Site-archief
Hamlet
Willem M. Roggeman
.
De Vlaamse dichter, schrijver, essayist Willem M. Roggeman (1935) mag dan niet zo bekend zijn in Nederland, in België is hij een grote dichter. Roggeman studeerde aan het Koninklijk Atheneum te Etterbeek waar hij de dichter Erik Van Ruysbeek als leraar Nederlands had. Hij studeerde economische wetenschappen aan de Rijksuniversiteit te Gent waar hij bevriend werd met Paul Snoek. Van jongs af aan kwam hij dus in aanraking met dichters en poëzie.
Vanaf 1959 tot 1981 was hij journalist op de culturele redactie van Het Laatste Nieuws. Hij publiceerde er artikelen over literatuur, beeldende kunst en jazz. Van 1981 tot 1993 was hij adjunct-directeur en waarnemend directeur van het Vlaams Cultureel Centrum De Brakke Grond te Amsterdam, waarvoor hij tentoonstellingen van belangrijke Vlaamse kunstenaars en literaire avonden met Vlaamse en Nederlandse auteurs organiseerde. Van 1982 tot 1989 was voorzitter van het Louis Paul Boon Genootschap en sinds 2006 opnieuw.
Hij was lid van de redacties van de literaire tijdschriften Diagram (1963-1964), Kentering (1966-1976), De Vlaamse Gids (1970-1992), Argus (1978-1981), Atlantis (2001-2002) en Boelvaar poef (vanaf 2006). Hij droeg voor op allerlei internationale poëziefestivals, zijn werk werd vertaald in vele talen, componisten hebben muziek geschreven bij zijn gedichten en kunstschilders hebben zijn verzen in beeld gebracht. Roggeman is kortom, niet de eerste de beste dichter.
In 1958 debuteerde Roggeman met de bundel ‘Rhapsody in blue’ waarna nog tientallen bundels zouden volgen. Zijn laatste dichtbundel verscheen in 2022 en is getiteld ‘Bewegend portret’. In 1972 verscheen een overzicht van zijn werk ‘Gedichten ’57 ’70’ en in die bundel staat het gedicht ‘Hamlet’.
.
Hamlet
.
Ik besta
dit betekent
ik leef, ik adem
ik heb pijn.
.
Ik besta
dit betekent
ik lees, ik schrijf,
ik eet
wanneer ik iets te eten heb.
.
Ik besta
dit betekent
ik denk na,
ik vraag mij af
of ik besta.
.
Gemeentedichter
Verkiezing
.
Vanavond word ik verwacht in theater het Web in Bleiswijk voor de verkiezing van de gemeentedichter van Lansingerland (Bleiswijk, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs). Voor de tweede keer ben ik gevraagd om als juryvoorzitter plaats te nemen in de jury die bepaalt welke dichter de nieuwe gemeentedichter 2024-2025 wordt. De gemeentedichter is net als de dorpsdichter, de wijkdichter, de eilanddichter en de provinciedichter een afgeleide van de stadsdichter. De eerste Nederlandse plaats met een stadsdichter was Venlo, waar op 1 januari 1993 Emma Crebolder voor de periode van een jaar als stadsdichter werd aangesteld.
Inmiddels zijn er heel veel steden en dorpen met een eigen dichter. In Nederland (want ook in Vlaanderen zijn er stads- en dorpsdichters) zijn er inmiddels tussen de 50 en 100 (in 2015 werd een record van toen nog 54 stadsdichters bereikt. Inmiddels zijn dat er al weer veel meer. In een aantal gemeentes vindt een verkiezing plaats waarbij het aanwezige publiek kan stemmen. In andere gemeentes vindt de aanwijzing plaats van een dichter door een culturele commissie, een stichting, of een jury zoals in Lansingerland. Aanstellingen zijn voor twee of drie jaar. Soms blijft een dichter langer aan bij gebrek aan opvolging en in sommige gevallen worden dichters vaker verkozen.
In Lelystad wordt sinds 2005 de stadsdichters-dag georganiseerd, waarbij alle lokale dichters van Nederland en Vlaanderen worden uitgenodigd. In Gouda is sinds 2018 ‘De Grote Prijs van Gouda’ waar stads- en dorpsdichters strijden voor deze prijs. De laatste editie was in oktober 2023. Dit was de vierde editie (in 2020 en 2021 werd om de bekende redenen geen wedstrijd georganiseerd). Winnaar van deze 4e editie was Zoë van de Kerkhof (Leiden) en de 2e plaats ging naar Natasja Bodde (Spijkenisse).
Wie de nieuwe gemeentedichter van Lansingerland gaat worden wordt vanavond bekend gemaakt. De eerste gemeentedichter van deze gemeente was Mark Boninsegna (2018). Van hem is het gedicht ‘Afhaalchinees’ dat hij schreef als gemeentedichter als nieuwjaarsgedicht.
