Site-archief

Verblijf

Yasmin Namavar

.

Yasmin Namavar (1983) werkt als psychiater en is daarnaast schrijver en dichter. Haar gedichten verschenen onder andere in De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, Samplekanon en Poëziekrant. Ze won de Hollands Maandbladbeurs voor poëzie in 2024. In 2022 was ze finalist bij de El Hizjra Literatuurprijs. Ze debuteerde in 2025 met de bundel ‘Verblijf’. In deze bundel komt steeds de vraag naar boven wat het betekent om ergens te zijn. Ze trad op tijdens de 42e Nacht van de Poëzie en bij Dichters in de Prinsentuin.

In een interview op de website van Meander zegt ze over hoe ze in aanraking kwam met poëzie: “Als kind las mijn vader soms Perzische poëzie voor. Vooral Hafez. Ik begreep er niets van, maar ik werd meegenomen door het ritme en de klanken. Met Nederlandse poëzie kwam ik pas op de middelbare school in aanraking, en tijdens mijn studententijd begon ik zelf poëzie te lezen. De bundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen‘ van Tjitske Jansen was de eerste dichtbundel die ik op mijn nachtkastje had liggen. Destijds was mijn favoriet, het gedicht dat zo begint: ‘Liefste, Op deze dag zo grijs als haring schrijf ik je een brief waarin het waait’”.

Op de website Sampol.be staat een gedicht van haar hand waarin ze naar Iran trok om te kijken wat haar vader heeft nagelaten. Het gedicht ‘Droogte’ kun je hier lezen. Uit de festivalbundel van de 42ste Nacht van de Poëzie nam ik het onderstaande gedicht van haar hand zonder titel.

.

ze ploegt haar gangen, elke dag

met de schop in haar handen, sandalen in aarde

vrouw uit klei gemaakt

.

daarginds op het erf

bewegen kippen amechtig en schuw – de mens!

in haar schort legt ze eieren in stro

.

na het avondgebed dipt ze koek in sterke thee

en wanneer de nacht door het ledikant zakt

herneemt de schepping opnieuw haar kleine kiem

.

de volgende morgen in de kou – in de holte

van haar buik, spint een rupsachtig beest

nesten vol witte moerbeizijde

.

in de keuken zucht de gootsteen

stokt het hart van een segrijnslak

wacht het servies argeloos op de dood

.

en het paard knikkebolt in de stal

hij let niet op de vrouw

of haar ruw gesponnen draad.

.

Tent

Lote Vilma Vītiņa

.

Wanneer ik op zoek ben naar dichters, gedichten of onderwerpen die met poëzie te maken hebben of poëzie in het algemeen, kom ik regelmatig website pagina’s tegen die ik interessant vind. Gelukkig hebben de uitvinders van het wereldwijde web daar een fijn knopje voor uitgevonden; de bookmark. Meestal vergeet ik die bookmarks weer maar af en toe bekijk ik ze weer en dan valt me op dat er veel moois te ontdekken is op de websites die ik heb vastgezet.

Een van die pagina’s is Versopolis.com. Op deze website kwam ik de dichter Lote Vilma Vītiņa (1993) uit Letland tegen. Zij is dichter, schrijver, striptekenaar en illustrator. Ze werkt graag met zowel tekst als tekeningen en schrijft naast poëzie ook boeken voor kinderen en jongeren. Lote Vilma’s debuutbundel ‘Meitene’ (Meisje) verscheen in 2021. Haar gedichten zijn gepubliceerd in verschillende literaire tijdschriften in Letland en poëziebundels, waaronder de bundel met gedichten van jonge dichters ‘Kā pārvarēt niezi galvaskausā’ (Hoe je de jeuk in je schedel kunt overwinnen) uit 2018, samengesteld door Artis Ostups en uitgegeven door Valters Dakša.

Een recensent zegt over haar gedichten in deze bundel: “Ondanks het feit dat alles zo kalm en herkenbaar lijkt uit onze eigen zomers van onze kindertijd, schuilt er een nauwelijks merkbare spanning in deze regels, en ontstaat er in de geest van de achterdochtige lezer een situatie waarin de schijnbare rust mogelijk verstoord kan worden en het idyllische landschap de potentie krijgt om een ​​stukje tv-nieuws te worden dat eindigt met een oproep om kinderen niet zonder toezicht achter te laten.”

In het gedicht ‘Tent’ (Telsts) komt deze spanning mooi naar voren. De vertaling is van de dichter zelf.

.

Tent

.

