Site-archief
Het is nacht
Cees Nooteboom
.
De dichtbundels die (reis)schrijver en dichter Cees Nooteboom (1933) publiceerde tot de jaren ’70 hebben een specifiek ding gemeen namelijk de titels. In alle titels van zijn dichtbundels is het woord gedicht(en) opgenomen. Zo publiceerde hij achtereenvolgens ‘Koude gedichten’ (1959), ‘Het zwarte gedicht’ (1960), ‘Gesloten gedichten’ (1964) en ‘Gemaakte gedichten’ (1970). In zijn latere werk als dichter kiest hij voor een duidelijk andere lijn. Uit zijn dichtbundel ‘Het zwarte gedicht’ heb ik gekozen voor het gedicht ‘Het is nacht’.
.
Het is nacht
.
Het is nacht
en in de holte van de nacht
drink ik de melk van de maan
en zin op de dag.
.
hoog zwaait het donker weg
de steen van de ochtend
wordt geslepen.
.
vrolijke vrolijke dag
de rook van de vuren wankelt
de priester zingt zijn houten liedjes.
.
de zon heeft bloed in zijn oog.
wat zal er met ons gebeuren?
.
Houtsnijder
W.D. Kuik
.
Dirkje Kuik (1929 – 2008), of W.D. Kuik zoals ze zich voor haar geslachtsverandering noemde was een Nederlands schrijver en beeldend kunstenaar. In 1979 werd zij officieel vrouw. Haar debuut als dichter was in 1969 met de bundel ’45 Gedichten’, nog onder de naam William D. Kuik. Het werk wordt gezien als belangrijke bijdrage tot de Nederlandse neoromantische stroming. In haar latere leven was ze vooral schrijver van proza en beeldend kunstenaar. Uit de debuutbundel ’45 gedichten’ het gedicht ‘Houtsnijder’.
.
Houtsnijder
.
Hij sneed zichzelf in hout
als egel, eenhoorn, beer.
Veel
als christus, jezus, maria,
wat was dat lelijk, gaper.
Hij speelde graag toneel.
Vermomd met bolhoed, knijpbril, papieren neus,
trok hij de polder in.
Zijn laatste komisch nummer was een kerstgroep.
Levensgroot.
Met os met kind met vrouw met ezel,
bevolkte hij een stal.
Hij staat erbij.
Een vos met één poot in de val,
een zure timmerman tot in het merg verkankerd.
.
Boudewijn Büch
Mother’s little helper
.
Boudewijn Büch (1948 – 2002) was vooral bekend als televisiemaker en schrijver (romans, informatieve boeken over eilanden en bibliotheken) en zijn fascinatie voor Wolfgang Goethe, Mick Jagger en de Dodo ( en zo nog een aantal onderwerpen). Wat minder bekend is bij het grote publiek is zijn dichterschap. Terwijl juist in het begin van zijn (schrijvers) carrière een aantal dichtbundels van zijn hand verschenen zoals ‘De taal als blauw’ uit 1977 en ‘De sonnetten’ uit 1978. Uit zijn debuut als dichter ‘Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs’ uit 1976 het gedicht ‘Mother’s little helper’.
.
Mother’s little helper [The Rolling Stones]
.
ik sprak met mijn
moeder
over winkels die
zijn gesloten
de dode buurman
en de prijs van
luxe boten
.
terwijl zij keek
naar de teevee
[die Ene knop
kende nooit haar
nee]
dacht ik
.
hier zit zij
waar het in begon
omdat de Pil
toen nog niet kon
.
Amsterdam, Dapperbuurt
Jaap Harten
.
In 1966 publiceerde Jaap Harten bij De Bezige Bij de bundel ‘Totemtaal’. Jaap Harten (1930) is een Nederlandse dichter en schrijver van romans en verhalen. Hij woont in Den Haag waar hij werkte bij het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. Hij leeft samen met kunstschilder Oskar Lens (1930). Uit de bundel ‘Totemtaal’ het gedicht ‘Amsterdam, Dapperbuurt’.
.
Amsterdam, Dapperbuurt
.
In het proeflokaal
schuil ik vol mistige voornemens
voor het noodweer
.
wat is het hier stil
het lijkt wel lemmer in de herfst
,
alleen de hagelstenen
praten harder aan het raam
dan de regen, eens, bij j.c. bloem
.
Derek Walcott
Liefde na liefde
.
Gisteren overleed Derek Walcott (1930 – 2017) met wie ik, zo las ik zojuist, een geboortedag deel. Walcott werd geboren in St. Lucia, een bovenwinds eiland in het Caraïbisch gebied. Hij was behalve dichter ook schrijver en toneelschrijver. In 1948 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel ’25 poems’ waarna er nog ruim 20 zouden volgen.
Van 1981 tot januari 2008 was hij verbonden aan de universiteit van Boston, waar ook zijn vrienden en andere Nobelprijslaureaten Joseph Brodsky en Seamus Heaney doceerden. In 1992 won hij de Nobelprijs voor Literatuur.
Zowel Walcotts poëzie als zijn toneelstukken zijn sterk beïnvloed door zijn Caraïbische afkomst en het leven tussen twee culturen in. De volkscultuur en orale traditie van de eilanden spelen een grote rol in zijn werk. Ook beschrijft hij de geschiedenis, het landschap, het dagelijks leven en de multiculturaliteit van de Caraïben. Walcotts eigen gemengde afkomst (Afrikaans-Europees – van zijn moederszijde ook Nederlands: zij komt van Sint Maarten) speelt eveneens een belangrijke rol in zijn werk.
