Site-archief

Liefste

J.W.F. Werumeus Buning

.

Vandaag onder de noemer (bijna) vergeten dichters, de Nederlandse dichter en schrijver Werumeus Buning (1891 – 1958). Werumeus Buning was bevriend met Adriaan Roland Holst. Roland Holst moedigde zijn vriend, die op dat moment kunstredacteur bij de Telegraaf was, aan gedichten te gaan schrijven.

In 1921 verscheen zijn eerste dichtbundel ‘In memoriam’, over de dood van zijn geliefde. Daarop volgde ‘Hemel en Aarde’ (1927) waarin Werumeus Buning de stijlvorm van de ballade uitprobeerde. In die vorm dichtte hij zijn grootste succes: ‘Mária Lécina’ (1932) gevolgd door ‘Drie balladen’ (1935), waarvan de ‘Ballade van den boer’ de bekendste is ( wie kent de regel :”Maar de boer, hij ploegde voort” niet?).

In de oorlog trad Werumeus Buning toe tot de Kultuurkamer, wat hem na de oorlog een publicatieverbod van één jaar opleverde. Mede hierdoor was zijn populariteit tanende. Na de oorlog bleef hij actief als dichter en vertaalde hij werken van Shakespeare, Cervantes en Herman Melville.

Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1948 het gedicht ‘Liefste’.

.

Liefste

.

Liefste ik ben de droefenis gaan beminnen,

omdat geen andere méér uw ogen had.

Het was een duister, roekeloos beminnen;

Ik heb niet meer van haar dan u gehad.

.

Want droefenis was als gij waart in mijn leven

om uwe ogen heb ik haar bemind.

Was zij van u niet liefde’s enigst kind?

Zij was als gij, zij is niet lang gebleven.

.

En droefenis ging henen om het smeken

dat zij van u zou laten wat nog was:

de zachtheid, die in mij gebleven was

als een oud nest, waarom de takken breken.

.

En droefenis, mijn lief, heeft mij verlaten

want ik was nimmer gans met jaar alleen

ik bleef van u, ik ben alleen gelaten;

Zij was als gij, en anders was er geen.

.

En droefenis, mijn lief, heeft al het oude

gebroken uit de takken van het hart.

Waar zijn haar ogen, ùwe bleke, gouden,

en waartoe zwelt genezen in het hart?

.

J.W.F.-Werumeus-Buning

Haar lichaam heeft haar typograaf

Lucebert

.

Lubertus Jacobus Swaanswijk (1924 – 1994) beter bekend als Lucebert was dichter en schilder. Als dichter werd hij gezien als de voorman van de beweging van de Vijftigers, als schilder was hij nauw betrokken bij de Amsterdams poot van de experimentele Cobra-groep.

Voordat Lucebert deel ging uitmaken van de beweging van de Vijftigers had hij al meegedaan met verschillende dichters-collectieven als IPA, Contact en later de Cel Majakovski, met Gerrit Kouwenaar en Jan Elburg. De naam van de laatste was een verwijzing naar de Russische dichter Vladimir Majakovski.

In 1949 trad hij al op als de voorman van de Vijftigers en al snel werd hij de Keizer der Vijftigers genoemd. In de jaren zestig van de vorige eeuw verlegde hij zijn focus meer en meer naar zijn werk als beeldend kunstenaar.

Tegenwoordig wordt Lucebert beschouwd als één van de grootste Nederlandstalige dichters van de twintigste eeuw. De meeste van zijn gedichten zijn gebundeld in ‘Gedichten 1948-1963’, en recenter in ‘Verzamelde Werken’ uit 2002.

Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1971 het gedicht ‘Haar lichaam heeft haar typograaf’ van deze bijzondere dichter.

.

haar lichaam heeft haar typograaf

.

spreek van wat niet spreken doet
van vlees je volmaakt gesloten geest
maar mijn ontwaakte vinger leest
het vers van je tepels venushaar je leest
 .
leven is letterzetter zonder letterkast
zijn cursief is te genieten lust
en schoon is alles schuin
de liefde vernietigt de rechte druk
liefde ontheft van iedere druk
 .
de poëzie die lippen heeft van bloed
van mijn mond jouw mond leeft
zij spreken van wat niet spreken doet
.
.
luce

Afscheid

Adriaan Morriën

.

