Incident
.
Once riding in old Baltimore,
Heart-filled, head-filled with glee,
I saw a Baltimorean
Keep looking straight at me
.
.
In 1965 gaf Colleen Thibaudeau een alleraardigst boekje uit met de intrigerende titel ‘Lozenges’. Om daar maar mee te beginnen; een Lozenge (◊) is een ruitvormig leesteken dat nog maar weinig gebruikt wordt. De lozenge werd vroeger wel eens gebruikt om spaties aan te geven bij woorden waar onduidelijk was of deze aan elkaar hoorden of niet. In de huidige spelling is dit niet meer nodig.
Colleen Thibaudeau (1925 – 2012) was een Canadees dichteres en schrijfster van korte verhalen die in veel tijdschriften en magazines gedichten publiceerde. Behalve ‘Lozenges’ publiceerde ze nog de bundels ‘Ten Letters’ (1975), ‘My Granddaughters Are Combing Out Their Long Hair’ (1977), ‘The Martha Landscapes’ (1984), ‘The “Patricia” Album’ (1992) en ‘The Artemesia Book’ (1991).
Het boekje ‘Lozenges’ staat vol met gedichtjes in de vorm van een object en heeft dit ook als titel. Voorbeelden zijn een kroon, een trein, een hockeystick en een pop.
Hieronder twee voorbeelden van een ballongedicht en een kaarsgedicht.
.
Voor het hele boekje on-line ga je naar http://colleenthibaudeau.com/lozenges-poems-in-the-shape-of-things/
.
Uit mijn boekenkast heb ik vandaag gekozen voor Seamus Heaney, Opened Ground; poems 1966-1996. En uit deze vuistdikke verzamelbundel het gedicht ‘Night Drive’ uit de bundel ‘Door into the dark’ uit 1969.
.
Night Drive
.
The smells of ordinariness
Were new on the night drive through France:
Rain and hay and woods on the air
Made warm draughts in the open car
.
Signposts whitened relentlessly.
Montreuil, Abbeville, Beauvais
Were promised, promised, came and went,
Each place granting its name’s fulfilment.
.
A combine groaning its way late
Bled seeds across its work-light.
A forest fire smouldered out.
One by one small cafés shut.
.
I thought of you continuously
A thousand miles south where Italy
Laid its loin to France on the darkened sphere.
Your ordinariness was renewed there.
.
.
Op de website van The Huffington Post las ik een artikel van de dichter Dan Chelotti over de waarde van poëzie en waarom je dagelijks een gedicht zou moeten lezen. Daarom, hier in vertaling en in mijn eigen woorden zijn artikel.
.
Waarom je poëzie moet lezen?
Lees poëzie om elke keer dat je gestopt bent om te kijken naar de vallende regen bij het schijnsel van straatlantaarns en je je afvroeg welke woorden daar het best bij zouden passen. Lees poëzie omdat je eenzaam bent en vol verlatingsangst. Lees poëzie als je niet meer eenzaam bent en wikkel je armen en benen om degene die je lief hebt en diegene zal zeggen dat zulke armen en benen nooit verlaten zullen worden. Lees poëzie zodat een deel van je blijft in wat je ziet en wat je ziet blijft bij je.
Lees poëzie omdat de wereld en onze emoties en ideeën altijd ingewikkelder zijn dan dat we willen dat ze zijn. Lees poëzie, omdat de dame naast je in het café niet zal stoppen zonder melodie te neuriën in zichzelf en je een manier moet vinden om haar eenzaamheid te kennen.
Lees poëzie zodat je om gegronde reden een hekel kan hebben aan Gedichtendag op de social media. Lees poëzie omdat de nacht lang is en mensen sterven en deze beide waarheden oneerlijk zijn en je pijn doen opnieuw en opnieuw en meedogenloos zijn.
Lees poëzie, omdat de taal een virus is uit de ruimte die ooit evolueert en elke gedicht de kans op eeuwig leven heeft. Lees poëzie en wees enthousiast over de formele beperkingen in poëzie, omdat, nou ja, wie houdt er niet van om van tijd tot tijd beperkt te worden?
Lees poëzie in plaats van eindeloos naar haar profielfoto te staren, zo vaak dat wanneer je Facebook opent automatisch haar pagina opent; lees poëzie zodat ze elke ‘zij’ in elk gedicht wordt. Lees poëzie omdat je weet dat wachten op dat waar je op wacht, alleen maar beter wordt wanneer het eenmaal komt.
Lees poëzie omdat niemand ooit zoveel heeft liefgehad of gekwetst is door de liefde als jij. Natuurlijk voel je je zo, poëzie begrijpt dat. Lees poëzie omdat de overblijfselen van een wereld die je kende, je dagelijks overvallen en de huizen en de wegen van het verleden, helaas, gevangenen zijn van elk jaar.
