Site-archief

Haat gedicht

Julie Sheehan

.

Heel veel gedichten gaan over de liefde, over mooie momenten, herinneringen en fraaie zaken maar over haat gaan gedichten maar zelden. De Amerikaanse dichter Julie Sheehan schreef in haar bundel ‘Orient point’ uit 2006 een prachtig Haat gedicht getiteld ‘Hate poem’.

Op haar website http://juliesheehan.com/about/hate-poem/ schrijft ze over dit gedicht: This is not the story behind the hate—there is no story behind the hate, or if there is, I’m not telling. Instead, I have an observation, one that has probably occurred to many: hate and love can be described in the same, outlandish, hyperbolic and indistinguishable terms, probably because hate and love require the same degree of passionate intensity. Don’t say Yeats didn’t warn us, but it may be that hate and love are the same thing. Surely both are equally capable of mass destruction.

Kortom, als je de woorden ‘hate’ veranderd in ‘love’ dan heb je ineens een gedicht vol passie over liefde. Gaat het toch weer over de liefde.

.

Hate poem

.

I hate you truly. Truly I do.
Everything about me hates everything about you.
The flick of my wrist hates you.
The way I hold my pencil hates you.
The sound made by my tiniest bones were they trapped in the jaws of a moray eel hates you.
Each corpuscle singing in its capillary hates you.
Look out! Fore! I hate you.
The little blue-green speck of sock lint I’m trying to dig from under my third toenail, left foot, hates you.
The history of this keychain hates you.
My sigh in the background as you pick out the cashews hates you.
The goldfish of my genius hates you.
My aorta hates you. Also my ancestors.
A closed window is both a closed window and an obvious symbol of how I hate you.
My voice curt as a hairshirt: hate.
My hesitation when you invite me for a drive: hate.
My pleasant “good morning”: hate.
You know how when I’m sleepy I nuzzle my head under your arm? Hate.
The whites of my target-eyes articulate hate. My wit practices it.
My breasts relaxing in their holster from morning to night hate you.
Layers of hate, a parfait.
Hours after our latest row, brandishing the sharp glee of hate,
I dissect you cell by cell, so that I might hate each one individually and at leisure.
My lungs, duplicitous twins, expand with the utter validity of my hate, which can never have enough of you,
Breathlessly, like two idealists in a broken submarine.
.
.
                                                                                                                                                                                                                          Foto: Kelly Ann Smith

Brief aan wie niet bestaat

Peter WJ Brouwer

.

Peter ken ik al een paar jaar, vooral van optredens en voordrachten bij het poëziepodium Ongehoord! Bij zijn laatste voordracht bij Ongehoord! kocht ik zijn laatst verschenen poëziebundel ‘Brief aan wie niet bestaat’ uit 2016. In de opdracht wenst Peter mij veel leesplezier. Ik kan jullie melden, dat is prima gelukt.

De gedichten gaan over liefde, jeugd en verwachting en spelen zich, zoals de voorflap meldt, inderdaad af op verschillende plekken (paardenrace, vliegtuig, op volle zee). En ook; “In brief aan wie niet bestaat’ wordt het ongrijpbare tastbaar. Daar moest ik aan denken toen ik het gedicht op pagina 39 getiteld ‘Geen letter’. Daarom hier dit gedicht.

.

Geen letter

.

Jezelf horen terugkomen en

hoe de grendel uit het slot valt

.

bedenken hoe je de kaars

aanblaast – een flauwe truc, zeg je

.

maar het is poëzie zegt zij

en dat is waar

.

dan de trap omhoog

en dat het best weer volstroomt

met kleine stemmen

.

op Vaderdag en Moederdag

en dat je geen krimp geeft, geen sjoege

geen letter

.

Vliegtocht

Anthonie Donker

.

Na de Dichters omnibus, derde bloemlezing, vandaag de vierde bloemlezing die ik kreeg toegestuurd van Corry Nieman. Het vierde deel uit 1958 bevat gedichten van vele bekende dichters en een enkele voor mij wat minder bekende dichter. Daar zal ik later ongetwijfeld nog een keer over schrijven in de rubriek (bijna) vergeten dichters. Vandaag koos ik echter voor een dichter die misschien niet meer zo bekend is maar die velen zeker van naam nog zullen kennen; Anthonie Donker.

