Site-archief
Overburen
Dorien Dijkhuis
.
In ‘Het liegend konijn’ 2019/1 lees ik een gedicht van Dorien Dijkhuis getiteld ‘Overburen’. Toen was er van haar nog geen bundel verschenen maar inmiddels is haar debuutbundel ‘Waren we dieren’ verschenen in november 2019 bij Nieuw Amsterdam. Dijkhuis (1978) is schrijver, dichter en journalist. In Utrecht volgde studeerde zij Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht met een specialisatie in Latijns-Amerikaanse geschiedenis en cultuur.
Gedichten van haar hand verschenen in Tirade, Extaze en (zoals hierboven al genoemd) Het liegend konijn. Haar werk werd ook opgenomen in bloemlezingen, waaronder de bundel ’10 voor 10, tien Extaze-dichters van de jaren tien’.
In Het liegend konijn zijn vijf gedichten opgenomen waaronder het gedicht ‘Overburen’.
.
Overburen
.
hij laat de gordijnen op een kier, bespiedt
zijn huis vanuit de kamer van de overburen
.
hij weet: hoe langer ik wacht, hoe groter
de kans met eigen ogen te zien hoe men mij
.
op een dag het huis uit zal dragen, iemand
mijn plek neemt in de stoel; bij het raam
.
hij denkt: ik ben er nu niet, laat het
nu dan in godsnaam gebeuren
.
Binnenhof
Aad Nuis
.
Aad Nuis (1933-2007) was politicoloog, literatuurcriticus, bestuurder, journalist, columnist, essayist, publicist, politicus (D66) en dichter. Reden voor mij om tijdens ‘Dichter bij de dood’ op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, op 2 november aanstaande tijdens Allerzielen, deze dichter (die op de begraafplaats begraven ligt) te kiezen als dichter om iets over te vertellen en een gedicht van hem voor te dragen (naast een gedicht van mij over de dood).
Nuis was redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. Hij schreef in Propria Cures, Hollands Weekblad, Tirade, Haagse Post, Ons Erfdeel en de Volkskrant. In 1963 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘Wisselend weer’ die hij opdroeg aan Renate Rubinstein met wie hij van 1956 – 1963 getrouwd was.
Uit de bundel ‘Het land der letteren’ Nederland door schrijvers & dichters in kaart gebracht, uit 1982 komt het gedicht ‘Binnenhof’ waar Nuis dicht over zijn werk als politicus in de Tweede Kamer (waar hij volksvertegenwoordiger was van 1981-1982).
.
Binnenhof
.
Het stille hart van wervelwinden
in dit glas water, Nederland,
waar ik mij steeds terug moet vinden
naast dagtoerist en demonstrant.
.
Bestaat dit echt of zijn wij spoken,
figuren dansend hand in hand,
gedurig in koud vuur ontstoken
door woorden van dor zand?
.
Ga maar bij dichter, boeren kijken:
hun taal, hun grond, vast in de hand.
Hier blijft de werkelijkheid ontwijken –
net naast de rand.
.
Toch zoemt en trilt het hier van krachten,
huist hier het hart (meer dan ’t verstand)
van wat ik grijnzend hoog blijf achten:
mijn land.
.
Poëtisch reisjournaal
Willem Brandt
.
Willem Simon Brand Klooster (1905-1981), was een Nederlandse dichter, schrijver, journalist en vrijmetselaar, die bekendstond onder het pseudoniem Willem Brandt. Hij was ook medewerker van een aantal literaire en culturele tijdschriften zoals Opwaartsche Wegen en De Vlaamse Gids.
Onder de naam Willem Brandt publiceerde hij vanaf 1937 tientallen boeken en bundels met thema’s uit de vrijmetselarij, Indonesië in het algemeen en het jappenkamp in het bijzonder. In 1927 vertrok hij naar Nederlands-Indië waar hij redacteur van de Deli Courant werd. Bij deze krant werkte hij zich binnen vijf jaar op tot hoofdredacteur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam Willem Brandt in een Japans concentratiekamp terecht. Hij schreef er zijn bundel ‘Binnen Japansch prikkeldraad’.