.
Afhaalchinees
(nieuwjaarsgedicht)
.
zoals ieder jaar stond hij daar
wachtend op Station Westpolder
op de oh zo bekende middernachtmetro
tussen achtergelaten bagage
van anderen die wel op tijd waren
.
gekomen zonder eerst rond
kijken of niets vergeten
in koffers die altijd in de weg
zouden in overvolle stilte
.
morgen dan maar samen
met thuisblijvers nieuwe
voornemens wegspoelen
met een glas bier
.
proosten nieuwkomers
op wat komen of wat achter
gelaten om 18.00 uur
aan de bar bij Golden Garden
wachtend op de afhaal
.
Moeilijke oefening
Sylvie Marie
.
Naar aanleiding van de Special van MUGzine had ik met een vriend een discussie over wat nou precies een gedicht goed maakt, of een dichter een goede dichter. Voor mij, en ik denk voor velen, is dit de belangrijkste vraag die je over poëzie kan stellen en tegelijkertijd de moeilijkst te beantwoorden. Ik heb op dit blog al verschillende keren ideeën en gedachten gedeeld over wat nou toch een gedicht een goed gedicht maakt.
Tom Lanoye gaf 5 tips voor het schrijven van goede poëzie, zelf ben ik al eerder op zoek gegaan naar wat poëzie is, de website adazing.com gaf een mini cursus Spoken word en Slam poëzie maar dat is een specifieke vorm van poëzie, in ‘Waarom poëzie belangrijk is‘ vind je wat antwoorden, op de website letmus worden 6 tips gegeven voor een goed gedicht, Dennis G. Jerz geeft 10 tips voor het schrijven van een goed gedicht, CBC de Canadese omroep geeft 11 Do’s en Dont’s en tenslotte geeft literacyideas.com nog de belangrijkste gemeenschappelijke kenmerken van poëzie.
Allemaal goed bedoelde tips, aanwijzingen, regels en ideeën over wat een gedicht een goed gedicht maakt en hoe je een goed gedicht herkent. En dit is nog maar een tipje van de sluier, er is nog veel meer over dit onderwerp te vinden op dit blog.
Wij kwamen een eind maar uiteindelijk ook niet tot een eensluidende conclusie. Tot ik vandaag een gedicht las van Sylvie Marie (1984). In Querido’s Poëziespektakel staat het gedicht ‘Moeilijke oefening’. Een kort gedicht van slechts 5 regels die voor mij de essentie van een goed gedicht omvat. Mocht je na het lezen van al die tips, ideeën en aanwijzingen het idee hebben dat je er nooit uit komt, lees dan dit gedicht. Dit gedicht zegt alles.
.
Moeilijke oefening
.
stel je eens
een gedicht voor,
.
zwart op wit.
.
lees nu eens
enkel het wit.
.
Wat van de liefde niet gezegd kan worden
Daniel Billiet
.
Ik schreef al eerder afgelopen week over een uitgave van Afijn Clavis uitgeverijen (bericht over de poëzie van Ruud Osborne). Nu opnieuw een bericht over een fraaie uitgave van dit fonds. In 2006 publiceerde deze uitgeverij de bundel ‘Wat van de liefde niet gezegd kan worden’ van de Vlaamse dichter Daniel Billiet (1950). Een heel mooi en zorgvuldig uitgegeven dichtbundel met een harde kaft, mooi stevig papier, ingenaaid en voorzien van een aantal paginagrote illustraties van Heide Boonen. Een bundel om aan te schaffen en te koesteren.
Daniel Billiet begon zijn carrière als leraar Nederlands en Engels in het secundair onderwijs. Later is hij gestopt met lesgeven om nieuwe technieken te bedenken voor het brengen van poëzie in de klas. Hij begon zijn dichterschap met gedichten voor volwassenen en debuteerde in 1974 met de bundel ‘De rib van Magdalena’. Toen hij erachter kwam dat er weinig poëzie geschreven werd voor jongeren is hij zich daarop gaan richten. In 1986 verscheen van hem ‘Bananeschillen in jeans’ gedichten voor hedendaagse jongeren van 13 tot 133 jaar.
Naast het geven van lezingen over jeugdliteratuur, en dan vooral over jeugdpoëzie, schreef hij ook een jeugdroman en een prentenboek, werkte hij mee aan poëziepagina’s in verschillende tijdschriften, organiseerde hij poëziemanifestaties en stelde bloemlezingen samen. Hij is een van de belangrijkste hedendaagse Nederlandstalige jeugddichters. Het leuke aan de poëzie van Billiet is dat zijn gedichten voor zowel (jeugd) jongeren als volwassenen te lezen zijn. Het is niet de jongste jeugd waar hij zich op richt waardoor de onderwerpen ook voor oudere volwassenen heel invoelbaar zijn.
