Site-archief

Dichter van de maand

Hugo Claus

.

In de laatste maand van 2018 wil ik op de resterende zondagen de dichter Hugo Claus als dichter van de maand een plek geven. Hugo Maurice Julien Claus (1929 – 2008) was een toonaangevende Vlaams schrijver en dichter die onder zijn eigen naam publiceerde, evenals onder verschillende pseudoniemen. Claus’ literaire bijdragen omvatten de genres van drama, de roman en poëzie; hij was daarnaast actief als schilder en filmregisseur. Hij schreef voornamelijk in het Nederlands, hoewel hij ook poëzie in het Engels schreef. Hugo Claus ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen zoals de Constantijn Huygens-prijs, de VSB poëzieprijs (voor ‘De sporen’) en de prijs der Nederlandse letteren.

Uit de bundel ‘Ik schrijf je neer, de mooiste gedichten’ uit 2002 koos ik het gedicht ‘Zomer’, leek me wel grappig zo bijna in de winter.

.

Zomer

.

Ineens die drie maanden
met alleen maar droogte.

De cipressen met hun rosse borstels.
De witte schorpioen zonder venijn.

Een zomer van verbrand papier.
De natuur blijft snateren
terwijl ik rot.

Toen kwam jij
en sindsdien kom ik
handen en ogen tekort
met mijn mond vol tanden.

.

Het zingend meisje

De stem der muze

.

In de loop der tijd heb ik verschillende exemplaren van de ‘Muze’ reeks verzameld ( bijvoorbeeld De muze op zee, 2 muzen, De muze viert feest en De muze en Europa) en ik dacht een nieuw exemplaar aan deze reeks te kunnen toevoegen toen ik ‘De stem der muze’ kocht. Maar dit was niet het geval. Waren de exemplaren uit de Muze reeks allemaal Boekenweek geschenken, dat is ‘De stem der muze’ niet. Deze in 1961 uitgegeven bundel met als ondertitel ‘een bundel moderne gedichten om voor te dragen samengesteld door P. Maassen’ is een losse uitgave van uitgeverij J.M. Meulenhoff.

De bundel begint met een ‘Open brief’ of een inleiding van toneelspeler en voordrachtskunstenaar Hans Tiemeyer gericht aan ‘de jongeren van Nederland’. In een gloedvol betoog richt Tiemeyer zich tot de Nederlandse jongeren met de boodschap dit boek aan te schaffen, bij zich te dragen en regelmatig een gedicht eruit te lezen, waarna hij verder ingaat op de melodie, de muziek en het het metrum van de gedichten. Hij pleit er ook voor om de gedichten ‘mee te zingen’om ze zo eigen te maken.

Hij eindigt de brief met: “Nou nog een enkel woord over het meezingen zelf, het voordragen dus: doe het voor jezelf, net zolang tot je alles, maar dan ook alles weet wat de dichter bedoelde. Je zult gelukkig zijn met dit te weten, deel het dan mee aan iemand die je dierbaar is, laat hem of haar delen in je geluk en als je helemaal zeker bent van jezelf, draag het dan aan meer mensen voor. Door dit delen van je rijkdom word je zelf niet armer en worden zij rijker, want ‘Verzen zijn onsterfelijke geschenken’. ”

Ik kan het niet meer eens zijn met hem. Ook daarom een gedicht uit deze bundel van de Vlaamse dichter Karel Jonckheere (1906 – 1993). Deze wereldreiziger bezocht vele delen van de aardbol en zijn reizen waren een grote bron van inspiratie voor zijn gedichten.

.

Het zingend meisje

.

Zij wacht en rilt, als bloemen in de avondwind,

en voelt een tere bron zacht naar haar lippen vloeien.

Reeds deint de klamer in haar blik, die verten vindt,

waarin de melodie tot louter droom kan bloeien.

.

Zij zingt, alleen. Haar jonge, menselijke stem

schenkt aan elk slapend woord het glanzen van koralen;

soms fluistert zij om plots met innig schuchtre klem

de schone, wilde ziel uit éne klank te halen.

.

Wie luistert weet dat er muren zijn en tijd,

hij voelt zich weerom rijp voor reis en avonturen,

maar ook voor stilte en leed en oude innigheid,

en glimlacht wijs en hoopt dat ’t lied mag blijven duren.

.

Waar is de eerste morgen?

Levende experimentele poëzie in Vlaanderen

.