Anthonie Donker, pseudoniem van Nicolaas Anthony Donkersloot (1902 – 1965) studeerde in Leiden en Utrecht Nederlands en promoveerde in 1929 op het proefschrift ‘De episode van de vernieuwing onzer poëzie [1880-1894]’. Hij was enige jaren leraar en vanaf 1936 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam  in de Nederlandse letterkunde, vanaf 1956 in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap.

Hij was tijdens WO II  betrokken bij het verzet tegen de bezetters, werd gearresteerd en ontslagen als hoogleraar. Van 1945 tot 1949 was parlementslid voor de Partij van de Arbeid en in 1950 medeoprichter van de vredesbeweging De derde weg.

In zijn gedichten streeft Donker naar verinnerlijking, een mediteren over dood, leven en liefde. Behalve dichter was hij vertaler van o.a. Goethe. Uit de vierde bloemlezing van de Dichters omnibus komt zijn gedicht ‘Vliegtocht’.

.

Vliegtocht

.

Het v liegtuig hangt tegen het avondrood.

Het leven wordt verdubbeld met den dood.

Het krijgt een onbenoembre voorwaarde,

een smaak van voortbestaan buiten de aarde,

met open ogen ziende in het Niets –

Maar bijna zonder dat men het begeert

wordt het oneindige reeds afgeweerd,

maakt men in rechte lijn weer rechtsomkeert

en is aldoor domweg op weg naar iets

waar kalm de breuk in den tijd wordt hersteld

en men bij het vanouds wordt ingeteld.

.

Maart: Slauerhoff

Dichter van de maand

.

Vandaag heb ik een min of meer erotisch liefdesgedicht gekozen van Slauerhoff. Uit de bundel ‘Serenade’ uit 1930 het prachtige gedicht ‘Woorden in den nacht’ .

.

Woorden in den nacht

.

Voel je hoe ik naar je toe kom?

Je bent naakt in den nacht.

.

Wacht, ik doe eerst een doek om.

Nog niet, nog niet.

.

Liefkoos mij, zacht.

Zeg dat je mij mooi vindt

En alleen door te streelen

In ’t donker, mij ziet.

.

Zullen wij spelen,

Dat wie ’t eerst lacht,

Moet ondergaan

Wat de ander bedacht?

.

O, laat het doorgaan,

Totdat wij doodgaan.

Alles wat hierna komt

Is niets dan Dood, vermomd

In schijn van Leven.

.

Neem mij weer, wacht nog even.

.

woorden

 

De sneeuwpop

Harriet Laurey

.

Harriet Laurey (1924 – 2004) werd in Eindhoven geboren en is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor veelal jonge kinderen. Ze debuteerde als dichter  in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in ‘De Nieuwe Eeuw’. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley’, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Deze bundel kon het grote publiek zeer bekoren. In 1971 schreef een recensente van de Telegraaf dat zij de bundel ‘Oorbellen’ uit 1954  al vijftien jaar lang tot de beste Nederlandse liefdespoëzie rekende. In 1955 publiceerde zij nog eenmaal samen met haar echtgenoot een dichtbundel maar daarna schreef ze nog louter kinderboeken.

Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘De sneeuwpop’.

.

De sneeuwpop.

 

Ik ben de sneeuwpop op het Leidseplein.

In vlokken kwam ik naar hun wereld vallen,

ontelbaar. Maar zij maakten met z’n allen

de starre man, die ik opeens moet zijn.

.

Mijn ene arm korter dan de and’re,

mijn hoofd te groot, de stijve hoed te klein.

Ik voel wel, dat ik onbehouwen schijn.

Ik voel het, maar ik kan het niet verand’ren.

.

Hoewel zij inderhaast mijn beide ore

-alsof een pop wel zonder kan – vergaten,

hoor ik hun warme mensenstemmen praten.

.

En ’t sneeuwt zó los. Maar ik ben vastgevroren

en straks, met heel het plein alleen gelaten,

niet eens meer sneeuw, niet eens meer helder water..

,

sneeuwpop

 

De broer van Roos

Tim Hofman

.

