Site-archief

Ik lees geschiedenis

Ter ere van de goedertieren maan

.

Vandaag op Herman de Coninckzondag een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’. In 1978 verscheen deze bundel met vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981.

Uit de NBD recensie (recensies op basis waarvan bibliotheken boeken bestellen) van destijds:

Herman de Coninck is in contact gekomen met een onbekende Amerikaanse schrijfster Edna St. Vincent Millay. Zij blijkt in 1950 gestorven te zijn en volgens de inleiding een feministe, die vooral in de jaren ’20 eigentijds werk maakte dat terecht vergeten is. Tussen al dat werk verschenen echter ook sonnetten, die de geest van het feminisme van de jaren ’70 ademen. De vertaler biedt op weinig bescheiden wijze 27 vertalingen aan, waaruit de onconventionele opvattingen van de schrijfster blijken. Het is moeilijk te beoordelen, wat origineel is en wat van de vertaler.  De gedichten ademen een soort luguber realisme.

Hoe het ook zij, dit gedicht wil ik graag met je delen.

.

Ik lees geschiedenis. Ik oefen mijn bescheidenheid.

Ik leer wat voor een kleine plek je hier krijgt toevertrouwd

en hoe krankzinnig je moet werken voor hoe korte tijd

en hoe je daar niet beter van wordt maar wel oud.

.

En toch bouwt iedereen hier aan een onderkomen

en zorgt dat hij zich van de andere dieren onderscheidt

door rechtop-lopen en door een surplus aan dromen

en door de absurde energie, daaraan gewijd.

.

Want moeilijkheden krijgen we allemaal: de rat

heeft, in gevaar, altijd haar aanvalsmoed gehad.

Maar hoeveel moediger is niet een man

.

die weet, als pijn bedaart, dat het nog erger kan,

dat erger nog moet komen, en die toch kan schrijven,

kan lachen, tennissen en zelfs vooruitziend blijven.

.

vincent-millay1

 

 

Liefde didactisch

Leonard Nolens

.

In een artikel van 4 november 1999 in het Leidsch Dagblad dat ik tegenkwam, las ik een recensie van Hans Warren over de bundel ‘Voorbijganger’ van Leonard Nolens. In het artikel staat onder andere  “Bij niemand was het verdriet zo groot (over de dood van Herman de Coninck WvH) als bij de 52 jarige bard Leonard Nolens”.

Nu heb ik al een aantal keer eerder op dit blog aandacht besteed aan de dichter Nolens maar met dit gegeven ben ik zijn werk nogmaals gaan lezen en ik begrijp wat Hans Warren bedoeld als hij stelt “Hij is zo’n beetje de laatste figuur die in poëzie de grote gevoelens en de grote woorden zoekt in plaats van schuwt”.

Uit ‘manieren van leven’ uit 2001 een voorbeeld van zijn ‘stijl’ van dichten.

.

Liefde didactisch

Zij spannen traag hun winterkleren voor de ramen
En sluiten elkaar en het straatlawaai in hun armen.

Zij gaan vanmiddag bloot een groot horloge binnen.
De wijzers zijn zijzelf. Zij maken plaats en tijd.

Een simpele duim op haar tepel verandert de wereld
Van deze volksbuurt in een kamer zonder pijn,

Een bed waaronder twee paar tranen samen slapen
Met afgelopen schoenen. Geluk heeft geen contour.

Langzaam vrijen is ook dat ronde kruispunt beneden.
Daar lopen mensen zoals wij van hen te dromen.

.

Nolens

 

nolens (1)

Nader en onverklaard

Niels Landstra

.

