Site-archief
Poëziehuis de Rode Poort
Kamiel Choi
.
Wanneer ik wel eens over de periode na mijn werkzame leven fantaseer, de periode dat ik met pensioen ben, dan kom ik vaak uit bij de wens een poëziehuis of -winkel te bezitten of te runnen. Een plek waar ik mijn immer uitdijende poëziecollectie een plaats kan geven en van waaruit ik kan schrijven over poëzie (zoals dit dagelijkse blog), de MUGzine kan uitgeven, dichters kan faciliteren bij het uitgeven van een dichtbundel met MUGbooks, evenementen en podia kan organiseren en poëzie kan lezen en delen. Ik zou dan altijd open zijn voor publiek voor het rustig lezen van een bundel, praten over poëzie onder het genot van een kop koffie of thee, of het smeden van allerlei wilde plannen met betrekking tot poëzie. Maar zover is het nog niet.
Nu las ik pas geleden dat Jeanine Hoedemakers In 2021 in haar tuin een poëziehuisje opende. Ze noemde het De Rode Poort omdat de poort naar de tuin rood is. Aanvankelijk was het idee om mensen uit de wijk de mogelijkheid te bieden op een laagdrempelige manier kennis te maken met poëzie of om een tekst uit te komen zoeken voor bijvoorbeeld een bruiloft of geboorte. Om de aandacht op De Rode Poort te vestigen en de bedoeling te accentueren is er elke opening van het nieuw seizoen een literaire middag georganiseerd en vrijwel elke vrijdag is er een speciale activiteit.
Overigens toen ik op het wereld wijde Interweb op zoek was naar haar poëziehuisje kwam ik nog een ander poëziehuisje tegen Koog Zaandijk Westzaan. Iets dergelijks maar wel anders (vanuit een doopsgezinde hoek). Terug naar De Rode Poort. Het poëziehuisje is een soort inloop minibieb (afschuwelijk woord dat de lading niet dekt, ik zou zeggen miniboekenkastje), echter de bundels mogen niet mee naar huis genomen worden. Je kunt gebruik maken van de zitjes in de tuin, om er te gaan zitten lezen, maar er kan ook geschreven worden. Voor dichters is er de mogelijkheid om een gedicht of een voordracht uit te proberen. Als er feedback gewenst is dan kan die gegeven worden. Er staat altijd koffie en thee klaar. De tuin ziet er uitnodigend uit en is ruim. Bij wat slechter weer is er een overkapping en natuurlijk is er het huisje. Zelfs naar binnen gaan behoort tot de mogelijkheden. Kortom een oase van poëzie daar in Rosmalen.
Mocht je in de buurt zijn dan zou ik zeker een bezoek brengen. Het Poëziehuisje in Rosmalen bevindt zich aan de Bredestraat 20. Je bereikt het huisje door achterom te gaan, via de brandgang die je bereikt vanuit de Vondelstraat. Een van de regelmatig daar optredende dichters is Kamiel Choi over wiens bundel ‘Klein verzet‘ ik pas nog een lovende recensie schreef. Van zijn hand is het volgende gedicht getiteld ‘Basisinkomen’.
.
Basisinkomen
.
Ik heb een heel goed doekje.
Een groen microvezeldoekje
geschikt voor alles.
Tegen iedereen zeg ik
wat voor een goed doekje het is.
.
Dit doekje heeft me bevrijd
uit de brul van het overleven
ik ben nu net zo zeker
als een ver verleden.
.
Ik kan de hele dag lummelen
en met mijn doekje wrijven.
.
Het nevelen in haar hoofd
José van Zutphen
.
Op zondag 7 april jongstleden interviewde ik de Rotterdamse dichter en ‘rapgranny’ José van Zutphen op het dichterspodium van Dichter bij de dood op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Na het interview droeg José een aantal van haar gedichten voor en bij één gedicht voelde je in de zeer goed bezette aula een emotie bij het aanwezige publiek: herkenning, mededogen en een gevoel van verdriet. Ook ik merkte bij mezelf dat dit gedicht iets bij me deed, reden genoeg om José na afloop te vragen of ik het gedicht hier te mogen plaatsen.