Alles is versteend.

uitgeknepen nat

een donkere tent

slakken zonder schelp

 

En wat moest ik doen?

toen je vond

en kozen mij

onder alle meisjes

rond het vuur

was er

vuur helemaal

de vormen van tieners

zijn zo vaag

onhandig als ze

elkaar passeren

flessen

gevuld met pulsen

in een belangrijke kring

in het donker

Je moet het in het donker doen.

maar jij

Je was slim.

je had een zaklamp

 

een warme straal gleed eroverheen

mijn gezicht

wat bijna

verbrijzeld in zijn licht

en ik heb je aangeboden

de meest kostbare

wat ik had

verlangen dat zich gedurende vele jaren heeft opgestapeld

zoals sommige geknipte haren

in een schoenendoos

 

het is een fragiel

afgesloten ruimte

je bevindt je in

een tent

twee tongen

beweging

maar men doet dat niet

onthoud de andere

.

Maar ook geen maar

Marijke Voerman

.

Wanneer ik de naam Marijke Voerman (1976) google dan kom ik allerlei berichten tegen maar eigenlijk niets waarmee ik haar in verband kan brengen met een gedicht van haar hand in de bundel die ik nu in mijn handen heb. Ze blijkt directeur van het Cabral instituut te zijn (privé school in Amsterdam) en daarvoor was ze onder andere onderwijzer aan het Luzac College en het PCC in Alkmaar.

En toch schrijf ik over haar, als dichter. Want in de eerder genoemde bundel ‘Hier lonkt een spiegel’ uit 2001, in opdracht gemaakt van Bureau Interim, onder redactie van Suzanne Meeuwissen en Ruben van Gogh, is een gedicht van haar opgenomen getiteld ‘Maar ook geen maar’. Ik schreef eerder over deze bundel in 2013 toen ik met een nieuwe categorie begon op dit blog ‘uit mijn boekenkast‘, een categorie waarin ik nog steeds regelmatig berichten in plaats, tegenwoordig onder de titel ‘blind gepakt’.

Terug naar Marijke Voerman. Ze studeerde Nederlands aan de universiteit van Amsterdam en stond dus wel te boek als dichter, anders wordt je niet door de samenstellers gevraagd. De titel van de bundel ‘Hier lonkt een spiegel’ komt uit het gedicht ‘Dit is mijn dag’ van Menno Wigman: “Hier lonkt een spiegel naar verwonderd licht. Daar breekt een vlinder uit. En dat ben ik.”

.

Maar ook geen maar

.

Ik wil weten waar ik aan toe ben

geef mij geen hyperbool of cirkel

geen homerische vergelijking

geen onnodige dubbele punt

geen gelul achteraf na de komma,

een misschien in een stem

maar ook geen maar.

Wel een goedgeplaatste punt

als een begrepen grap

een klinkend zoentje

het ‘ja’ van de bruid

het feest der herkenning

van o ja, ik heb het, eureka!

Stevig herkenbaar

als stamppot andijvie

en boeren na cola.

.

Eenzaam

J.C. Bloem

.

Ook vandaag ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en heb ik, dit keer met enig strekken, je wilt niet steeds dezelfde plank nemen, zonder te kijken een bundel gepakt. Dat is dit keer de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van J. C. Bloem (1887-1966), een vijfde druk uit 1976. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde, 169 in dit geval, en daar staat het gedicht ‘Eenzaam’.

.

Eenzaam

.

Besloten in ’t gewonde zelf

Blijft elk, die niet meer hopen mag,

Toch rijst voor hem aan ’t laag gewelf

Steeds dag na grijze dag.

.

Maar is het zwak, een enkle maal,

Te wensen, dat er iemand was,

Die spreken zou in de éne taal,

Waardoor het hart genas?

.

Een mens, die oordeelt noch verwijt,

Maar die begrijpt door de eigen nood

Hoezeer de helse daaglijksheid

Des levens alles doodt.

.

Vergeefs. Onscheidbaar is de smart

Van ’t leven en moet doorgeleefd:

Er is voor de eenzaamheid van ’t hart

Geen mens, die uitkomst geeft.

.

De Vogel in mijn Borst

Frans van Deursen en Leo Vroman

.

Begin 2014 overleed Leo Vroman, een dag later raakte zijn werk postuum alsnog het hart van zanger Frans van Deursen, die nog nooit één gedicht van Vroman gelezen had.

Hij ging op ontdekkingstocht door het enorme oeuvre dat Vroman naliet en wist meteen: deze gedichten moet ik zingen. Van Deursen vroeg een uitgelezen gezelschap muzikanten een eigenzinnige selectie uit Vromans werk op muziek te zetten. Het resultaat werd vastgelegd op de in 2015 verschenen cd ‘De Vogel in mijn Borst’.