Van Niels Landstra (1966) kreeg ik zijn nieuwste bundel toegestuurd. Titel: ‘Nader en onverklaard’. Op de achterflap tot mijn verbazing (en genoegen) een quote die ik vorig schreef over de poëzie van Niels (Niels Landstra is een begenadigd dichter) in een column op Maassluis.nu

Dat Niels een begenadigd dichter is bewijst hij eens te meer in deze bundel. De bundel telt 30 gedichten, mooi uitgegeven door uitgeverij Oorspong. Wat me meteen in het oog viel is het gebruik van hoofdletters bij elke nieuwe zin (overigens niet consequent door de hele bundel). ik ken meer dichters die dit doen en als je zelf van het type dichter bent dat zo min mogelijk hoofdletters gebruikt is het altijd weer even wennen. Soms moet ik hele strofen opnieuw lezen om te zien waar de pauzes vallen en waar zinnen eindigen (er worden namelijk wel punten gebruikt). Toen ik wat meer gedichten had gelezen wende ook dit en kon ik me meer op het genieten van de poëzie richten. Want genieten is het. Niels Landstra verstaat als geen ander het beschrijven van alledaagse zaken op een heel onalledaagse manier. Een rij bomen is nooit zomaar een rij bomen bij hem en mensen in een tram op een brug worden bij Niels (In de vaart der volkeren):

 

” Een tram in het dwangspoor van een brug

Met lammeren tegen leunend glas, mat

Over de grachten van de grauwe cyclus ”

 

Ook het woordgebruik, of moet ik zeggen de woordenschat waar hij zich van bedient is prikkelend en uitgebreid. Een kleine greep uit zijn werkwoordgebruik: parelen, zwieren, zwalken, welken, priemen, minnen, schampen, dampen, gloeien, looien, verijlen en ga zo maar door. Zijn zeer rijke taalgebruik maakt dat elk gedicht niet alleen inhoudelijk genoten kan worden maar zeker ook taalkundig. Verwacht van Niels geen experimenten met poëzie; zijn gedichten bestaan voor het overgrote deel uit 3, 4 of 5 strofen met af en toe één met tussenzinnen.

Al met al een fijne bundel die uitnodigt tot herlezen.

Uit deze bundel het gedicht ‘Struikelstenen’. Voor wie het fenomeen niet kent; struikelstenen of stolpersteine is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig (1947). Hij brengt gedenktekens aan op het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi’s verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. Deze Stolpersteine (lett. ‘struikelstenen’) herinneren onder andere aan Joden, Sinti en Roma, politieke gevangenen, homoseksuelen, Jehova’s getuigen en gehandicapten.

.

Struikelstenen

.

Om de namen van hen niet te vergeten

die een hel zagen zonder enige reden

stapsgewijs van vale straatstenen gevaagd

nu door een stolp van blinkende messing geschraagd

,

de inscriptie zwart als de as die warrelde

door een verhitte lucht, doodszucht, beklaagden

op een weg besloten door een gillende vrees

die vogels en prikkeldraad snoerden, de kreet

.

van ontreddering verstomd in het trottoir

voor statige woningen die er zwijgend staan

getuigen van gezinnen beroofd van status

en voor altijd weer bruut afgevoerd, uitgeblust

.

door het reizen naar de verkommerde tijd

het komen bij de duivel thuis, het gelijk

struikelen in de kwade geschiedenis

over waanzin. moord en eeuwige droefenis

.

IMG_8978

 

stolpersteinemaassluis-1

Zomergasten en de poëzie

Ionica Smeets

.

Afgelopen zondag was wetenschapsjournaliste en wiskundige Ionica Smeets (1979) de Zomergast  bij het gelijknamige programma van de VPRO (lees vooral ook de recensie van dit programma vandaag in de Volkskrant van Jean-Pierre Geelen). Nu ken ik Ionica al vele jaren, ze werkte jarenlang tijdens haar school- en studietijd bij de bibliotheek Maassluis waar ik directeur ben. In de jaren dat we collega’s waren was Ionica precies zoals ze op tv was afgelopen zondag. Ik herinner me een keer na een bibliotheekuitstapje, toen ik haar een lift gaf naar haar woonplaats Delft, dat ze tijdens de autorit uit haar hoofd een gedicht voordroeg.

Toen ze zondagavond dan ook een fragment liet zien van haar favoriete dichter Leo Vroman verbaasde mij dat niet. Een prachtig fragment uit een documentaire over Leo Vroman en zijn vrouw Tineke. Naar aanleiding van deze aflevering heb ik werk van Leo Vroman herlezen en wil ik graag een gedicht van hem met jullie delen.

