Site-archief
MUG #4
De nieuwe MUG is uit!
.
Het leukste en kleinste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen, MUGzine is er weer! Nummer 4 bevat gedichten van Elfie Tromp, Runa Svetlikova, Mark Boninsegna en Elianne van Elderen en beeldend werk van kunstenaar Frans Franssen.
We hebben de dichters gevraagd om zich met hun poëzie te buiten te gaan aan een uitbundige, overrijpe, vrolijke omarming van het leven, juist nu, in deze tijd waarin de sluizen dichtgaan en iedereen weer onder de grond kruipt. Weg met die muffigheid, de winterslaap is nog ver en wij dromen het liefst met onze poriën wijd open. Laat de muggen nog een poosje rond ons hoofd zoemen, nu we het zoomen der dagen zo zat zijn.
Benieuwd? MUGzine is gratis te downloaden op http://mugzines.nl. Ook is er weer een papieren editie in een oplage van 100 stuks. Wil je een papieren MUG ontvangen of wil je als donateur verzekerd zijn van elke editie in je brievenbus stuur dan een mail naar mugazines@yahoo.com
Wil je een minimagazine cadeau geven? Omdat je iemand wil bedanken of zomaar dan kun je een MUGzine naar keuze laten toesturen in een fraai vorm gegeven Japans envelopje. Voor meer informatie mail je naar mugazines@yahoo.com
De volgende, en voor dit jaar laatste, editie wordt verwacht in december 2020. Volg MUGzine via Twitter (@Mugzines) en Instagram (@mugzines en @L.uule).
Van één van de dichters in MUG #4 Runa Svetlikova hier alvast een gedicht getiteld ‘Een spiegel ziet zichzelf niet’.
.
Een spiegel ziet zichzelf niet
.
Ook al neig je naar oplossen, laat je niet
schenken. Even ben je alles voor iedereen die gulzig is
.
weet je precies waar je de vinger legt of een schijfje
stilte. In het glas van de ander schitter je moeiteloos
.
maar het is een kwestie van tijd voor je jezelf
met brede gebaren omstoot, je tussen wat kapot is en
.
de kieren door van tafel druipt het klamme donker in
waar je te midden van de schuifelende voeten
.
misschien nog wel je handtas maar
nooit je eigen vorm terug zal vinden.
..
Ellen Lanckman
Ze houdt niet van taal, ze is taal
.
Op haar website https://ellenlanckman.wordpress.com/ schrijft dichter Ellen Lanckman (1975): “Ik hou van eenvoud. Rechttoe rechtaan. Geen gedoe. In het hoofd is het al turbulent genoeg. Ook in het schrijven hou ik van eenvoud. Met zo weinig mogelijk woorden zoveel mogelijk (proberen) zeggen of uitdrukken. Woorden weggommen om jezelf te laten bovendrijven in de witregels.” Woorden waar ik me helemaal in kan vinden. Tegenwoordig bedienen veel dichters zich van de prozaïsche vorm van poëzie. Veel woorden om iets te zeggen in een gedicht. Ik ben van mening dat een gedicht of poëzie gediend is met verdichte zinnen, met weinig woorden zoveel mogelijk zeggen of uitdrukken, zoals Ellen stelt en zoals ik ook mijn eigen poëzie benader.
Ellen Lanckman volgde een opleiding Proza en Poëzie bij Wisper in Gent en later Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten in Aalst, waar ze in het eerste jaar meteen een dichtbundel schreef én publiceerde. Daarna werden van haar in 5 jaar tijd 4 bundels gepubliceerd. Haar laatste bundel, ‘met niets is alles begonnen’, kwam uit in de zomer van 2018 bij Matador Uitgeverij.
Matthias Haeck schrijft over haar debuutbundel ‘Over deugd en andere mankementen’: “Ellen Lanckman houdt niet van taal. De woorden in haar verzen kiest ze weliswaar met haar-scherpe precisie. Haar wendingen zijn verrassend, steeds met een hoekje af, verfrissend. Maar ook: solide. Alsof ze er altijd hebben gestaan, onwrikbaar als kolommen onder haar poëzie. Fundamenten van haar ziel. Dat komt doordat: Ellen Lanckman houdt niet van taal. Ze ís taal. Een debuut dat vraagt naar meer.
Als je haar naam googled kom je vanzelf veel gedichten tegen. Ze zijn te lezen op haar andere website https://www.goednieuws.be/ . Een mooi voorbeeld van een gedicht waarin met weinig woorden heel veel wordt gezegd is het onderstaande titelloze gedicht.
