Site-archief

Maart: Slauerhoff

Dichter van de maand

.

Vandaag heb ik een min of meer erotisch liefdesgedicht gekozen van Slauerhoff. Uit de bundel ‘Serenade’ uit 1930 het prachtige gedicht ‘Woorden in den nacht’ .

.

Woorden in den nacht

.

Voel je hoe ik naar je toe kom?

Je bent naakt in den nacht.

.

Wacht, ik doe eerst een doek om.

Nog niet, nog niet.

.

Liefkoos mij, zacht.

Zeg dat je mij mooi vindt

En alleen door te streelen

In ’t donker, mij ziet.

.

Zullen wij spelen,

Dat wie ’t eerst lacht,

Moet ondergaan

Wat de ander bedacht?

.

O, laat het doorgaan,

Totdat wij doodgaan.

Alles wat hierna komt

Is niets dan Dood, vermomd

In schijn van Leven.

.

Neem mij weer, wacht nog even.

.

woorden

 

De sneeuwpop

Harriet Laurey

.

Harriet Laurey (1924 – 2004) werd in Eindhoven geboren en is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor veelal jonge kinderen. Ze debuteerde als dichter  in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in ‘De Nieuwe Eeuw’. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley’, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Deze bundel kon het grote publiek zeer bekoren. In 1971 schreef een recensente van de Telegraaf dat zij de bundel ‘Oorbellen’ uit 1954  al vijftien jaar lang tot de beste Nederlandse liefdespoëzie rekende. In 1955 publiceerde zij nog eenmaal samen met haar echtgenoot een dichtbundel maar daarna schreef ze nog louter kinderboeken.

Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘De sneeuwpop’.

.

De sneeuwpop.

 

Ik ben de sneeuwpop op het Leidseplein.

In vlokken kwam ik naar hun wereld vallen,

ontelbaar. Maar zij maakten met z’n allen

de starre man, die ik opeens moet zijn.

.

Mijn ene arm korter dan de and’re,

mijn hoofd te groot, de stijve hoed te klein.

Ik voel wel, dat ik onbehouwen schijn.

Ik voel het, maar ik kan het niet verand’ren.

.

Hoewel zij inderhaast mijn beide ore

-alsof een pop wel zonder kan – vergaten,

hoor ik hun warme mensenstemmen praten.

.

En ’t sneeuwt zó los. Maar ik ben vastgevroren

en straks, met heel het plein alleen gelaten,

niet eens meer sneeuw, niet eens meer helder water..

,

sneeuwpop

 

De broer van Roos

Tim Hofman

.

In juni 2015 schreef ik over de, door Dennis Storm samengestelde, bundel ‘Achievers’ uit 2013 waarin hij namens uitgeverij Lebowski, een groot aantal talenten op het gebied van de Letteren mocht samen stellen.

Dat Dennis er kijk op had blijkt alleen al uit de namen op de voorkant van dit boekje. Stella Bergsma, Elfie Tromp, James Worthy en Özkan Akyol. Maar ook  Tim Hofman staat met 15 gedichten in de bundel. Toen dus al. Het heeft dus nog 4 jaar geduurd voor de bundel ‘Gedichten van de broer van Roos,  er kwam.

Destijds schreef ik over zijn gedichten: bijzondere poëzie, beetje rauw, humoristisch maar de moeite waard. Dat vinden inmiddels heel veel mensen. De laatste berichten zijn dat de bundel tweede staat in de bestseller top 60 en dat er inmiddels ruim 20.000 van zijn gedrukt wat voor een poëziebundel absurd veel is.

Volgens een interview met Tim in Trouw helpt zijn bekendheid en het feit dat hij op tv komt hierbij. Veel jongeren lopen weg met Tim Hofman en gezien de opkomst bij signeersessies, zoals afgelopen zaterdag bij Paagman in Den Haag kun je gerust stellen dat zijn lezers- en kooppubliek vooral tussen de 15 en 30 jaar zit.

Prima natuurlijk, elke vorm van aandacht voor poëzie is meegenomen. In Perdu, waar ik zaterdag was bij de bundelpresentatie van Antoinette Sisto, wist men mij te vertellen dat ze de bundel van Tim ook graag verkopen aan jong publiek dat poëzie wil leren kennen.

In het interview zegt Hofman over zijn thematiek:  “Ze gaan over liefde, dood, depressie, seksualiteit, liefde voor taal. Het is een golfslag van lichte, zware en technische stukken.”.

Ik heb de bundel gelezen en kan dit dit beamen. In zijn spielerei met taal komt hij tot grappige vondsten zoals het ‘gedicht’ ‘Egocentrie’ en humor komt in een gedichtje als ‘Bijzonder hypochonder’ naar voren. Veel rijm ook in de gedichten, eindrijm, binnenrijm, beginrijm, Tim houdt van rijm maar tegelijkertijd speelt hij met vormen en stijlen. In het gedicht ‘Net verhuisd’ bijvoorbeeld speelt hij op een slimme manier met de aangeboren neiging op volgzaam in bijvoorbeeld een rijmschema mee te gaan terwijl de uitspraak van woorden die nu juist teniet doen.

