Site-archief

Dulce et Docurum est

Wilfred Owen

.

Woensdagavond was Peter Vandermeersch, hoofdredacteur van het NRC Handelsblad, te gast bij De Wereld Draait Door, om over een onderwerp betreffende de Eerste Wereldoorlog te praten. Dit keer sprak hij over de oorlog en de kunst. Hij eindigde met het gedicht van Wilfred Owen ‘Dulce et Decorum est. Ik kende dit gedicht niet maar heb het meteen opgezocht.

Wilfred Edward Salter Owen (1893 – 1918) was een Engels dichter en militair. Hij wordt door velen als de beste van de Engelse ‘War Poets’ (een benaming voor dichters die schreven tijdens en over de Eerste wereldoorlog) beschouwd. Zijn schokkende en realistische oorlogspoëzie over de verschrikkingen van de loopgravenoorlog en gasaanvallen werd sterk beïnvloed door zijn vriend Siegfried Sassoon (die ook behandeld werd door Peter Vermeersch). Veel van zijn werk werd pas na zijn dood gepubliceerd.

Het verhaal van Owen is een triest verhaal. In 1915 meldde hij zich, voornamelijk uit romantische overwegingen, als vrijwilliger aan bij het leger. In januari 1917 werd hij toegevoegd aan The Manchester Regiment. Na een aantal traumatische ervaringen (zo zat hij 3 dagen vast in een bomkrater) werd hij met een shellshockdiagnose naar huis gestuurd en opgenomen in het Craiglockhart War Hospital in Edinburgh. Het was daar dat hij Siegfried Sassoon ontmoette.

Na zijn ontslag uit het Craiglockhart keerde hij terug naar de oorlog. Zijn beslissing om terug te keren was vrijwel zeker het gevolg van Sassoons terugkeer naar Engeland. Sassoon was gewond geraakt en met permanent ziekteverlof naar huis gestuurd. Owen zag het als zijn plicht Sassoons plaats aan het front over te nemen, zodat de gruwelijke realiteit van de oorlog verteld bleef worden. Sassoon was een zeer uitgesproken tegenstander van Owens terugkeer naar het front. Hij dreigde zelfs “hem in zijn been te steken” als hij toch ging. Om zijn vriend niet in verlegenheid te brengen, informeerde Owen hem pas toen hij al in Frankrijk was.

Wilfred Owen stierf uiteindelijk een week voor het tekenen van de wapenstilstand. Sassoon zorgde ervoor dat de poëzie van Owen werd uitgegeven na de oorlog. In zijn gedicht ‘Dulce et Decorum est’ beschrijft hij een gifgasaanval en de daaruit volgende afschuwelijke dood van een van de soldaten. Zoals in veel van zijn gedichten bespaart Owen de lezers geen van de gruwelijke details. Hij hoopte hiermee te bewerkstelligen dat men in Engeland niet langer zou zeggen dat het een zoete eer was om voor het vaderland te sterven (dulce et decorum est pro patria mori).

De zin Dulce et Decorum est Pro Patria Mori is een citaat van de Romeinse dichter Horatius en betekent in het Nederlands ‘Hoe zacht en eervol is het te sterven voor het Vaderland.

Hieronder de originele Engelse tekst en de vertaling van Tom Lanoye uit 2002 ( Niemandsland, gedichten uit de grote oorlog)

.

Dulce et Docurum est

Bent double, like old beggars under sacks,
Knock-kneed, coughing like hags, we cursed through sludge,
Till on the haunting flares we turned our backs
And towards our distant rest began to trudge.
Men marched asleep. Many had lost their boots
But limped on, blood-shod. All went lame; all blind;
Drunk with fatigue; deaf even to the hoots
Of gas-shells dropping softly behind.

Gas! GAS! Quick, boys!—An ecstasy of fumbling
Fitting the clumsy helmets just in time,
But someone still was yelling out and stumbling
And flound’ring like a man in fire or lime.—
Dim, through the misty panes and thick green light,
As under a green sea, I saw him drowning.

In all my dreams before my helpless sight
He plunges at me, guttering, choking, drowning.

