Meeting Among the Mountains
Site-archief
Navajo poëzie
Shonto Begay
.
De 23ste Amerikaanse Poet Laureate (dichter des vaderlands) van 2019-2022 Joy Harjo (1951) schreef over de poëzie en literatuur van de inheemse bevolking van de Verenigde Staten: “De literatuur van de inheemse bevolking van Noord-Amerika definieert Amerika. Het is niet exotisch. De thema’s zijn specifiek, maar vaak universeel.” De dichters en gedichten die op de website van de Poetry Foundation verzameld zijn, laten zowel de universele als de specifieke benaderingen zien die inheemse Amerikaanse auteurs hebben gekozen om over diverse, inheemse culturen te schrijven.
De half Navajo, half Salt inheemse dichter, kunstenaar, illustrator, filmmaker, schrijver en docent Shonto Begay (1954) wordt op de website van de Colorado State University tot één van de 10 moderne Amerikaanse dichters die geschiedenis gaan schrijven, betiteld. Zijn werk is gepubliceerd in tal van tijdschriften en kranten, waaronder Canyon Road Arts, Warrior’s Voice en Arizona Daily Sun. Zijn kunst is op vele (solo)tentoonstellingen door de Verenigde Staten geëxposeerd geweest.
Zijn ervaringen met opgroeien in de inheemse Amerikaanse cultuur, zijn gedwongen verblijf op een kostschool van het Bureau of Indian Affairs en zijn tien jaar lange carrière als parkwachter bij de National Park Service hebben al zijn kunst en werk beïnvloed. Begays werk probeert de traditionele Navajo-cultuur levend te houden en tegelijkertijd de realiteit en de worstelingen van moderne inheemse Amerikanen weer te geven. Uit ‘Navajo, Visions and Voices Across the Mesa’ uit 1995 komt het gedicht ‘Down Highway 163.
.
Down Highway 163
.
Gekozen
Duhita Cori Kresge
.
Veel mensen hebben dans omschreven als “poëzie in beweging”. Maar voor de Amerikaanse Cori Kresge gaat de relatie tussen poëzie en dans veel dieper. Deze danseres, schrijfster, dichter, docente en lichaamstherapeute uit New York City debuteerde in 2019 met de bundel ‘Isn’t Devotion’.
Over de bundel en de inhoud zegt ze: “Dertien jaar lang was mijn familie betrokken bij een spirituele sekte die me volledig in beslag nam, me betoverde en me langzaam maar zeker zou hebben vernietigd. Op achttienjarige leeftijd werd ik plotseling en op mysterieuze wijze uit de sekte gezet. De bundel ‘Isn’t Devotion’ is een klein altaartje om de dood van mijn jonge geloof te verwerken. Deze dood is definitief. Daar heb ik voor gezorgd. Ik schreef deze gedichten om mezelf weer toegang te verschaffen tot een wereld die me buitensloot. Deze dichtbundel is een inbreuk op het goddelijke, een lofzang op ongeloof en een voorzichtige poging tot vergeving.”
Over de combinatie van dansen en poëzie zegt ze: “Beide vormen, dansen en poëzie, van communicatie voelen aan als de puurste en meest directe manieren waarop ik kan deelnemen aan een gesprek dat groter is dan mezelf. Ik verlang naar verbinding, naar intimiteit, en dansen en schrijven zijn de manieren waarop ik dat vind. Ik wil in gesprek zijn met de mensheid; ik wil mijn kleine stem toevoegen aan dit veel grotere koor van de waarheid.”
Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Chosen’.
.
Chosen
.
When God wants to gets rid of you
He doesn’t do it Himself
He sends His secretary
she takes you down
into a walk-in freezer
you sit on a white plastic bucket
there are shelves
with gallon jars of rose syrup
mango pickle frozen
cream cheese in bulk
you are tied down by your dress six yards
of imitation silk with floral print snakes
around you getting tighter
the secretary stands close and holds a knife
shaped like a note and a picture of Him
in front of your face and the knife goes slowly
slowly into your ribs until
it’s all the way in
and she says He told me to tell you
He loves you He loves you and He wants you
to carry His love with you far
far away and you say but this will kill me
I will die and you
give the knife back
and God’s secretary says nothing
.
Ik ben!
John Clare
.
Ik schreef al eerder over een roman die ik aan het lezen ben ‘Wat we kunnen weten‘ van Ian McEwan. Nu ik de roman heb uitgelezen kan ik alleen maar zeggen: Lees dit fantastische boek! In dit boek zit zoveel; liefde, spanning, kijk op de toekomst en op de tijd van nu, een inkijkje in het literaire leven in Engelse universiteitssteden, een doemscenario, de klimaatverandering, suspense en ga zo nog maar even door. Razendknap gecomponeerd en, de reden dat ik dit boek ben gaan lezen, de zoektocht naar een verloren gewaand gedicht van uitzonderlijke schoonheid.
