Site-archief

Ooitgedicht

b. zwaal

.

Door de jaren heen heeft het CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) verschillende boeken en bundels met poëzie uitgegeven. Als geschenk of als uitgave ter promotie van de poëzie, of denk aan de serie bundels uit de jaren ’50 en ’60 (1949-1964) met in de titel steeds ‘De muze’. Maar soms kwam er ook zomaar een boek met poëzie. Zoals in 1985.

Toen werd door het CPNB in samenwerking met het (toen nog) ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) het boek ‘Ooitgedicht’ uitgegeven. En hoewel het boek er aan de buitenkant uitziet als een kinderboek (waarschijnlijk mijn associatie met de overigens geweldige tekeningen van Sylvia Weve) is het wel degelijk een poëzieboek voor volwassenen en jongeren (vanaf 14 jaar) en voor iedereen eigenlijk die de poëzie een warm hart toedraagt.

De ondertitel van ‘Ooitgedicht’ is ‘een groot aantal gedichten verzameld in een boek’. Geniale ondertitel natuurlijk, zowel nietszeggend als alleszeggend. De samensteller van dit boek is Willem van Toorn en bestaat uit heel veel gedichten van heel veel dichters, illustraties van Peter van Hugten, Sylvia Weve, Franka van der Loo en Louis Radstaak. Achterin het boek van elke dichter een biobibliografie (ja je leest het goed) en een aantal blanco bladzijden waar je je eigen gedichten in kan schrijven.

Naast de dichters die je verwacht staan er ook teksten in van muzikanten. Zo is van Paul Simon de liedtekst van ‘You’re kind’ opgenomen, van Bruce Springsteen ”The river’ en van Jackson Browne ‘Running on empty’. Ook van een aantal buitenlandse dichters is poëzie opgenomen zoals van Kurt Schwitters, Marin Sorescu, Dylan Thomas, Czeslaw Milosz en Edna St. Vincent (allemaal in vertaling).

Het boek heeft hoofdstukken zonder dat die heel duidelijk worden aangegeven. Over poëzie en het dichten, over de dood, over de liefde, over angst, werk en school en dieren. Een boek kortom om heerlijk in te bladeren en vaak ter hand te nemen om in te lezen. Ik koos voor een gedicht uit het ‘hoofdstuk’ over dieren van de dichter b. zwaal (zo geschreven zonder hoofdletters) zonder titel.

.

een rode mier op het wad jaagt de vloed op de vlucht.

ik ben trots, denkt de mier.

ik, een kleine heerser,

rood op de zwarte kleuren van slib,

verdraag geen bezoek van de zee op mijn vlakte.

duizelig marcheert de mier over de droge landen.

zijn oog valt op het kind,

scharrelend over paaltjes en kluiten.

wat brengt jouw bezoek, kindje?

ik breng je aai, mier, rode aait.

de zee ziet beide aan, lacht wat.

ik kom terug, ik kom eraan.

berg je, mier van het kind.

huppelend nadert de zee het kind en de mier,

tikt ze aan, tilt ze op.

hun roepen waait over de vlakte.

alleen de dijk luistert met aandacht.

.

Anker Kruis Hart

Sofie Verdoodt

.

Schreef ik in 2022 nog “In 2014 debuteerde ze bij poëzieCentrum met de bundel ‘Doodwater’ en voor zover ik kan nagaan is het bij dit debuut gebleven.” over de Vlaamse dichter, filmprogrammeur en doctor in de Kunstwetenschappen Sofie Verdoodt (1983), inmiddels is er een nieuwe bundel van haar verschenen getiteld ‘Anker Kruis Hart’. Deze bundel staat in het teken van het afscheid. De liefdesrelatie is verbroken en daarmee hebben ook alle gezamenlijke verhalen en dromen van een toekomstig leven definitief afgedaan.

De anker, het kruis en het hart staan samen in de bijbel voor geloof, hoop en liefde. En dat zijn thema’s die in deze bundel naar voren komen. De bundel bestaat uit drie afdelingen of delen zo je wilt. In het eerste deel is er de liefdesbreuk die zijn sporen achterlaat. Herinneringen, het verlangen en het gemis, zo komen allemaal voorbij.

In de tweede afdeling is er de wisselwerking tussen het kind zijn en het ouder zijn. Het overlijden van een moeder en zelf moeder worden. In zekere zin gaan de gedichten in deze afdeling over verlies maar ook over loutering en vertrouwen in de toekomst.