In de bundel ‘Het land van terugkomst’ reist Willem Brandt terug naar Indonesië en de plekken waar hij voor en tijdens de oorlog verbleef. Er is niet heel veel Indische poëzie bekend. Ik schreef al eerder over ‘Album van de Indische poëzie’ en een stuk over Tj, A. de Haan en natuurlijk de poëzie van J. Slauerhoff maar als je dit afzet tegenover de tijd dat we Nederlands Indië kolonialiseerde, dan is het niet veel.
‘Hel land van terugkomst’ met als ondertitel ‘een Indonesisch reisjournaal in poëzie’ is precies wat het beloofd; een reisjournaal langs de plekken waar Brandt destijds leefde en woonde. De bundel vormt een afwisselend nostalgisch en ontroerend souvenir, herkenbaar voor toeristen die Indonesië aandoen voor een reis. Of zoals op de achterflap te lezen staat: Het land van terugkomst is een even teder als filosofisch document, geschreven door een auteur die in zijn vroegere poëzie de sfeer van het Oosten reeds meermalen pregnant en uniek gestalte gegeven heeft.
Uit de bundel gedichten met titels als ‘Stille kracht’, ‘Moesson’, ‘Hotel des Indes’, ‘De dessa’, ‘Medan’ en ‘Japans kamp’ koos ik voor het gedicht ‘Jakarta Kota’ (ook wel de oude stad genoemd) omdat daar voor mij heel duidelijk de sfeer van Jakarta naar voren komt.
.
Jakarta Kota
.
De houten schepen in de oude haven
liggen er nog als in de compagniestijd,
de ophaalbrug, wachthuis, getrapte gevels;
alleen de kooplieden, volumineus
in bombazijn met stoeten van bedienden
zijn uitgeteld door koorts, jicht en ’t graveel.
.
Op Pasar Ikan woelt het leven voort,
geruchtloos wemelen zachte javanen
door smalle gangen, bitterzoete geur
van zwarte koffie, rudjak, zoute vis,
nangka en durian, volgetaste warongs
dèngdèng en tjabé rawit, hot like hell.
.
O Tjalie Robinson, brave sabreur,
het is alsof ik hier in iedere steeg
je schim ontmoet, herrezen uit de zee
van Indonesië, en je stem kan horen
tegen het heimwee als ik weer moet gaan:
wassalam, oude Nimrod, pukul terus!
.
Koude oorlog?
Hans Verhagen
.
Voor een prikkie kocht ik bij een witte boekenhal (waar, naar ik dacht toch vooral heel veel kinderboeken, plaatjesboeken en populaire romans en thrillers worden verkocht) de verzamelde gedichten van Hans Verhagen getiteld ‘Eeuwige vlam’. In deze verzamelbundel uit 2003 zijn de gedichten van Verhagen opgenomen die hij schreef tussen 1958 en 2003.
Hans Verhagen (1939-2020) was behalve dichter ook journalist, kunstschilder en filmmaker. Hij maakte vanaf 1957 samen met Armando, Hans Sleutelaar en Cornelis Bastiaan Vaandrager deel uit van Gard Sivik, een naoorlogs avant-garde tijdschrift dat werd vernoemd naar het Antwerpse Jazzcafé met die naam en dat in 1955 werd gestart door Gust Gils en Paul Snoek.
In ‘Eeuwige vlam’ zijn een aantal van de bundels van Verhagen integraal opgenomen. Zo ook de bundel ‘Rozen & Motoren’ uit 1963. Eind 1962 kwam de koude oorlog tot een gevaarlijk hoogtepunt tijdens de Cuba crisis. In ‘Rozen & Motoren’ schrijft Verhagen er het gedicht ‘Koude oorlog?’ over. Wanneer ik het lees bekruipt me de gedachte dat wat er momenteel in de wereld gebeurt wel heel erg lijkt op toen.
.
Koude oorlog?
.
Mijn 7 maal geconcentreerde gestalte
verschijnt u nu dagelijks,
maar mijn arbeid voedt u anoniem.