Adriaan Morriën (1912-2002) was dichter, essayist, vertaler en criticus. In 1935 debuteerde hij met een gedicht in het, door Menno ter Braak, E. du Perron en Marice Roelants opgerichte, tijdschrift Forum.

Morriën was een bijzonder man binnen de letteren. Zo schreef hij vertalingen, literaire beschouwingen en recensies voor onder andere Het Parool en werkte hij bij het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Maar hij was ook betrokken bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren en werkzaam als redacteur van een aantal literaire tijdschriften waaronder Tirade. Daarnaast was hij adviseur van de uitgeverijen van Oorschot en De Bezige Bij.

Maar hij was ook dichter. Tijdens zijn leven publiceerde hij meer dan 15 poëziebundels waaronder zijn ‘Verzamelde gedichten’ in 1994 waaruit het volgende gedicht afkomstig is.

.

Afscheid

.

Zul je voorzichtig zijn?

.

Ik weet wel dat je maar een boodschap doet

hier om de hoek

en dat je niet gekleed bent voor een lange reis

.

je kus is licht

je blik gerust

en vredig zijn je hand en voet

.

Maar achter deze hoek

een werelddeel

achter dit ogenblik

een zee van tijd

.

Zul je voorzichtig zijn?

.

AM

Met dank aan het ANP Historisch Archief

Zo meen ik dat ook jij bent

Jan Hanlo

.

Jan Hanlo (1912 – 1969), onsterfelijk geworden door zijn gedicht ‘Oote’ schreef prachtige gedichten. Ook over de liefde. Hier een voorbeeld van zo’n liefdesgedicht getiteld ‘Zo meen ik dat ook jij bent’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1989.

.

Zo meen ik dat ook jij bent

.

zoals de koelte ’s nachts langs lelies

en langs rozen

als wit koraal en parels diep in zee

zoals wat schoon is rustig schuilt

maar straalt wanneer ik schouwen wil

zo meen ik dat ook jij bent

.

als melk

.

als leem

en ’t bleke rood van vaal gesteente

of porselein

zoals wat ver is en gering

en lang vergeten voor het oud is

.

zoals een waskaars en een koekoek

en een oud boek en een glimlach

en wat onverwacht en zacht is en het eerste

en wat schuchter en verlangend en vrijgevig

gaaf maar broos is

zo meen ik dat ook jij bent

.

JH

Anton van Wilderode

Poëzie-avond

.

Begin van deze maand kreeg ik een uitnodiging van de ambassade van België, van Axel Buyse, algemeen afgevaardigde van de Vlaamse regering, voor een poëzie-avond die hij samen met de internationale Vriendenkring Anton van Wilderode organiseert. Op deze avond in oktober in de residentie van de Belgische Ambassadeur in Den Haag worden gedichten van de deze Vlaamse dichter in drie talen voorgedragen door Axel Buyse en mevrouw Beatrijs van Creanenbroeck.

Anton van Wilderode (1918 – 1998) pseudoniem van Cyriel Paul Coupé, was een Vlaams dichter, auteur, classicus, vertaler en scenarist. Van Wilderode werd in 1944 tot priester gewijd en werkte vanaf 1946 als leraar aan het Sint Jozef-Klein-Seminarie in Sint Niklaas.

Zijn literair debuut kwam er met de nouvelle ‘Dis al’ in 1939, hetgeen de eerste van vele prijzen opleverde voor zijn talent. Zijn debuut als dichter kwam er in 1943 met ‘De moerbeitoppen ruischten’. Ook vertaalde hij gedichten van onder andere Vergilius en Horatius. Van Wilderodes Vlaamsgezindheid vertaalde zich in gedichten voor de Vlaamse Nationale Zangfeesten en voor de Ijzerbedevaarten.

In totaal publiceerde van Wilderode bijna 70 boeken, bundels en geschriften. In zijn periode als leraar gaf hij onder andere les aan Tom Lanoye en Paul Snoek.

.

Uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987 het gedicht ‘Villa Giulia Rome, het echtpaar’.

.

Villa Giulia Rome

het echtpaar

.

Houden haar vingers vogels vast, sieraden

of offerschaaltjes in doorschijnend glas,

zijn rechterhand een groen juweel van jade?

.

De lange zomer die hun leven was

liet op het gaaf gelaat de glimlach duren

begonnen op een buitenbed van gras.