Ik zal hier niet verklappen hoe het verhaal gaat, maar dat ik vooral het tweede deel van het boek aan één stuk heb uitgelezen, maakt het voor mij een klein meesterwerk. En dan heb ik het nog niet over alle dichters, de stukken en quotes uit gedichten en de verhalen over poëzie en de wereld daarachter. Juist dat element maakte dat ik met enige regelmaat aantekeningen maakte voor dit blog. Wat te denken bijvoorbeeld van een van de hoofdpersonen Vivien die een dissertatie schreef over de Engelse dichter John Cale.
John Clare noemde ik in een post over de bundel ‘Country poems‘ nog een minder bekende naam. Wist ik veel dat John Clare (1793-1864) wordt gezien als een belangrijke 19e-eeuwse Engelse dichter en ook wel de ultieme romantische dichter wordt genoemd. Met bewondering voor de natuur en begrip van de orale traditie, maar met weinig formele scholing, schreef Clare talloze gedichten en prozastukken, waarvan vele pas postuum werden gepubliceerd.
Zijn werken belichten op prachtige wijze de natuur en het plattelandsleven en tonen zijn liefde voor zijn vrouw Patty en voor zijn jeugdliefde Mary Joyce. Hoewel zijn eerste boek ‘Poems Descriptive of Rural Life and Scenery’ (1820) , populair was bij zowel lezers als critici, had Clare het lange tijd moeilijk om professioneel door te breken. Zijn werk werd pas zo’n honderd jaar na zijn dood op grote schaal gelezen. Waarschijnlijk zijn beroemdste gedicht is ‘I am!’ dat verscheen in ‘The life of John Clare uitgegeven een jaar na zijn dood in 1865.
.
I am!
.
I am! yet what I am none cares or knows,
My friends forsake me like a memory lost;
I am the self-consumer of my woes,
They rise and vanish in oblivious host,
Like shades in love and death’s oblivion lost;
And yet I am! and live with shadows tost
.
Into the nothingness of scorn and noise,
Into the living sea of waking dreams,
Where there is neither sense of life nor joys,
But the vast shipwreck of my life’s esteems;
And e’en the dearest—that I loved the best—
Are strange—nay, rather stranger than the rest.
.
I long for scenes where man has never trod;
A place where woman never smil’d or wept;
There to abide with my creator, God,
And sleep as I in childhood sweetly slept:
Untroubling and untroubled where I lie;
The grass below—above the vaulted sky.
.
Ntozake Shange
Gedicht bij een tentoonstelling
.
Afgelopen weekend was ik in Parijs en daar bezocht ik het Fotomuseum, het MEP (Maison Européenne de la Photographie). In dit museum is een prachtige tentoonstelling van het werk van de Nederlandse fotograaf Dana Lixenberg (1964) met de titel ‘American Images’ (nog te zien tot 24 mei). De tentoonstelling, die meer dan drie decennia omvat, brengt een geëngageerd en diep menselijk oeuvre samen en schetst een gelaagd portret van de Verenigde Staten, waarin zowel beroemdheden als minder bekende personen met gelijke zorg worden benaderd en met waardigheid worden geportretteerd, aldus de aankondiging.
Het deel dat mij bijzonder aansprak en waar het engagement van Lixenberg heel duidelijk naar voren komt is het deel over Imperial Courts dat is begonnen in 1993 en doorloopt tot heden ten dage. Imperial Courts is een sociale woningbouwproject in Watts, Los Angeles, Californië. Een plek van armoede, onveiligheid, drugs en misdaad maar ook een plek waar de mensen die daar wonen een hechte gemeenschap vormen.
Lixenberg kreeg het voor elkaar om het vertrouwen van de bewoners te winnen en zij maakte op drie verschillende momenten (1993, 2008 en 2015) foto’s van de bewoners in hun wijk, en een documentaire over het leven in Imperial Courts. Sommige bewoners zie je terug steeds iets ouder, andere zijn overleden of zitten in de gevangenis maar wat steeds opnieuw uit haar foto’s en de documentaire blijkt is het menselijke aspect en de bijzondere wijze waarop de bewoners Lixenberg in hun hart hebben gesloten.
Van haar eerste serie uit 1993 werden een aantal foto’s gepubliceerd in het magazine Vibe tezamen met een gedicht van Ntozake Shange (1948-2018) getiteld People of Watts (de wijk Watts, waarin de Imperial Courts deel van uitmaakt). Ntozake Shange was een Amerikaanse toneelschrijfster en dichter. Als zwarte feministe behandelde ze in veel van haar werk thema’s rond ras en zwarte emancipatie.