.

In bed

.

Het is mij een droom te ontwaken

door een hand op het haar en de slapen

en de streling van zaaien en rapen

meer dromen te voelen maken;

.

hoor in het omhullend geruis

van een adem de zee, de wind

op een lang, leeg strand, en een kind

ver van het ouderlijk huis –

.

Zij vroeg mij waar we nu waren.

Het was herfst in mijn droom en ook buiten

bewegen zich dorre blaren

door de lucht, en over de ruiten.

.

Ionica

 

159696-300-446-scale

 

 

Hoop, geloof en liefde, een recensie

Derrel Niemeijer

.

Vorig jaar in december schreef ik een recensie van de bundel van Derrel Niemeijer met de veelzeggende titel ‘Krankzinnig aangedicht’. Ik schreef toen dat de bundel op mij overkwam als een geordende chaos en dat de poëzie van Niemeijer me deed denken aan de poëzie van Johnny the selfkicker. Onbegrijpbaar en ongrijpbaar met de neiging om na lezing van elk gedicht meteen tot herlezing over te gaan om er iets van te begrijpen. Ook schreef ik toen over de opmaak van de bundel, schreeuwerig en vol hoofdletters, uitroeptekens en punten en komma’s. Ondanks de interpunctie, de slordige opzet en het schreeuwerige karakter van de bundel was ik ervan gecharmeerd.

Derrel, door Von Solo ‘een levende icoon van de Neo beatniks’ genoemd lijkt in zijn nieuwste bundel wat tot rust gekomen. Lijkt, want in zijn poëzie is Derrel niet of nauwelijks veranderd. In de afwerking van de bundel is wel veel veranderd. Zo staan de gedichten op een normale bladspiegelverdeling, de vele dik gedrukte leestekens zijn achterwege gebleven, en de bundel heeft een rustig voorkomen. De afbeelding op de voorkant vind ik persoonlijk wat fletst en dat in combinatie met het lichte blauw en de titel doet een heel andere soort poëzie vermoeden. Ook de gekozen centrering van de gedichten in het midden van de bladzijden zou niet mijn keus geweest zijn maar al met al is ‘the look and feel’ van deze bundel professioneel.

Dan de inhoud, tenslotte gaat het om de gedichten. Bij veel gedichten overkomt mij hetzelfde als bij het lezen van ‘Krankzinnig aangedicht’, na lezing schud ik mijn hoofd, denk ik: “Waar gaat het eigenlijk over” en vervolgens lees ik het opnieuw. In de meeste gevallen komt na een tweede lezing het besef dat Derrel er vast iets mee heeft bedoeld dat ik er niet uit haal en dat wat ik er in lees vast niet zo door Derrel bedoeld is. En is dat niet precies waar poëzie over gaat.

Opnieuw soms zinsconstructies die wat krom zijn (bijvoorbeeld uit Ze is nu zo sterk: ‘om haar echt te waarnemen’ in plaats van ‘om haar echt waar te nemen’. Het gebruik van de ‘/ ‘ zoals in Masker: ‘als reflectie van/voor , wie/wat ik ben’ en in Achter de muur:  “Mijn leven behoud/behoed ik” . Maar ook de omkering van woorden die daardoor iets surrealistisch krijgen zoals in hetzelfde gedicht: ‘De Dood houd ik buiten. / Buiten houd ik De Dood. / Ik houd De Dood buiten.’

Tel daarbij de vele typisch Derreliaanse visuele ‘grapjes’ zoals in Verslikken: ‘over: *De liefde / *Je liefde/ *Liefde m.b.t./ *Liefde t.a.v./ *Liefde voor”

Komen we veel meer te weten over de mens Derrel? Wie goed leest en een beetje weet hoe stormachtig het leven van Derrel zich heeft ontwikkeld kan zich er een voorstelling van maken. Voor de neutrale lezer doemt een beeld op van een soms getormenteerde dichter, dan weer een ouwe romanticus en zelfs af en toe een sentimentele schrijver.

Voor ieder wat wils lijkt me. Een voorbeeld van het laatste in het gedicht ‘Ik houd van je’.