In de derde afdeling tenslotte is de verteller, de dichter zelf moeder en in de gedichten in dit deel komen geloof, hoop en liefde in volle omvang aan de orde. In het slotgedicht ‘Ultima Thule’ komen de drie afdelingen bij elkaar. Thule of Ultima Thule was een benaming in de oudheid voor het ‘uiterste Noorden’, de uiterste grens van de bekende wereld.

.

Ultima Thule

.
Hoe we plat op de buik door het zonnestelsel kruipen,
geen terugweg meer in het kielzog van een hond
die de kruimels oplikt recht voor onze neus.
Dezelfde wetten gelden overal, ook sterren
zijn óf dwerg óf reus.
We noemen de grote beer en de kleine beer
alsof taal ze ooit kan temmen.

.
Ik ben zo één met jou in mijn verval.
Laat me het uniform van mens van je lichaam scheuren.
Laat me de zware helm van je schedel lichten.
Vergun me om je naar de uitgang te leiden.
Ik zal de stenen onder je voeten zacht kneden.
Ik zal de bochten op je pad met mijn blote handen rechten.

.
Als je door de deur stapt, weet dat we alle lichten aan laten in huis
en dat niemand zich te slapen legt tot je aangekomen bent,
daar waar je betekenis verschuift.
We bedekken onze oren wanneer je door de geluidsmuur breekt
met een onnoemelijke knal.

.
De woorden, de verhalen, het aanhoudende vechten,
mijn appél op het heelal.
Het gaat niet over mij maar over jou en jou en jou
maar over jou vooral.

.

Verleden verbinden

Augusta Peauxfestival

.

Aanstaande zondag 3 september zal ik samen met nog 24 dichters voordragen op het Augusta Peauxfestival in Simonshaven (nabij Spijkenisse). Tussen 14.00 en 17.00 uur zullen 25 dichters en een A capellakoor de bezoekers van dit festival meenemen in hun poëzie rondom het thema ‘Verbinding’. Ik zal twee maal een kwartier vullen met mijn gedichten op twee verschillende plekken op het festivalterrein in de tuin van de voormalige pastorie aan de Ring 42 in Simonshaven waar dichter Augusta Peaux (1859-1944) woonde.

Als jong meisje speelde Augusta Peaux met de latere dichter Jacques Perk die even oud was als zij. Ze groeide op als dochter van een dominee. Als dichter wordt Peaux beschouwd als een van de belangrijkste symbolistische dichters uit het einde van de 19e en begin 20ste eeuw. Ondanks haar bescheiden oeuvre en leefstijl heeft ze een belangrijke en blijvende invloed gehad op de Nederlandse poëzie. Zo werd ze door Gerrit Komrij en Hans Warren opgenomen met werk in hun bloemlezingen. Maar ook dichters Albert Verwey en J.C. Bloem waren bewonderaars.

Haar poëzie kenmerkt zich door haar introspectieve en mystieke karakter. Haar gedichten hebben thema’s als de liefde, verlangen, melancholie en de zoektocht naar zingeving. Ze schreef met subtiele, beeldrijke taal en gebruikte vaak symbolen en verwijzingen naar de natuur. Ze had in haar poëzie het vermogen om de diepere emotionele en spirituele ervaringen te verkennen en te verwoorden. In en rond haar woonplaats is een organiserend comité actief dat het werk van Peaux onder de aandacht blijft brengen. Lesley Sanford, Julius Caesar, Ronald Bottelier en Frans van den Akker doen dit onder andere door het organiseren van een festival op 3 september. Naast dichter Ingmar Heytze en een aantal dichters uit de regio komen ook een aantal dichters van daarbuiten een bijdrage leveren, waaronder ik dus.

Hieronder een voorbeeld van een gedicht van Augusta Peaux uit de bundel  ‘De wilgen, de velden, het water’ uit 2014 getiteld ‘Verleden’.

.

Verleden

.

Met handen ben ik gebonden

in een ver verleên,

dat is te aller stonde

onzichtbaar om mij heen.

.

Met geuren ben ik betooverd

terug in vroeger tijd,

als staat de boom ontlooverd,

al ben ik ’t voetspoor kwijt.

.

In klanken lig ik gevangen

van een verzonken bestaan

die bleven om mij hangen

toen alles was vergaan.

.

De klokken door mijn dagen

luiden en lokken mij

zoete bedwelming dragen

de geuren mij voorbij.

.

Met banden ben ik gebonden

en ga geen weg alléén

mij heeft altijd gevonden

wat in de tijd verdween.