In juni 2015 schreef ik over de, door Dennis Storm samengestelde, bundel ‘Achievers’ uit 2013 waarin hij namens uitgeverij Lebowski, een groot aantal talenten op het gebied van de Letteren mocht samen stellen.

Dat Dennis er kijk op had blijkt alleen al uit de namen op de voorkant van dit boekje. Stella Bergsma, Elfie Tromp, James Worthy en Özkan Akyol. Maar ook  Tim Hofman staat met 15 gedichten in de bundel. Toen dus al. Het heeft dus nog 4 jaar geduurd voor de bundel ‘Gedichten van de broer van Roos,  er kwam.

Destijds schreef ik over zijn gedichten: bijzondere poëzie, beetje rauw, humoristisch maar de moeite waard. Dat vinden inmiddels heel veel mensen. De laatste berichten zijn dat de bundel tweede staat in de bestseller top 60 en dat er inmiddels ruim 20.000 van zijn gedrukt wat voor een poëziebundel absurd veel is.

Volgens een interview met Tim in Trouw helpt zijn bekendheid en het feit dat hij op tv komt hierbij. Veel jongeren lopen weg met Tim Hofman en gezien de opkomst bij signeersessies, zoals afgelopen zaterdag bij Paagman in Den Haag kun je gerust stellen dat zijn lezers- en kooppubliek vooral tussen de 15 en 30 jaar zit.

Prima natuurlijk, elke vorm van aandacht voor poëzie is meegenomen. In Perdu, waar ik zaterdag was bij de bundelpresentatie van Antoinette Sisto, wist men mij te vertellen dat ze de bundel van Tim ook graag verkopen aan jong publiek dat poëzie wil leren kennen.

In het interview zegt Hofman over zijn thematiek:  “Ze gaan over liefde, dood, depressie, seksualiteit, liefde voor taal. Het is een golfslag van lichte, zware en technische stukken.”.

Ik heb de bundel gelezen en kan dit dit beamen. In zijn spielerei met taal komt hij tot grappige vondsten zoals het ‘gedicht’ ‘Egocentrie’ en humor komt in een gedichtje als ‘Bijzonder hypochonder’ naar voren. Veel rijm ook in de gedichten, eindrijm, binnenrijm, beginrijm, Tim houdt van rijm maar tegelijkertijd speelt hij met vormen en stijlen. In het gedicht ‘Net verhuisd’ bijvoorbeeld speelt hij op een slimme manier met de aangeboren neiging op volgzaam in bijvoorbeeld een rijmschema mee te gaan terwijl de uitspraak van woorden die nu juist teniet doen.

Een bundel kortom voor tussendoor, voor liefhebbers van bijvoorbeeld het werk van Levi Weemoedt, of zelfs Toon Hermans, maar ook voor beginners in de poëzie, voor fans van Tim en voor jongeren door de gekozen thema’s. Ik begrijp die verkoopcijfers wel.

.

Egocentrie

j     i     j

i     k    i

j     i     j

.

Bijzonder hypochonder

.

huisarts

afgebeld

.

heb

me ziek

gemeld

.

Net verhuisd

.

’t is te veel wat je wilt, heel veel tegelijk

maar een beetje beleven lukt wel degelijk

.

Je voelt het, dat rauwe, de rand van de stad

de zon zacht verbranden vanachter een flat

.

het belicht nog voorzichtig terloops taferelen

treft mensen hun blikken en leest perikelen

.

hoe de gracht op de nacht wacht, jij op de tram

verdwaald als je bent, daar in dat Amsterdam

.

broer-van-roos

Geen dag zonder liefde

Ed. Hoornik

.

De winter vind ik een uitgesproken jaargetijde voor liefdesgedichten met een randje. Dat kan een randje nostalgie zijn, een donker randje, spijt, verdriet, zolang het maar geen vrolijk en opgetogen liefdegedicht is. In de onvolprezen bundel ‘Geen dag zonder liefde’ Honderd jaar Nederlandse liefdespoëzie uit noord en zuid, uit 1994, staat een mooi voorbeeld van zo’n gedicht van dichter Ed. Hoornik (1910-1970) met als veelzeggende titel ‘Eenzaamheid’. Dit gedicht verscheen eerder in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1972.

.

Eenzaamheid

.