.

Ik houd van je

.

Hij is dichter

ik ben juist opener

sinds ik schrijf.

.

Soms schrijf ik vijf dingen

en soms op een dag

nog eens vijf.

.

Al die kraaienpoten

waren oefeningen.

.

Ik heb geleerd

Met minder woorden,

zeg je meer!

.

Vier woorden zijn genoeg!

.

derrel-250x370

 

Uitgeverij Heimdall is een betrekkelijk nieuwe uitgeverij van uitgever Hub Dohmen. Heimdall geeft naast poëzie vooral non-fictie uit.

 

Jeugdzonden

Poging tot een recensie: Pastuiven Verkwil

.

Van Pastuiven Verkwil kreeg ik op 14 december een mail met als bijlage een E-book. Dit E-book is een dichtbundel van Pastuiven getiteld ‘Jeugdzonden ; Deel 1 gedichten tot en met 1993’.

Nu kennen velen Pastuiven Verkwil van het, op zijn initiatief gestarte, Poëzine (voorheen Po-E-zine). Ook ik ben vanaf het eerste nummer vaste bijdrager aan dit bijzondere magazine. Reden des te meer om de bundel met veel plezier te lezen en een poging te doen om hier tot een recensie te komen. De bundel verschijnt op 1 januari 2014.

Jeugdzonden

De titel lijkt te verwijzen naar zijn eerste stappen op het dichtfront. Jeugdzonden lijkt ook aan te geven dat er enige gene is ten aanzien van zijn vroege poëzie. Ik heb de bundel gelezen en ik denk dat dat zeker niet nodig is. Als ik zijn eerste poëzie vergelijk met mijn eerste poëzie dan zie ik al een groot verschil. Waar mijn vroege poëzie vrijwel altijd rijmde, laat de vroege poëzie van Pastuiven veel meer variatie zien.

Wat wel vergelijkbaar is, zijn de onderwerpen waarover Pastuiven schrijft; zijn gevoelens, emoties, zijn kijk op de wereld, gevoelens voor de ander, de tijd, de liefde, het leven en andere grote begrippen. Verderop in de bundel ook Engelstalige gedichten en enkele rijmende gedichten.

Pastuiven probeert in deze bundel veel te zeggen en dat lukt hem wat mij betreft zeker. De verschillende  stijlen verraden het zoeken naar een eigen stijl hetgeen me meteen doet uitzien naar de rest van zijn poëzie. De gedichten in deze bundel hebben geen titels maar een nummering.

Dat Pastuiven werkelijk alles heeft opgenomen in deze bundel blijkt voor mij het het volgende gedichtje, of versje.

.

[03-043] [0178]

Rozen verwelken,

Schepen vergaan

Zo zal mijn liefde voor jou

Ook wel overgaan

.

Waarschijnlijk is het een bewuste keuze van Pastuiven geweest om echt alles op te nemen. Ik weet niet of dit een verstandige keuze is. In ieder geval krijg je heel goed het proces dat de dichter door maakt naar volwassenheid mee in deze bundel. In het nawoord geeft hij iets weg van zijn visie op zijn eigen poëzie, voor mij heel herkenbaar.

Ik vraag me af hoe oud Pastuiven was toen hij deze gedichten schreef, waar hij woonde? het zou iets kunnen verduidelijken van zijn poëzie. Toch ben ik gecharmeerd van deze bundel omdat ik er zoveel in herken, goede en minder goede poëzie wisselen elkaar af maar mijn eindoordeel is positief. Dit is een coming of age bundel van een dichter met talent. Heel benieuwd naar de rest van zijn poëzie.

.

[01-018] [0018]

Het licht is uit

maar het doven heb ik niet meegemaakt

wel voorzien, niet voorspeld

het ging vanzelf

zonder,

zonder anticipatie, aangezien

ernaast gestaan

niets kunnen, willen doen

geen onmacht

maar totale apathie

beginnen

aanschouwen

onafgemaakt,

onverwacht.

.

???????????????

Krankzinnig Aangedicht!!!!!

Poging tot een recensie

.

