Site-archief

Co. 7

Liefdesgedicht van Eriek Verpale

.

Omdat het alweer even geleden is vandaag een liefdesgedicht. Uit de bundel ‘Op de trappen van Algiers’ uit 1980 van de Vlaamse dichter Eriek Verpale (1952 – 2015) het gedicht ‘Co. 7’.

.

Co. 7

.

Geen foto wil ik van je dragen, geen brieven –

zelfs geen zakdoek die ooit jouw lippen vond:

niets daarvan wil ik bewaren, laat staan

in een verouderd vers als dit verdoken

tot het mijne maken.

.

Maar het dunne stof, geschud

uit diepe mantelzakken, oud

speelgoed dat eens op je kamer stond,

of de beduimelde bril

– ik bewonder de dikke glazen –

.

alleen dàt wil ik van je sparen.

.

Wat een ander niet krijgen wil

zal ik van je hebben:

.

het hoogste bod zal de wereld

niet eens verbazen.

.

love

Als stilte taal geworden is

Toon Hermans

.

Een van de grote voordelen van het schrijven over poëzie op een blog is dat je volledige vrijheid hebt over de inhoud. Niemand die je vertelt waarover je wel of niet kan schrijven. Zo vind je hier op dit blog berichten over de Russische symbolisten naast gedichten op cupcakes en sonnetten van Shakespeare naast versjes van Toon Hermans.

Poëzie biedt zo’n rijk landschap aan mogelijkheden en ik voel op generlei wijze een beperking om daarover te schrijven. Voor elk wat wils zeg maar. Daarom vandaag Toon Hermans. Misschien in de ogen van sommigen niet meer dan iemand die wel aardig versjes kon maken en inde ogen van anderen weer een geniaal cabaretier, conferencier en taalkunstenaar.

In het boekje ‘Van de liefde wil ik zingen’ zijn de mooiste liefdesteksten van Toon Hermans bijeengebracht. Liedjes, versjes en korte teksten over de liefde. Uit dit bundeltje heb ik twee teksten gehaald die ik met jullie wil delen.

.

Ik dicht bij jou

een vers

nee, nee,

gewoon:

ik dicht bij jou

.

Liefde

.

Ik kon niet zeggen wat ik voelde

ik heb het ook niet uitgelegd

maar tóch wist jij wat ik bedoelde

de stilte had het al gezegd

als ik je kuste of je griefde

in blijheid of in droefenis

de liefde is pas échte liefde

als stilte taal geworden is

.

TH

Wat blijft komt nooit terug

J. Eijkelboom

.

De in Dordrecht geboren dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) debuteerde op 53 jarige leeftijd in 1979 met de bundel ‘Wat blijft komt nooit terug’. Deze bundel sloeg destijds in als een bom; de bundel toont zijn gevecht met de alcohol en zijn zoektocht naar zijn verloren jeugd en liefde. De bundel is ook wat vreemd opgebouwd. Het bestaat uit drie hoofdstukken van ongelijke grootte. Deel 1, zonder titel, bestaat uit zijn gedichten 48 pagina’s lang, daarna een hoofdstuk met als titel Zwarte sonnetten (5 gedichten) en als slotstuk Zes vertalingen naar Emily Dickinson met 6 gedichten met Engelse titel en Nederlandse vertalingen.

Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter.

Ik heb gekozen voor een gedicht uit het eerste hoofdstuk. De titel is ‘Moeilijk moment’.

.

Moeilijk moment

.

Net als ik op ’t café-toilet

in de verschoten spiegel kijk

barst er een bloedrivier

mijn oogbal binnen.

Ook wordt het ademen beperkt:

de refusal is nog aan ’t werk.

.

Toch weet ik in mijn ademnood

dat het maar even duurt,

dan kan het weer beginnen,

de zoete levensdood.

.

De stortbak heet Silentium.

Grijs bovenlicht zakt om mij heen.

Een vrede buiten kijf

vult mij, die net niet stierf,

van top tot teen.

.

J. Eijkelboom2

Foto: Victor van Breukelen

J. Eijkelboom

Ondertussen

Lieke Marsman

.