Een jaar eerder al kwam het hartverscheurend mooie boek ‘Hoe mooi alles’ uit, waarin Vromans biografe Mirjam van Hengel de ontroerende liefdesgeschiedenis van Leo en Tineke Vroman beschrijft. Van Hengel en Van Deursen maken een poëtische reis door Vromans leven, liefde en werk en dompelen u onder in ontroerende verhalen, wonderschone gedichten en heel veel mooie muziek.

Hij had Vroman nog niet zo lang daarvoor ontdekt, vertelde hij aan  en hij was al snel zo enthousiast dat hij met verschillende musici ging samenwerken om een album te maken. Liefdewerk, gedoemd te mislukken, beschrijft Spinvis, een van hen, naar aanleiding van zijn bijdrage aan het album: ‘Eigenlijk mislukt poëzie op muziek altijd. In een hoopje letters op papier zit geen lichaam, bij een liedje hoort een stem, een lijf. Een gedicht staat stil, een liedje beweegt in tijd.

Dat Van Deursen zich bewust is van het gevaar, blijkt uit de openingstrack van  (2015). Wanneer hij ‘Toestemming’ uit 1972 leest, denk je even dat Vroman zelf zijn zegen aan het project gegeven moet hebben:

 

Toestemming

.

Je mag ieder gedicht

van mij graag zingen

maar niet altijd

met een gezicht

of begeleid

met hoe heten die dingen,

lieve vreemdeling.

Ikzelf, ik fluisterde

mijn woorden pas

als de schemering

de tekst verduisterde

en ik zeker was

dat niemand luisterde,

maar als je echt moet

in het publiek

is een beetje muziek

en de hele rest

mij ook goed hoor.

Mij is alles best.

.

Flanders Literature

Albert Bontridder

.

Behalve van poëzie hou ik erg van alles wat met poëzie te maken heeft. Ook websites over poëzie of over dichters mag ik graag bekijken. Of het nu van één dichter is of, zoals in het geval van de poëziesectie van de website ‘Flanders Literature’, een website over meerdere dichters of poëzie in het algemeen, het heeft mijn interesse. Op de website ‘Flanders Literature’ staat in de poëzie sectie een overzicht van Vlaamse dichters. Het zijn er 45 en ik durf te beweren dat elk van deze dichters wel ergens op dit blog voorbij komt. Waarom deze website over het literaire landschap van Noord-België een Engelstalige titel heeft is me overigens een raadsel. Juist de Vlamingen staan bekend om hun behoud van de Nederlandse taal.

Eén van de 45 dichters is Albert Bontridder (1921-2015). Deze Vlaamse architect en dichter was, vanaf 1949, redacteur van het vernieuwende tijdschrift ‘Tijd en Mens, waarmee hij het modernisme in de Vlaamse poëzie en literatuur introduceerde. Bontridder debuteerde in 1951 met de bundel ‘Poésie se brise’ in het Frans en ‘Hoog water’ in het Nederlands. Zijn doorbraak kwam in 1955 met zijn maatschappelijk geëngageerde gedichten over Willie McGee in ‘Dood hout’. 

Hij won in 1957 de Arkprijs van het Vrije Woord. In 1967 werd hij opgenomen in de groep rond het tijdschrift Kentering. In 1972 mocht Bontridder de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. In 1975 werd hij voorzitter van PEN Vlaanderen, in 1984 lid van de Académie Royale de Belgique, Classe des Beaux-Arts, en van 1987 tot 1993 was hij voorzitter van de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie.

Uit zijn laatste bundel uit 2012 getiteld ‘Wonen in de vloed’ komt het gedicht ‘Overweging’.

.

Overweging

.

De maat van alle dingen
– zo die al bestaat –
is de juiste nabijheid,
inclusief de geboden afstand
van wat mét ons
en tégen ons is,
niet in enige afgebakende ruimte,
niet in een vermoede
of gevreesde confrontatie,
maar in het begrip
van de buigzame,
weerbare,
slijtbare
tussenruimte.

.

 

Genoeg

Theo Olthuis

.

