Categorie archief: Favoriete dichters

Stop de bom

J.C. Aachenende

.

Afgelopen zondag besprak ik met een paar vrienden dichters en kreeg ik de vraag of er dichters zijn die ik niet ken (van naam of anderszins). Uiteraard gaf ik op die vraag het enige antwoord wat je kan geven namelijk dat er nog altijd veel dichters zijn die ik niet ken (al worden het er wel steeds minder). En er komen steeds weer dichters bij. Poëzie is levenslang kortom.

Maandag las ik op Facebook een bericht van Jos van Hest dat dichter J.C. Aachenende was overleden op 90 jarige leeftijd. J.C. Aachenende is het pseudoniem van Dr. Isaak van der Sluis, voormalig dermatoloog en docent aan de Universiteit van Amsterdam. Jos schrijft dat hij hem kende als een erudiete, scherpzinnige, geestige en soms vileine schrijver en dichter, die tot drie jaar geleden vrijwel elk Open Podium in de OBA (de bibliotheek van Amsterdam) bezocht, waar hij met zijn sonoor-rasperige stem het ene grappige gedicht na het andere schrijnende voorlas.

Het deed mij meteen denken aan Wim den Hertog, een oudere man die bij de open podia van toen nog Ongehoord Rotterdam, op het open podium altijd zijn gedichten de zaal in baste. Uiteraard ben ik op zoek gegaan naar meer informatie over J.C. Aachenende. Zo las ik op de website van Meander dat hij  een aantal bundels heeft gepubliceerd zoals ‘Tegengif’ (2003), ‘Het leven is gezelligheid’ (2005) en ‘Vreten op aarde’ (2008), ‘Met weemoed’ (2011), ‘Gedichten en gedachten’ (2015) en ‘Tweeënveertig gedichten vol vuur en vaart’ (2016).

In zijn rouwadvertentie stond uiteraard een gedicht van zijn hand dat ik jullie niet wil onthouden omdat het mij uit het hart gegrepen is.

 

Mijn huis is maar een boekenkast

waarvan ik als gedulde gast

nou ja, bibliothecaris dan

mag wonen; ’t is een labyrinth

waarin ik, wat ik weet en ken

nooit vind, en zelfs verloren ben

.

Uit zijn bundel ‘Met weemoed’ komt het gedicht ’21 november’ over de grote demonstratie tegen de Neutronenbom in Den Haag in 1981.

.

21 november

.

De Vrede is een hond
die keft en gromt
en bijt, en laat z’n tanden zien.
Hij blaft en kwijlt
z’n valse taal: de vredeszwendel.

.

De Vrede ijlt z’n roep vooruit,
hij scheurt het vlees
van ‘t bot: z’n vreten.
Hij kraakt het been. Hij knaagt,
een bloedhond die in meutes jaagt.

.

Sla hem de tanden uit z’n mond.
De Vrede is een valse hond.

.

.

Het Einddoel

Jan Rot

.

Afgelopen zaterdag was ik aanwezig bij het jubileum van stichting De zoek naar schittering van Jiske Foppe als onderdeel van het festival ‘Woordnacht’.  Als lid van het comité van aanbeveling (samen met Sylvia Hagers, Bas Kwakman en Mart Bechtold) kon en wilde ik dit niet aan me voorbij laten gaan. Niet alleen omdat ik Jiske al langer ken en zeer waardeer om haar tomeloze inzet voor de poëzie maar ook zeker om te luisteren naar de lezing van Kila van der Starre (lid van de Raad van Toezicht van de stichting en all round “poëzieprofessor’).

Op de bijeenkomst in het Nieuwe Instituut in Rotterdam waren behalve de lezing en presentatie van Jiske over het werk van de stichting, ook voordrachten van drie Rotterdamse dichters; Daniel Dee, Peter Swanborn en Amber Rahantoknam. Jiske werd geïnterviewd door Woordnacht festivaldirecteur Hans Sibarani. Veel aandacht ging uit naar de Bruggedichten die Jiske met de stichting realiseert in Rotterdam maar ook andere projecten kwamen aan de orde zoals de gevelgedichten in Hordijkerveld, het Noorderdicht en Geluk op Zuid.

En er was aandacht voor de VERS app en de Route Lagogo, een poëtische wandeling door Hillegersberg en Schiebroek in Rotterdam. Bekende dichters, zowel landelijk als Rotterdams en lokaal, allen met een band met het festival Poëzie Lagogo of het gebied leverden gedichten aan en spraken ze in. Ze werden gekoppeld aan locaties die via de VERS app te vinden zijn. Sommige verschijnen als raamgedicht en andere gedichten zijn uitsluitend via de de app te beluisteren. Deelnemende dichters zijn onder andere Jana Beranová, Hester Knibbe, Ingmar Heytze, Elfie Tromp, Mark Boninsegna, Rob Hilz, Joz Knoop, Abdelkader Benali, Myrte Leffring, Edwin de Voigt en Anne Vegter.