Van een vriendin kreeg ik onder andere de bundel ‘Waar is de eerste morgen?’ een bundel uit de Ad Multosreeks van uitgeverij A. Manteau uit 1960. Een bundel over de “levende experimentele poëzie in Vlaanderen” samengesteld en ingeleid door Jan Walravens. Het leuke aan dit soort oude bundels is dat er dichters in worden opgevoerd die aan het begin staan van hun carrière of al wel bekend zijn maar inmiddels (bijna 60 jaar later) in veel gevallen al zijn overleden of waarvan nooit meer iets is vernomen. In de inleiding veel aandacht aan de groep en het literaire tijdschrift ‘Tijd en Mens’ een Vlaams vrijzinnig literair tijdschrift, opgericht in 1949 door Jan Walravens en Remy van de Kerckhove. Het verscheen voor de laatste maal in 1955. Het bestond maar vijf jaar, maar had toch veel invloed op de vernieuwing in de naoorlogse Vlaamse literatuur.

Vooral van Hugo Claus verschenen nogal wat gedichten in dit tijdschrift, hij was dan ook nauw betrokken bij ‘Tijd en Mens’, net als onder andere Louis Paul Boon, Tone Brulin, Albert Bontridder, Jef van Tuerenhout, Maurice D’Haese en Ben Cami. Behalve de eerste twee allemaal dichters die ik niet ken of kende.

In de inleiding wordt ook de verbinding gelegd met de Nederlandse moderne of experimentele poëzie, maar ook worden de verschillend benoemd. Zo was de deze beweging boven de Moerdijk volgens de inleider “jeugdiger, onstuimiger maar ook esthetischer, terwijl in Vlaanderen men meer streefde naar “bezinning en ethische bekommernis”.

In deze fijne bundel worden een groot aantal dichters die in de Tijd en Mens periode actief waren opgevoerd maar ook een aantal opvolgers die meer neigde richting de Franse surrealisten. Een groot aantal bekende namen komen voorbij zoals de genoemde Louis Paul Boon en Hugo Claus maar ook dichters die minder bekend zijn als Jaak Brouwers, Claude Korban en Ben Cami.

Ben Cami  (1920 – 2004) was een Vlaams dichter, leerkracht en goede vriend van Louis Paul Boon. Hij gebruikte in het begin van zijn carrière het pseudoniem Johan Benth. Na zijn studie Germaanse talen is Cami tot 1975 leraar aan verschillende rijksscholen. Hij was één van de oprichters van het experimentele Vlaamse tijdschrift Tijd en Mens en zat in de redactie van dit tijdschrift. In 1950 debuteerde Cami met de poëziebundel ‘In de tijd verloren’, waarna hij diverse werken uitbracht met daarin een boodschap van protest. Cami schreef overwegend poëzie, maar ook aforismen en korte verhalen.

Uit de bundel ‘Waar is de eerste morgen?’ het gedicht ‘Thuiskomst’ van Ben Cami.

.

Thuiskomst

.

In puur blauw ijs van winters licht

Vinden wegen rivieren steden

Hun plaats opnieuw in het bekend bestel.

.

Een oud man vraagt:

Wie won de oorlog, vrienden?

Het klinkt misplaatst en wreed.

.

Langs de wegen staren uit magere knapengezichten

Dezelfde ogen ons aan,

Hunkerend.

.

 

Vrijplaats

Evy van Eynde

.

Voor de laatste keer nu dan toch erotiek op zondag en wel van een door mij zeer gewaardeerd Vlaams dichter Evy van Eynde. Evy ken ik reeds vanaf 2013 toen ze me uitnodigde bij de presentatie van haar bundel en bijbehorende theatervoorstelling ‘Wanneer kom je buiten spelen’. Sinds die tijd volg ik haar, vroeg ik haar te komen voordragen bij Ongehoord! in Rotterdam en lees ik haar website https://evyvaneynde.wordpress.com/ waar ze behalve poëzie ook andere teksten, waaronder sprookjes, met ons deelt. De poëzie van Evy is oprecht, fantasievol, persoonlijk en daarnaast zijn haar zinnen en woorden regelmatig poëtische vondsten zoals je ze graag leest.

Naast al het andere wat Evy doet schrijft ze zo nu en dan ook erotisch getint materiaal zoals het volgende gedicht.

.

Vrijplaats

.

Ik wil ons inniger verschuilen
in die gedachten
bezoedelde ruimte

– de rafelranden van onze nagels
de slaap in onze ogen
het geil in ons lijf –

tussen weloverwogen
doorschijnende verhalen
van rijstpapier en maagdenvlies

waarin we wachten op iets
dat nooit meer rijpen zal

Onbedekt wil ik ons lezen
onder tafel op een feest
louter gezoem

rondom het bonzen
van jouw hart
in mijn keel

.

