Site-archief
Co. 7
Liefdesgedicht van Eriek Verpale
.
Omdat het alweer even geleden is vandaag een liefdesgedicht. Uit de bundel ‘Op de trappen van Algiers’ uit 1980 van de Vlaamse dichter Eriek Verpale (1952 – 2015) het gedicht ‘Co. 7’.
.
Co. 7
.
Geen foto wil ik van je dragen, geen brieven –
zelfs geen zakdoek die ooit jouw lippen vond:
niets daarvan wil ik bewaren, laat staan
in een verouderd vers als dit verdoken
tot het mijne maken.
.
Maar het dunne stof, geschud
uit diepe mantelzakken, oud
speelgoed dat eens op je kamer stond,
of de beduimelde bril
– ik bewonder de dikke glazen –
.
alleen dàt wil ik van je sparen.
.
Wat een ander niet krijgen wil
zal ik van je hebben:
.
het hoogste bod zal de wereld
niet eens verbazen.
.
Wat blijft komt nooit terug
J. Eijkelboom
.
De in Dordrecht geboren dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) debuteerde op 53 jarige leeftijd in 1979 met de bundel ‘Wat blijft komt nooit terug’. Deze bundel sloeg destijds in als een bom; de bundel toont zijn gevecht met de alcohol en zijn zoektocht naar zijn verloren jeugd en liefde. De bundel is ook wat vreemd opgebouwd. Het bestaat uit drie hoofdstukken van ongelijke grootte. Deel 1, zonder titel, bestaat uit zijn gedichten 48 pagina’s lang, daarna een hoofdstuk met als titel Zwarte sonnetten (5 gedichten) en als slotstuk Zes vertalingen naar Emily Dickinson met 6 gedichten met Engelse titel en Nederlandse vertalingen.
Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter.
Ik heb gekozen voor een gedicht uit het eerste hoofdstuk. De titel is ‘Moeilijk moment’.
.
Moeilijk moment
.
Net als ik op ’t café-toilet
in de verschoten spiegel kijk
barst er een bloedrivier
mijn oogbal binnen.
Ook wordt het ademen beperkt:
de refusal is nog aan ’t werk.
.
Toch weet ik in mijn ademnood
dat het maar even duurt,
dan kan het weer beginnen,
de zoete levensdood.
.
De stortbak heet Silentium.
Grijs bovenlicht zakt om mij heen.
Een vrede buiten kijf
vult mij, die net niet stierf,
van top tot teen.
.
Foto: Victor van Breukelen
Ondertussen
Lieke Marsman
.
Lieke Marsman (1990) becommentarieerde en vertaalde middels een blog het werk van generatiegenoten op Tirade.nu. In 2010 verscheen haar debuut ‘Wat ik mezelf graag voorhoud’ dat een jaar later de Liegend Konijn Debuutprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de C. Buddingh’ prijs won. Van het boek werden dan ook meer dan 3.000 exemplaren verkocht. Vanaf januari 2013 maakt Marsman deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Tirade. Haar tweede bundel ‘De eerste letter’ verscheen in januari 2014 en gaat vooral over alle mogelijke angsten die de mens kunnen bedreigen. In een gevecht tussen besluiteloosheid en karaktervastheid schrijft ze over liefde, verlies, bang zijn, en vooral over verder willen.
Lieke Marsman heeft een eigen website http://www.liekemarsman.nl/ waar vooral de pagina met door haar vertaalde gedichten zeer de moeite waard is. Uit haar debuutbundel uit 2010 het gedicht ‘Ondertussen’.
.
Ondertussen
.
Ik ga zitten bij een groot raam, ik ga kijken
hoe de rode straatstenen donker worden. eerst
door regen en nog eerder door de wolk
die daaraan vooraf over kwam drijven.
.
Dan zit ik er al een tijdje. Dan
begin ik de muren te ruiken. Aan de uiteindes
van mijn hoofd staat een hotel: mensen lopen in
en uit. Met hun voeten bewegen ze de haren
van het tapijt de donkere kant op, daar
durf ik niet goed iets van te zeggen.
.
Maar iedere dag was ik voor hen mijn beddengoed.
.
En ik kan kijken naar de lucht
alsof iemand erboven met een lepeltje
zijn ei kapot staat te tikken. In wit licht
struift de regen naar beneden. Hier
is het voor altijd droog.
.
Dan kan ik denken:
er komen nog zoveel dagen waarop we
warme broodjes kunnen maken, vandaag
ga ik in de barstjes van het raam groot
en donker als straten worden.