.

NLMDO2_P-00243-II-012, 22-01-2008, 13:36, 8C, 1892×1436 (3419+3870), 100%, LetterkundigMu, 1/80 s, R40.4, G21.3, B29.2

Liefde

Aad van Stolk en M.C. Escher

.

In het Escher museum in het voormalig paleis van koningin Emma aan het Lange Voorhout in Den Haag, kwam ik een boekje tegen met daarin gedichten van Aad van Stolk (1883-1926) die zij samen uitgaven. Het betreft hier het boekje ‘Flor de Pascua’ (Paasbloem) met 19 houtsneden van Maurits Cornelis Escher (1898-1972) en gedichten dus van Aad van Stolk die naast arts ook beheerder was van de kunstcollectie van zijn grootvader, het museum van Stolk in Haarlem. Het boekje werd gepubliceerd in 1921.  De vrouw van Aad, Jonkvrouwe Sophie van der Does  de Willebois (1883-1961) ontwierp het omslag. Van dit boekje werden 222 exemplaren gedrukt.

Een van de gedichten is getiteld ‘Liefde’ en Escher heeft hierbij een prachtige houtsnede gemakt van een moeder die haar kind de borst geeft, waarschijnlijk zijn dit Fietje (zoals Sophie genoemd werd) en haar zoon Jan. De compositie heeft Escher niet zelf bedacht maar afgekeken van zijn leermeester Samuel Jessurun de Mesquita (1868-1944). De tentoonstelling van beiden (Escher en de Mesquita) is nog tot 1 oktober te bekijken in het Escher museum.

.

  Muse: R.M.M.V.S.

“Liefde”

.

Ik heb een meisje gezien,

Dat was vergeten

Haar talrijk kroost;

Geen spoor meer van een huwelijksketen;

Zij zocht geen troost…

Zij làchte uit haar blank geweten

Dat nimmer was besmet misschien…

.

Maar van haar vorige verblijven

In deze stof,

Bleef slechts d’essentie in haar ziel beklijven;

Den dood zij lof!

.

Die slaakte alle “toebehooren”

En ’t kindje pas herboren

Was aan ’t bekoren.

.

 

 

 

 

Ik ben met haar naar zee geweest

Koenraad Goudeseune

.

Van de Vlaamse dichter Koenraad Goudeseune (1965-2020) is in 2022 de bundel ‘Nagelaten gedichten’ verschenen. Goudeseune was ongeneeslijk ziek en koos voor euthanasie in plaats van een chemobehandeling die hem weinig kans op genezing bood. In de laatste fase van zijn leven schreef hij een reeks afscheidsgedichten. Twee jaar na zijn dood is van hem deze bundel uitgegeven. Op de website van Meander is een recensie verschenen van Herbert Mouwen die de moeite waard is te lezen.

Lezende in deze bundel bleef mijn oog hangen bij het gedicht ‘Ik ben met haar naar zee geweest’, een bijzonder mooi liefdesgedicht waar ik, wonend op een paar minuten lopen van zee, veel in herken.

.

Ik ben met haar naar zee geweest

.

Ik ben met haar naar zee geweest, ik moest haar laten zien

wat ik, als ik in mijn eentje ben en aan haar denk, gedurig zie.

Oog in oog met wat mijn hart te boven gaat, hoopte ik er rust

te vinden, soelaas, de oorzaak, een nieuw begin dat ik alleen

.

met haar zou kunnen delen. Maar zij was nog mooier daar.

Gezegd kreeg ik van dit alles niets en nu ik weer alleen ben

en alleen kan denken aan wat ik zeggen wilde, zie ik haar

opnieuw, de wind maakt haar zomers kleedje dartel, op blote

.

voeten zet zij de stappen die ik zet, een zelfde levend wezen,

enkel door biologie gescheiden en, naar Plato’s leer, op zoek.

Was het mij maar één keer gegeven niet te zitten schrijven

.

over wat onmogelijk kan hersteld of nog eens komen – vrede

had ik met het leven en onuitstaanbaar vond ik alles wat

poëzie wil zijn. Ik zou haar noemen, zonder woorden, mijn.

.

Park in Volterra

Jean Piere Rawie

.