Lieke Marsman (1990) becommentarieerde en vertaalde middels een blog het werk van generatiegenoten op Tirade.nu. In 2010 verscheen haar debuut ‘Wat ik mezelf graag voorhoud’ dat een jaar later  de Liegend Konijn Debuutprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de C. Buddingh’ prijs won. Van het boek werden dan ook meer dan 3.000 exemplaren verkocht. Vanaf januari 2013 maakt Marsman deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Tirade. Haar tweede bundel ‘De eerste letter’ verscheen in januari 2014 en gaat vooral over alle mogelijke angsten die de mens kunnen bedreigen. In een gevecht tussen besluiteloosheid en karaktervastheid schrijft ze over liefde, verlies, bang zijn, en vooral over verder willen.

Lieke Marsman heeft een eigen website http://www.liekemarsman.nl/ waar vooral de pagina met door haar vertaalde gedichten zeer de moeite waard is. Uit haar debuutbundel uit 2010 het gedicht ‘Ondertussen’.

.

Ondertussen

.

Ik ga zitten bij een groot raam, ik ga kijken

hoe de rode straatstenen donker worden. eerst

door regen en nog eerder door de wolk

die daaraan vooraf over kwam drijven.

.

Dan zit ik er al een tijdje. Dan

begin ik de muren te ruiken. Aan de uiteindes

van mijn hoofd staat een hotel: mensen lopen in

en uit. Met hun voeten bewegen ze de haren

van het tapijt de donkere kant op, daar

durf ik niet goed iets van te zeggen.

.

Maar iedere dag was ik voor hen mijn beddengoed.

.

En ik kan kijken naar de lucht

alsof iemand erboven met een lepeltje

zijn ei kapot staat te tikken. In wit licht

struift de regen naar beneden. Hier

is het voor altijd droog.

.

Dan kan ik denken:

er komen nog zoveel dagen waarop we

warme broodjes kunnen maken, vandaag

ga ik in de barstjes van het raam groot

en donker als straten worden.

.

Lieke.Marsman

 

Wat_ik_mijzelf_g_4c3ae802eb78b

Herman de Coninck poëzie

Poëzie

.

Vandaag een van de vele gedichten die Herman de Coninck schreef over poëzie, of waar de poëzie een rol in speelt. In dit geval over de liefde en de noodzaak van poëzie daarbij,  in een gedicht uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975.

.

Poëzie

.

Als je je nukkig ingraaft onder de dekens,

wil je eigenlijk zeggen: kom bij me liggen.

.

Als je de deur achter je dichtslaat en wegrent,

wil je eigenlijk zeggen: kom me toch achterna.

.

En als je zegt: ‘ik hou van je’

bedoel je: ‘ hou je van mij?’

.

Zie je nou wel dat poëzie nodig is,

want als ik ‘ja’ zou zeggen,

zou dat niks betekenen.

.

De-Coninck-9

De dichter moet stem worden

Een Magistrale Stralende Zon

.

Poëzie komt in vele vormen en dichters komen in verscheidenheid. De een schrijft in eenzaamheid aan verzen, de ander kwakt iets in alle spontaniteit op papier en kan niet wachten om het aan anderen te laten horen. Voor de een is het publiceren van een eigen bundel het hoogst haalbare, voor de ander telt slechts de performance. Dichters die hun poëzie bijna fluisterend voordragen vanaf het papier versus slamdichters en spoken word dichters.

Het is geen wedstrijd. Voor ieder soort dichter is er ruimte binnen de poëzie. Sommige dichters zijn gezegend met een prachtige pen en voelen zich als een vis in het water voor roerige menigten. Anderen kiezen bewust voor het een of het ander. En dan is er een hele grote groep die beide ambieert.

Voor die laatste groep stond er in het Volkskrantkatern Sir Edmund van 19 september een goed artikel van Aisha Zeijpveld. In dit artikel worden wenken en tips gegeven voor de dichter die graag wil voordragen maar hier of moeite mee heeft of niet precies weet hoe dit te doen.

Wat maakt een gedicht geschikt om voor te dragen? Niet alle gedichten zijn podiummateriaal. Gedichten die iets geestigs of iets aangrijpends hebben doen het vaak goed voor publiek. Maar wees voorzichtig met het opzoeken van de lach, voor je het weet begeef je je op het terrein van de cabaretier en wordt je als dichter niet serieus meer genomen. Een uitzondering hierop zijn de light verse dichters wat mij betreft.