If in some smothering dreams you too could pace
Behind the wagon that we flung him in,
And watch the white eyes writhing in his face,
His hanging face, like a devil’s sick of sin,
If you could hear, at every jolt, the blood
Come gargling from the froth-corrupted lungs,
Bitter as the cud
Of vile, incurable sores on innocent tongues,—
My friend, you would not tell with such high zest
To children ardent for some desperate glory,
The old Lie: Dulce et decorum est
Pro patria mori.

.

Dulce et Decorum est

Zwaarbeproefd, kromgebogen als oude kerels,
Vloekten we ons hijgend hoestend door het slijk.
Achter ons verdween de gruwel van het front.
Voort ploeterden we, naar verder weg gelegen onderkomens.
Er waren er die lopend sliepen. Anderen, hun laarzen kwijtgeraakt,
Strompelden op bebloede voeten.
Uitgeput was iedereen, verstomd, niets ziend,
Doof zelfs voor de vlakbij neervallende gasgranaten.

Gas! GAS! werd er gebruld. Als de donder rukten we
Die rotmaskers net op tijd over ons hoofd.
Een kreeg het niet voor elkaar
En krijste vertwijfeld als een dier in nood.
Vaag zag ik door mijn beslagen glazen, in een dichte waas
Als onder water in een snotgroene zee, hoe hij verzoop.

Elke nacht droom ik van hem. Hij stort zich op mij, kokhalst,
snakt naar adem en verzuipt opnieuw. Machteloos kijk ik toe.

Jij zou ook eens in zo’n afgrijselijke droom,
Mee moeten lopen met de kar waarop hij toen werd afgevoerd.
Zien hoe hij aldoor zijn ogen opensperde,
Zijn mond open en dicht ging als bij een stomme vis,
En bij iedere gierende ademstoot moeten horen
Hoe het bloed omhoog borrelde uit zijn verrotte longen,
Als gore etter uit een verkankerde wond in een onschuldig lijf.
Mijn vriend, je zou het voorgoed uit je kop laten
Jonge jongens, hunkerend naar heldenroem,
Zo stomweg die godvergeten leugen wijs te maken:
Dulce et decorum est pro patria mori.

.

wilfredowen

Owen graf

Owen

De Vallei

Daar gaat ze

.

Francois Vermeulen, dichter en redacteur van het Belgische blad Schoon Schip is de uitgever van De Vallei, een digitaal kunst en poëzie magazine.. Via het internet maakt hij jaarlijks een kleine bundel met kunstwerken en daarbij behorende poëzie. Voor de 23ste editie van De Vallei vroeg hij Antoinette Sisto om dichters en de werken van beeldend kunstenaar Els Brouwer bij elkaar te brengen. Ook mij vroeg ze om een gedicht te schrijven bij een werk van Els. Dit werd het werk dat gebaseerd is op het schilderij ‘Away we go’ (Acryl op doek). De afbeelding van dit werk en het gedicht dat ik erbij schreef kun je hieronder bekijken. Werk van Els Brouwer is te bekijken op http://www.elsbrouwer.com/

In de 23ste editie van de Vallei zijn de volgende dichters opgenomen: Dianne Soli, Antoinette Sisto, Geraldina Metselaar, Wilma van den Akker, Jos van Daanen en ik dus. De PDF van deze digitale editie kun je bekijken op: http://static.skynetblogs.be/media/169074/2274476303.pdf

.

vallei

De mooiste van Yeats

William Butler Yeats

.

Lannoo | Atlas gaf in 2010 de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ uit. Een bundel samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. In deze bundel de mooiste gedichten van Yeats met vertalingen van Ben Cami, Paul Claes, Jan Eijkelboom, Adriaan Roland Holst, Hedwig Schwall, Koen Stassijns, Geert van Istendael en Ivo van Strijtem. Met een gedegen uitgebreide inleiding van professor doctor Hedwig Schwall is dit een bijzondere bundel. In de bundel een kleine vijftig gedichten met hun vertalingen.

Uit deze bijzondere bundel het gedicht ‘All things can tempt me’ met de vertaling van Geert van Istendael en Koen Stassijns met de titel ‘Haast alles lokt mij’.

.