In 1987 gaf uitgeverij Bert Bakker de bundel ‘Oude gedichten’ uit van Jean Piere Rawie. In deze bundel staan gedichten uit vijf eerdere bundels van Jean Piere Rawie (1951) waaronder de bundel ‘Het meisje en de dood’ uit 1979. Steeds weer terugkerende thema’s zijn liefde, drank, doodsverlangen en het lijden dat daar zo nauw mee verbonden is. Rawie houdt zich bezig met de vergankelijkheid van het leven dat plotseling duidelijk kan worden in gewone zaken.

Deze debuutbundel van Rawie bestaat volledig uit gebonden verzen – sonnetten, kwatrijnen en rondelen- en hoewel de recensies wisselend waren bij uitkomen van deze bundel stond dit een zeer succesvol dichterschap (Rawie was jarenlang de best verkopende duichter in Nederland) niet in de weg.

Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Park in Volterra’. Juist omdat nu veel mensen op vakantie gaan of zijn en in dit gedicht juist het einde van de zomer. het begin van de herfst met al zijn misere wordt beschreven.

.

Park in Volterra

.

De herfst deed zich reeds vaag gevoelen.

Het was het einde van ’t seizoen.

De zetbaas van het paviljoen

sjouwde met tafeltjes en stoelen.

.

Geremd door zuidelijk fantsoen

stonden ragazzi en fanciulle,

verachting veinzend, in de zwoele

namiddagzon verliefd te doen.

.

Wij dronken een glas wijn en zwegen.

Wij bleven met onszelf alleen,

tot er een oude man verscheen

die blaren op een hoop ging vegen.

.

– Als in een Franse film, zo één

waar ze elkaar tot slot niet kregen.

.

Herinner

Christina Rossetti

.

Ik schreef al eerder over de Engelse dichter Christina Rossetti (1830-1894) en haar broer Dante Gabriël Rossetti  en deelde het gedicht ‘Lied’ van Christina Rossetti dat over de dood gaat. Ik moest hieraan denken toen ik in de bundel ‘The Nation’s Favourite Poems of Journeys’ uit 2000 het gedicht ‘Remember las. Hoewel dit de editie is die over reizen gaat (en vrijwel alle door de Engelse bevolking gekozen gedichten gaan over reizen) gaat het gedicht van Rossetti eigenlijk over de dood, in zekere zin ook een reis maar anders ingevuld.

Het gedicht ‘Remember’ schreef Rossetti in 1849 op 19 jarige leeftijd maar werd pas gepubliceerd in 1862 in haar debuutbundel ‘Goblin Market and Other Poems’. Kort samengevat vraagt de dichter de geadresseerde van het gedicht zich haar te herinneren nadat ze is overleden. (De geadresseerde is vermoedelijk haar minnaar, aangezien ze samen een ‘toekomst’ hadden ‘gepland’.) Maar wat het gedicht een wending geeft, is de afsluitende gedachte dat het voor haar geliefde beter zou zijn haar te vergeten en gelukkig te zijn, dan om haar te herinneren als dat verdrietig maakt. Het is dit tweede deel van het van het gedicht dat ervoor zorgt dat het niet verwordt tot een sentimeneel gedicht. In dat opzicht is ‘Remember’ vergelijkbaar met Rossetti’s eerdere gedicht ‘Song’ (‘When I am dead, my dearest’), ook geschreven toen ze nog een tiener was. Ook in dat gedicht smeekt Rossetti iemand om geen droevig lied te zingen voor haar als ze sterft, en zegt dat het niet uitmaakt of haar minnaar haar herinnert of vergeet.

.

Remember

.

Remember me when I am gone away,
         Gone far away into the silent land;
         When you can no more hold me by the hand,
Nor I half turn to go yet turning stay.
Remember me when no more day by day
         You tell me of our future that you plann’d:
         Only remember me; you understand
It will be late to counsel then or pray.
Yet if you should forget me for a while
         And afterwards remember, do not grieve:
         For if the darkness and corruption leave
         A vestige of the thoughts that once I had,
Better by far you should forget and smile
         Than that you should remember and be sad.
.

Sidzjo

Koreaanse poëzie

.

Iedere poëzieliefhebber kent de Japanse Haiku, bestaande uit drie regels van respectievelijk 5, 7 en 5 lettergrepen. Maar wie weet dat dat de Haiku afgeleid is van de Koreaanse Sidzjo? De Sidzjo mocht zich gedurende 500 jaar tijdens de Yi-dynastie (1392-1910) over een ongekende populariteit verheugen. De Sidzjo werden meestal gezongen en hun meest oorspronkelijke vorm drukken zij vooral de loyaliteit met de heerser en de ethische waarden van het Confusianisme uit. Later toen deze vorm steeds populairder werd gaan de Sidzjo ook steeds meer over de liefde, de natuur over het leven en over het genot van de drank.