Wij zijn breekbaar

Recensie

.

In april 2017 schreef ik een recensie over de bundel ‘Ik zie mensen’ van de dichter Koen Snyers. Inmiddels is zijn nieuwe, vierde bundel uit getiteld ‘Wij zijn breekbaar’. In deze bundel “eert Koen Snyers het breekbare leven met een slingerend verhaal, met teksten die aarzelen tussen poëzie en proza. Koen liet zich inspireren door gesprekken met zeven mensen en de porseleinkunst van Wendy van Geel”.

De opzet en de manier van schrijven, dichten in ‘Wij zijn breekbaar’ deed meteen herkenbaar aan. Ook in ‘Ik zie mensen’ is de bundel opgebouwd uit een lang proza-achtig gedicht, of poëtische vertelling.

De bundel is opnieuw goed verzorgd, goeie lay out, mooi lettertype. De poëtische vertelling is opgeschreven in twee kolommen per pagina, waarbij opvalt dat per pagina een stukje van het verhaal wordt toegevoegd. Ook in deze bundel zijn de losse stukken als losse delen goed leesbaar maar pas wanneer je de hele bundel leest komt duidelijk naar voren dat Koen Snyers een rasverteller is, met een goed oog voor zijn omgeving zo lijkt het. De vertelling is een reis die je wordt voorgeschoteld door de dichter/schrijver.

Voor wie zo nu en dan een gedicht wil lezen zou de typografie kunnen afschrikken maar wanneer je de bundel willekeurig openslaat, is dat wat geschreven staat steeds de moeite waard en kan het je aan het denken zetten. De woorden die ik schreef over ‘Ik zie mensen’ zijn dan ook op deze bundel van toepassing namelijk dat vooral de gevorderde poëzielezer veel plezier zal beleven aan de bundel maar dat ook de beginnende lezer, mits deze zich niet meteen laat afschrikken door de prozavorm, veel moois kan ontdekken in Koen zijn nieuwe bundel.

Als voorbeeld hier een passage uit de bundel.

.

Vandaag wandel ik van seconde naar seconde
in een bos. Ik zie bomen, veel bomen.
Ik vraag me af waar bomen nog van
dromen als hun stam honderd jaarringen
telt en hun kruin boven de wereld uitwaaiert.
/
Bomen staan er, altijd. Ze houden het
overzicht, hebben zicht op de tijden, toen
feiten nog feiten waren, toen er geen fictie
was die als feiten werd verkocht. Zo
blijft er de illusie van de boom die zijn
eigen kruin neerlegde op de grote waterplas
in het bos, nadat hij hiernaartoe wandelde
op houten benen. /

.

Wil je meer weten van deze bundel of het werk van Koen Snyers ( of van het KAAi collectief van Koen samen met Sarah Vaesen) ga dan naar http://koensnyers.zeghetmettekst.be/

.

Eerste gedicht voor Maria Magdalena

Paul Snoek

.

Op deze eerste zondag in oktober, nu de dagen weer korter worden en het weer guurder, is het tijd voor een erotisch gedicht van de Vlaamse dichter Paul Snoek (1933-1981)  pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat. Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België. Hij was tevens kunstschilder. Zijn pseudoniem is afkomstig van de naam van zijn moeder Paula Snoeck. ‘Eerste gedicht voor Maria Magdalena’ komt uit de bundel ‘Gedichten 1954 – 1968’ uit 1969.

.

Eerste gedicht voor Maria Magdalena

.

Jij en je lichaam een sluipmoord

goddelijk heidens en honing.

.

Ik bid dat ik de bij ben aan je dijen

de angel van de wesp die je kust in mijn mond.

.

Dat ik liefdes droeve traangeur

aan de dijkbreuk van je heupen adem

.

en in de lippen van je sluitend lichaam drink je zout,

het hardgeworden eiwit van je zee.

.

Lyrik line

Vertalingenwebsite

.