.
People of Watts
.
where we come from, sometimes, beauty
floats around us like clouds
the way leaves rustle in the breeze
and cornbread and barbecue swing out the backdoor
and tease all our senses as the sun goes down.
dreams and memories rest by fences
Texas accents rev up like our engines
customized sparkling powerful as the arms
that hold us tightly black n fragrant
reminding us that once we slept and loved
to the scents of magnolia and frangipani
once when we looked toward the skies
we could see something as lovely as our children’s
smiles white n glistenin’ clear of fear or shame
young girls in braids as precious as gold
find out that sex is not just bein’ touched
but in the swing of their hips the light fallin cross
a softbrown cheek or the movement of a mere finger
to a lip many lips inviting kisses southern
and hip as any one lanky brother in the heat
of a laid back sunday rich as a big mama still
in love with the idea of love how we play at lovin’
even riskin’ all common sense cause we are as fantastical
as any chimera or magical flowers where breasts entice
and disguise the racing pounding of our hearts
as the music that we are
hard core blues low bass voices crooning
straight outta Compton melodies so pretty
they nasty cruising the Harbor Freeway
blowin’ kisses to strangers who won’t be for long
singing ourselves to ourselves Mamie Khalid Sharita
Bessie Jock Tookie MaiMai Cosmic Man Mr. Man
Keemah and all the rest seriously courtin’
rappin’ a English we make up as we go along
turnin’ nouns into verbs braids into crowns
and always fetchin’ dreams from a horizon
strewn with bones and flesh of those of us
who didn’t make it whose smiles and deep
dark eyes help us to continue to see
there’s so much life here.
.
Tears for Water
Alicia Keys
of words unsaid
Just lonely feelings
Locked away in my head
I trap myself further
Every time I stay, quiet
I should start to speak
But I stop and stay silent
And now I’ve made
My own hard bed
Inside this prison of words unsaidP.O.W.
That’s what I am
Not a prisoner of war
A prisoner of words
Mostly I say what you wanna hear
Could you take it if I came clear?
Or would you rather just see me
Stoned on a drug of complacency and compromise
M.I.A.
I guess that’s what I am
Scraping this cold hard earth
For a piece of myself
For peace in myself
I’d have someone to blame
But these bars of steel are of my making
They surround my mind
And have me shaking
My hands are cuffed behind my back
I’m a prisoner of the worst kind, in fact
A prisoner of compromise
A prisoner of compassion
A prisoner of kindness
A prisoner of expectation
A prisoner of my youth
Run too fast to be old
I’ve forgotten what I was told
Ain’t I a sight to behold?A prisoner of age dying to be young
To my head is my hand with a gun
And it’s cold and it’s hard
Cause there’s nowhere to run
When you’ve caged yourself
By holding your tongue
I’m a prisoner
Of words unsaid
Just lonely feelings
Locked away in my head
It’s like solitary confinement
Every time I stay quiet
I should start to speak
But I stop and stay silent
And now I’ve made
My own hard bed
Inside a prison of words unsaid
Wat we kunnen weten
D.H. Lawrence
.
Ik lees de roman ‘Wat we kunnen weten’ van Ian McEwan over een verloren gegaan gedicht van de (fictieve) dichter Francis Blundy. Het gedicht in kwestie heet ‘A Corona for Vivien’ en werd geschreven door de dichter Francis Blundy als verjaardagscadeau voor zijn vrouw. Tijdens een feestelijk diner met vrienden droeg Francis Blundy het voor, waarna het nooit meer werd teruggevonden. Althans, dat wordt ons voorgehouden. Het verhaal speelt zich af in het jaar 2119 nadat de wereld grotendeels is overspoeld door het stijgen van de zeespiegel.
In de loop der jaren groeide de legende en de reputatie van het gedicht, wat leidde tot veel speculatie over het lot ervan. Mocht het ooit gevonden worden, dan zou dat niet alleen een literair mysterie oplossen, maar ook de carrière van de academicus die het ontdekt heeft een flinke boost geven. Een verhaal in romanvorm kortom, die ook een liefhebber van poëzie kan bekoren. Tel daarbij op dat ik al langer een liefhebber ben van de romans van Ian McEwan en je begrijpt dat ik me goed vermaak met dit boek.
Het gedicht ‘A Corona for Vivien’ beslaat 210 regels en is geschreven in de vorm van een sonnettenkrans. Een sonnettenkrans (Het Latijns voor krans is corona) is een reeks van precies vijftien sonnetten met strenge vormeisen. Van de veertien sonnetten is steeds de slotregel de beginregel van het eerstvolgende sonnet, en de slotregel van het veertiende sonnet is gelijk aan de beginregel van het eerste sonnet. Het vijftiende sonnet (het meestersonnet geheten en daarmee de krans van de sonnetten) moet zijn samengesteld uit de beginregels (of eindregels) van de eerste veertien sonnetten in de juiste volgorde.