.
Uiterlijk is niets aan mij veranderd:
Koude oorlog? Voeten in het vuur!
Wereldoorlog? Laarzen in het water!
.
Maar het verstikte instinct verspreidt
geuren van ontbinding-
gelukkig nieuwjaar of ik schiet.
.
In het verborgene
Max Dendermonde
.
Op deze zaterdag voor Pasen kom ik in een tweedehandsboekenwinkel de bundel ‘Soms een paar uur tweezaamheid’ liefdesgedichten van Max Dendermonde (1919 – 2004) tegen. De ondertitel ‘103 sonnetten om loom te lezen op een koel laken’ lijkt me bij uitstek geschikt voor de warme Paasdagen die we in het vooruitzicht hebben.
Dendermonde was het pseudoniem van Hendrik Hazelhoff. Hij ontleende zijn pseudoniem aan de Belgische plaatsnaam die in zijn ogen verwees naar denderen over le monde. Daarin herkende hij zichzelf. ‘Ik ben altijd een zwerver geweest’ zei hij eens. Dendermonde wordt wel een veelschrijver genoemd, naast zijn journalistieke werk schreef hij ook gedenkboeken voor (meer dan 50) bedrijven.
In 1941 debuteerde hij echter als dichter met de bundel ‘Tijdelijk isolement’. De bundel ‘Soms een paar uur tweezaamheid’ bevat naast veel liefdesgedichten ook erotische gedichten. En een erotisch gedicht kan altijd dus vandaar mijn keuze voor vandaag, het gedicht ‘In het verborgene’.
.
In het verborgene
.
Kwam ze de school uit in haar grauwe winterjas,
haar schouders doodmoe van de verwoestende uren
met boze werkmansdochters in haar huishoudklas,
.
en onder dat strakke, vlasblonde haar de zure,
miskende trek van een oud meisje dat zich alvast
onthoudt van hoop op beter of eigen allure,
.
dan zou hier geen enkele geile wildebras
aan hemelse lust hebben gedacht, avonturen
van schreeuwen, slijmvlies, vlees, een ontheven bestaan.
.
Ze had inderdaad de smaak van een dorpsbazaar,
maar liep ze eenmaal in haar schitterende blootje,
gladgeschoren, met haar gaaf toegevouwen nootje,
dan kwam ik van louter kijken al bijna klaar
op die volmaakte kut. Vaak denk ik daar nog aan.
.
Later
Filip Rogiers
.
Filip Rogiers (1966) woont en werkt in Brussel. Hij is journalist bij De Standaard en schrijver van verhalen en romans. Als journalist staat hij bekend als ‘een van de meest empathische stemmen van de Vlaamse journalistiek. In het laatste nummer 2021/2 van Het Liegend Konijn. tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie onder redactie van Jozef Deleu, staan een aantal gedichten van zijn hand. Rogiers heeft proza gepubliceerd maar nog geen dichtbundel. Een van de gedichten in Het Liegend Konijn is getiteld ‘Later’ en prachtig daarom hier op dit blog dit gedicht.
.
Later
.
Later kijken we terug
op de toekomst van toen.
.
We hadden de langste dagen
nog voor de boeg en van elkaar
.
het beste nog te goed. Geven
was de regel en om te vergeven
.
was er niets. Lust en moed
kwamen te paard en spijt te voet.
.
We konden niet weten hoeveel
te laat later altijd komt.
.
Klucht
Nina Cassian
.
Nina Cassian ( pseudoniem van Renée Annie Cassian-Mătăsaru, 1924-2014 ) was een Roemeense dichter, kinderboekenschrijver, vertaler, journalist, pianist en componist en filmcriticus.
Na de publicatie in 1947 van haar nogal surrealistische debuutbundel ‘La Scara 1/1′ (Schaal 1:1) werd ze aangevallen omdat ze poëzie schreef die tegen de geest van het door de Sovjet-Unie gedomineerde Roemenië inging. Onder druk van de autoriteiten schreef ze enkele jaren agitprop-poëzie, maar keerde gaandeweg terug naar haar ware roeping. Ze publiceerde een reeks poëziebundels die haar op de voorgrond van de Roemeense literatuur brachten.