In de bundel ‘Wat van de liefde niet gezegd kan worden’ gaan de gedichten over meisjes in de lente, gretigheid, verlangen, gemis maar vooral over de liefde in al haar verschijningsvormen. Grappig, lief, dwars, maar altijd herkenbaar en realistisch. Kortom een heerlijke poëziebundel voor jong en oud. Uit deze bundel nam ik het licht ondeugende gedicht met als titel ‘Passie’.
.
Passie
.
Zij droeg zo’n leuk balkonnetje
dat hij smachtte naar regen.
.
Hij droeg zo’n korte broek
dat zij meteen aan pijpen dacht.
.
Zij droeg zo’n strakke broek
dat hij stotterend begon te liplezen.
.
Zij hoefden niet zo lang en gelukkig,
zij wilden alleen maar rijden
.
tot de weg
op was.
.
Poëzieweek 2024
25 januari-31 januari 2024
Van 25 januari tot en met 31 januari is het Poëzieweek. Op de website van de Poëzieweek staan onder het kopjhe maar liefst 383 activiteiten in Vlaanderen en Nederland te lezen. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat de meeste van deze activiteiten in Vlaanderen zijn maar er is ook in Nederland veel moois te genieten. En we moeten ons realiseren dat heel veel activiteiten waarschijnlijk niet zijn aangemeld. Opvallend is de grote variëteit in activiteiten. Een greep uit de eerste helft van de 383 activiteiten:
Workshops poëzie, schrijfcafé, poëzietentoonstellingen, letterbrigade, Canonpoëzie voor jeugd en jongeren, muziek en poëzie, gedichtenwandelingen, poëzielezingen, gedichtenspeurtocht, poëziewedstrijden, onthulling portret stadsdichter, poëziefilm, voordrachten, poëziepodia, workshop digitale poëzie, poëzieverkoop, kleinkunst en poëzie, poëziebingo, knipsel- en tegelgedichten maken, stiftgedichten, poetry slam, poëziefilmfestival, interview stadsdichter, ontmoetingen met dichters, open mic, gedichten schrijven bij kunst, poëziebos, klimaatdichters en natuurlijk Weesgedichten in Vlaanderen en in Nederland (voornamelijk Zuid Holland) en in Noord- en Zuid-Holland voor bezoekers van de bibliotheek een gratis MUGzine Special, het kleinste en leukste poëzietijdschrift van Nederland en Vlaanderen.
Een van de vele activiteiten is op 23 januari in Bibliotheek Couwelaar in Deurne (Antwerpen), een lezing van auteur en voormalig stadsdichter (van 2014-2016) Stijn Vranken over het creatief proces van gedichten schrijven. Vranken (1974) is medeoprichter van De Sprekende Ezels, een maandelijks terugkerend open podium voor poëzie, muziek, comedy en andere podiumkunsten in Antwerpen, Brussel, Leuven, Turnhout en Gent. Behalve dichter is Vranken tekstschrijver voor het theater, schreef hij twee radioboeken voor De Buren en stond hij op de planken met zijn eigen voorstellingen. Vranken debuteerde in 2008 met de bundel ‘Vlees mij!’. Zijn meest recente bundel is ‘Fiat Lux’ stadsgedichten uit 2016.
Uit deze bundel komt het gedicht ‘Een goed stadsgedicht’ dat ook te lezen is onder de Londenbrug in Antwerpen.
.
Een goed stadsgedicht
.
Een goed stadsgedicht
Een goed stadsgedicht
herkent u meteen.
…………..Het heeft een rake titel,
…………..opent gevat,
en in het beste geval
hangt het in de weg
aan de onderkant van
een enorme brug.
.
Het is grappig,
maar niet overdreven.
.
En het verrast – op de valreep
stelt het dan toch nog iets
……………zoals bijvoorbeeld
……………de ellendige vraag:
.
Vervoert dit schip
niet erg rustig de tijd
…………..die u hier zo dringend
…………..staat te verliezen?
.
2024!
Bernard Dewulf
.
Ik wens iedereen een heel mooi, gezond, gelukkig en poëtisch nieuwjaar toe. En om het jaar maar meteen goed te beginnen een gedicht van Bernard Dewulf (1960-2023), uit de bundel ‘Licht dat naar ons tast’ een gloednieuwe bundel verzamelde gedichten van deze ons te vroeg ontvallen dichter getiteld ‘Tafereel’.
.
Tafereel
.
Sneeuw etste een ansicht. Oud dorp,
nieuw jaar. In de bocht stond
een voorbeeld van een boom. Waaronder
.
op miljoenen rode sponsjes lagen:
een gedeukte neus en hoed,
confetti en een feestelijke schoen.
.
Verderop de voet die paste, glas
en chroom. de schittering
van puin. De rest was geen gezicht.
.
