Afgelopen Hemelvaartsdag, bij de Haarlemse Dichtlijn, kwam ik haar weer tegen en kreeg ik, zoals ze beloofd had, het bundeltje ‘Het nevelt in haar hoofd‘ waarin het desbetreffende gedicht ‘Mijn moeder’ uit 2006 is opgenomen. Voor dit bundeltje (A6 formaat wat het meteen sympathiek maakte, ik moest meteen aan de MUGzines denken) heeft José een keuze gemaakt uit de gedichten die zijn ontstaan vanuit een intens contact met haar moeder in de laatste jaren van haar leven. Haar moeder die erg van taal hield, verloor steeds meer het vermogen tot spreken en verstaan van taal, het schrijven en het lezen. Nog steeds wordt José door het onvermogen van mensen met een niet aangeboren hersenletsel en hun onvermogen tot lezen, schrijven en verstaan geraakt, en ze heeft in dit bundeltje een aantal gedichten bij de gedichten over haar moeder gevoegd.
.
Mijn moeder
.
Eens droeg ze mij naar water
en waste, al het spelen moe,
de laatste resten van de dag
schoon naar de avond toe.
.
Mijn dromen lagen teruggeslagen
als dekens donzig zacht
te wachten om beschermd toe te dekken
te wachten op mijn sprookjesnacht.
.
Nu baad ik haar, mijn moeder
zoals zij vroeger deed
spelend met waterdruppels
genietend van wat warmte heet
.
En om haar naakte schouders een doek
waar ik doorheen mijn woorden weef
zo zacht zo droog ik haar in mijn armen
zo zacht vertellend hoe ik om haar geef.
.
Als zij dan weer wat later
gekleed is voor een lange dag
voel ik me even moeder
kijkend naar haar blije lach.
.
En om haar te beschermen
zoals zij vroeger deed
leg ik mijn dromen op haar kussen
voor als zij niets te dromen weet.
.
Ten minste houdbaar tot
Jana Arns
.
Op de zeer leesbare website Neerlandistiek.nl las ik in een recensie van Marc van Oostendorp over de bundel ‘De spronglaag’ van Esther Jansma, dat recensenten zich tegenwoordig nogal vaak schuldig maken aan het uitleggen van een dichtbundel. Marc schrijft bijvoorbeeld: ” Voor zover een recensie bedoeld is om lezers te informeren of ze iets wel of niet moeten kopen, is het volkomen ongeschikt: detectives recenseer je toch ook niet door te vertellen wie het precies gedaan heeft? Zou het niet eerder moeten gaan over wat er nu zo mooi of zo goed is aan deze bundel? Brengt close reading – hoe zinnig die activiteit op zich ook is – ons daar ooit dichterbij?”
Hoewel ik denk dat enige uitleg in een recensie wel degelijk een functie kan hebben bij het begrijpen van een bundel voor de wat minder geoefende lezer, ben ik het wel eens met hem. Een recensie is toch vooral een mening op basis waarvan je een bundel denkt te gaan lezen of kopen (of lenen bij een bibliotheek). Ik begin dit stuk met deze verwijzing naar het artikel in Neerlandistiek omdat ik de bundel ‘Ten minste houdbaar tot’ van Jana Arns voor me heb liggen waarvan ik hoop dat de lezer, na lezing van dit stuk, zal denken; Ja, die bundel wil ik lezen of kopen (of lenen).
Jana Arns (1983) is dichter, muzikant, docent schrijven en een beetje fotograaf. In de bundel staan 5 zelfportretten. Na haar debuut ‘Status: het is ingewikkeld’ uit 2016, ‘Nergens in het bijzonder’ uit 2018, ‘Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn’ uit 2019, ‘In welke vrouw ik leef’ uit 2021 is dit haar vijfde bundel.
De bundel bestaat uit een aantal hoofdstukken waarvan ik er een al kende. Suite Paternelle bevat een aantal gedichten die Jana schreef, verdichtte passages uit Suite Paternelle, een kameropera van Frank Nuyts. Vier van de 5 passages verschenen reeds in MUGzine #13. De andere gedichten uit de 6 hoofdstukken waren nieuw maar bij lezing van de gedichten moest ik regelmatig aan de woorden van Marc van Oostendorp denken. Het heeft geen zin om een uitleg te geven aan deze hoofdstukken, interessanter is het de taal van Jana Arns tot je te nemen. Want die taal is rijk, heel rijk.