In 1985 verhuisde ze voor een baan in het onderwijs naar de Verenigde Staten. Terwijl ze in de Verenigde Staten was, werd een bevriende schrijver op gepakt door de Securitate, de geheime dienst van Ceaușescu en doodgeslagen,. Omdat hij dagboeken met onder meer satirische gedichten van Cassian bezat besloot ze niet meer terug te gaan naar Roemenië. Een paar jaar later kreeg Cassian permanent asiel en New York City werd haar thuis voor de rest van haar leven.
Veel van haar werk werd zowel in het Roemeens als in het Engels gepubliceerd. Na haar gedwongen emigratie werd ze verbannen uit de literaire annalen van Roemenië tot de ineenstorting van de dictatuur van Ceausescu.
In 2013 verscheen ‘Voor de prijs van mijn mond’ bij het Poëziecentrum met hedendaagse poëzie uit Roemenië. Uit deze bundel het gedicht ‘Klucht’ in een vertaling van Jan H. Mysjkin.
.
Klucht
.
Ik zou graag een keer mijn beenderen schikken
in een andere configuratie,
mijn beenderen die de weg van mijn vlees
versperren, lastige beletsels die
.
het omleggen in de vorm van een vrouw
en een peer, en een zeester voor mijn handen.
Ik zou graag mijn goddeloze beenderen
uitproberen in schema’s allerhande,
.
bijvoorbeeld: de grondvorm van het oerschip,
het doorkijkskelet van de luzerne,
ofwel de stamboom met postume vruchten
die opklimt tot een maagdelijke kern.
.
En ik wil graag ook mijn beenderen plooien
alsof ik geknield aan het bidden toog,
zodat ik hém op een dwaalspoor kan brengen,
de argeloze Paleontoloog.
.
Meer hoef dan voet
Marjolijn van Heemstra
.
Je hebt dichters en je hebt alleskunners of -doeners. Marjolijn van Heemstra (1981) is er een uit de laatste categorie. Ze is naast dichter vooral theatermaker, schrijfster en journalist. Ze is al actief met publiceren sinds 2006 maar in 2009 kwam ze met een theatervoorstelling getiteld ‘Ondervlakte’ en in datzelfde jaar debuteerde ze als dichter met de bundel ‘Als Mozes had doorgevraagd’ bij uitgeverij Thomas Rap.
In 2012 won ze met haar debuutbundel de Jo Peters Poëzieprijs. In 2014 kwam haar dichtbundel ‘Meer hoef dan voet’ uit (waaruit het onderstaande titelgedicht is genomen). Ze schrijft naast poëzie romans, columns, een opstel voor De Correspondent (waar ze correspondent ruimtevaart is wat bijzonder is daar ze godsdienstwetenschappen heeft gestudeerd) en gedichten van haar hand werden gepubliceerd in Das Mag en De revisor.
.
Meer hoef dan voet
.
De hond verspert mij het pad, stokstijf, zijn tong
een roerloze vis tussen zijn tanden, zijn grom
een ondergronds geluid, als door lagen korst
gedempt
.
en ik denk aan de man die zei: We weten niet
waarheen de dieren zijn die zich traag, in duizend,
duizend jaren, onttrokken aan het zicht.
We weten niet over welke rand ze tuimelden,
welke zee het laatste exemplaar verzwolg.
Hij noemde de kieuwslak met vijf platte windingen,
de schrikvogel die liever liep dan vloog,
de majorcahaas, het reuzenhert,
niemand weet met zekerheid in welk bos,
welk veld het reuzenhert verdween.
.
De hond blaft naar mijn sporen,
in de verte zwaait een riem, een mens
die in mij een naaste herkent
maar ik weet wat de hond weet:
er zijn dieren verdwenen
en mijn afdruk is meer hoef
dan voet.
.

