.
Herman de Coninck poëzie
Poëzie
.
Vandaag een van de vele gedichten die Herman de Coninck schreef over poëzie, of waar de poëzie een rol in speelt. In dit geval over de liefde en de noodzaak van poëzie daarbij, in een gedicht uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975.
.
Poëzie
.
Als je je nukkig ingraaft onder de dekens,
wil je eigenlijk zeggen: kom bij me liggen.
.
Als je de deur achter je dichtslaat en wegrent,
wil je eigenlijk zeggen: kom me toch achterna.
.
En als je zegt: ‘ik hou van je’
bedoel je: ‘ hou je van mij?’
.
Zie je nou wel dat poëzie nodig is,
want als ik ‘ja’ zou zeggen,
zou dat niks betekenen.
.
Invasie
Anna Enquist
.
In de week van de liefdesgedichten vandaag een gedicht van Anna Enquist. Anna Enquist beschrijft in dit gedicht de liefde en de rouw, de pijn en hoe liefde grenzen overwint, ook die van de dood. Uit de bundel ‘Soldatenliederen’ uit 1991 het gedicht ‘Invasie’.
.
Invasie
.
Op de kale helling, wind in mijn haar,
staan wij en je kijkt. Uit alle macht
kijk jij naar mij, beeld van liefde.
.
En ik, ik kruip door je betraande ogen
binnen, glijd langs zenuwbanen, huppel
over myelineknopen; synapsen
ruisen, RNA dwingt eiwitten
zich te groeperen naar mijn beeld:
.
Ik sta gekerfd, gebeiteld in je hersens
tot je sterft, totdat je sterft.
.
Kom terug
Week van de liefdesgedichten
.
Van Toon Tellegen, waarover ik pas nog schreef, wil ik in deze week van de liefdesgedichten ook een prachtig liefdesgedichtje plaatsen. De titel is ‘Kom terug’ en het verscheen in de bundel ‘Er ligt een appel op een schaal’ uit 1999.
.
Kom terug
.
‘Kom terug.’
Als ik die woorden eens zó zacht kon zeggen
dat niemand ze kon horen, dat niemand zelfs kon denken
dat ik ze dacht…
.
en als iemand dan terug zou zeggen
of desnoods alleen maar terug zou denken,
op een ochtend:
‘Ja.’
.
Dotan
Hungry
.
Sommige muziek klinkt mij als poëzie in de oren. Dit komt meestal door de combinatie van bepaalde zinnen of teksten en de muziek die er bij hoort. Dit is ook het geval bij het nummer ‘Hungry’ van Dotan van zijn album ‘7 Layers’. De zanger Dotan is veel in het nieuws (zijn nummer ‘Home’ werd door 3FM gekozen tot song van het jaar 2014) en niet ten onrechte. Een zin als “It’s a hive of honeybees trapped inside of our skin / Growing faster, stinging harder till we all give in” zou zo uit een gedicht kunnen komen.
Alleen om die twee zinnen al wil ik de tekst van dit nummer met jullie delen. Volgens Dotan gaat dit nummer over de liefde, over het feit dat we niet zonder maar ook net zo vaak niet met de liefde kunnen leven.
.
Hungry
Hit up the bottom,hearts will melt like ice
As the lights keep falling, makes you feel so small again
As we walk in circles, the blind leading the blight
No way of hiding, our heart is all we got
I’m hungry for you, my love, so come out and rescue me
Love is just not enough out in this war of needs
Drag your heart to the place where it belongs
While it’s underwater, where my love will fill your bones
The clouds are shaking, and your palms began to crack
Hands against your eyes, see this love is all we got
I’m hungry for you, my love, so come out and rescue me
Love is just not enough out in this war of needs
It’s a hive of honeybees trapped inside of our skin
Growing faster, stinging harder till we all give in
oh, oh, oh oh oh oh
oh, oh, oh oh oh oh
oh, oh, oh oh oh oh
oh, oh, oh oh oh oh
I’m hungry for you, my love
Love is just not enough
I’m hungry for you, my love
Love is just not enough
I’m hungry for you, my love, so come out and rescue me
Love is just not enough out in this war of needs
I’m hungry for you, my love, so come out and rescue me
If love is just not enough out in this war of needs
I’m hungry for you, my love
Love is just not enough
It’s a hive of honeybees trapped inside of our skin
Growing faster, stinging harder till we all give in
.

















