Site-archief

Gedichtenjukebox

Bibliotheek Rotterdam

.

Voor Ongehoord! maar ook voor mijn werk kom ik regelmatig in de centrale bibliotheek van Rotterdam. Pal naast station Blaak en de markthal gelegen in het centrum van Rotterdam. Al jaren loop ik op de eerste verdieping langs de Gedichtenjukebox en eerlijk gezegd was het nooit in me opgekomen om daar iets over te schrijven. Ten onrechte natuurlijk want de Gedichtenjukebox biedt een keur aan prachtige poëzie.

De echte ouwe jukebox met daarin filmpjes van dichters die voordragen uit eigen werk is gevuld met filmpjes van het VPRO programma Dode Dichters Almanak en biedt onder andere filmpjes met onder andere Simon Vestdijk, Gerrit Kouwenaar, Gerard Reve maar ook Charles Bukowski en Wislawa Szymborska. Op de filmpjes zijn de dichters te zien en te beluisteren terwijl ze zelf hun poëzie voordragen.

Kijk voor alle filmpjes op http://www.vpro.nl/boeken/programmas/dode-dichters-almanak.html of loop een keer binnen bij de centrale bibliotheek in Rotterdam.

.

Hieronder een gedicht van en door Gerard Reve (niet die uit de gedichtenjukebox) met als titel ‘Getuigenis’.

Getuigenis

Ze willen dat ik schrijf
voor de vooruitgang.
Maar ik kan niet schrijven zoals zij,
al stam ik van hen af.
Ik moet de wijken van het volk in
en mijn oor te luisteren leggen:
zo hoor je nog eens wat.
Wat wil het volk?
Niet veel goeds, dat is zeker.
Dus ga ik de straat op,
met mijn eigen vaandel
waarop geschreven staat:
Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!
Lang leve de Dood!

.

poeziejukebox

 

paviljoen De Witte

Gedichten in de buitenruimte

.

Een tijdje geleden ben ik benaderd door Kila van der Starre om bijdragen te leveren aan http://www.straatpoezie.nl, een PhD-onderzoek van deze student aan de Universiteit van Utrecht. Doel is om alle gedichten in de openbare ruimte in kaart te brengen in Nederland en Vlaanderen. Omdat ik via mijn rubrieken Gedichten op vreemde plekken en Gedichten in de openbare ruimte al veel voorbeelden heb verzameld was het bijna logisch dat ze ook bij mij terecht kwam. Deze week werd ik door John Jansen van Galen van ‘Met het oog op morgen’ op radio 1 (de poëzierubriek) gebeld met de vraag of ik wist of er ooit onderzoek gedaan was naar poëzie in de buitenruimte?

Voor zover ik weet is dat niet het geval, veel voorbeelden zijn plaatselijk en in hun soort redelijk uniek. Vaak zijn het voorbeelden van stadsdichters ter verfraaiing van de buitenruimte en maar een enkele keer gaat het om, wat Kila noemt, canonieke gedichten, gedichten die in het collectief geheugen van de Nederlander (en Vlaming) zitten.

Tweede kerstdag was ik in Beelden aan zee, een museum op de duinrand van Scheveningen met beeldhouwwerk (en een tentoonstelling van  Picasso) dat voor een deel onder paviljoen De Witte is gesitueerd. Op 18 november 1827, de verjaardag van koningin Wilhelmina van Pruisen, namen koning Willem I en zijn vrouw namen met feestelijk vertoon een strandpaviljoen in gebruik dat de koning speciaal voor haar had laten bouwen. Zij leed aan slapeloosheid, en men hoopte dat veelvuldig verblijf aan zee hierin verbetering zou brengen.

In de jaren tachtig van de twintigste eeuw waren de exploitatiekosten van het paviljoen sterk opgelopen. De eigenaar, Littéraire Sociëteit De Witte, zocht daarom naar andere inkomstenbronnen. Op 17 september 1990 keurde de algemene ledenvergadering van Sociëteit de Witte een plan voor een beeldenmuseum in het pand goed. In 1994 werd museum Beelden aan zee door koningin Beatrix geopend.

Aan de Pellenaerstraat kant van het paviljoen is ‘De Transparant’ een glazen afscheiding tussen straat en paviljoen van 65 meter lang. Op zestien panelen staan stukken tekst en gedichten over kunst, glas en de zee/het strand.