Na de bundeltjes van Nancy Meelens nu een poging tot recensie van de nieuwe bundel van het fenomeen Derrel Niemeijer, of zoals Von Solo in zijn voorwoord schrijft, Derrel is een beweging, volkomen irrationeel en wars van modieuze normen en waarden.

Dat kan ik alleen maar onderschrijven. De poëzie van Derrel laat zich het best beschrijven als een krankzinnig geordende chaos. En voor jullie nu denken dat ik dit als een negatieve connotatie gebruik, het tegendeel is waar. Derrel is in zijn poëzie zo anders, zo volkomen buitenissig soms dat bij lezing van vrijwel elk gedicht ik de neiging had om na lezing opnieuw te beginnen om te kijken of ik het wel goed gelezen had. Von Solo noemt hem een levend icoon van de Neo beatniks en misschien valt hij daarmee nog wel het best te vergelijken.

Als ik Derrels poëzie lees moet ik steeds onwillekeurig denken aan Johnny the selfkicker. Soms volledig onbegrijpbaar en ongrijpbaar: Ik ben de winst / van “Pritt”/ Al die vrouwen / een verslaving / een verslaving / er bij door /  al die ‘Aldi’ / vrouwen.

Dan weer heel breekbaar en lief: 2 harten kloppen gezamenlijk als 1 / want 2 is 1 net als onze gedachten / sterker door elkander. We sterken ons.

Al met al een bundel die werkelijk alle kanten opvliegt, die geniale vondsten vast ketent aan platitudes maar die nergens verveelt, die nergens irriteert. Zoals Derrel is zo is zijn poëzie, ik denk dat je het geheel zo het beste beschrijft. Degene die Derrel kennen weten dan genoeg.

Evenals bij de bundels van Nancy ben ik persoonlijk niet zo dol op al die uitroeptekens!!!, DE HOOFDLETTERS en de interpunctie die nogal rammelt en de opmaak van de pagina’s maar hieruit blijkt dat ons liefdespaar ook hierin als 1 optrekt.

Ik ben blij dat ik de bundel gekocht heb, het lezen ervan brengt mij veel plezier, doet me glimlachen en zet me op verkeerde benen.

.

De Sporter

.

Zwemmen is funnieeeeeeeee.

Schaken is goed voor

je hersens.

Fietsen weldaad

voor beenspieren.

.

Zei tegen haar:

“Ben hardloper.

Zie mezelf

dood lopen”.

.

“Ben chirurg.

Doe onderzoek naar

rekbaarheid v.d. lever,

drink elke dag”.

.

“Zat in wegenbouw.

Weg naar de afwezigheid van longen

geasfalteerd met rookwaar”.

.

Derrel

Uitgever: Hoek, Jack van, Eindhoven, ISBN: 978-90-74097-04-08

Nancy Meelens

Bloemige poëzie

.

Bij het laatste Ongehoord! podium in november van dit jaar mocht ik van Nancy Meelens (1972) het bundeltje Bloemige poëzie ontvangen. Vorige week kocht ik op het B@M Fest voor een luttele 2 Euro deel 2 en ben ik gaan lezen. Nancy is een van de drijvende krachten achter Poëzine, als zodanig al reden genoeg om hier aandacht te besteden aan haar bundeltjes.

Veel van de gedichten in de bundels gaan over haar liefde voor Derrel, de man in haar leven. Maar er is meer dan alleen de liefde. Ook ziekte en ongemak worden beschreven. Nancy heeft een heel eigen stijl van dichten. Soms is het heel persoonlijk en voel ik me bijna een voyeur als ik het lees maar door een zekere humor en het gebruik van het Vlaams (ze is een Vlaamse uit Emblem) is haar poëzie voor mij heel lezenswaardig.

Een mooi voorbeeld van verschillende elementen van haar poëzie komen voor in het gedicht ‘Mijn Verslaving’.

.

Mijn Verslaving

.

Ik ging ten onder in water.

MIJN lichaam moest kuis zijn.

Elke goesting met druppels

en woorden

van me afgewassen.

O ja afwassen

moet ik ook nog.