All things can tempt me

All things can tempt me from this craft of verse:
One time it was a woman’s face, or worse —
The seeming needs of my fool-driven land;
Now nothing but comes readier to the hand
Than this accustomed toil. When I was young,
I had not given a penny for a song
Did not the poet Sing it with such airs
That one believed he had a sword upstairs;
Yet would be now, could I but have my wish,
Colder and dumber and deafer than a fish.

.

Uit: The green Helmet and other poems, 1910

.

Haast alles lokt mij

.

Haast alles lokt mij van dit dichtwerk weg:

Ooit was ’t een meisjeslach of, brute pech –

De valse noden van mijn dwaze land;

Nu neem ik niets zo makkelijk ter hand

Als dit gewoon karwei. Als jonge vent

Gaf ik voor liederen geen rooie cent,

Tenzij de dichter zong met een aplomb

Of hij een zwaard had liggen in ’t salon;

Kreeg ik mijn zin, dan was ik nu gewis

Kouder en stommer en dover dan een vis.

.

9789077441046

 

images

Eerste gedicht

Chrétien Breukers

.

Ik lees het boek ‘Over het eerste gedicht: over het lezen van poëzie’ van Chrétien Breukers. Ik zag het boek bij de nieuwe boeken in de poëziecollectie liggen en werd vooral door de titel getrokken. Welk eerste gedicht? Dat blijken eerste gedichten te zijn uit 36 bundels van verschillende dichters.

Voordat Breukers zijn zeer lezenswaardige besprekingen van eerste gedichten begint beschrijft hij in 9 pagina’s zijn ideeën over de hedendaagse poëzie. Zeer vermakelijk want Breukers heeft een nogal uitgesproken visie op de poëzie in Nederland. Zo merkt hij op dat de verkoop van poëziebundels in Nederland (en België) de laatste 20 jaar is ingezakt en dat er steeds minder poëzie wordt gelezen. Er is volgens hem een verschuiving gaande van het lezen en doorleven van poëzie naar het ondergaan van poëzie (tijdens manifestaties e.d.). De mens van nu heeft geen tijd/zin/concentratie om poëzie op een goede manier tot zich te nemen. De poëzie heeft zijn urgentie verloren, het is verworden tot een poëzie Teletubbieland met hartverscheurend saaie toestanden.

Daarnaast vindt hij dat Gedichtendag, Gedichtenweek en de Dichter des Vaderlands terstond moeten worden afgeschaft of tenminste 5 jaar moeten verdwijnen. Gedichtendag en Gedichtenweek zorgen ervoor dat er op één moment in het jaar een overdaad aan aandacht is voor poëzie en de Dichter des Vaderlands is een vredig en gezellig instituut geworden

Volgens Breukers is de poëzie haar fundament kwijt. Heel boeiend om te lezen allemaal. Deels ben ik het wel met Breukers eens maar of zijn oplossing de redding van de poëzie in Nederland gaat worden, ik vraag het me af. Wat ik zelf merk is dat de poëzie de laatste jaren steeds meer aanwezig is. Juist door de Gedichtenweek, de Dichter des Vaderlands maar ook vooral door de podia her en der in het land, de stichtingen die zich met literaire activiteiten bezig houden, de dichterskringen, de dichtersgroepen en de vele (vaak amateur) dichters die ervoor kiezen om hun werk in eigen beheer uit te geven.

Ik ben niet van de school die vindt dat poëzie er is om een verschil te maken. Poëzie mag ook genoten worden om haar schoonheid, als troost, als motivatie. Poëzie gaat de wereld niet veranderen, ze kan er (op onderdelen) hooguit een bijdrage aan leveren. Dichters (semi-professioneel, professioneel en amateur) geven het leven van zeer veel mensen kleur. Een aantal dichters zal door de aard van hun poëzie vallen binnen de groep waarvan Breukers vindt dat zij een verschil maken en een hele grote groep zal hierbuiten vallen. Desalniettemin heb ik de inleiding met zeer veel plezier gelezen.