.
Gisteren wilde ik je bellen
om te kijken of er nog restjes zijn
van die keer
dat je mijn huid tegen de jouwe ritste.
.
Misschien lig ik ergens
onder je bed, opgekruld
tussen het stof
en andere vergane dromen.
.
Of verdwaald
in het kuiltje van de matras, daar
waar mijn lichaam het jouwe vond.
Als twee komma’s in een zin die eindeloos leek.
.
Maar al zou je me zoeken,
en zelfs vinden,
dan weet ik: Van jou
ben ik nooit helemaal
.
teruggekeerd.
.
Zonder
Sylvie Marie
.
In 2009 gaf uitgeverij Vrijdag in Antwerpen samen met uitgeverij Podium in Amsterdam de bundel ‘Zonder’ uit van de Vlaamse dichter Sylvie Marie (1984, pseudoniem van Sylvie De Coninck). Over deze Belgisch-Nederlandse co-productie schreef Bouke Vlierhuis in een recensie op Meander:
Zo’n dadendrang, zo’n gevoel van urgentie, zo’n noodzaak tot scheppen als je voelt in deze poëzie en die je bij iedere regel het gevoel geeft dat er nog veel meer is, dat er nog honderd gedichten klaarliggen om op je afgevuurd te worden, dat vind je alleen bij een jonge dichter.
Alle reden dus om de bundel nog eens ter hand te nemen en er in te lezen. Al lezende kwam ik het gedicht ‘hermetisch’ tegen. Dat gedicht wil ik hier met jullie delen.
.
hermetisch
,
‘er valt een haar van tussen
twee bladzijden van een boek
hoelang zat het er al?’
.
de menigte zwijgt, de micro ebt
hol de klanken weg, te traag
.
blijkt uit de dwaze ogen, blijkt uit geen lichaamstaal.
.
de dichter grijpt in (plots):
‘er is begin en eind wat telt, daartussen
is enkel nostalgisch gemijmer.
daarna kán getwijfeld worden.’
.
alweer geen applaus.
.
Impersant
Evy Van Eynde
.
In het rijtje dichtbundels van de laatste jaren mag er een zeker niet ontbreken en dat is de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ van de Vlaamse dichter Evy Van Eynde, die werd uitgegeven door MUG books, mijn eigen kleine uitgeverij. Ik schreef er een lange recensie over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/02/04/zal-ik-liefde-noemen/ en in die recensie noem ik het gedicht ‘Impersant’. Het woord alleen al intrigeerde me vanaf het begin dat ik het las in het manuscript van deze bundel. Het Vlaams woordenboek op internet geeft als betekenis ‘tegelijkertijd’.
Deze bundel van Evy is om vele redenen een kleinnood, en bij een kleine uitgeverij uitgegeven maar een groot publiek waardig. Na deze bundel volgde al snel ‘Amour Florale’ die ook zeer de moeite waard was. Maar nu dus uit ‘Zal ik liefde noemen’ het gedicht ‘Impersant’.
.
Impersant
.
Mag ik je woorden ondertussen
plukken | plakken
op mijn lijf | waar de stilte
bijten sloeg
.
op het rijm (van mijn vel)
.
Mag ik je zinnen prikken
liefde lassen | in je adempoos
zodat je evenwel ( je kan het niet laten)
mij een blos | toedicht
.
op mijn zandbank
in de kamer met bloemetjesbehang
.
waar jij in een mirage
van vergeten dromen | op volle zee
voorbij komen zal
.
of niet?
.
Zij als inktvis
Hugo Claus
.
Over erotische poëzie zijn nogal wat meningen. Je houdt ervan of je houdt er niet van, zei ooit een dichter tegen mij. Maar eigenlijk kun je zoiets niet zeggen. Dat is net zoiets als zeggen dat je niks hebt met voetbal behalve als het Nederlands Elftal speelt. Eigenlijk zeg je dan: Ik hou niet van voetbal in het algemeen maar wel van het spel van het Nederlands elftal. En die nuance zou je ook richting erotische poëzie kunnen hebben. Ik schreef al vaak over erotische poëzie en gaf daar evenzoveel voorbeelden van. Dat ging van omfloerste beschrijvende Arabische poëzie, tot voorname klassieke poëzie en van redelijk platvloerse maar oh zo vermakelijke poëzie (‘Kutgedicht’ van Jules Deelder) tot aan erotische poëzie over planten (‘Amour Florale’ van Evy Van Eynde).