Laat de katten

de borden proper likken.

Plaats ze in de kast,

de borden, niet de katten.

.

Wil ook niet opgesloten zitten

tenslotte want

ik ben een madammeke met pit

die soms een kater heeft

en niet om mezelf te behagen,

fel en niet voor de liefde,

slecht en voor de roes

.

De wereld veranderd om me heen.

Neen die is nog steeds

kattig tegen me.

Maar ik vlieg over de onnozelaars heen

en kijk neer op hun onvermogen

om te zien wie ik ben.

Kijk, acherme toch,

omdat ze niet zien wie ik ben.

.

Bied hun de fles aan

die de borst niet hebben gehad

laat ze hier maar aan slurpen.

Aan mij geen polonaise,

het spel is uit.

.

Laat me niet

meer met de voeten spelen

want jullie spel is voorbij

als het gaat om mij.

.

Hij rolde zijn woorden als

dobbelstenen voor mij.

Hij heeft dit rondje Yahtzee

gewonnen.

.

Ja hij is ……… ???? Ik laat hem gewoon horen,

.

“Jij bent mijn nieuwe doping”.

.

Zoals ik al schreef, humor, onverwachte wendingen, Vlaamse woorden en uitdrukkingen en de liefde. Toch wil ik ook nog wat opbouwend kritische woorden schrijven. Opmaak en interpunctie zijn aandachtsgebieden. Dan weer wel een punt, dan weer niet, hoofdletters om zaken te benadrukken, puntjes en vraagtekens, een vet gedrukte laatste zin, ze leiden wat mij betreft teveel af van waarom het gaat. Het is volgens mij ook niet nodig , het gedicht, de woorden vertellen het verhaal. Ook de bladspiegel vind ik afleiden door de zinnen (en het gedicht) gecentreerd op de pagina te plaatsen.

Verder niets dan lof voor Nancy en deze lieve bundeltjes.

.

Bloemige poëzie

Wanneer kom je buiten spelen? door Evy van Eynde

Recensie

.

Wanneer kom je buiten spelen?

Wie: Evy van Eynde

Waar: Literair café De Tijd Hervonden in Hasselt

Wanneer: Zaterdag 13 juli 2013

 .

Op uitnodiging van Evy ben ik met fotograaf Ruben Philipsen afgereisd naar Hasselt waar in het intieme maar sfeervolle literair café De Tijd Hervonden de presentatie van haar dichtbundel/theatervoorstelling ‘Wanneer kom je buiten spelen?’ plaats vind.

Café De Tijd Hervonden is naar eigen zeggen (en waarom zouden we eraan twijfelen?) het enige literaire café in Belgisch Limburg en is vernoemd naar de romancyclus À la recherche du temps perdu van Marcel Proust. Het literair café is tevens een conceptstore en pleisterplaats voor literatuurliefhebbers, voor debatten, lezingen boekvoorstellingen en poëzieavonden. De Hervonden Tijd is tevens de enige onafhankelijke boekhandel van Hasselt.

Vandaag dus een poëzieavond met Evy van Eynde. Aan één zijde van het café is een gordijn gespannen waardoor de ruimte daarachter als minitheatertje fungeert. Dan klinkt er muziek, muziek die mij nog het meest aan de filmmuziek van Bagdad café doet denken. Het doek gaat open en daar zit Evy, in een decor vol kinderstoeltjes, een tafeltje, een zandbakschelp en kinderservies.  Haar voorstelling begint met de vraag aan de aanwezige volwassenen om de ogen te sluiten en zich in te beelden dat ze nog een keer kleuter zouden zijn.

Wat volgt is een poëtische voorstelling vol gedichten en poëtische teksten die voor zowel kinderen als volwassenen zeer te genieten is. De taal van Evy is verrassend, voor mij klinkt het Vlaams meteen al poëtischer dan het harde Hollands maar door woordgebruik en beeldende taal weet Evy je mee te nemen in haar bijzondere, fantasievolle wereld. Door decor, lichtgebruik en mimiek doet Evy me af en toe denken aan Buster Keaton. Het hele beeld versterkt de teksten en maakt het tot één geheel.