Hieronder een paar voorbeelden met gedichten van Jan Wolkers, Leo Vroman en Gerrit Kouwenaar.

.

g1

g4

g5

Met dank aan http://www.denhaag.wiki/index.php/cultuur/monumenten/278-paviljoen-von-wied

Nietsvermoedend

Dierentalen en andere gedichten

.

Rudy Kousbroek (1929 – 2010) was was dichter, journalist, vertaler en essayist (hij ontving in 1975 de P.C.Hooftprijs voor essayistiek). Samen met auteurs als Lucebert, Gerrit Kouwenaar en Hugo Claus behoorde hij tot de groep der Vijftigers. Met Remco Campert gaf hij het tijdschrift ‘Braak’ uit. Kousbroek ontving voor zijn essayistisch werk vele prijzen maar zijn poëzie mag er ook zeker zijn.

Uit zijn bundel ‘Dierentalen en andere gedichten’ uit 2003 het gedicht ‘Nietsvermoedend’.

.

Nietsvermoedend

 

Daarnet passerde je het huis

Waar je later komt te wonen,

 

Waar je elke steen zult kennen

En elke kleur en elk geluid,

 

Waar je de bomen zult zien groeien

Door de ramen in de zomer,

 

Waar je je kinderen zult krijgen

En zult waken aan hun ziekbed;

 

Dat zal daar allemaal gebeuren,

Je fietste er langs en herkende het niet.

.

.

dierentalen

Men moet

Gerrit Kouwenaar

.

Een van de dichtbundels die ik pas geleden kocht is een bundel getiteld ‘Het mooiste gedicht’ De favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen. Met een inleiding van Jan Wolkers. Deze bundel uit 2000 is ontstaan in nauwe samenwerking met Poetry international de NPS en NRC Handelsblad. En een fraaie bundel is het geworden. Zo ongeveer alle grote Nederlandse en Vlaamse dichters zijn vertegenwoordigd. Vaak met bekende gedichten maar ook vaak met minder bekende of, voor mij dan toch, volledig onbekende gedichten. Veel poëzie uit de laatste helft van de twintigste eeuw maar stuk voor stuk zeer leesbaar.

Op de achterflap van de bundel staat een quote van Jan Wolkers: “Als men mij zou verzoeken het mooiste gedicht uit de Nederlandse poëzie te kiezen, zou ik net zo ontsteld kijken als wanneer men mij zou vragen de mooiste bloem uit een overdadige bloeiende bloemenweide te plukken”. Vandaar dat er zoveel gedichten zijn opgenomen.

Ik heb voor een gedicht van Gerrit Kouwenaar gekozen.Oorspronkelijk afkomstig uit de bundel ‘Helder maar grijzer’ Gedichten 1978-1996 uit 1998. Het gedicht is getiteld ‘men moet’.

.

men moet

.

men moet zijn zomers nog tellen, zijn vonnis

nog vellen, men moet zijn winter nog sneeuwen

.

men moet nog boodschappen doen voor het donker

de weg vraagt, zwarte kaarsen voor in de kelder

.

men moet de zonen nog moed inspreken, de dochters

een harnas aanmeten, ijswater koken leren

.

men moet de fotograaf nog de bloedplas wijzen

zijn huis ontwennen, zijn inktlint vernieuwen

.

men moet nog een kuil graven voor een vlinder

het ogenblik ruilen voor zijn vaders horloge –

.

helder

Vrijheid van denken en doen

Erich Fried

.

Op een dag als vandaag past alleen een gedicht over een groot goed namelijk de vrijheid. De vrijheid van denken, de vrijheid van doen en de vrijheid van uiten, daarom het gedicht van Erich Fried (1921 – 1988) over vrijheid en liefde uit de bundel ‘Een brief van jou, wel duizend brieven’  uit 2003 in een vertaling van Gerrit Kouwenaar.

.

Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde

Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde

Wanneer het zogenaamde geluk mij dan na jaren
weer uit de afgesloten kast haalt

en zegt: ‘Nu mag je weer!
Laat maar eens zien wat je kan!’

zal ik dan inademen en mijn armen spreiden
en weer jong zijn en levenslustig

of zal ik dan naar mottenballen ruiken
en met mijn botten rammelen op de maat van een vreemde hartslag?

Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde

en met de liefde is het
net zoiets als met de vrijheid

.