Lees poëzie zodat je zinnen van je geliefde dichters kunt stelen en gebruiken. Poëzie is de ware fictie. Lees poëzie zodat je nooit meer over de betekenis van poëzie hoeft te praten omdat poëzie zich niet laat omschrijven. Lees poëzie omdat politieke en ecologische realiteit je laten huilen en poëzie kan helpen. Poëzie kan helpen. Lees poëzie omdat het geen antwoorden geeft, geen advies, geen genezing maar begrip, liefde en timing.
Lees poëzie want de wereld is meer dan een stapel feiten. Lees poëzie omdat je niet genoeg mysterie in je leven kunt hebben en je wilt nog meer mysterieuzer (lees: aantrekkelijker) worden dan je al bent. Lees poëzie omdat je gedichten in je hebt die moeten worden geschreven.
Lees poëzie omdat het gevoel dat vogels, verlichte ramen, nieuwe schoenen, in de buitenlucht lopen, donuts, lippenstift, verse perziken, cocktails en kussen in de regen, je geven, een gevoel is dat je nooit wilt verliezen, maar dat zal gebeuren, en het enige dat je er tegen kunt doen is beter op te letten als dat gevoel zich opnieuw manifesteert.
Het gevoel komt en het gaat, was het zo mooi als het zou kunnen zijn? Het leven is kort vrienden. Maar poëzie maakt dat het leven langer duurt. Dat is zo, echt waar.
.
Het originele artikel lees je op: http://www.huffingtonpost.com/dan-chelotti-/why-read-poetry_b_5227554.html
Dan Chelotti publiceerde ‘ x ‘ (McSweeney’s, 2013) en ‘The Eights’ (Poetry Society of America, 2006). Zijn gedichten zijn daarnaast gepubliceerd in ‘Fence’, ‘Boston Review’ ,’jubilat’, en verschillende andere magazines. Hij is assistent Professor bij de faculteit Engels bij het Elms College in west Massachusetts.
.
De leeftijd van 32 jaar blijkt schrijvers te inspireren. Iedereen kent het nummer 32 jaar van Doe Maar en deze post gaat over een gedicht geschreven op de vooravond van de 32ste verjaardag van Beat poet Gregory Corso.
Gregory Corso (1930 – 2001) groeide op onder slechte omstandigheden en belande dan ook al op jonge leeftijd in de gevangenis. Daar leerde hij echter de literatuur kennen en ontwikkelde hij een voorkeur voor de dichtkunst. Over zijn ervaringen in de cel zei hij later: “When I left, I left there a young man, educated in the ways of men at their worst and at their best. Sometimes hell is a good place – if it proves to one that because it exists, so must its opposite, heaven exist” Zijn hemel vond hij in de poëzie.
In 1950 kwam hij uit de gevangenis en kwam hij in contact met Allen Ginsberg, William S. Burroughs en Jack Kerouac. Hij begon te schrijven voor de Los Angeles Examiner maar acteerde en speelde ook onder andere in Andy Warhols film ‘Couch’.
In 1954 verscheen ‘The Vestal Lady on Brattle and Other Poems’, zijn eerste dichtbundel. Dit was het begin van een reeks voordrachten van Corso waarvoor hij stad en land afreisde, bijvoorbeeld naar Oost-Europa en Mexico. In 1956 verhuisde hij naar San Francisco en werd het boegbeeld van de Beat Generation. Het hoogtepunt van zijn dichtersbestaan lag in de jaren ’50 en ’60.
In totaal publiceerde Corso ruim 20 dichtbundels. Zijn werk droeg hij voor “in his natural voice, a trademark high-pitched “New Yorkese” drawl with subtle undertones of expressiveness.” In 2001 overleed Corso en op zijn eigen verzoek werd hij begraven in een graf naast dat van Percy Shelley op de Cimitero Acattolico in Rome.
Hieronder het gedicht dat hij schreef op de vooravond van zijn 32ste verjaardag in 1962.
.
Writ On The Eve Of My 32nd Birthday
.
a slow thoughtful spontaneous poem
I am 32 years old
and finally I look my age, if not more.
Is it a good face what’s no more a boy’s face?
It seems fatter. And my hair,
it’s stopped being curly. Is my nose big?
The lips are the same.
And the eyes, ah the eyes get better all the time.
32 and no wife, no baby; no baby hurts,
but there’s lots of time.
I don’t act silly any more.
And because of it I have to hear from so-called friends:
“You’ve changed. You used to be so crazy so great.”
They are not comfortable with me when I’m serious.
Let them go to the Radio City Music Hall.
32; saw all of Europe, met millions of people;
was great for some, terrible for others.