Via Facebook vroeg mij iemand naar een vertaling van een gedicht. Toen ik dit googlede kwam ik terecht op een Duitse website https://www.lyrikline.org

Op deze website, met partners uit 46 landen van over de hele wereld, kun je op dichter of gedicht zoeken en wanneer je deze gevonden hebt, kun je meteen zien of en welke vertalingen er beschikbaar zijn. In de menubalk bovenaan kun je al kiezen uit 9 talen. Onder Dichters kun je zoeken op land, op naam of op taal. Een voorbeeld:

Als ik op taal (Nederlands) zoek vind ik 27 dichters. Als ik dan naar de dichter Bernard Dewulf (1960) ga, dan vind ik daar 10 gedichten van deze dichter uit Brussel. Als ik vervolgens naar het onderstaande gedicht ga zie ik daar dat er maar liefst 3 vertalingen zijn van ‘Dido’s klacht’ namelijk een Franse, een Engelse en een Duitse vertaling. Naast het gedicht in tekst is er bij elk gedicht een geluidsfragment te horen waarin de dichter het gedicht voordraagt. Deze laatste overigens alleen in de oorspronkelijke taal. Naast de tekst is dan ook nog een biografie opgenomen. Een website kortom waar ik heel blij van word. Hier het voorbeeld van Dido’s klacht in de oorspronkelijke Nederlandse taal en in de vertaling in het Duits in een vertaling van Uwe Kolbe.

.

Dido’s klacht

De tijd is met ons klaar.
Vannacht nog rijdt hij mij de dageraad in
van een ander land. De nieuwe ochtend zal mij wekken
aan een onbegrijpelijk raam.

Niemand is voor iemand ooit gemaakt. Soms
raken wij verstrikt in het lamento van een tegenziel.
En is niet, zei je, elk moment op elk moment
bereid tot iedereens oneindigheid?

De oneindigheid is nu gedaan. Ik wil mijn tijd
en mijn geluk. Het kan ons tijdelijk hart bewegen
als het twintig mooie regels lang mislukt.
Maar in de spiegel valt het lelijk tegen.

Ik ga nu, man van mij van nooit. Ik ben van deze kant.
Ik ben van vrouw gemaakt.
Ik heb je lief.
Ik heb je lief alleen, zo ademen wij.

Mijn nieuwe land zal mij in stromend water wassen,
mij wiegen in zijn nette bedden, bedenken in zijn taal.
Ik zal er duizend foto¹s van je maken
en kijkend zal ik op je leegte uitgekeken raken.

.

Didos Klage

Die Zeit ist mit uns fertig.
Heut nacht noch fährt er mich in einen Tagesanbruch
eines anderen Landes. Der neue Morgen wird mich wecken
an einem unbegreiflichen Fenster.

Niemand wurde je für jemanden geschaffen. Manchmal
verstricken wir uns im Lamento einer Gegenseele.
Und ist nicht, wie du sagst, jeder Nu in jedem Nu
bereit zu jedermanns Unendlichkeit?

Die Unendlichkeit ist nun vorbei. Ich will meine Zeit
und auch mein Glück. Es kann die Weile unser Herz bewegen,
wenn es zwanzig schöne Zeilen lang mißlingt.
Doch im Spiegel kommt dir was ganz anderes entgegen.

Ich geh jetzt, du warst nie mein Mann. Ich bin aus diesem Land.
Ich bin aus Frau gemacht.
Ich hab dich lieb.
Ich hab dich lieb allein, so atmen wir.

Mein neues Land wird mich mit fließend Wasser waschen,
mich wiegen in adretten Betten, mich umdenken in sein Idiom.
Ich werd dort tausend Fotos von dir machen
und im Schauen mich an deiner Leere sattgesehen haben.

.

Vingerafdrukken

Herman de Coninck

.

Van een goede vriendin kreeg ik een doos met poëziebundels. Bij het uitruimen van de boekenkast van haar ouders kwam ze ze tegen en daarop vroeg ze of ik geïnteresseerd was. Dat was ik en er zitten prachtige (oudere en nieuwere) bundels bij. Onder andere de bundel ‘Vingerafdrukken’ van Herman de Coninck uit 1997. Hermen de Coninck schrijft in het voorwoord: “In elk geval is deze bundel schaamteloos pastoraal, in een periode waarin het televisiejournaal alleen maar oorlog te bieden heeft”. In het gedicht ‘Slaapliedje voor Laura in Gigaro’ komt dit mooi tot uiting wanneer je de betekenis van zielverzorgend kiest voor pastoraal (het kan ook herderlijk, landelijk of arcadisch betekenen).

.

Slaapliedje voor Laura in Gigaro

.

Eén miljoen vissen houden zich stil

en daardoor slaapt de zee.

Moge ook jij een paar duizend gedachten

niet hebben, en daaronder slapen.

.

(Ik heb ze voor jou gehad. En soorten verdriet.

Ze waren de moeite niet.)

En moge je ontwaken door vogelgekwetter.

God is vrij vertaald in het Hebreeuws,

.

maar dit is naar de letter.