Freedom_of_Thought_Ben_Franklin

 

Met dank aan http://www.amnesty.nl

Basiswoordenschat

Linda Maria Baros

.

Nu ik een categorie ben begonnen over Franse dichters valt het me op dat de dichters uit Frankrijk die her en der beschreven worden vrijwel allemaal mannen zijn. Het aantal vrouwelijke dichters is op de vingers van 1 hand te tellen. Nu geloof ik niet dat er in Frankrijk geen of weinig vrouwelijke dichters zijn maar waarschijnlijk is Frankrijk wat dat betreft nog altijd een mannetjes maatschappij.

Linda Maria Baros (1981) is één van de weinig vrouwelijke dichters die ik heb kunnen vinden en zij is dan ook nog eens van Roemeense afkomst. Linda Maria Baros is dichter, essayist en vertaalster in het Frans en het Roemeens. Ze publiceerde haar eerste gedicht in 1988 in een literair tijdschrift te Boekarest. Ze heeft in een serie tijdschriften gedichten, recensies en vertalingen gepubliceerd. Zij leeft tegenwoordig in Parijs. Naast haar schrijfwerk is ze hoofdredacteur van het Roemeense literaire tijdschrift VERSUs/m. In 2008 creëerde ze de virtuele bibliotheek ZOOM (125 auteurs), die een deel van haar vertalingen samenbrengt. Tevens is ze als onderzoeker verbonden aan de Sorbonne, waar ze een proefschrift voorbereid over mythokritiek.

Linda Maria Baros en Jan H. Mysjkin (die ook onderstaand gedicht heeft vertaald) hebben in 2010 de bloemlezing COBRAMSTERDAM, Cobra, uit het Nederlands in het Roemeens vertaald. Daarin gedichten van onder andere Hans Lodeizen, Remco Campert, Jan Hanlo, Lucebert, Gerrit Kouwenaar en Hugo Claus.

Ze stond op vele poëziefestivals en ze mocht verschillende beurzen en literaire prijzen ontvangen zoals de Vertaalprijs voor Les Plumes de l’Axe (2001), de Prijs Guillaume Apollinaire (2007) en de Prix de la Vocation (2004).

Kijk voor meer informatie ook eens op haar website: http://www.lindamariabaros.fr/nl_literatuur_linda_maria_baros.html

Uit de bundel Revolver uit 2008 het gedicht ‘De basiswoordenschat’.

.

De basiswoordenschat

Als je niet elke dag mijn naam schrijft,
o, moge je hand geplet worden in de schroef van de zinnen !
Verstijfd, de mond
waarmee je de woorden krabbelt !
Gegeseld het woord
die de klemmen opent voor de wolven
tussen jou en ons !

En mogen ze voor altijd ongeneeslijk zijn, je wonden,
die je wast met mijn tranen,
in een vat vervoerd naar de stad !
En moge je gezicht
voor eeuwig bezoedeld zijn in de ramen,
als je niet alle dagen mijn naam kerft
in de kan van de liefde !

O, maar als je in je slaap niet mijn naam schrijft
met zachte en verfijnde letters,
zoals in het begin,
dan zal ik ze op je lippen naaien,
diep, met catgut.

.

Linda_Maria_Baros

 

revolver

 

Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde

Erich Fried

.

Erich Fried (1921 – 1988) was een Oostenrijks schrijver, dichter en essayist van Joodse afkomst. Het grootste deel van zijn leven woonde hij in Engeland maar hij schreef steeds in het Duits. Erich Fried was het enig kind van Joodse ouders. Toen zijn vader werd vermoord tijdens de Anschluss in 1938 vluchtte zijn moeder met hem naar Londen. Daar hield hij zich staande met allerlei baantjes waaronder die van bibliothecaris.

Vanaf jongs af aan kwam zijn schrijftalent naar voren maar het duurde tot 1958 toen hij eerste bundel publiceerde “Gedichte” dat hij echt als schrijver doorbrak. Vanaf die tijd publiceerde hij vrijwel jaarlijks een  dichtbundel maar ook romans, novellen essays en vertaalde hij werk van o.a. Dylan Thomas, T.S. Elliot en Graham Greene naar het Duits.

In 2003 verscheen ‘Een brief van jou, wel duizend brieven’ in vertaling van Gerrit Kouwenaar. Uit deze bundel het gedicht ‘Liefdesgedicht voor de vrijheid, vrijheidsgedicht voor de liefde’.