I remember my 31st year when I cried:
“To think I may have to go another 31 years!”
I don’t feel that way this birthday.
I feel I want to be wise with white hair in a tall library
in a deep chair by a fireplace.
Another year in which I stole nothing.
8 years now and haven’t stole a thing!
I stopped stealing!
But I still lie at times,
and still am shameless yet ashamed when it comes
to asking for money.
32 years old and four hard real funny sad bad wonderful
books of poetry
—the world owes me a million dollars.
I think I had a pretty weird 32 years.
And it weren’t up to me, none of it.
No choice of two roads; if there were,
I don’t doubt I’d have chosen both.
I like to think chance had it I play the bell.
The clue, perhaps, is in my unabashed declaration:
“I’m good example there’s such a thing as called soul.”
I love poetry because it makes me love
and presents me life.
And of all the fires that die in me,
there’s one burns like the sun;
it might not make day my personal life,
my association with people,
or my behavior toward society,
but it does tell me my soul has a shadow.
.
.
Een paar jaar geleden schreef ik al eens een bericht over een artikel in the Huffington post, dat ging over beroemdheden die gedichten schreven. Twee vrij slechte voorbeelden (Charlie Sheen en Leonard Nimoy) en een goed voorbeeld (Bob Dylan) werden daar in behandeld. Inmiddels las ik op papermag.com een nieuw artikel over ‘celebrities’ die aan het dichten geslagen waren.
Ook hier worden Charlie Sheen en Leonard Nimroy genoemd maar ook Kristen Stewart, Pamela Anderson en Britney Spears. Maar ook een mooi voorbeeld van hoe, een zangeres in dit geval, bijzonder fraaie poëzie schrijft en voordraagt (Alicia Keys).
Hier het gedicht (wat ook zomaar een liedje van haar had kunnen zijn) van Britney Spears over haar toenmalige echtgenoot Kevin Federline.
.
Remembrance of who I am
.
“The guilt you fed me
Made me weak.
The voodoo you did
I couldn’t speak.
You’re awakening
The phone is ringing.
Resurrection of my soul
The fear I’m bringing.
What will you say
And what will you do?
She’s not the same person that you’re used to.
You trick me one, twice, now it’s three.
Look who’s smiling now
Damn, it’s good to be me!”
.
Hieronder het gedicht P.O.W. (Prisoner Of Words unsaid) uit de bundel ‘Tears for water’ (songbook of poems and lyrics) uit 2005 van Alicia Keys.
.
P.O.W.
I’m a prisoner
Of words unsaid
Just lonely feelings
Locked away in my head
I trap myself further
Every time I stay quiet
I should start to speak
But I stop and stay silent
And now I’ve made
My own hard bed
Inside a prison of words unsaid
I am a P.O.W.
Not a prisoner of war
A prisoner of words
Like a soldier
I’m a fighter
Yet only a puppet
Mostly I only say
What you wanna hear
Could you take it if I came clear?
Or would you rather see me
Stoned on a drug of complacency and compromise
M.I.A.
I guess that’s what I am
Scraping this cold earth
For a piece of myself
For peace in myself
It’d be easier if you put me in jail
If you locked me away
I’d have someone to blame
But these bars of steel are of my making
They surround my mind
And have me shaking
My hands are cuffed behind my back
I’m a prisoner of the worst kind, in fact
A prisoner of compromise
A prisoner of compassion
A prisoner of kindness
A prisoner of expectation
A prisoner of my youth
Run too fast to be old
I’ve forgotten what I was told
Ain’t I a sight to behold?
A prisoner of age dying to be young
To my head is my hand with a gun
And it’s cold and it’s hard
Cause there’s nowhere to run
When you’ve caged youself
By holding your tongue
I’m a prisoner
Of words unsaid
Just lonely feelings
Locked away in my head
It’s like solitary confinement
Every time I stay quiet
I should start to speak
But I stop and stay silent
And now I’ve made
My own hard bed
Inside a prison of words unsaid
.
.
Uit mijn boekenkast dit keer de gebonden bundel ‘The poet’s tongue’ uit 1956 uitgegeven door G. Bell & Sons ltd. en samengesteld door niemand minder dan W.H. Auden en John Garrett.
De introductie begint al gelijk veelbelovend : Of the many definitions of poetry, the simplest is still the best: ‘memorable speech’. That is to say, it must move our emotions, or excite our intellect, for only that which is moving or exciting is memorable, and the stimulus is the audible spoken word and cadence, to which in all its power of suggestion and incantation we must surrender, as we do when talking to an intimate friend.
Een mooier introductie voor het project De Poëziebus lijkt me niet te vinden (zie elders op dit blog). Maar terug naar de bundel. Een aantal uitgebreide indexen maken de bundel leesbaar en de gedichten vindbaar. Op auteur, op eerste regel en op onderwerp, zo zijn de gedichten ontsloten.