Neem het gedicht ‘De nacht is een syncope’. De verwijzingen naar de nacht, het donker, hoe gedachten zich ontwikkelen tijdens de slaap of je juist uit de slaap houden, de elementen die de nacht omringen, in dit gedicht komen ze allemaal voorbij maar op een manier die niet alledaags is, of voorspelbaar maar speels, poëtisch, onverwacht. En in vrijwel elk gedicht neemt Jana Arns je mee in haar gedachtewereld, in haar hoofd vol fantasiebeelden, plakt ze moeiteloos fysieke zaken aan elkaar die op zijn minst creatief en soms absurd genoemd kunnen worden. Ze gebruikt in haar poëzie antropomorfisme; geeft dode zaken een leven en levende zaken zonder ziel een geestesleven, .
In haar Annie M.G. Schmidtlezing uit 2002 sprak Joke van Leeuwen over de term uitgesteld begrip. Ze zegt daarover: “Er is een soort denken waar nog niet altijd de goede woorden voor zijn, een soort begrijpen dat nog niet het soort is dat wij volwassenen meestal bedoelen als we vragen: begrijp je het wel?” Dat uitgestelde begrip lees ik terug in de gedichten van Jana Arns. En betekent dat dat haar poëzie onbegrijpelijk is? Nee, in tegendeel, maar door de rijkdom van de taal in haar poëzie is er sprake van een begrijpen zonder precies te weten. Zulke poëzie maakt nieuwsgierig naar meer en herlezen.
.
Coupe de Colruyt
.
We treffen elkaar in de wijnstreek van gang 1.
Twee onthouders met uitgeweken honger
en een blanco boodschappenlijst.
.
In het vriesvak talmen we quattro minuti.
Tongen kleven aan een fantasie uit ijs.
Tussen droogwaren rijst de verbeelding.
.
Bij de granaatappels plukken we
een laatste maal bijeen,
schuiven rookgordijnen open, want
,
thuis krijgt het bed nieuwe heupen
en nu eelt van het matras wordt geschraapt,
verschijnen jongere lakens.
.
Zo delen wij reeds maanden de rekening.
Soms kus je me in de hals van je glas.
Ik schenk telkens bij.
.
Dichters op reis
Internationale Vereniging voor Neerlandistiek
.
Op zoek naar een gedicht kwam ik bij toeval op de website van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. Op deze website is een pagina getiteld ‘ Dichters op reis’ waarop te lezen is hoe het buitenland dichters uit Nederland en Vlaanderen inspireert. Op de website kun je een kaart aanklikken van de wereld waar in allerlei landen ballonnetjes geplaatst zijn. Elk ballonnetje klikt een gedicht open. Hiermee is een breed palet aan reispoëzie te lezen.
Deze reispoëzie bestaat uit gedichten die geschreven zijn naar aanleiding van, of tijdens een bezoek aan een stad, een land of een regio over de grens. En zo staan hier gedichten die verwijzen naar kunstenaars of schrijvers die ontmoet zijn tijdens een reis, gedichten die reflecteren op monumenten of bepaalde historische gebeurtenissen in het buitenland. De kaart bevat een mix van bekende en minder bekende namen.
Het grootste deel van de gedichten op deze wereldkaart kaart komt uit de online poëziecollectie Archives van Poetry International en uit de jaarboeken van het Poetry International Festival. Als visuele uiting deed me het geheel aan Straatpoëzie denken.
Naast dat de gedichten te lezen zijn, kun je er ook verschillende beluisteren. Ik klikte willekeurig een gedicht open in Lissabon van Arjen Duinker, getiteld ‘ Waar dan ook’ een toepasselijke titel lijkt me.
.
Waar dan ook
.
In een café waar dan ook
Zeg ik dingen in mezelf
Om de verte te ontkennen.
Ik bewonder de kale stoel
En het tafeltje dat als lokaas dient.
.
In een café in Lissabon
Vraag ik unieke hakken
Om het gemis te ontkennen.
Ik drink het geluid van de passen
Die naderen in een huid van vanille.
Leesletters
Remko Ekkers
.
Ik schrijf hier vrijwel altijd over poëzie voor volwassenen en adolescenten, maar er wordt ook regelmatig poëzie voor kinderen geschreven die zeer de moeite waard is. Zo heeft in de bundel ‘Leesletters’ Elseline Knuttel vijftig gedichten opgenomen over letters, lezen, boeken, voorlezen, leren lezen, bibliotheek, boeken zonder en lezen in bed. Een bloemlezing voor jong en oud. De bundel is geïllustreerd door Ceseli Josephus Jitta en bevat gedichten van bekende dichters als Herman de Coninck, Joke van Leeuwen, Hans Kuyper en Ted van Lieshout maar ook van minder bekende dichters als Leendert Witvliet en Gerard Berends.