Een bundel kortom voor tussendoor, voor liefhebbers van bijvoorbeeld het werk van Levi Weemoedt, of zelfs Toon Hermans, maar ook voor beginners in de poëzie, voor fans van Tim en voor jongeren door de gekozen thema’s. Ik begrijp die verkoopcijfers wel.

.

Egocentrie

j     i     j

i     k    i

j     i     j

.

Bijzonder hypochonder

.

huisarts

afgebeld

.

heb

me ziek

gemeld

.

Net verhuisd

.

’t is te veel wat je wilt, heel veel tegelijk

maar een beetje beleven lukt wel degelijk

.

Je voelt het, dat rauwe, de rand van de stad

de zon zacht verbranden vanachter een flat

.

het belicht nog voorzichtig terloops taferelen

treft mensen hun blikken en leest perikelen

.

hoe de gracht op de nacht wacht, jij op de tram

verdwaald als je bent, daar in dat Amsterdam

.

broer-van-roos

Geen dag zonder liefde

Ed. Hoornik

.

De winter vind ik een uitgesproken jaargetijde voor liefdesgedichten met een randje. Dat kan een randje nostalgie zijn, een donker randje, spijt, verdriet, zolang het maar geen vrolijk en opgetogen liefdegedicht is. In de onvolprezen bundel ‘Geen dag zonder liefde’ Honderd jaar Nederlandse liefdespoëzie uit noord en zuid, uit 1994, staat een mooi voorbeeld van zo’n gedicht van dichter Ed. Hoornik (1910-1970) met als veelzeggende titel ‘Eenzaamheid’. Dit gedicht verscheen eerder in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1972.

.

Eenzaamheid

.

We ruilden plechtig de ringen;

ik hoorde mij trouw beloven.

Gij waart mij reeds vreemdelinge,

toen we langzaam de kerk uitschoven.

.

Al geloofde ik het soms even,

als ik in uw armen verstilde,

nooit werd mee uitgedreven

de eenzaamheid, die ik niet wilde.

.

Tweelingen schiepen mijn dromen,

eender als druppelen water.

Geen zal de avond doorkomen:

elk is alleen, vroeger, later…

.

gdzl

Een wonder

Herman Brusselmans

.

Hoewel ik Herman Brusselmans als schrijver niet echt ‘ken’ (ik vind de absurditeit in zijn boeken vaak net even té) was het helemaal een verassing voor me toen ik het boek ‘Meisjes hebben grotere borsten dan jongens’ uit 1997 tegen kwam. In dit boek staan gedichten voor lezers vanaf een jaar of tien.

De gedichten, waarvan sommige op rijm, zijn grappig, hilarisch, baldadig, grof, gevoelig en geschreven in de zo bekende Brusselmans-stijl die zijn lezers zeer zal aanspreken. Aan de orde zijn liefde, geweld, racisme, seks, God en stoute kinderen. Teksten waar je hardop om moet lachen – maar tussen de regels lees je ook de tranen.

Omdat de Poëzieweek 2017 (vanaf 26 januari) als thema ‘humor’ heeft wilde ik een gedicht uit deze bundel hier delen. Toegegeven het is een speciaal soort humor en ondanks het wrange onderwerp  kan ik er wel om grinniken.

.

Een wonder

.

24 december:

Mama is aan de drank

Papa is aan de drugs

De kinderen krijgen slaag

De hond is dood

.

25 december:

Mama is aan de drank

Papa is aan de drugs

De kinderen krijgen slaag

De hond kwispelt nog één keer

.

meisjes

Neeltje Maria Min

Wak

.

Neeltje Maria Min (1944) haar eerste gedichten werden gepubliceerd onder het pseudoniem Sophie Perk, verwijzend naar Jacques Perk in 1964 in het Nederlands cultureel en literair tijdschrift De Gids, twee jaar later gevolgd door enkele gedichten in het literair tijdschrift Maatstaf. Haar eerste bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’, uit 1966 was met een oplage van 7000 exemplaren meteen een groot succes. Haar gedichten daarin gaan over liefde en dood en over de verhouding tussen ouder en kind.

Haar vijfde en vooralsnog laatste bundel verscheen in 1995 en was getiteld ‘Kindsbeen’. Uit deze bundel, die in 1996 de publieksprijs won komt het titelloze gedicht waarbij ik meteen een beeld had. Een beeld dat je tegenwoordig steeds minder vaak te zien krijgt namelijk een wak in het ijs met in dat wak een obstakel dat door het ijs gevangen is.

.

Een toegetakeld wak,

een hinderlaag van ijs.

Het tabernakel geeft

niet prijs wat het heeft ingelijfd.

.

Waar roestig ijzer schrijft,

waar tekening begint

van lijn en hapering,

houdt wind de adem in en snijdt.

.

Hier is het wachten op:

Het einde van de tijd,

een kilte die ontdooit,

de dag waarop hij vleugels krijgt.