Alle grote Engelse dichters zijn vertegenwoordigd. Van William Blake, George Gordon Byron, T.S. Elliot tot Emily Dickinson en Mary Coleridge. Van Shakespeare, Yeats en D.H. Lawrence tot Robert Frost en John Milton.
Prachtig uitgegeven in een heerlijk saaie linnen kaft biedt deze bundel voor ieder wat wils. Mijn keuze is gevallen op een gedicht van een voor mij redelijk onbekende dichter A. E. Housman (1859 – 1936). Housman was een Engels klassiek geschoold geleerde en dichter. Hij werd beschouwd als een van de belangrijkste classici van zijn tijd, en behoort tot de grootste geleerden van alle tijden.
.
In valleys green and still
Where lovers wander maying
They hear from over hill
A music playing
.
Behind the drum and fife,
Past hawthornwood and hollow,
Through earth and out of life
The soldiers follow.
.
The soldiers’s is the trade:
In any wind or weather
He steals the heart of maid
And man together.
.
The lover and his lass
Beneath the hawthorn lying
Have heard the soldiers pass,
And both are sighing.
.
And down the distance they
With dying note and swelling
Walk the resounding way
To the still dwelling.
.
.
Van een vriendin kreeg ik de bundel ‘Poems fo gardeners’. Germaine Greer bracht gedichten over tuinen en tuinieren bij elkaar. De gedichten komen uit de klassieke oudheid tot aan de 21ste eeuw. Van Shakespeare en Anacreontea tot Alexander Pope en Louise Glück. Maar ook Cummings, Heaney en Simon Armitage.
Germaine Greer schrijft in haar inleiding: ‘Marianne Moore said that the poet’s job was to depict “imaginary gardens with real toads in them’. In truth, gardens are always imaginary because they are always the garden that you are aiming for rather than the garden you have, but the toads are real and immediate’.
Uit deze mooi vorm gegeven bundel een gedicht van Philip Larkin getiteld ‘Cut Grass’.
.
Cut grass
.
Cut grass lies frail:
Brief is the breath
Mown stalks exhale.
Long, long the death
.
It dies in the white hours
Of young-leafed June
With chestnut flowers,
With hedges snowlike strewn,
.
White lilac bowed,
Lost lanes of Queen Anne’s lace,
And that high-build cloud
Moving at summer’s pace.
.
.
Wat is dat toch, schrijvers en dichters en politiek. Op de een of andere manier blijken schrijvers en dichters zich in het openbare debat en zeker als er sprake is van verzet tegen een junta of dictatuur nogal te manifesteren. Dat is geen nieuw gegeven. Als er dan een democratiseringsproces op gang komt wil het nog wel eens voorkomen dat deze zelfde schrijvers en dichters actief zich in de politiek gaan begeven.
Een ander verhaal is het in het geval van Michael Higgins. Higgins (1941) werd geboren in het Ierse Limerick (een betere achtergrond om dichter te worden kun je je bijna niet wensen). Hij studeerde in Galway, doceerde politicologie en sociologie. Tijdens zijn studie werd Higgings politiek actief. Voor Labour, werd hij gekozen tot lid van de City Council van Galway. In latere jaren zou hij ook een aantal keer tot Lord Mayor (burgemeester) worden gekozen.
In 2011 werd hij gekozen tot President van Ierland. Voor die tijd publiceerde hij een aantal dichtbundels als ‘The Betrayal‘(1990), ‘The Season of Fire’ (1993), en ‘An Arid Season’ (2004).
In februari 2015 werd echter voor het eerst weer een gedicht van hem gepubliceerd sinds hij aantrad als president met de titel ‘The prophets are Weeping’. Sinds oktober 2014 heeft hij eraan gewerkt en het gedicht gebruikte hij op zijn officiële kerstkaart. Higgins werd voor dit gedicht geïnspireerd door de vluchtelingenstromen in Irak en Syrië. Zijn laatste bundel stamt alweer uit 2011 ‘New and selected poems’.
.
The Prophets are Weeping:
.
To those on the road it is reported that
The Prophets are weeping,
At the abuse
Of their words,
Scattered to sow an evil seed.
Rumour has it that,
The prophets are weeping.
At their texts distorted,
The death and destruction,
Imposed in their name.
The sun burns down,
On the children who are crying,
On the long journeys repeated,
Their questions not answered.
Mothers and Fathers hide their faces,
Unable to explain,
Why they must endlessly,
No end in sight,
Move for shelter,
for food, for safety, for hope.
The Prophets are weeping,
For the words that have been stolen,
From texts that once offered,
To reveal in ancient times,
A shared space,
Of love and care,