Op 3 april verschijnt ‘Tongval van het verdwijnen’ de tweede klimaatdichtersbundel. In deze nieuwe verzameling gedichten van de Klimaatdichters, zoeken vijftig dichters de grenzen van de taal op om dier, plant, schimmel en bacterie een stem te geven. Waarom een groot aantal dichters, woordkunstenaars en spoken-word artiesten zich hebben verenigd in de Klimaatdichters (waaronder ikzelf) mag inmiddels wel duidelijk zijn. De laatste 10 jaar waren de warmste jaren ooit gemeten en wat dat voor consequenties heeft is duidelijk (al zijn er altijd mensen die dit ontkennen, niet gehinderd door enige vorm van kennis).

Toch is het besef dat de wereld risico loopt niet nieuw. In 1968 werd de Club van Rome opgericht en in 1972 bracht deze club het rapport ‘De grenzen aan de groei’ uit. Een  alarmistisch rapport waarin al een verband werd gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Hoewel het rapport veel aandacht kreeg en er in de afgelopen 50 jaar wel degelijk actie is ondernomen blijkt dat de mens nog altijd achter de zaken aanloopt.

Dat er destijds ook al oog was voor het milieu (en altijd is geweest) bleek mij opnieuw toen ik in ‘Roltrap naar de maan” Nederlandse kinderliedjes vanaf 1950, voor kleine en grote mensen, uit 1995 aan het lezen was. In het hoofdstuk ‘Anders loopt het in de soep’ liedjes over de wereld, staat een liedtekst van Theo Olthuis (1941-2024) schrijver en dichter. Olthuis schreef heel veel boeken en bundels voor kinderen en volwassenen, theaterstukken, aforismen, scenario’s en liedteksten voor televisie (onder andere voor Sesamstraat en Het Klokhuis).

Ook schreef hij teksten voor volwassenen zoals een liedtekst in deze bundel uit 1990 voor Herman van Veen. Het lied verscheen destijds als CD-single. De tekst doet nu heel lief aan, er is weinig alarmistisch aan maar ik vraag me af of, als Olthuis een dergelijk lied opnieuw had geschreven, dat nu opnieuw zo lieflijk zou zijn geweest.

.

Genoeg

.

Er is op iedereen gerekend

De aarde is gastvrij

Eén grote ronde tafel

Pak een stoel en kom erbij

Tast maar toe, wees niet bang

Er is genoeg voor iedereen

Schep maar op en ga je gang

.

O ja, ‘k zou het haast vergeten

Eén ding moet je even weten

Anders loopt het in de soep

Dan gaat het helemaal mis

Er is genoeg voor iedereen

Maar neem niet meer dan nodig is!

.

Rhizome

Wortel woorden

.

Soms lees ik iets, een zin of een woord in een krant, tijdschrift of op een website waar ik de betekenis niet van ken. Vroeger hadden wij thuis Readers Digest (De Nederlandse versie) en daar stond altijd 1 pagina met moeilijke woorden onder de titel Verrijk uw woordenschat. waarvan je dan de betekenis kon raden. Je kreeg dan 4 mogelijke betekenissen en de juiste zat daarbij. Ik heb daar heel veel woorden van geleerd waar ik later profijt van heb gehad. Ook zoiets als het Woordenboekspel kan je woordenschat behoorlijk vergroten.

Ik moest hier aan denken toen ik in een museum op een verklarend bordje bij een kunstwerk van de Belgische kunstenaar Michel Francois (1956) het woord Rhizome las. Ik vraag me af hoeveel van jullie lezers dit woord kennen? Waarschijnlijk de biologen en botanisten onder ons wel want het woord betekent zoveel als ondergrondse plantenstengel die wortels en scheuten uit zijn knopen laat groeien . Rizomen worden ook wel kruipende wortelstokken of gewoon wortelstokken genoemd. 

Wanneer je het woord opzoekt staat er ook een verwijzing bij naar de betekenis die het heeft in de filosofie: een concept in het poststructuralisme dat een samenstelling beschrijft die verbindingen mogelijk maakt tussen alle samenstellende elementen, ongeacht een vooraf bepaalde ordening, structuur of ingangspunt. Je begrijpt meteen waarom de filosofen deze term hebben omarmt. 

Zoekend naar een gedicht over Rhizome of het rizoom kwam ik terecht bij de dichter Forester McClatchey (@forestermcclatchey op Instagram) die een gedicht heeft geschreven over dit fenomeen (of toch in de sfeer van dit fenomeen) getiteld ‘Root Words’. McClatchey (1994) publiceerde gedichten in tijdschriften als ’32 Poems’, ‘The Hopkins Review’ en ‘Literary Matters’. Hij is naast dichter ook kunstenaar, schrijver, criticus en recensent. In februari van dit jaar debuteerde hij met de bundel ‘Killing Orpheus’ waarin hij de confrontatie aangaat met leven en dood vanuit het perspectief van beroemde sprekers uit de geschiedenis en literatuur, van Penelope tot het monster van Frankenstein. Het gedicht ‘Root Words’ is ook op de website ‘Versecraft‘ gedeeld en besproken.