In de bundel, uitgegeven door uitgeverij De Inktvis in 2011, staat ook het gedicht ‘Eerste woord’ van de dit jaar overleden dichter Remko Ekkers (1941 – 2021) dat ik hier graag met jullie deel.
.
Eerste woord
.
Mijn eerste woord was r aa m.
Het hing in de eerste klas
vlak onder het raam.
Later zag ik ook d eu r.
.
Je kon naar buiten
dan waren de woorden weg
maar hun beeld zweefde
nog in mijn hoofd.
.
Ik leerde dat de letters
van het woord vrij
konden fladderen
maar deze bleven samen.
.
Tot ik een naam
gaf aan bijna alle
dingen in de klas.
het raam ging open staan.
.
Een kwiek sexfestijn
Johnny the Selfkicker
.
Soms heb je van die dagen dat je wel even een opkikkertje kan gebruiken. Voor mij werkt dan vaak het lezen van een gedicht of, nog beter, het kijken en luisteren naar een dichter die voordraagt. Een dichter die mij altijd een zetje de goede richting in duwt met zijn voordracht is Johnny van Doorn of Johnny the Selfkicker (1944 – 1991). Kijk maar eens op YOUtube naar zijn performances, die zijn van een geweldige kwaliteit.
Maar om te lezen zijn ze ook zeer te genieten, zoals het gedicht ‘Een kwiek sexfestijn’ uit de bundel ‘Droom vrijuit’ alle gedichten uit 2014.
.
Een kwiek sexfestijn
.
Achteraf bekeken heb
Ik het toch te
Bont gemaakt:
Van zo’n 50 (mijn
Huis instormende)
Handtekening-
Jaagsters heb ik
Er 12 van
Ontmaagd &
Op 4 ervan
Rugpuncties &
Hartinjekties
Verricht &
1 ervan
Vergiftigd
Met opdiumde
Rivaten & een
Stevige Spaanse
Vlieg, –
Na dit kwieke-
SexFestijn
Week ik mijn
Roofdgeschuurd
Geslachtsorgaan
Schoon onder de
Heetwaterstralen
Van een
Homofiel getint
Badgebouw,
Alwaar ik blind
Van Penisnijd
Met een haastig
Getrokken aard-
Appelmes een
Teelbal aan
Het lichaam
Van een sex-
Rivaal ontruk…
De terugslag
Komt zwaarder aan
Dan ik had ge-
Dacht:
Uitgeblust val ik
Neer op mijn
Doorgezakte
Legerstede &
Als mokers slaat
Een treiterende
Christelijke
Marsmuziek
Door mijn
Gefolterd
Brein &
Mijn darminven-
Taris raakt
Danig in
De war, –
Mijn dagelijkse
Portie gezuurde
Mosselen kots
Ik rap de
Dakgoot in &
Door een chro-
Nisch gebrek
Aan proteïnen
Is mijn potentie
Ondermijnd &
Geërgerd speel
Ik een spelletje
Russische Rou-
Lette:
Maar helaas
Zonder succes &
Dit bedroeft
Mij zeer
.
Remco Ekkers
Bewondering
.
Op 4 juni jongsleden overleed dichter Remco Ekkers (1941 – 2021) op bijna tachtigjarige leeftijd aan een hartstilstand in zijn woonplaats Zuidhorn in Groningen. In de Volkskrant van donderdag 29 juli schrijft Jurre van den Berg een mooi stuk over Remco Ekkers in de rubriek ‘Het eeuwig leven’.
Een zin uit dat stuk bleef aan me hangen, niet alleen omdat ik het er roerend mee eens ben maar vooral ook omdat het aansluit bij iets dat ik al jaren zeg (maar daarover zo meer). De zin waar ik het hier over heb is de volgende:
‘Je ziet meer vogels als je meer weet van vogels. Dat geldt ook voor poëzie. Als iemand jou uitlegt hoe het in elkaar zit, kan je bewondering alleen maar groeien.’ Ik zeg al jaren tegen beginnende dichters (uit mezelf of als mij daarover vragen worden gesteld) dat de beste manier om als dichter te groeien, om betere poëzie te schrijven, is om heel veel poëzie te lezen, naar poëzie te luisteren. Hoe meer poëzie (vogels) je leest en tot je neemt, hoe beter je poëzie gaat begrijpen en hoe meer je daar als dichter van kan groeien.