Wie het genre ook beheerste was Hugo Claus en ook weer op zijn heel eigen manier. In heel directe taal zonder franje, grof soms en duidelijk beschrijft hij in ‘Zij als inktvis’ het liefdesspel tussen de dichter en een vrouw.En ook hier is er de erotische spanning voelbaar terwijl er op poëtisch gebied ook veel te genieten valt. Het gedicht ‘Zij als inktvis’ komt uit de bundel ‘Het huis van de liefde’ uit 1999.
.
Zij als inktvis
.
Die inktvis met tongen en tieten
houdt van mij en ik van haar
uit lijfsbehoud.
Hoor mij blaten tegen haar gaten.
.
Als zij knipoogt met haar vele schele ogen
geeft zij licht in het water.
Zij heeft het altijd koud.
Ik nies terwijl ik grond verlies.
.
Zoveel tentakels, zoveel obstakels.
Misschien is het daarom dat ik haar zo bemin,
daarom zo grenzeloos wil vergeten
in haar klamme spleten
wat ooit mijn bestemming was
op het begrensde aardse gras.
.
Als ik haar nappen om mij voel sluiten
en haar zuigen merk tot in mijn merg,
wil ik knappen, kraken en verzuipen.
.
Ver van haar en haar doem en haar domein
en in de maat der mensen
ben ik ontmand en wandel wensloos als een hoen.
.
Alleen bij haar ben ik, alhoewel haar prooi,
een meester in het beestige.
Mijn zuurstof is haar onverbiddelijk groen.
.
kunstenaar: scribbletati
Dan Dada doe uw werk!
Gaston Burssens
.
Als je het over de Avant-gardistische poëzie uit de lage landen hebt dan denk je waarschijnlijk als eerste meteen aan Paul van Ostaijen, één van de bekendste Dada dichters uit die tijd. En misschien heb je nog wel wat namen paraat uit deze stroming. Het Avant-gardisme was een generatie jonge kunstenaars die met nieuwe vormen experimenteerden in de schilderkunst, architectuur, muziek, literatuur, poëzie, film, theater en moderne dans.
Onder het Avant-gardisme vallen (vooral in de beeldende kunst) vele onderstromingen als het Kubisme, CoBrA, Futurisme, PopArt, modernisme etc. Aan het begin van de 20e eeuw schreven binnen het Nederlandse taalgebied onder meer Theo van Doesburg, Hendrik Marsman en E. du Perron in navolging van het avant-gardisme en over deze stroming als zodanig. Van Doesburg noemde het avant-gardisme ‘de nieuwe beweging’. Pas na 1950 werden de bijbehorende ideeën en principes echter ook hier op grote schaal toegepast. Belangrijk werd de autonomistische poëtica, een vorm van poëzie waarin de nadruk niet langer lag op de intenties van de auteur of de omstandigheden waarin het gedicht tot stand is gekomen, maar op de vorm van het gedicht zelf, dat geacht werd zichzelf te ontwikkelen.
In 2014 gaf uitgeverij Vantilt de bundel ‘Dan Dada doe uw werk!’ uit met een overzicht van de Avantgardistische poëzie uit de lage landen.Hubert van den Berg en Geert Buelens stelde de bundel samen die een mooi overzicht biedt van dichters en gedichten uit deze stroming maar ook van manifesten en theoretische beschouwingen.
Een mij onbekende dichter Gaston Burssens is ook vertegenwoordig is deze bundel. Gaston Karel Mathilde Burssens (1896 -1965) was een Belgisch expressionistisch dichter. Net als bij Paul van Ostaijen evolueerde Burssens’ werk in de jaren twintig van humanitair expressionisme tot een meer organisch expressionisme. Muzikaliteit stond vanaf toen centraal in zijn poëtica. Burssens gaf Van Ostaijens onuitgegeven gedichten uit na diens dood. Burssens kreeg tweemaal de Driejaarlijkse Prijs voor Poëzie (1950-1952 en 1956-1958).
In 1918 debuteerde Burssens met de bundel ‘Verzen’ en in 1926 verscheen zijn 5e bundel ‘Enzovoorts’ waaruit het gedicht ‘Allegretto’ komt dat ook is opgenomen in ‘Dan Dada doe uw werk!’.
.