Het beroemdste werk van Walcott is het omvangrijke epos ‘Omeros’, dat bekend staat als één van de belangrijkste literaire werken uit de 20e eeuw en wordt gezien als een Caraïbische herschrijving van Homerus’ ‘Ilias en Odyssee’. In het epos worden zowel het koloniale verleden als het complexe heden van de eilanden onderzocht. Hij overleed op zijn geboorte-eiland.
Uit ‘Collected poems 1948 – 1984’ het gedicht ‘Liefde na liefde’.
Liefde na liefde
Er komt een tijd
dat je opgetogen
jezelf zal begroeten als je aankomt
bij je eigen deur, in je eigen spiegel,
en elk zal glimlachen bij de begroeting van de ander
en zeggen, ga zitten. Eet.
Je zult de vreemdeling weer liefhebben die je zelf was.
Geef wijn. Geef brood. Geef je hart terug
aan zichzelf, aan de vreemdeling die al je hele leven
van je houdt, maar die jij negeerde
voor een ander, die jou door en door kent.
Pak de liefdesbrieven van de boekenplank,
de foto’s, de wanhopige krabbels,
pel je eigen beeltenis van de spiegel.
Ga zitten. Geniet van je leven.
.
Met dank aan Wikipedia.
De dichter, thuis
Simon Carmiggelt
.
Hoewel ik nooit een groot fan geweest ben van de Kronkels van Simon Carmiggelt (om te lezen) mocht ik destijds altijd wel graag naar de voorgelezen versie op televisie luisteren. De droog komische en soms ook ironische toon van de stem van Carmiggelt maakte het een plezier om naar te luisteren. Pas later kwam ik erachter dat hij ook gedichten schreef. In 1974 werden de gedichten uit drie bundels (die hij publiceerde onder de naam Karel Bralleput) aangevuld met wat losse gedichten gepubliceerd door De Arbeiderspers in de bundel ‘De gedichten’.
Uit deze bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘De dichter, thuis’ waarin hij een wel heel bijzonder beeld schetst van het leven van de dichter thuis.
.
De dichter, thuis
.
Naast telefoon en drenzig kinderleven,
wacht hij gedwee op ’t hemels bevel.
Meiregen van ’t woord. Maar kómt ze wel-
de dame, die dit alles kleur moet geven?
.
Ook ’s avonds krast hij met zijn pen.
Een krekel is hij, die zijn dij bespeelt.
De vogel mijdt de lamp. Wordt soms ´n vette hen,
die ranzig tokkelt, denkend dat zij kweelt.
.
Maar dan ontsnapt een snik zijn volle krop
en vallen de koralen eensklaps uit de hemel.
Zie, wat beweegt daar tussen stergewemel ?
Twee duiven dalen neer / twee mussen stijgen op.
.
Zo vliedt de lange nacht. Zijn brave vrouw
vindt hem des morgens bleek naast zijn geweer.
Een schimmenjager met kartonnen speer.
Een dwerg die kralen rijgt aan ´t galgentouw.
.
Dichter van de maand Maart
J. Slauerhoff
.
Als dichter van de maand maart heb ik gekozen voor J. Slauerhoff (1898-1936). Slauerhoff is bekend als schrijver en dichter en publiceerde in zijn relatief korte leven toch heel wat verhalen, romans en poëzie. Ook vertaalde hij proza uit het Spaans en Portugees. Tijdens zijn leven was hij al bekend en geroemd maar ook na zijn dood bleef de belangstelling voor zijn werk. Tot op de dag van vandaag wordt zijn werk heruitgegeven en vertaald.
Uit de ‘Verzamelde gedichten’ in twee delen uit 1973 (negende druk) het gedicht het gedicht ‘Woninglooze’ met de beroemde eerste zin.
.
Woninglooze
.
Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,
Nooit vond ik ergens anders onderdak;
Voor de eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,
Een tent werd door den stormwind meegenomen.
.
Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.
Zoolang ik weet dat ik in wildernis,
In steppen, stad en woud dat onderkomen
Kan vinden, deert mij geen bekommernis.
.
Het zal lang duren, maar de tijd zal komen
Dat vóór den nacht mij de oude kracht ontbreekt
En tevergeefs om zachte woorden smeekt,
Waarmee ‘k weleer kon bouwen, en de aarde
Mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de
Plek waar mijn graf in ’t donker openbreekt.
.
Vrouw
Jozef Deleu
.
De Vlaamse schrijver en dichter Jozef Deleu (1937) ziet in zijn poëzie als in zijn proza de mens continu geprangd tussen heden, verleden en toekomst. Het besef van de tijdelijkheid van alle leven verleent aan zijn werk een sterk melancholisch karakter. Deleu stelde naast zijn werk als schrijver en dichter ook verschillende bloemlezingen samen zoals ‘Het Groot Verzenboek, vijfhonderd gedichten over leven, liefde en dood’.
In een bloemlezing van Christine D’haen met de titel ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde uit 1980, staat dan weer een gedicht van Deleu met als titel ‘Vrouw’. Dit gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘De stilte groeit’ uit 1974.
.
Vrouw
.
Van ieder woord
ben jij de pit
de harde korrel
in de bolle druif
het zachte vlees
van de amandel.
.
Je bent plantaardig
ring op ring
vormen zich de kringen
woord op woord
wordt harde hoorn.
.
Met de seizoenen
dubbel-zinnig
blauwe zomer
rode winter.
.
Mals en eetbaar
hard en bitter
pure pit.
.
Zó ben jij
van mij.
.
Zo ben ik.
.