De manier waarop Breukers vervolgens de verschillende eerste gedichten behandeld zijn ook zeer lezenswaardig. Vaak geeft hij een bijzondere kijk op de gedichten en een enkele keer geeft hij ook eerlijk aan dat hij ook niet weet waar een gedicht precies over gaat. En zo vergaat het de lezer van poëzie ook, de ene keer begrijp je een gedicht volledig en de andere keer niet maar kun je toch genieten van dat gedicht om taalgebruik, vorm of iets anders. Een boek om te lezen kortom. Van de behandelde eerste gedichten hieronder het gedicht ‘Tsjechov’ van Erik Bindervoet.

.

Tsjechov

.

De Russische toneelschrijver Tsjechov

Woonde in Baltimore

Met een emoe die kon apporteren.

Zelf gaf hij een cursus,

Laatste hulp bij zelfdoding.

Toen ik dit bedacht zag ik

Acht flamingo’s boven de Ceintuurbaan,

Maar niemand geloofde me

En ik wilde bloemen.

.

Uit: Het spook van de vrijheid, 2010

 

 

over het eerste

 

het-spook-van-de-vrijheid---erik-bindervoet[0]

 

De dingen

Pim te Bokkel

.

Uit de bundel van Pim te Bokkel ‘De dingen de dingen de dans en de dingen’ uit 2010 het gedicht ‘Wasknijper’.

.

Wasknijper

Wat beklijft?
Vraag het de wasknijper
die met een stalen oog
een lijn vastbijt

Wat blijft
als straks de herfst aantrekt?

Wat is het dan
een veer om dit gespannen hout
dat krampachtig nog wat
was vasthoudt

.

de-dingen-de-dingen-de-dans-en-de-dingen

Poëziebordeel

Vlaanderen

.

Via Facebook (Lies van Gasse) kwam ik terecht bij de website http://www.poeziebordeel.be/.

Wat is Poëziebordeel? Het Poëziebordeel plaatst dichters, of beter gezegd, hun stoute alter ego’s, in het weelderige interieur van een bordeel en presenteert hen als courtisanes van het woord. In privé-lezingen geeft elke dichter van lichte zeden zijn of haar meest intieme delen – woorden – bloot in de schemerzone van gedempt licht, sofa’s en chaises longues. Intussen vermaakt een bohémien volkje van dansers, zangeressen en muzikanten de wachtende klanten. Kortom: performance art in een liederlijk totaalconcept. Poëzie gedrenkt in een wellustige avond.

Drijvende kracht achter Poëziebordeel zijn Ineke van Nieuwenhove, Michaël Vandebril en Carmen de Vos.

Ineke (47) is journaliste en manager van het het Gentse fenomeen Kenji Minogue,een Belgische popgroep die electropop met kitsch, humor en absurde West Vlaamse teksten brengt. De naam Kenji Minogue is een West-Vlaamse woordspeling (“ken jij me nog”), net als de artiestennamen van de twee leden; Fanny Willen (“van niet willen”) en Conny Komen (“kon niet komen”).

Michaël Vandebril (42) is dichter en organisator en leidt sinds 2002 de stedelijke dienst Antwerpen Boekenstad. Hij is stichtend lid van de literaire organisatie VONK en zonen en hij maakt deel uit van de redactie van literair tijdschrift Deus ex Machina.

Carmen de Vos (47) is fotografe. Ze maakt vreemde bedenksels en fotografeert die op oude vervallen film. Ze omhelst de fout, de verkleuring, de onscherpte en houdt ervan om binnen de beperkingen die haar materiaal oplegt, het best mogelijke beeld te creëren.

Het Poëziebordeel heeft geen vaste standplaats maar trekt van evenement naar evenement. Zo was het gezelschap te zien op de poëzienacht te Brugge en op het kasteel in Gent en komt men op 8 en 9 november in Antwerpen.

.

PB

 

PB1

 

PB2

 

PB3

 

pbLogo_Bordeel

 

Het leven zelf

Bart Chabot

.

Ik vind het weer eens tijd voor Bart Chabot, Haags dichter en schrijver en bekend en erkend biograaf van Herman Brood. Laat ik nu net de bundel ‘De Bril van Chabot’ aan het lezen zijn (toeval bestaat niet) uit 2008 met daarin “De mooiste gedichten van Bart Chabot gekozen door Martin Bril”.

In de inleiding schrijft Martin Bril dat dit boek uit vriendschap is geboren en dat merk je tijdens het lezen. Uit deze bundel een paar gedichten.