Geen sinecure dus het schrijven van een sonnettenkrans. In de roman heeft Blundy gekozen voor het Petrarchaanse sonnet, bestaande uit twee coupletten, waarvan het eerste deel (het octaaf) acht regels en het tweede (het sextet) zes regels telt. Het rijmschema wat werd aangehouden was het traditionele ABBAABBA CDECDE. Of het gedicht wordt teruggevonden (er was slechts één exemplaar op dierenhuid geschreven met inkt en alleen die avond met vrienden voorgedragen) is de vraag, daar gaat het boek over en ik heb het nog niet uit.
In ‘Wat we kunnen weten’ worden regelmatig dichters en gedichten aangehaald. Zoals het gedicht ‘Meeting Among the Mountains’ van de Engelse dichter D.H. Lawrence (1885-1930) uit de bundel ‘Unrhyming Poems (1917-28)’. Hij schrijft: “Hij had haar met hartgrondige afkeer aangekeken, met dezelfde hatelijke blik als waarmee de man met de ossenkar de dichter aankijkt in het gedicht ‘Meeting Among the Mountains’ van D.H. Lawrence ‘De bruine ogen, zwart van haat en nijd’ (de 7e strofe). Voor de liefhebbers van fraai geschreven proza over poëzie is dit boek een absolute aanrader.
.
Bloed
Naomi Shihab Nye
.
Terwijl ik in de chaos zit van een woonkamer die geschilderd wordt, lees ik in ‘The United States of Poetry‘ uit 1996, dat de schilders uit voorzorg uit mijn boekenkast hebben gehaald omdat het uitsteekt. Het blijft een fijn boek om in te lezen; groot, mooi vormgegeven en vol gedichten van dichters die ik niet ken. En daarnaast ook nog eens uitermate informatief.
Ook dit keer kom ik iets bijzonders tegen (ik lees dichtbundels zelden van kop tot staart, tenzij voor een recensie) namelijk een gedicht van Naomi Shihab Nye (1952). Nye is een Palestijns-Amerikaanse dichter , redacteur, songwriter en romanschrijver . Ze is geboren uit een Palestijnse vader en een Amerikaanse moeder. Op zesjarige leeftijd begon ze met het schrijven van haar eerste gedichten. In totaal heeft ze meer dan vijfendertig boeken gepubliceerd en aan honderden andere boeken bijgedragen. Haar werk omvat poëzie, jeugdliteratuur, prentenboeken en romans. Nye heeft gedurende haar carrière talloze prijzen ontvangen, waaronder de NSK Neustadt-prijs voor kinderliteratuur in 2013 , was de Young People’s Poet Laureate van de Poetry Foundation voor de periode 2019-2022, en in 2024 ontving ze de Wallace Stevens Award en de Texas Writers Award.
In ‘The United States of Poetry’ is het gedicht ‘Blood’ opgenomen. ‘Blood’ of ‘Bloed’ zoals de vertaling luidt, gaat over het eigen identiteitsgevoel van de dichter als Palestijns-Amerikaanse die opgroeide tussen de twee culturen. Het gedicht begint met de spreekster die een paar verhalen uit haar jeugd vertelt. Dit waren momenten waarop haar vader uitlegde wat een “echte Arabier” is. Deze verhalen gingen altijd gepaard met spreekwoordelijke uitspraken of gebeurtenissen. Er waren humoristische momenten in andermans huizen, vreemde ontmoetingen voor hun eigen deur en verschrikkelijke gebeurtenissen die elke verklaring tartten.
Dat laatste is waar de tweede helft van het gedicht zich op richt. Er gebeurde iets dat Nye en haar familie schokte. Ze wendde zich, zoals altijd, tot haar vader voor antwoorden, maar hij had er geen. Vervolgens ging ze naar het platteland rondom haar Amerikaanse huis en vroeg de schapen, de koeien en de lucht wat ze moest denken, doen en wat voor soort persoon ze moest worden.
Een van de redenen dat ik aan dit gedicht bleef hangen terwijl ik in The United States of Poetry’ las was dat, hoewel dit gedicht uit haar bundel ‘Words under the Words; selected poems’ uit 1995 komt, het thema, helaas vandaag de dag nog steeds heel erg actueel is. En dan vooral de gebeurtenis in de vierde strofe, een gebeurtenis ‘waarvan de krantenkoppen stollen in haar bloed’ die helaas na 1995 nog steeds en regelmatig terugkeert in de actualiteit. Hieronder de vertaling van ‘Blood’. Het origineel is hier te lezen.
.
Bloed
.
