En dan gebeurd er iets. Als Evy het gedicht Zoenen voordraagt zie ik uit mijn ooghoek een meisje van een jaar of 7 ( Helena die de dochter van Evy blijkt te zijn) haar hoofd omdraaien en veelbelovend kijken naar een jongen direct achter haar (Robbe). Ze draait haar hoofd, kijkt hem aan en aan alles zie ik dat voor haar de tijd niet snel genoeg kan gaan. En dan valt bij mij het kwartje.

Deze voorstelling gaat over de tijd, hoe wij, volwassenen en kinderen de tijd ervaren. Voor volwassenen is er de melancholie van het terugkijken en het ervaren hoe snel de tijd gaat en voor kinderen is er het verlangen naar zo snel mogelijk groot worden en deel gaan nemen aan alles wat de wereld hen te bieden heeft.

Misschien ken je de Parade, het reizende theaterfestival dat momenteel Den Haag aandoet? Dit reizende theaterfestival is vooral gericht op volwassenen. Mocht er ooit een Parade voor kinderen komen dan moet Evy van Eynde met deze (korte) voorstelling zeker meedoen.

Evy eindigde haar bijzondere voorstelling met de veelzeggende woorden ‘Je bent gezien!’.

Nou, dat klopt. Ik ben blij dat ik erbij was.

.

Zoenen

.

Als we nu eens…

dat lijkt me reuze fijn

.

Ik zal mijn lippen zoeten

met kersensmaak of mandarijn

.

Ik zal ze golvend pruilen

mijn ogen zachtjes sluiten

.

En alles wat daarbuiten

gebeurd dan eigenlijk niet

.

Zoenen

.

knuffel

_DSC1835

_DSC1832

                                                                             De laatste twee foto’s zijn van Ruben Philipsen.
Meer informatie over Evy en haar boek/theatervoorstelling op http://evyvaneynde.wordpress.com/

Wanneer kom je buiten spelen?

Door Evy van Eynde

.

Eind juni kreeg ik van Evy van Eynde een uitnodiging om naar België te komen om daar een voorstelling bij te wonen die bij haar nieuw verschenen bundel hoort ‘Wanneer kom je buiten spelen”. Deze voorstelling heb ik gisteravond in De Tijd Hervonden (wat een geweldige naam) aan de Witte nonnenstraat 8 in Hasselt bekeken samen met fotograaf en vriend Ruben Philipsen.

Morgen zal ik hier de recensie publiceren van deze bijzondere combinatie van dichtbundel en theatervoorstelling. Evy van Eynde leerde ik kennen via haar blog http://evyvaneynde.wordpress.com/

Omdat ik daar regelmatig kom om te lezen wat Evy bezig houdt kwam ze op mijn blog terecht en zo vangt een koe een haas.

Uit de aankondiging van dit artistieke tweeluik:

De voorstelling “Wanneer kom je buiten spelen?” maakt deel uit van een artistiek tweeluik, waar ook een geïllustreerde gedichtenbundel bij hoort. In de voorstelling komen de gedichten tot leven in liedjes, dialogen en mijmeringen die hardop rijmen.
“Een klein meisje komt naar je toe. Ze vertelt je een verhaal. Een peperkoeken verhaal. Kraakvers. Zie je die twee gaten in de muur? Dat is het hol van Meneer Konijn. Als je daarin kijkt, verdwijn je. Heel even maar. Voor altijd.”
“Wanneer kom je buiten spelen” is een familievoorstelling. Volwassenen zullen snoepen van taalparels tussen de regels. Kindjes zullen dol zijn op het speelse sprookjesdecor.

.

Morgen dus mijn recensie, vandaag alvast een gedichtje en een tekening van Evy met de titel Alice.

.

Alice

.

Boven in kamers

waar stof opwaait

klopt ze aan

.

Ziet de trap

opgaan in sterren

en lantaarnpalen

.

Langs de melkweg

waar koeien grazen

in graswolken

.

kleine meisjes

in konijnenholen

hoog in de lucht

.

Verscholen

tot iemand gilt

gezien

.

Alice