Kies gedichten die een zekere muzikaliteit hebben en herkenbare thema’s (verlangen, liefde, dood) en zorg ervoor dat de gedichten niet te complex zijn. Abstracte, experimentele of hermetische poëzie leent zich nu eenmaal niet goed voor een podium.

Een ander punt is de combinatie publiek en locatie. In een kleine intieme setting kun je je wat subtielere en complexe gedichten veroorloven (ook wat langere) maar sta je in een rumoerige zaal waar je moet concurreren met groepen pratende mensen of een koffiemachine kies dan voor meer verstaanbare, stevigere en luidere teksten.

Maar kijk ook inhoudelijk naar de gedichten die je voordraagt. Passen deze bij het publiek dat je verwacht? En natuurlijk ben je als dichter zelf een belangrijke factor van het welslagen van je voordracht. Hoe sta je voor een publiek? Ken je je gedichten uit het hoofd en kun je tijdens de voordracht het publiek goed aankijken of lees je alles voor van papier, slecht articulerend, te snel en murmelend?

Als je hierover van te voren goed nadenkt kan dat je voordracht in positieve zin beïnvloeden.Of zoals in het artikel staat “de dichter moet helemaal opgaan in de poëzie en moet eigenlijk alleen nog maar stem worden”.

Als je als dichter erin slaagt je gedichten die toon, muzikaliteit, sfeer en schwung mee te geven dat ze gaan zingen dan kan het gebeuren dat de vonk overspringt en er die magische sfeer ontstaat waar je op hoopt. Dat zijn voor de dichter en het publiek de bevredigendste optredens, waarin iedereen één wordt met het gedicht.

Natuurlijk sluit ik dit stuk af met een gedicht, van een dichter die niet alleen de pen maar vooral ook het podium beheerste. Johnny van Doorn. Uit: ‘De tijdgeest’ van Johan van der Keuken het gedicht ‘Een magistrale Stralende Zon’.

.

johnny1-1

.

Invasie

Anna Enquist

.

In de week van de liefdesgedichten vandaag een gedicht van Anna Enquist. Anna Enquist beschrijft in dit gedicht de liefde en de rouw, de pijn en hoe liefde grenzen overwint, ook die van de dood. Uit de bundel ‘Soldatenliederen’ uit 1991 het gedicht ‘Invasie’.

.

Invasie

.

Op de kale helling, wind in mijn haar,

staan wij en je kijkt. Uit alle macht

kijk jij naar mij, beeld van liefde.

.

En ik, ik kruip door je betraande ogen

binnen, glijd langs zenuwbanen, huppel

over myelineknopen; synapsen

ruisen, RNA dwingt eiwitten

zich te groeperen naar mijn beeld:

.

Ik sta gekerfd, gebeiteld in je hersens

tot je sterft, totdat je sterft.

.

helling

Kom terug

Week van de liefdesgedichten

.

Van Toon Tellegen, waarover ik pas nog schreef,  wil ik in deze week van de liefdesgedichten ook een prachtig liefdesgedichtje plaatsen. De titel is ‘Kom terug’ en het verscheen in de bundel ‘Er ligt een appel op een schaal’ uit 1999.

.

Kom terug

.

‘Kom terug.’

Als ik die woorden eens zó zacht kon zeggen

dat niemand ze kon horen, dat niemand zelfs kon denken

dat ik ze dacht…

.

en als iemand dan terug zou zeggen

of desnoods alleen maar terug zou denken,

op een ochtend:

‘Ja.’

.

come back

Met glinsterend haar

Mark Braet (1925 – 2003)

.

Marcel Maurits (Mark) Braet  was dichter, humanist, links politiek militant, uitgever en vertaler van Pablo Neruda. Braet begon met dichten in 1939 maar zijn eerste dichtbundel verscheen in 1950 met de titel ‘Achttien stappen in de storm’.