.

Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde

Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde

Wanneer het zogenaamde geluk mij dan na jaren
weer uit de afgesloten kast haalt

en zegt: ‘Nu mag je weer!
Laat maar eens zien wat je kan!’

zal ik dan inademen en mijn armen spreiden
en weer jong zijn en levenslustig

of zal ik dan naar mottenballen ruiken
en met mijn botten rammelen op de maat van een vreemde hartslag?

Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde

en met de liefde is het
net zoiets als met de vrijheid

.

erich fried

 

Met dank aan Wikipedia

De goddelijke vonk

Luisterboek op cd’s

.

Met Sinterklaas kreeg ik twee cd luisterboeken waarvan er een de 3 cd luisterbox is van uitgeverij Rubinstein ‘De Goddelijke vonk’, gesprekken met dichters uit het NPS radioprogramma Kunststof. Op deze drie cd’s gesprekken met 18 dichters waaronder Esther Jansma, Rogi Wieg, Rutger Kopland, Judith Herzberg, Jan Eijkelboom, Diana Ozon, Gerrit Kouwenaar en Simon Vinkenoog. De interviewers zijn Petra Possel, Jellie Brouwer en Frénk van der Linden.

Jullie begrijpen dat ik hier heel blij mee ben. Top interviewers en prachtige dichters.  Toen Kunststof in 2003 de Zilveren Reiss Microfoon voor beste radioprogramma won, meldde het juryrapport: `Wars van obligate vraagjes praten Jellie Brouwer, Frénk van der Linden en Petra Possel met hun gasten. Snel, goed geïnformeerd, prikkelend en ad rem zorgen ze dagelijks voor een aangenaam, soepel uurtje radio’
Dat Kunststof geen eendagsvlieg was, bleek een jaar later toen het programma werd onderscheiden met de Marconi Award, alweer voor beste radioprogramma. Inmiddels heeft Kunststof een vast publiek weten op te bouwen van ca. 100.000 vaste luisteraars.

Kortom een heel mooi cadeau. Wil je deze cd’s ook hebben dan kan dat voor een wel heel klein prijsje (€ 2,-) liggen ze bij de Action.

.

De-Goddelijke-vonk

10-delige poëziecollectie

Judith Herzberg

.

Trouw komt met een mooi initiatief, de 10-delige poëziecollectie. Zoals Trouw zelf schrijft  “houdt Trouw van poëzie en schrijft hier veel over, het is onder andere een vast onderdeel van het weekendmagazine Letter & Geest”. De redactie heeft een selectie gemaakt van de mooiste gedichten van de beste Nederlandse dichters en deze verzameld in een 10-delige collectie.

De bundels zijn via Trouw te bestellen en bij The Free Record shop te koop voor € 49,95.

Bundels zijn van de volgende dichters:

.

Remco Campert

Eva Gerlach

K. Michel

Gerrit Kouwenaar

Ester Naomi Perquin

Lucebert

Ingmar Heytze

Rutger Kopland

Ida Gerhardt

Judith Herzberg

.

In de advertentie lees ik dat er een luxe bewaardoos wordt bijgeleverd en dat er in de bundel ook niet eerder uitgegeven werk staat. Voor de liefhebbers een mooie aanvulling.

Het eerste deel is van Judith Herzberg met 50 gedichten uit 12 van haar bundels uitgegeven tussen 1963 en 2011. De inleiding bij het werk van Judith Herzberg is van Janita Monna.

Ik heb hier al eerder aandacht besteed aan het werk van Judith Herzberg en hier nog een gedicht uit deze bundel uit een fraaie reeks.

.

In deze drukke gelukkige jaren

.

In dit landschap, ieder jaar

karteliger van profiel door

opslag, afslagplaatsen en fabrieken,

in deze onze zee die leger wordt aan leven

naarmate reuzen van gevoel te schaars

om elkaar te ontmoeten alleen,

en korter leven, en worden opgegeten,

de walvissen en alle wriemelende

zielen van de genesis –

op dit ons platgetrapte gras

ouder dan wij, al van de derde dag

in deze slordige versleten wereld

vergeten wij dat wij het zelf

(kinderen van Adam’s kinderen)

de overbevolking zijn.

.

Uit: Beemdgras, 1968

.

JH