Remco Ekkers zal als dichter herinnerd worden, hij zal, ook omdat hij baanbrekend werk heeft verricht op het gebied van poëzie voor jongeren, altijd een plaats innemen in de canon van de Nederlandse poëzie. Als eerbetoon en omdat het altijd goed is om poëzie (van hem) te lezen, hier het gedicht ‘Hoe je verder moet’ dat verscheen in literair tijdschrift Raster nummer 92 uit 2000.
.
Hoe je verder moet
.
Stap opgewekt voort
al weet je niet zeker
waar naar toe. Vooruit
.
over het glimmende asfalt
tussen de kale bomen
hoofd scheef, wuivend
naar het huis dat al in de mist
is verdwenen en straks vergeten.
.
Je zet een voet vooruit
en dan een andere.
Je kijkt niet naar de spiegeling
in de plassen, het beeld
van de takken waar je
tussen hangt, pats!
in het water.
.
Zo kom je verder
weg van wat is geweest.
.
Wat is mogelijk?
Adrienne Rich
.
Adrienne (Cecile) Rich (1929 – 2012) was een politiek en sociaal geëngageerde Amerikaanse dichter, docent, essayist, woordvoerder voor de lesbische belangen en feministe. Rich studeerde in 1951 af aan Radcliffe College met een Bachelor of Arts-graad. Op de universiteit las ze moderne Britse en Amerikaanse dichters zoals Wallace Stevens, Robert Frost en W. H. Auden. Haar debuut als dichter met de bundel, ‘A Change of World’, gepubliceerd in hetzelfde jaar dat ze afstudeerde, toont de invloed van deze dichters. Haar carrière als schrijver werd gelanceerd toen ze in 1951, op 22-jarige leeftijd, door W. H. Auden werd gekozen voor de Yale Younger Poets Award.
Adrienne Rich werd een van de meest gelezen en invloedrijkste dichters uit de tweede helft van de 20e eeuw. In de vele dichtbundels die ze schreef is een stilistische evolutie merkbaar vanaf formele poëzie naar een meer persoonlijke en krachtige stijl. Tot haar bekendste gedichten behoren. Met ‘Diving into the Wreck’ (1973) won ze de National Book Award. Ze accepteerde deze prijs samen met twee finalisten, Audre Lorde en Alice Walker, in naam van alle vrouwen. Daarnaast werd ze onder meer bekroond met de Bollingen Prize in 2003 en in 2010 ontving zij de ‘Lifetime Recognition Award’ van de Griffin Poetry Prize.
Door de redactiefilosoof van MUGzine Marie-Anne Hermans werd ik gewezen op een bijzonder gedicht van Adrienne Rich getiteld ‘What is possible’. Wil je het gedicht luisteren? Ga dan naar https://comraderadmila.com/tag/adrienne-rich/ of lees het hieronder.
.
What is possible
.
A clear night if the mind were clear
.
If the mind were simple, if the mind were bare
of all but the most classic necessities:
wooden spoon knife mirror
cup lamp chisel
a comb passing through hair beside a window
a sheet
thrown back by the sleeper
.
A clear night in which two planets
seem to clasp each other in which the earthly grasses
shift like silk in starlight
If the mind were clear
and if the mind were simple you could take this mind
this particular state and say
This is how I would live if I could choose:
that is what is possible
.
A clear night. But the mind
of the woman imagining all this the mind
that allows all this to be possible
is not clear as the night
is never simple cannot clasp
its truths as the transiting planets clasp each other
does not so easily
work free from remorse
does not so easily
manage the miracle
for which mind is famous
or used to be famous
does not at will become abstract and pure
.
this woman’s mind
.
does not even will that miracle
having a different mission
in the universe
.
If the mind were simple if the mind were bare
it might resemble a room a swept interior
but how could this now be possible
given the voices of the ghost-towns
their tiny and vast configurations
needing to be deciphered
the oracular night
with its densely working sounds
.
If it could ever come down to anything like
a comb passing through hair beside a window
.
no more than that
a sheet
thrown back by the sleeper
.
but the mind of the woman thinking this is wrapped in battle
is on another mission
a stalk of grass dried feathery weed rooted in snow
in frozen air stirring a fierce wand graphing
.
