers ongetwijfeld voor andere thema’s kiezen. Vooral de thema’s engagement, arbeid en eenzaamheid vind ik interessant. Uit de bundel ‘Om zo de volledige mens te tonen’ uit 1970 van de dichter J.P. Guépin (1929 – 2006) nam men het gedicht ‘De Tsjechische emigré’ . Na de inval van de Sovjet Unie in Praag (1968) de zogenaamde Praagse lente, vluchten veel Tsjechen naar het Westen waaronder Nederland. Over één van die vluchtelingen gaat dit gedicht.
.
De tsjechische emigré
.
zong hij daarom
het russische volkslied
met zijn schallende stem
in de nachtelijke straten
van Bloemendaal
.
omdat hij vond dat het tijd werd
dat de Russen hier ook eens kwamen,
,
of was hij dronken?
.
Sylvia Plath
The fearful
.
Na de roman ‘Je zegt het’ van Connie Palmen uitgelezen te hebben had ik een sterke aandrang poëzie van de twee hoofdpersonen te lezen: Ted Hughes en Sylvia Plath. Van Ted Hughes heb ik pasgeleden nog een gedicht geplaatst en nu is het de beurt aan Sylvia Plath. In haar poëzie lees ik nu verschillende aspecten terug van haar leven dat door Palmen zo beeldend is verwoord in haar roman. En toen ik het gedicht ‘The Fearful’ las, wist ik dat dit gedicht over Assia Wevill ging, de vrouw met wie hij een affaire had tijdens het huwelijk met Sylvia Plath en met wie hij, later zou trouwen. Voor wie het boek gelezen heeft ongetwijfeld een gedicht ter herkenning, voor wie dit niet heeft, een mooi persoonlijk gedicht met een vileine inhoud.
.
The Fearful
.
And crawls behind it like a worm.This woman on the telephone
Says she is a man, not a woman.
The mask increases, eats the worm,
Stripes for mouth and eyes and nose,
The voice of the woman hollows—-
More and more like a dead one,
Worms in the glottal stops.
She hates
The thought of a baby—-
Stealer of cells, stealer of beauty—-
She would rather be dead than fat,
Dead and perfect, like Nefertit,
Hearing the fierce mask magnify
The silver limbo of each eye
Where the child can never swim,
Where there is only him and him.
J. Slauerhoff
Serenade
.
In de bundel ‘Serenade’ van J. Slauerhoff uit 1954 kwam ik een alleraardigst briefje tegen. Blijkbaar was deze bundel ooit een Sinterklaas geschenk. Hoewel de eerste druk van deze bundel reeds uit 1930 stamt werd hij in 1954 in een vijfde druk opnieuw gedrukt “met dit voorbehoud dat de enkele door de Slauerhoff-Commissie geplaatste naamvals-n’s volgens nieuwere inzichten niet werden gehandhaafd en een paar door haar geschrapte t’s bij een gebiedende wijs enkelvoud weer werden geplaatst”. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om.
In de bundel las ik een grappig gedicht van Slauerhoff waarvan ik meteen wist, dit ging ik gebruiken voor dit blog. Het is getiteld ‘De schalmei’ (dit is een blaasinstrument met een rechte conische boring waarvan de toon wordt gevormd door een dubbelriet).
.
De schalmei
.
Zeven zonen had moeder:
Allen heetten Peter,
Behalve Wanjka die Iwan heette.
.
Allen konden werken:
Eén was geitenhoder,
Een vlocht sandalen,
Eén zelfs bouwde kerken;
Maar Iwan die Wanjka heette
Wilde niet werken.
.
Op een steen in de zon gezeten
Bespeelde hij zijn schalmei.
.
“O, mijn lieve,
Mijn lustige,
Laat mij spelen.
In de schaduw van mijn
Korte rustige vallei
Laat andren werken,
Sandalen maken of kerken.
Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei.”
.
Als we ermee kunnen leven
Jill Marchant
.
De Vlaamse Jill Marchant was één van de Poëziebusdichters die mee ging met de toer door Nederland en Vlaanderen in 2016. Ze gluurt graag, vangt details op uit flarden van conversaties en van het leven. Jill heeft een blog https://verhaalgemaak.wordpress.com en ze was winnaar van Naft voor het woord 2016. Ze staat met regelmaat op podia in Vlaanderen en publiceerde in Meander, Kluger Hans en Gierik. Naast haar litaraire werk is ze job- en loopbaancoach.
Van haar hand het gedicht “Als we ermee kunnen leven”.
.
Als we ermee kunnen leven
.
I.
het sap van de bomen
wat stuwt het sap van de bomen omhoog gelijk ons hart ons bloed
in ons lijf
.
het water
wat duwt het water neerwaarts wanneer breekt het
breekt het een val
.
ik loop tot waar ik uitmond
op tocht gedurig vaste lijnen zoek om mijn lichaam
te herbergen
.
als we er niet langs kunnen
moeten we erdoor als we ermee kunnen leven
laat het dan vrij
.
het is een zekerheid
een rotsflank boven water gelijk ons hart ons bloed
in ons lijf
.
elke zekerheid was eerst een keuze
en een keuze herbergt voor even
breekt een val
.
als we ermee kunnen leven laat het dan vrij
.
II.
ik laat je vrij omdat je vrij bent
ja
(dit is zo’n moment om ja te zeggen)
.