.

Reikt hij de haarkam aan voor haar coiffure

en geeft zij hem de trouwring van agaat

met spiegelingen op de kamermuren?

.

Zij liggen in een ingetogen staat

van zaligheid en zichtbaar welbehagen

nog in de kleren van hun levensdagen.

.

Herhaalt zij met bewegelijke handen

momenten van geluk, en blijft zijn arm

intussen om haar hals, nabij en warm?

.

Tezamen ingescheept en onder zeil

om op een verdere oever te belanden

voor eeuwen slaap en onverliesbaar heil.

.

GiuliaAerial

 

 

Finis

Ida Gerhardt

.

Ida Gerhardt (1905 – 1997) is alweer enige jaren geleden overleden maar haar poëzie is nog altijd levend en zeer leesbaar. Ook dit gedicht dat in een ‘ouderwets’ Nederlands is geschreven heeft nog niets aan schoonheid en kwaliteit ingeboet. Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1980 het gedicht ‘Finis’.

.

Finis

.

Wat ziet gij, liefste, mij aan?

Nóg kan ik donker vervaren

om het kwaad der donkere jaren

dat, donker, ik u heb aangedaan.

Wat ziet gij, liefste, mij aan?

Geen sterveling weet wat zij waren

dan gij, die dit donkere, zware

door liefde teniet hebt gedaan.

.

ida

 

Ida 2

Vervulling

Gerrit Achterberg

.

Gerrit Achterberg (1905-1962) wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie. Achterberg debuteerde in 1925 met de bundel ‘De zangen van twee twintigers’ en in 1931 publiceerde hij de bundel ‘Afvaart’ waarin Achterbergs hoofdthema al aanwezig is: het oproepen van de gestorven geliefde. Na de publicatie van deze bundel raakte Achterberg in een geestelijke crisis. Hij werd enkele keren opgenomen in een psychiatrische inrichting en had veel problemen in relaties met vrouwen. De verwarring die dat met zich meebracht leidde bij Achterberg vaak tot gewelddadige buien.

In 1937 schoot Achterberg zijn toen 40-jarige hospita dood en verwondde hij haar 16-jarige dochter Bep in de commotie die was ontstaan nadat hij op zijn kamer getracht had Bep te overweldigen. Hij meldde zich zelf bij de politie en werd tot TBS veroordeeld. Tot 1943 verbleef hij in diverse (forensisch-)psychiatrische inrichtingen. Daarna volgde een periode van resocialisatie tot de TBS in 1955 definitief werd opgeheven.

Ondertussen bleef Achterberg schrijven en werken produceren. Tussen 1939 en 1953 verschenen 22 bundels. Zijn werk werd onderscheiden met onder meer de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygens-prijs.

Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ die in 1991 bij Querido verscheen het gedicht ‘Vervulling’.

.

Vervulling

.

Het beste van voor jaren dringt vanavond tot mij door.

Al je gewone vragen vinden weer gehoor.

Regent het. Ja het regent. Goede nacht.

Laten we nu gaan slapen, zeg je zacht.

Wij luisteren en liggen. Wind beweegt het raam.

Blijf zo maar liggen, zeg ik, en ik noem je naam.

Alles wat antwoord is gaat van mij uit.

Je wordt vervuld van oneindigheid.

.

GA

achterberg (1)

 

Johnny van Doorn

KOMTOCHEENSKLAARKLOOTZAK

.

Omdat Johnny van Doorn (1944-1991) zulke bijzonder beeldende poëzie schreef en omdat een ieder die hem (nog) niet kent zeker kennis moet maken met deze ‘selfkicker’,  een gedicht van zijn hand uit de bundel ‘Verzamelde gedichten uit 1994 getiteld ‘komtocheensklaarklootzak’.

.

KOMTOCHEENSKLAARKLOOTZAK

.

Mijn kamer verhuurd

Voor een uur of 2

Aan enkele verstok-

Te voyeurs:

Een gat in de

Vloer geeft een

Luxueus uitzicht

Op het onderliggend

Temijersbed &

Bij iedere seance

Kreunt mijn

Krolse kat

Luidruchtig mee &

Via een snelle

Knopindruk golf

De (van een bedrijfs-

Tape afkomstige)

Mededeling – Kom

Toch eens

Klaar Klootzak –

Door het met

Rococomeubelen

Ingeriochte

Naaivertrek &

Tot zieleheil

Van mijn somber

Herfstig wezen

Herstel ik het

Schiet- en avondgebed

In ere &

Iedere nacht

(Tussen haar billen

Ingevouwen)

Spreek ik tot de Goede God

.