De sidzjo bevat gemiddeld 45 lettergrepen waarvan de eerste twee regels bijna altijd een stelling of vaststelling zijn. In de derde regel volgt dan de conlcusie. Een voorbeeld van een Sidzjo van Chung Cheol (1536-1593) luidt:

.

Aan de wegrand staan twee stenen Boeddha’s naakt en uitgehongerd

gegeseld door regen en wind vorst en sneeuw

En toch benijd ik ze, want de scheiding zoals bij mensen is hen vreemd

.

Dit en nog veel meer staat te lezen in ‘Herfstheuvels’ moderne Koreaanse poëzie in Point, jaargang 8, nummer 37 uit 1996. Ik schreef al eerder over een nummer uit deze reeks. De keuze van de Koreaanse gedichten en de herdichting is in het geval van dit nummer gedaan door Germain Droogenbroodt. Ik koos voor een gedicht van Yu Chi-hwan (1908-1967). Chi-hwang was een vooraanstaand Koreaans dichter die vele bundels uitgaf en die in 1957 de Vereniging van Koreaanse dichters oprichte (de oudste poëzieorganisatie in Zuid-Korea). Vandaag de dag heeft deze vereniging zo’n 1500 leden.

Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Vaandel’, geen Sidzjo maar wel een voorbeeld van ‘moderne’ Koreaanse poëzie.

.

Vaandel

Dat stemloos geroep,

die zakdoek van eindeloos verlangen

die naar de blauwe occeaan toe wuift.

.

Zuivere, toegewijde ziel, golvend in de wind

op een standaard die haar pure,

rechtlijnige gedachte weergeeft

en haar melancholie uitstrekt,

zoals een reiger zijn vleugels.

.

Ach, wie is het geweest

die daar voor het eerst heeft opgehangen

dat droeve, woelige gemoed?

.

Liefdesgedicht

Zij

.

De liefde is vaak onderwerp van poëzie. Liefdesgedichten kunnen altijd. Dus ook vandaag, hoeveel reden heeft een mens nodig. Sommige liefdesgedichten zijn lang en andere zijn kort en krachtig, hebben een licht erotische ondertoon of zijn opsommend van aard. Hoe dan ook, vandaag verdient een liefdesgedicht, in dit geval van mijn hand, en gewoon recht toe recht aan.

 

Zij

,

Lees je mij, dan lees

ik jou, of

 

luister je mij, schrijf je mij

dan ben je mij, of

 

ben je van mij, bij mij,

meer bij mij dan

 

je op dit moment kan zijn,

blij mij, verblij mij.

.

 

 

Twee keer de liefde

Dubbel-gedicht

.

Vandaag een dubbelgedicht over de liefde. Toen ik dit besloot wist ik dat ik kon kiezen uit zoveel gedichten, veel meer dan wanneer ik een dubbelgedicht zou maken over zoet en zout of over mantelzorg. Tegelijkertijd biedt het ook weer Zoveel mogelijkheden dat een keuze niet eenvoudig is.

Na enig zoeken koos ik voor gedichten van Ilja Leonard Pfeijffer (1968) en Gerrit Kouwenaar (1923-2014).

Het eerste gedicht is van Pfeijffer en is getiteld ‘Die Liebe die Liebe’ en nam ik uit de bundel ‘Van de eerste tot de laatste liefde’ uit 2022, een keuze uit de amoureuze gedichten van deze dichter.

Het tweede gedicht is van Kouwenaar en heeft als titel ‘Van de liefde’ en komt uit de bundel ‘Gedichten 1948-1978’ uit 1982.

.

Die Liebe die Liebe

.

Liefde is een dunne naam

maar de avond wordt zwaar

en kruipt op mijn buik

ik ruik je avondmond

ik proef je naam

.

liefde is gauw gezongen en

liefde is dun gesponnen

maar spin voor iedere tol

en zing als een klepel

.

liefde is een avondwoord

maar het wordt avond

en mijn keel wordt donker

ik wil je drinken

ik proef je naam

.

Van de liefde

.

En nu van de liefde?

Van de liefde

die men als een roos

op het schild draagt?

.

Van de liefde

die men als een roos

in de hand verplettert

begraaft in het hart?

.

Of van de liefde

die als een distel verwondt

als een hand bloedt

als een hart bloeit?

.