Braet was heel actief in de contacten met het (voormalig) Oostblok. In 1958 is hij mede-stichter van de Vereniging België-DDR. Van 1963 tot 1970 is hij Politiek secretaris van de Communistische Partij België. In 1968 Maakt hij deel uit van een delegatie van het Centraal Komité van de KPB (Communistische Partij van België)  voor een studiereis naar de Sovjet Unie. Hij bezoekt aldaar de Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek Rusland, de SSR Oezbekistan en het Autonoom gebied Bachkirië.

Als secretaris Generaal van de Belgo-Sovjetse Vereniging (vanaf 1977 Vereniging België-USSR) verzorgt hij de culturele uitwisselingen tussen Vlaanderen en de 15 Sovjetrepublieken. In 1984 maakt hij samen met Willy Spillebeen en Bart Vonck een vertaling van de Canto General van Pablo Neruda.

Mark Braet was een zeer actief publicist  in verschillende tijdschriften. Hij verzorgde inleidingen bij publicaties en tentoonstellingen, nam deel aan talrijke letterkundige en politieke avonden, debatten, poëziehappenings, en interviews. Daarnaast gaf hij regelmatig lezingen over Pablo Neruda, de Spaanse burgeroorlog, Bertold Brecht en Federico García Lorca.

In zijn vroege poëzie is zijn activisme een belangrijk thema. De gedichten gaan over oorlog, verzet, sabotage en angst. Het is strijdbare poëzie, waarin het leven van onderdrukten sociaal-realistisch wordt weergegeven. In zijn latere poëzie is de liefde in al zijn vormen het allesoverheersende thema.

.

Met glinsterend haar

.

Met een gelaat van nachtelijk water

ach water is zwart en hopeloos diep

en dieper dan het gelaat van het water

waarop een zilveren kangoeroe liep

 

en ik dacht dat ik sliep in de diepte

maar slapend rechtopstaan is recht

naar de dood gaan met glinsterend haar

met een woord dat men nachtelijk zegt

 

en ik dacht ach ik dacht dat ik dacht

maar de dag staat bleek in mijn mond

maar mijn mond is nu nachtelijk graf

en graf is het woord dat ik vond

.

Uit: Onbewoonbaar verklaard, 1972.

braet

Braet-11

Dotan

Hungry

.

Sommige muziek klinkt mij als poëzie in de oren. Dit komt meestal door de combinatie van bepaalde zinnen of teksten en de muziek die er bij hoort. Dit is ook het geval bij het nummer ‘Hungry’ van Dotan van zijn album ‘7 Layers’. De zanger Dotan is veel in het nieuws (zijn nummer ‘Home’ werd door 3FM gekozen tot song van het jaar 2014) en niet ten onrechte. Een zin als  “It’s a hive of honeybees trapped inside of our skin / Growing faster, stinging harder till we all give in” zou zo uit een gedicht kunnen komen.

Alleen om die twee zinnen al wil ik de tekst van dit nummer met jullie delen. Volgens Dotan gaat dit nummer over de liefde, over het feit dat we niet zonder maar ook net zo vaak niet met de liefde kunnen leven.

.

Hungry 

Hit up the bottom,hearts will melt like ice
As the lights keep falling, makes you feel so small again
As we walk in circles, the blind leading the blight
No way of hiding, our heart is all we got

I’m hungry for you, my love, so come out and rescue me
Love is just not enough out in this war of needs

Drag your heart to the place where it belongs
While it’s underwater, where my love will fill your bones
The clouds are shaking, and your palms began to crack
Hands against your eyes, see this love is all we got

I’m hungry for you, my love, so come out and rescue me
Love is just not enough out in this war of needs
It’s a hive of honeybees trapped inside of our skin
Growing faster, stinging harder till we all give in

oh, oh, oh oh oh oh
oh, oh, oh oh oh oh
oh, oh, oh oh oh oh
oh, oh, oh oh oh oh

I’m hungry for you, my love
Love is just not enough
I’m hungry for you, my love
Love is just not enough

I’m hungry for you, my love, so come out and rescue me
Love is just not enough out in this war of needs
I’m hungry for you, my love, so come out and rescue me
If love is just not enough out in this war of needs
I’m hungry for you, my love
Love is just not enough
It’s a hive of honeybees trapped inside of our skin
Growing faster, stinging harder till we all give in

.

dotan-web

Dotan 7