Tijdens de presentatie liet Jiske een filmpje zien van Jan Rot (1957-2022) waarin hij het gedicht ‘Het Einddoel’ voordraagt dat hij samen met Boudewijn de Groot schreef als lied. Ook dit gedicht maakt deel uit van de Route Lagogo. Het is aangebracht op een raam van het cultuurcentrum De Buurvrouw aan de Larikslaan in Rotterdam.

.

Het Einddoel

.

Toen ik wist waarom ik huildeVielen beide ogen droogWat mijn tranen zo vervuildeWas de waarheid die ik loog
.
Nu lijk ik wel te dansenStevig vast en dan weer vrijEn al die tijd kijk ik naar jouEn jij verliefd naar mij
.
Toen ik wiste waarom ik beefdeWerden angsten minder grootEn toen ik wist waarom ik leefdeWas ik niet bang meer voor de dood
.
Ik was beschadigd moe en oudTe vaak verongelijktNu veeg ik alle tranen wegHet einddoel is bereikt
.
Nu lijk ik wel te dansenTerwijl de wereld kijktEn veeg ik alle tranen wegHet einddoel is bereiktNu veeg ik alle tranen wegHet einddoel is bereikt

.

 

Spel met de tijd

Allerzielen

.

Vandaag is het Allerzielen, de dag dat de overledenen worden herdacht. Dat kan heel particulier maar het kan tegenwoordig ook steeds meer op begraafplaatsen die juist op deze dag iets extra’s organiseren voor nabestaanden. Zo is er vanavond op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag een avond, georganiseerd door Dichter bij de dood,  met dichters die langs een route op de begraafplaats staan en daar hun gedicht over de doden voordragen aan bezoekers.

Aan het einde van de route bij het verlaten van de begraafplaats krijgt elke bezoekers een gratis bundeltje met de gedichten van de deelnemende dichters. Dichter bij de dood wordt dit jaar alweer voor de 7e maal georganiseerd en is een bijzondere gebeurtenis. De boodschap van de organisatie is dat de dood is niet iets is om weg te stoppen of te verzwijgen maar juist om over de dood en rouw te praten en stil bij te staan bij het verlies. Iedereen heeft wel overleden dierbaren waaraan op deze avond gedacht kan worden.

Normaal gesproken zou ik vanavond ook deelnemen als dichter (en medeorganisator) maar helaas kan ik door omstandigheden niet. In de bundel staat wel een gedicht van mijn hand ‘Spel met de tijd’.

.

Spel met de tijd

 .

Hoe zal het morgen zijn

wanneer later nu begint?

Zal elke nieuwe dag zich

opdringen, tijd aan geduld

.

knagen. Hoe zal men terugkijken

op dagen die voorbijgleden, de

uren als speelbal van verlangen,

langzaam schurend en traag

.

vertrekkend van de grond die

verstrooid werd. Laat later daarom

nu beginnen, laten we de dood

in de ogen kijken. Wegstaren.

.

Gewoon jezelf zijn

Edith Sitwell

.

In de kunsthal in Rotterdam is momenteel een tentoonstelling te zien van Tim Walker (fashion fotograaf). Bij deze tentoonstelling hing een bordje met informatie over een aantal foto’s waarin  Tilda Swinton (actrice) een ver familielid van Edith Sitwell, de rol van dichter voor haar rekening neemt. De dichter Dame Edith Sitwell (1887-1964) had een opvallend persoonlijke smaak en stijl. Ze was heel fotogeniek maar vooral heel extravagant als verschijning (en dat werd steeds sterker naarmate ze ouder werd). Haar flamboyante garderobe bestond uit loshangende gewaden van brokaat, fluwelen mantels, tulbanden, gouden schoenen en grote kleurrijke ringen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Walker een ode wilde brengen aan deze dichter . Van Sitwell is de uitspraak “Waarom zou je niet jezelf zijn?”.

Sitwell stamde uit een excentrieke, puissant rijke, oude aristocratische familie en bracht haar jeugd door op het imposante landgoed van haar ouders Renishaw Hall. Ze had twee jongere broers,  Osbert en Sacheverell, die beide later ook schrijver zouden worden. In 1913 publiceerde Sitwell haar eerste gedichten, in de Daily Mirror en in 1915 verscheen haar eerste poëziebundel, ‘The Mother and Other Poems’. Tussen 1916 en 1921 gaf ze een avantgardistische bloemlezing uit, ‘Wheels’, samen met haar twee broers en Rootham, met wie ze de dichtersclub „De Sitwells“ vormde.

De vroege poëzie van Sitwell vertoont duidelijk invloeden van het Franse surrealisme uit die tijd. In feite was Sitwell er bewust op uit om haar publiek en de critici te provoceren. Tussen 1915 en 1930 werd Sitwells opstelling minder agressief en kregen de natuur, bloemen en dieren de overhand in haar poëzie. Tijdens de tweede wereldoorlog schreef ze naar aanleiding van de luchtaanvallen op Londen, gedichten als ‘Still falls the rain’ dat door Benjamin Britten op muziek gezet zou worden. Hieronder een gedicht van Sitwell uit de periode 1915-1930.

.