.

Het leven zelf

.

levering van stro.

afvoer van mest.

.

.

Het gebeurde in Coevorden

.

op doorreis naar emmen,

we beleefden een van de eerste lente-

dagen van maart,

liep ik in de pothofstraat

kort na sluitingstijd,

de winkels waren gesloten

en de meeste rolluiken al neer,

elvis tegen het lijf

.

hij sprak vloeiend

nederlands

.

.

Dagsluiting

.

aanstonds,

voor u het weet,

zal het alweer pasen zijn

en zal ik chocolade-eithes

voor u verstoppen

voor u allemaal

in een groot en ver bos

waar de kabouters dwalen

en de elfen

.

chabot

Foto: Anton Corbijn

.

Het leven zelf werd gepubliceerd in ‘Genadebrood’ 1993

Het gebeurde in Coevorden werd gepubliceerd in ‘Zand erover’ 2003

Dagsluiting werd gepubliceerd in ‘De kootjesblues’ 2000

Na de ramp

Roombeek

.

Het afgelopen weekend bezocht ik met vrienden Enschede. De belangrijkste reden om Enschede te bezoeken was behalve het lopen van de Cultuurmijl, het bezoeken van Roombeek. In de wijk Roombeek vond op 13 mei 2000 vond de grootste vuurwerkramp uit de Nederlandse geschiedenis plaats. Behalve de 23 mensen die hierbij het leven verloren (waarvan er 4 brandweermannen) raakte er meer dan 950 mensen gewond. 200 huizen werden verwoest, 1500 huizen raakte beschadigd evenals 500 bedrijven. Ruim 1200 mensen raakten dakloos. Kortom een verschrikkelijke ramp.

Op de plaats waar de ramp plaats had is een nieuwe wijk met nieuwe huizen en bedrijven gebouwd. In de strip waar S.E. Fireworks stond is nu een grasveld in de vorm van een langgerekte driehoek met halverwege, op de plaats waar de opslag stond een herdenkingsmonument naast de krater die werd geslagen door de inslag van explosieven.

Wanneer je vanuit de stad richting deze plek loopt kom je, vlak voor je bij de krater van de inslag bent, een bord tegen met daarop een gedicht van Jan de Vlaming.

.

2014-10-04 15.39.39

 

verdwenen huis

Verdwenen huis met daarachter de plek waar de grote ontploffing plaats vond.

Muze poëzie

Nieuwe poëzie app

.

In de Volkskrant van maandag las ik een artikel over een mooi nieuw initiatief op poëzie gebied; de Muze poëzie app. Mijn oog viel meteen op dit artikel omdat ik Simon Mulder herkende. een dandy dichter waarmee ik dit voorjaar nog samen op het WAK festival stond in Den Haag. Uiteraard heb ik de (gratis) app meteen gedownload (dit kan via Itunes of uit de Android store) en ben eens een kijkje gaan nemen. Het startgedicht van K. Schippers ‘Het overhevelen van gewicht’ kun je op een prima manier lezen of beluisteren. Boven elk gedicht staat een klein luidsprekertje. Wanneer je hierop drukt open je een audiobestand en wordt het gedicht aan je voorgedragen.

Daarnaast een knopje met een i (info) waar meer informatie over de dichter wordt gegeven. Daarnaast weer een knopje met een hartje. Hier kun je meer gedichten bekijken en beluisteren en als je helemaal enthousiast bent over het gedicht, kun je hier ook zien waar je het gedicht (in een bundel) kunt kopen.

Rechts daarnaast een knop met informatie over Muze en tot slot een knop met informatie over poëzie en aanverwante onderwerpen in een agenda (Op dit moment: Dag van het literatuuronderwijs en het 4e Feest der poëzie).

Uit de informatie die ik op http://www.muzepoezie.nl/ heb kunnen lezen stuurt de app iedere week een gedicht naar de gebruiker van de app. Deze gedichten worden voorgelezen en toegelicht door de dichters zelf. Als de dichter niet meer leeft wordt het gedicht voorgelezen en toegelicht door een dichter die meewerkt aan de app.