JvD

 

Voor later

A. Roland Holst

.

Al eerder schreef ik over één van Neerlands grootste dichters Adriaan Roland Holst of zoals hij beter bekend is A. Roland Holst (1888- 1976). Roland Holst schreef vele poëziebundels en kreeg voor zijn werk menig literaire prijs. Zijn omvangrijke oeuvre wordt gekenmerkt door een eigen, plechtige stijl en rijke symboliek.

In 1971 verscheen bij Bert Bakker en C.A.J. van Dishoeck de dundrukbundel ‘Verzamelde gedichten’ met werken uit 14 van zijn bundels (van 1911 tot 1968) aangevuld met verspreide gedichten. Een prachtige bundel van 858 pagina’s.

Uit deze bundel het gedicht ‘Voor later’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn debuutbundel ‘Verzen’ uit 1911 als opmaat voor de komende week waarin ik liefdesgedichten centraal zal stellen op dit blog.

.

Voor later

.

‘k Geef nu aan jou mijn vreugd, mijn leed en

mijn schemergouden dromenschat,

opdat je later nog zal weten

hoe ik je eens heb liefgehad.

.

Later, als al dit schoon voorbij is,

want tijd neemt liefde, vreugde, smart –

als elk van ons weer droef en blij is

dicht aan een nieuw gevonden hart,

.

dan zal ineens alles vervagen

bij ’t zien van dit vergeten blad;

je zal weer dromen van de dagen

toen we in elkanders ogen zagen,

toen ik je zo heb liefgehad.

.

RolandHolst

Louis Paul Boon

Verzamelde gedichten

.

Louis Paul Boon (1912-1979) was een Vlaams schrijver van romans, novellen, cursiefjes, pornografie, kunst- en literaire kritieken en poëzie. Dat laatste is niet erg bekend, zelf kende ik Boon vooral van zijn romans, maar hij heeft een aantal malen gedichten geschreven voor met name mensen uit zijn familie en vriendenkring.

Wat ik ook niet wist, is dat Boon in 1979 een serieus kandidaat was voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn bekendste roman De Kapellekensbaan was in 1972 in het Engels vertaald wat hem een grote bekendheid ook buiten het Nederlandse taalgebied bracht. Boon was uitgenodigd door de Zweedse ambassade voor een bezoek op 11 mei 1979, vermoedelijk om te horen dat hem de Nobelprijs was toegekend, maar de dag ervoor overleed hij aan zijn schrijftafel. De prijs wordt alleen aan levende schrijvers toegekend.

Boon ontving tijdens zijn leven al de Leo J. Krynprijs (1942), de Henriette Roland Holst-prijs (1957), de Constantijn Huygensprijs (1966) en de Multatuliprijs (1972).

Zoals gezegd schreef hij weinig poëzie. In 1980 werd door De Arbeiderspers en Em. Querido het boekje’Verzamelde gedichten’ uitgegeven met daarin 7 blokjes van een paar gedichten die hij voor anderen schreef (zijn zusje, zijn broer, een vriend). Hier volgt het eerste gedicht van drie) uit de bundel met de titel ‘Zo zal ik dan worden’ met als ondertitel ‘drie gedichten van een stilaan ouderwordend man’.

.

Zo zal ik dan worden

.

zo zal ik dan worden

stilaan een zich oudvoelend man

een bloem een gedicht op de lippen

en verder wat knutselend nog

aan luchtvervuiling en zo

.

zo zal ik dan worden

een propere oude man

als ons hondje dat niets mocht

in huis doen en zo doof

was geworden als een pot en zo

.

zo zal ik dan worden

met wat schorre stem verhalen

aan mijn kleinzoon over vroeger

de revolutie die we toen wilden

de sovjetrepubliek vlaanderen en zo

.

zo zal ik dan worden

en vragen naar mijn bril

en zoeken naar mijn stok

om op te steunen en zo

.

Louis_Paul_Boon_(1967)_(cropped)

Boon