We ruilden plechtig de ringen;

ik hoorde mij trouw beloven.

Gij waart mij reeds vreemdelinge,

toen we langzaam de kerk uitschoven.

.

Al geloofde ik het soms even,

als ik in uw armen verstilde,

nooit werd mee uitgedreven

de eenzaamheid, die ik niet wilde.

.

Tweelingen schiepen mijn dromen,

eender als druppelen water.

Geen zal de avond doorkomen:

elk is alleen, vroeger, later…

.

gdzl

Een wonder

Herman Brusselmans

.

Hoewel ik Herman Brusselmans als schrijver niet echt ‘ken’ (ik vind de absurditeit in zijn boeken vaak net even té) was het helemaal een verassing voor me toen ik het boek ‘Meisjes hebben grotere borsten dan jongens’ uit 1997 tegen kwam. In dit boek staan gedichten voor lezers vanaf een jaar of tien.

De gedichten, waarvan sommige op rijm, zijn grappig, hilarisch, baldadig, grof, gevoelig en geschreven in de zo bekende Brusselmans-stijl die zijn lezers zeer zal aanspreken. Aan de orde zijn liefde, geweld, racisme, seks, God en stoute kinderen. Teksten waar je hardop om moet lachen – maar tussen de regels lees je ook de tranen.

Omdat de Poëzieweek 2017 (vanaf 26 januari) als thema ‘humor’ heeft wilde ik een gedicht uit deze bundel hier delen. Toegegeven het is een speciaal soort humor en ondanks het wrange onderwerp  kan ik er wel om grinniken.

.

Een wonder

.

24 december:

Mama is aan de drank

Papa is aan de drugs

De kinderen krijgen slaag

De hond is dood

.

25 december:

Mama is aan de drank

Papa is aan de drugs

De kinderen krijgen slaag

De hond kwispelt nog één keer

.

meisjes

Neeltje Maria Min

Wak

.

Neeltje Maria Min (1944) haar eerste gedichten werden gepubliceerd onder het pseudoniem Sophie Perk, verwijzend naar Jacques Perk in 1964 in het Nederlands cultureel en literair tijdschrift De Gids, twee jaar later gevolgd door enkele gedichten in het literair tijdschrift Maatstaf. Haar eerste bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’, uit 1966 was met een oplage van 7000 exemplaren meteen een groot succes. Haar gedichten daarin gaan over liefde en dood en over de verhouding tussen ouder en kind.

Haar vijfde en vooralsnog laatste bundel verscheen in 1995 en was getiteld ‘Kindsbeen’. Uit deze bundel, die in 1996 de publieksprijs won komt het titelloze gedicht waarbij ik meteen een beeld had. Een beeld dat je tegenwoordig steeds minder vaak te zien krijgt namelijk een wak in het ijs met in dat wak een obstakel dat door het ijs gevangen is.

.

Een toegetakeld wak,

een hinderlaag van ijs.

Het tabernakel geeft

niet prijs wat het heeft ingelijfd.

.

Waar roestig ijzer schrijft,

waar tekening begint

van lijn en hapering,

houdt wind de adem in en snijdt.

.

Hier is het wachten op:

Het einde van de tijd,

een kilte die ontdooit,

de dag waarop hij vleugels krijgt.

.

kindsbeen

SONY DSC

SONY DSC

Weet je

Liefdesgedicht

.

Hans Andreus gaf in 1973 de bundel ‘Om de mond van het licht’ uit met als ondertitel ‘een kleine case history’. Deze bundel is verbonden met wat hem al in zijn vroegste werk bezighield; het licht. Zintuiglijke waarneming samengaand met een soms bijna mystieke aandacht en extase was toen zijn manier van benadering. In deze bundel staat het terug verlangen naar het licht meer nog in het middelpunt van de poëzie.

Ook in dit liefdesgedicht met een lichte erotische toets komt dat naar voren.

.

Weet je,

je was altijd fenomenaal

in ons horizontaal

buikdansen:

.

hoe stil op het laatst

je trance

van lichaam samen met

dat gelokene

.

in je gezicht:

ogen niets ziende,

oren niets horende,

.

totaal verloren de

tijd, de

gebrokene.

.

om-de-mond