Johan Henselmans, Jan Heeren, Michiel Zonneveld en Simon Mulder hebben deze poëzie app ontwikkeld. Ik denk dat de poëziewereld met deze app een mooi nieuw instrument in handen heeft om poëzieliefhebbers te verwennen met een nu nog wekelijks maar hopelijk op enig moment dagelijks nieuw gedicht.

.

Het overhevelen van gewicht

.

Ze loopt naar je toe, wat gebeurt

er als ze iets van je overneemt

voor je draagt

.

een koffer of een bal,

op eigen initiatief

of dat van jou.

.

Maar je hebt niets bij je.

.

Wat ze zelf al lopend  meeneemt,

een halve citroen en de lichtste

passen, ze zijn voor jou,

.

net als de citroen die ze geeft.

Je hebt ‘m.

.

Ze loopt van je af en kijkt niet om.

Je ziet haar verder bewegen.

.

’n Glinstering op het water.

De geur van gebakken vis.

Een windvlaag die een gordijn opbolt.

.

Korenaren op bakkerspapier.

De lijnen op een wit tafelkleed.

Lichte gebaren.

.

Alles is naar je toegekeerd.

Je hoeft ’t niet te bezitten.

.

Muze gedicht

 

Muze

 

Uit: Fijn dat u luistert, 2014

 

Hoekkamer

Clara Haesaert

.

Vandaag wil ik een vrouwelijk Vlaamse dichter Clara Haesaert belichten. En wel om de volgende reden. Toen ik informatie over haar las waarin stond dat ze zich professioneel inzette voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken scoorde ze als mens al punten bij me, toen ik op zoek ging naar haar poëzie was het duidelijk; ik ging een blogpost over haar schrijven.

Geboren in 1924 was Clara Haesaert na haar studie werkzaam als ambtenaar bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur (kom daar tegenwoordig nog maar eens om, ministeries met zulke ronkende namen). In die functie zette ze zich dus in voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken.

Op 29 jarige leeftijd debuteerde ze als dichter met de bundel ‘De overkant’ waarna er nog 8 bundels volgden. Haar laatste bundel ‘Voorbij de laatste vijver’ verscheen in 1995. Ze was medeoprichtster en redacteur van het tweemaandelijkse tijdschrift ‘De Meridiaan’ tijdschrift voor kunst en letteren, en oprichtster van Internationaal Kunstcentrum Taptoe in Brussel. Tot slot was ze mede-stichtster van de “Middagen van de Poëzie” en van het Haiku-centrum voor Vlaanderen in Overijse.

Naast de Basiel de Craeneprijs voor haar gedicht ‘de Man’ in 1952 , de Mathias Kempprijs voor Poëzie voor haar bundel ‘Medeplichtig’ in 1984 en ‘Het gulden boek voor Verdiensten bewezen aan het Boekwezen’ in 1991 werd ze in 2001  bevorderd tot Officier in de Leopoldsorde.

Uit jaargang 8 van De Brakke Hond uit 1991 het gedicht Hoekkamer van haar hand.

.

Hoekkamer

Het gulden boek voor verdiensten bewezen aan het boekwezen, bibliotheken, jeugdboeken,

1.
Je loopt levend door mijn gedachten,
je handen bewegen,
je knippert met de ogen.
Ik ben dood, zei je toen, die avond,
zeven jaar geleden.
Nu hoor ik je stem, verdrietig,
ik zie je stappen, voorovergebogen.
Toch loop je elk ogenblik, veerkrachtig,
lachend en pratend door mijn gedachten.
2.
Op een dag liep ik met een vriend door het bos.
Een groot bos vlakbij de grootste stad van het land.
Het was februari, ik hoorde een ijsvogel zingen.
Op het smalle wandelpad lag een dun laagje sneeuw.
3.
In deze hoekkamer rees de vraag:
waarom de stem verheffen,
waarom met woorden treffen.
Waarom het ondoordachte:
steeds de sterkere, de onverstoorbare te lijken,
waarom geraffineerd de meedogenloze spelen.
In het schild voor het ongeluk geboren:
onloochenbaar merkbaar in ogen en stem,
koele tegenstrijdigheid in zien en horen.
.
Clara
Met dank aan dbnl.org en Wikipedia