Allegretto
.
het motordonken op de sneeuw
is niet als ’t bijegonzen rond de lelie
wijl de sneeuw is lelieblank
en de motor ronkt sonoor
.
en het schellen van de slede
en het knallen van de zweep
en de matte motorklank
o de sneeuw is lelieblank
.
o ’t bijegonzen op de sneeuw
en ’t motorronken rond de lelie
.
Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn
Jana Arns
.
De Vlaamse dichter Jana Arns (1983) is daarnaast ook muzikante en fotografe, en dat nooit los van elkaar. Ze maakt deel uit van het ensemble Aranis, waarmee ze al 15 jaar in binnen- en buitenland optreedt. Met haar debuutbundel ‘Status: het is ingewikkeld’ (2016) won zij de Prijs Letterkunde Oost-Vlaanderen 2017. Ook opvolger ‘Nergens in het bijzonder’ (2018) werd zeer goed ontvangen.
In haar bundel ‘Het huis dat niet goed alleen kan zijn’ uit 2019 beschrijft Arns het gevecht met anorexia nervosa en de zorgen van elke ouder om een kind dat niet meer onder de vleugels past. Geïnspireerd op schilderijen van Edward Hopper geeft Arns een stem aan de verstilling; subtiel, sensitief en bomvol empathie mag de dag slecht zitten. Gemorst licht laat het stof dansen, een lichaam gaat onvermijdelijk in achteruit.
Haar uitgever schrijft over deze bundel: “Binnen woelt de wereld, buiten woedt een oorlog. Van loopgraven in een Spaans strand tot landen die niet naar school kunnen. Het is thuis dat we sneuvelen. Daar sluimert ten slotte een echtscheiding, tussen muren in afwachting van een nieuwe laag over de laatste jaren.” In vier cycli dicht Arns gevoelig over pijn zonder dit te verzachten. Een bundel vol herkenning, mededogen, en poëzie. Een mooi voorbeeld van dat mededogen lees je in het gedicht ‘Dochter’.
.
Dochter
.
Ze zet de tijd luider.
Groeit uit haar dagboeken.
.
Draagt de week binnenstebuiten
om niet naar huis te moeten.
.
Ze kleurt enkel nog met lippenstift,
buiten de lijnen met oogpotlood.
.
Ze wil later alles worden. Behalve ons.
Wij zijn de horden op haar baan.
.
Ze raakt ons met de zool
en woorden die gewassen mogen worden.
.
Wij krijgen de groei niet uit haar kleren.
.
Voordracht
Richard Minne
.
Hoewel ik een paar boekenkasten vol poëzie heb en dus alle mogelijkheid om van poëzie te genieten, mis ik toch iets. En dat iets is het in levende lijve aanschouwen en aanhoren van dichters die hun werk voordragen. Er gaat niets boven zelf voordragen en al helemaal niet als je op een podium staat met andere dichters. Zo heb ik bijvoorbeeld dit jaar de podia van Ongehoord! In Rotterdam en de Haarlemse dichtlijn enorm gemist. Op 1 dag met zoveel dichters en op verschillende podia voordrachten. Dat is waarlijk genieten.
En omdat het momenteel niet mogelijk is om zelf voor te dragen op een podium of om naar andere dichters te luisteren, heb ik als pleister op de wonde een gedicht opgezocht dat over de edele kunst van het voordragen gaat. Het is het gedicht ‘De voordracht’ van de dichter Richard Minne (1891 -1965).
Minne was een Vlaams dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1927 met de bundel ‘In den zoeten inval’. Zijn gedichten verschenen in allerlei literaire tijdschriften. Met name in de jaren dertig en vijftig werd veel van zijn werk gepubliceerd in tijdschriften als ‘De Gids’, ‘Forum’ en Nieuw Vlaams tijdschrift’. Het gedicht ‘De voordracht komt uit ‘In den zoeten inval’ dat in 1955 werd heruitgegeven.
.
De voordracht
.
Wie durft er cynisch te beweren
dat schoonheid geen gemeengoed is?
Vol dames is de zaal en heren
voor des dichters belijdenis.
.
Daar troont hij op het spreekgestoelte,
met zijn Zondagse kleren aan
(Door ’t open raam speelt de onweerszwoelte).
Een volk dat leest kan niet vergaan.
De dichter spreekt in keurge termen:
‘koopt boeken!’ Maar in zijn gemoed
is het alsof de vlammen zwermen.
Koopt boeken? ’t Is ook brandbaar goed.
.