.

kindsbeen

SONY DSC

SONY DSC

Weet je

Liefdesgedicht

.

Hans Andreus gaf in 1973 de bundel ‘Om de mond van het licht’ uit met als ondertitel ‘een kleine case history’. Deze bundel is verbonden met wat hem al in zijn vroegste werk bezighield; het licht. Zintuiglijke waarneming samengaand met een soms bijna mystieke aandacht en extase was toen zijn manier van benadering. In deze bundel staat het terug verlangen naar het licht meer nog in het middelpunt van de poëzie.

Ook in dit liefdesgedicht met een lichte erotische toets komt dat naar voren.

.

Weet je,

je was altijd fenomenaal

in ons horizontaal

buikdansen:

.

hoe stil op het laatst

je trance

van lichaam samen met

dat gelokene

.

in je gezicht:

ogen niets ziende,

oren niets horende,

.

totaal verloren de

tijd, de

gebrokene.

.

om-de-mond

Co. 7

Liefdesgedicht van Eriek Verpale

.

Omdat het alweer even geleden is vandaag een liefdesgedicht. Uit de bundel ‘Op de trappen van Algiers’ uit 1980 van de Vlaamse dichter Eriek Verpale (1952 – 2015) het gedicht ‘Co. 7’.

.

Co. 7

.

Geen foto wil ik van je dragen, geen brieven –

zelfs geen zakdoek die ooit jouw lippen vond:

niets daarvan wil ik bewaren, laat staan

in een verouderd vers als dit verdoken

tot het mijne maken.

.

Maar het dunne stof, geschud

uit diepe mantelzakken, oud

speelgoed dat eens op je kamer stond,

of de beduimelde bril

– ik bewonder de dikke glazen –

.

alleen dàt wil ik van je sparen.

.

Wat een ander niet krijgen wil

zal ik van je hebben:

.

het hoogste bod zal de wereld

niet eens verbazen.

.

love

Als stilte taal geworden is

Toon Hermans

.

Een van de grote voordelen van het schrijven over poëzie op een blog is dat je volledige vrijheid hebt over de inhoud. Niemand die je vertelt waarover je wel of niet kan schrijven. Zo vind je hier op dit blog berichten over de Russische symbolisten naast gedichten op cupcakes en sonnetten van Shakespeare naast versjes van Toon Hermans.

Poëzie biedt zo’n rijk landschap aan mogelijkheden en ik voel op generlei wijze een beperking om daarover te schrijven. Voor elk wat wils zeg maar. Daarom vandaag Toon Hermans. Misschien in de ogen van sommigen niet meer dan iemand die wel aardig versjes kon maken en inde ogen van anderen weer een geniaal cabaretier, conferencier en taalkunstenaar.

In het boekje ‘Van de liefde wil ik zingen’ zijn de mooiste liefdesteksten van Toon Hermans bijeengebracht. Liedjes, versjes en korte teksten over de liefde. Uit dit bundeltje heb ik twee teksten gehaald die ik met jullie wil delen.

.

Ik dicht bij jou

een vers

nee, nee,

gewoon:

ik dicht bij jou

.

Liefde

.

Ik kon niet zeggen wat ik voelde

ik heb het ook niet uitgelegd

maar tóch wist jij wat ik bedoelde

de stilte had het al gezegd

als ik je kuste of je griefde

in blijheid of in droefenis

de liefde is pas échte liefde

als stilte taal geworden is

.

TH

Wat blijft komt nooit terug

J. Eijkelboom

.

De in Dordrecht geboren dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) debuteerde op 53 jarige leeftijd in 1979 met de bundel ‘Wat blijft komt nooit terug’. Deze bundel sloeg destijds in als een bom; de bundel toont zijn gevecht met de alcohol en zijn zoektocht naar zijn verloren jeugd en liefde. De bundel is ook wat vreemd opgebouwd. Het bestaat uit drie hoofdstukken van ongelijke grootte. Deel 1, zonder titel, bestaat uit zijn gedichten 48 pagina’s lang, daarna een hoofdstuk met als titel Zwarte sonnetten (5 gedichten) en als slotstuk Zes vertalingen naar Emily Dickinson met 6 gedichten met Engelse titel en Nederlandse vertalingen.

Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter.

Ik heb gekozen voor een gedicht uit het eerste hoofdstuk. De titel is ‘Moeilijk moment’.

.

Moeilijk moment

.

Net als ik op ’t café-toilet

in de verschoten spiegel kijk

barst er een bloedrivier

mijn oogbal binnen.

Ook wordt het ademen beperkt:

de refusal is nog aan ’t werk.

.

Toch weet ik in mijn ademnood

dat het maar even duurt,

dan kan het weer beginnen,

de zoete levensdood.

.

De stortbak heet Silentium.

Grijs bovenlicht zakt om mij heen.

Een vrede buiten kijf

vult mij, die net niet stierf,

van top tot teen.

.

J. Eijkelboom2

Foto: Victor van Breukelen

J. Eijkelboom