.

Root Words

.

They say that trees can feel it when you walk.

Their fungal nerves are shuddering as your foot

thumps earth. They ponder you. A threat? They talk

about you, sending sugar through their roots,

uttering sugar-language, a grammar thick

as honey, in which every word is a root word,

and takes a week to say. A sentence trickles

over months. Conversations ooze in slurred

centuries. Long after you are dead,

they’re still debating you. They recall

the pattern of your feet, the seedlings snapped

by your passage, what little difference you made.

Your name goes dark in human circles first.

It’s held by trees a while. And then dispersed

.

Verrassingspakket

Doe jezelf poëzie cadeau

.

MUGzine is , na 6 jaar en 31 edities, inmiddels een bekende naam onder dichters en liefhebbers van poëzie. Wij, de makers, zijn altijd op zoek naar talentvolle dichters, bekende dichters en dichters die, onterecht en ongewild, wat minder in de spotlights staan. We doen dit met veel enthousiasme en onze missie is dan ook om zoveel mogelijk mensen met de schoonheid van poëzie kennis te laten maken of te interesseren in wat poëzie vermag. Bekijk ook onze social media kanalen op Instagram (@mugzines, @L.uule) en op X (@mugzines) en natuurlijk onze website mugzines.nl

Daarom hebben we een actie. Wanneer je een MUGzine zou willen ontvangen dan kun je ons een mailtje sturen en tegen kostprijs sturen we je dan een nummer toe. We hebben van alle edities nog een aantal exemplaren en voor de liefhebbers hebben we nu een actie. Voor een bedrag van een tientje sturen we je drie exemplaren toe. Welke exemplaren? Dat is de verassing. We doen er in ieder geval ook nog een extraatje bij (een GUMzine, een ansichtkaart of een special).

Interesse? Mail ons dan op mugazine@yahoo.com en voor je het weet ontvang je een leuke verrassing. Een klein voorproefje? Stel we sturen je nummer 6. In editie 6 van MUGzine uit begin 2021 verschenen onder andere van gedichten van Marleen De Crée (1941-2021).

.

Slaap

.

toen ik aankwam, kwam ik nergens aan.

er was niemand, niemand zei iets.

ik werd niet herkend, niet verwacht.

ik was niets, een schaduw op de weg.

.

stilstand, hitte, nergens op bedacht.

wat ik had willen zeggen, willen zien

was al in nevel opgelost. zwijgen

druppelde vettig in de keel. stotterde

.

als een verlaten kind op een denkbeeldig

plein, leunde tegen me aan alsof

we oude bekenden. we hoorden honden

.

hijgen, de honden van de nacht.

toen wist ik dat dit slaap was, droom

een stukje eeuwigheid misschien.

.

Astrologie voor beginners

Charlotte Van den Broeck

.

Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en daar pulkte ik, zonder te kijken, de bundel ‘Kameleon’ van Charlotte Van den Broeck uit 2015, tussen een dikke stapel dunnen bundels tevoorschijn. Opnieuw zonder te kijken liet ik de pagina’s door mijn vingers gaan en toen ik stopte (op pagina 42) las ik het gedicht ‘Astrologie voor beginners’. Nou weet ik niet of je in astrologie gelooft of dat je het meer ziet als een onschuldig volksvermaak. Maar wat Charlotte Van den Broeck (1991) mij hier voorschotelt is een verlangen naar duiding (zou astrologie dan toch…?) maar nee, uiteindelijk blijken er aan den einder slechts halogeenlampen aan een lege hemel te staan.

.

Astrologie voor beginners

.

Kilometers onder de korst

bewijst  de aarde roodverbrand zijn rondheid.

.

Zo zullen ook wij op een dag

samenvallen op eenzelfde as: amper vrouw

bijna man met een uniseks regenjas.

.

Je blik, die mijn rok aan mijn enkels denkt.

Ik heb een huid, die enkel nog jouw vingers kent.

.

Die keer toen we de haas aanreden en in zijn ingewanden

de oorzaak van verdriet probeerden te lezen.

We vreesden dat het nooit zou drogen.

.

Misschien ligt er een antwoord in het oog van de telescoop.

Een verklarende wetmatigheid in de baan van Venus.

.

Nachtenlang hebben we gekeken.

We zagen enkel halogeenlampen aan een lege hemel.

.

.