.

Treinen en frambozen

Erotiek op zondag

.

Patricia Lasoen (1948) is een Vlaams dichter die in 1968 debuteerde met de bundel ‘Ontwerp voor een Japanse houtgravure’. Ze werd samen met dichters als Daniel van Rijssel, Herman de Coninck, Jan Vanriet en Roland Jooris tot de zogenaamde nieuw-realisten gerekend. Zelf denkt ze daar genuanceerder over, in haar werk komen ook surrealistische elementen voor en daarnaast is haar poëzie soms magisch-realistisch en dan weer sociaal geëngageerd.

In 1993 publiceerde dichter Patricia Lasoen de bundel ‘De wanhoop van Petit Robert’. Uit de recensie destijds van NBD Biblion: “Het droomachtige en beeldrijke is uit haar poëzie verdwenen om plaats te maken voor bitterheid en ontgoocheling.” Het gedicht ‘Treinen en frambozen uit deze bundel voldoet echter nog steeds aan de kenmerken droomachtig en beeldrijk. De erotiek die ze opvoert in de eerste zin van dit gedicht is in de rest van het gedicht steeds duidelijker aanwezig en steeds meer voelbaar.

.

Treinen en frambozen

.

Treinen vind ik erotisch, zei ze

en frambozen.

Treinen: hun weg is voorgebaand,

ze zoeven door het landschap

genadeloos; soms lijken ze wel wreed

zoals ze onbarmhartig bermen vol

met bloeiend onkruid achterlaten –

en dan, hoe ze zich in beweging zetten:

nauwelijks merkbaar eerst

met kleine schokjes, en pas na een tijd

komen ze tot hun volle kracht

en fluitend razen ze voorbij signaal

en overweg, en over water

ze komen dan geruisloos stil –

een schok kaatst soms onzacht

hun inhoud en hun doel terug.

.

Frambozen staan vanzelf

met liefde in verband:

hun zachte huid en nauwelijks voelbare haartjes

worden liefs tegelijk met

lippen, tong en huig geproefd

langzaam smelten ze open

en naderhand weer dicht

je hoeft ze zelfs niet aan te raken –

direct nadien zijn ze ontastbare herrinering.

.

De poëzie van Hugo Claus

Je buik van Pimpelmees

.

In 2013 stelde de weduwe van Hugo Claus, Veerle Claus – de Wit, de bundel ‘Je buik van Pimpelmees’ samen. Het is een verzameld werk dat vooral veel poëzie van de laatste periode van zijn leven bevat. Claus’ verzamelde poëzie bevat niet bepaald idyllische liefdesgedichten. En ook hier is dit het geval. De moeilijke communicatie, het gevecht om werkelijk contact tussen mensen, dat zich ook lichamelijk vertaalt, is een basisthema in zijn werk.

“Claus legt ongewone metaforische verbanden. Hij doet ongeveer gelijkluidende woorden rijmen, zodat er een nieuw betekenisniveau ontstaat. Dat sluit aan bij de vervorming van de werkelijkheidservaring die hij beoogt, gevoed door zijn anarchistische levenshouding. Zijn liefdesgedichten zijn de uiting van zijn overtuiging dat wij overgeleverd zijn aan de taal en het toeval en in de liefde aan elkaars willekeur en temperament. Daarom wringt het vaak in zijn gedichten en ontstaat er een erotiserende spanning, niet alleen door de beelden die Claus oproept. Altijd is de liefde ambivalent bij Claus, hoe mooi ze ook kan zijn. En zeker niet zonder humor en speelsheid.” Dat blijkt ook uit het volgende gedicht uit deze bundel.

.

Naakter raakt nooit zover dat ik je naakt
niet verder raak met mijn blik.

Daar wentel je je bekken open
en je krinkelt, scheurt en slaat
met onvaste voet en hekseschoot,
mijn zomernaakt, mijn
wild, mijn bikkelnaakt.

Geef jij je over aan het voer der mensen?
Je eet als een pelikaan,
je braakt als een haai.

Geef jij je over? Steeds breek je in mij binnen,
met modder en mahoniehouten ringen die
krols in mijn kop komen zingen,
mijn brompony, mijn prikkelpop.

Geducht bordurend borend bereik je mij
als naakt je kamhaar splijt.
De wind met kuren in het koren
is ons reikhalzend minnen, en

naakter nooit zover, mijn kindse koningin
met je buik van pimpelmees
dan als ik je versplinter.

.

Met dank aan cobra.canvas.be Paul Demets