Her finger also tracing
pages of a book
knowing better than the poem she reads
knowing through the poem
through ice-feathered panes
the winter
flexing its talons
the hawk-wind
poised to kill
.















In de beperking toont zich de meester
30 mrt
Geplaatst door woutervanheiningen
Johann Wolfgang von Goethe
.
De waarde van lezen ligt voor mij vooral in het ontdekken van nieuwe werelden, inzichten en verhalen. En natuurlijk geldt dit ook voor het lezen van poëzie. De uitspraak ‘In de beperking toont zich de meester’ kende ik, maar dat deze uitspraak van de Duitse wetenschapper, toneelschrijver, romanschrijver, filosoof, dichter, natuuronderzoeker en staatsman Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) was wist ik dan weer niet.
Dat ik nu weet dat Goethe deze uitspraak deed komt door het gedicht ‘Natuur en Kunst’ of ‘Natur und Kunst’ in het Duits, dat ik las in de bloemlezing ‘Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren’ De Westeuropese poëzie in honderd gedichten uit 1996. Hierin zijn 100 bekende en/of beroemde gedichten opgenomen die gerekend kunnen worden tot de beste uit vijf West-Europese taalgebieden; het Duits, Engels, Frans, Italiaans en Spaans. Samensteller Peter Verstegen sloeg geen enkele beroemde dichter over in dit ruim 400 pagina’s tellende overzicht.
Dichters als Dante, Petrarca, Shakespeare, Keats, Baudelaire, Rimbaud, Goethe en Rilke, ze zijn allemaal vertegenwoordigd. De gedichten zijn opgenomen in de oorspronkelijke taal en in een vertaling en voorzien van commentaar door Peter Verstegen. Voor de volledigheid deel ik hier het gedicht ‘Natuur en Kunst’ in de vertaling en in het Duits.
.
Natur und Kunst
.
Natur und Kunst, sie scheinen sich zu fliehen,
Und haben sich, eh’ man es denkt, gefunden;
Der Widerwille ist auch mir verschwunden,
Und beide scheinen gleich mich anzuziehen.
.
Es gilt wohl nur ein redliches Bemühen!
Und wenn wir erst in abgemeßnen Stunden
Mit Geist und Fleiß uns an die Kunst gebunden,
Mag frei Natur im Herzen wieder glühen.
.
So ist’s mit aller Bildung auch beschaffen:
Vergebens werden ungebundne Geister
Nach der Vollendung reiner Höhe streben.
.
Wer Großes will, muß sich zusammen raffen;
In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister,
Und das Gesetz nur kann uns Freiheit geben.
.
Natuur en Kunst
.
Natuur en kunst lijken elkaar te mijden,
Maar eer je ’t weet komen zij tot elkaar;
Ook mijn afkerigheid is niet meer waar,
Ze lijken mij gelijkelijk te verleiden.
.
Slechts de intentie telt! Zolang wij maar
Eerst aan de kunst een aantal uren wijden
Met geest en ijver, is het geen bezwaar
Als de natuur het hart weer komt bevrijden.
.
Zo is het met cultuur van elke rang:
Vergeefs zullen door niets gebonden geesten
Naar vervolmaking van het hoogste streven.
.
Naar grootheid streven vergt veel zelfbedwang;
In de beperking pas toont zich de meester,
En wetten slechts kunnen ons vrijheid geven.
.
Andy Warhol
Dit delen:
Geplaatst in Dichtbundels, Duitse dichters, Favoriete dichters
1 reactie
Tags: 1996, Andy Warhol, Baudelaire, beste uit de taalgebieden, Bloemlezing, commentaar, Dante, de westeuropese poëzie in honderd gedichten, dichtbundel, dichter, Duits, Duits dichter, Engels, filosoof, Frans, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, Goethe, In de beperking toont zich de meester, inzichten, Italiaans, johann wolfgang von goethe, Keats, lezen, Natur und Kunst, Natuur en Kunst, Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren, natuuronderzoeker, oorspronkelijke taal, Peter Verstegen, Petrarca, poëzie, poëziebundel, Rilke, Rimbaud, romanschrijver, samenstelling, Shakespeare, Spaans, toneelschrijver, verhalen, Vertaling, vijf Europese taalgebieden, West-Europa, wetenschapper