The Lady With The Sewing-Machine
Across the fields as green as spinach,
Cropped as close as Time to Greenwich,Stands a high house; if at all,
Spring comes like a Paisley shawl —Patternings meticulous
And youthfully ridiculous.In each room the yellow sun
Shakes like a canary, runOn run, roulade, and watery trill —
Yellow, meaningless, and shrill.

Face as white as any clock’s,
Cased in parsley-dark curled locks —

All day long you sit and sew,
Stitch life down for fear it grow,

Stitch life down for fear we guess
At the hidden ugliness.

Dusty voice that throbs with heat,
Hoping with your steel-thin beat

To put stitches in my mind,
Make it tidy, make it kind,

You shall not: I’ll keep it free
Though you turn earth, sky and sea

To a patchwork quilt to keep
Your mind snug and warm in sleep!

.

Over de overledenen

Dubbelgedicht

.

Vandaag wil ik als dubbelgedicht twee gedichten plaatsen die over overleden familieleden gaan. Twee verschillende gedichten aan elkaar gekoppeld door een zelfde thema. Het eerste gedicht is van Cees Buddingh’ getiteld ‘Soms, ’s avonds’ en het is genomen uit de bundel ‘Gedichten 1974/1985’ uit 1986.

Het tweede gedicht is van Th. van Os zonder titel uit de bundel ‘Beurtzang’ uit 1996.

.

Soms, ’s avonds

.

Soms, ’s avonds, staat mijn vader in de kamer.

Vreemd oud geworden, haast vel over been.

‘Slapen ze, Stientje en de jongens?’ ‘Ja, hoor.’

(Zij mogen hem niet zien.) Hij zucht tevree.

.

‘Maken ze ’t goed? Geen zieken?’ ‘Nee, geen zieken

gelukkig. Alles prima.’ Hij glimlacht,

klein op een puntje van de bank, zijn benen

nog korter dan toen hij een jongen was.

.

We praten niet, maar ‘hou je taai, hè!’ knikken

we als vroeger. ”k Ga weer eens. Dag knul’ Hij staat

nog even voor mijn moeders jeugdfoto.

.

Het tuinhek piept. Ik luister naar zijn stappen,

die vederlichte, bulderende stappen

van iemand die terug moet in de dood.

.

*

Je bent gestorven maar niet dood.

Je beeld verschijnt als ik wat sta

te staren naar een pagina:

een Hawaii-bloes paars met rood,

je lange vingers op het bruidssatijn,

een hoofd waarvan ik weet dat het van jou moet zijn.

.

Ik heb je langzaam zien vervagen

tot ik de ramen van de kamer sloot

bang dat een zuchtje wind je weg zou dragen,

tot ik de lakens voor de ramen hing

en jij zo licht de achterdeur uitging.

.

Wanneer ik naar de bakker loop voor brood,

wanneer ik hyacinten ruik of chocola,

wanneer ik coniferen zie, avondrood

of schoorsteenrook, daar ga je dan,

de wolken achterna.

.

Young adults en poëzie

Hebban

.

Op de website van Hebban kwam ik een aardig stukje tegen over Young Adults (zeg maar jeugd van 13 t/m 18) en poëzie. Minca Huiberts schreef het. In dit artikel uit april 2020, de ‘lees eens wat anders maand’ gaat ze in op de verschillende dichters uit Nederland en daarbuiten die voor jeugdigen of young adults (YA) interessant kunnen zijn.

In het artikel schrijft Minca: “Een voordeel van het lezen van poëzie is dat je soms zelf kunt interpreteren waar de auteur het over heeft. Iedereen vindt wel een bepaalde boodschap voor zichzelf of voor een ander in een gedicht. Het gevaar van poëzie kan zijn dat het je niet altijd even veel aanspreekt. Nadat ik een stuk of 20 zowel Nederlandse als Engelse gedichtenbundels heb gelezen, weet ik inmiddels dat mijn voorkeur niet altijd uitgaat naar een rijmend gedicht. Voor mij is de cadans, het ritme in poëzie erg belangrijk. ” Een waardevol inzicht lijkt me.

De Genreclub (zoals dat op Hebban heet) heeft 661 volgers dus het bereik is groot onder young adults, zeker ook als je het aantal reacties onder het bericht bekijkt. De dichters die Minca behandeld zijn de te verwachten dichters die onder young adults populair zijn (Tim Hofman, Lars van der Werf, Rupi Kaur) maar zeker ook een aantal voor mij onbekende ‘grootheden’ zoals Atticus, Chariva, Amanda Lovelace en Caroline Kaufman.

Met name de (anonieme) Canadese dichter Atticus vind ik interessant. Zijn boeken ‘The Dark Between Star’ en ‘The Truth About Magic’ werden New York Times -bestsellers. Hij schrijft gedichten met thema’s als liefde, relaties en avontuur. Inmiddels zijn er vier bundels van Atticus verschenen, de laatste ‘LVOE’ in 2022.

Atticus noemt een breed scala aan kunstenaars en schrijvers als invloeden, waaronder talrijke dichters, muzikanten en publieke figuren uit het midden van de twintigste eeuw, zoals Jack Kerouac, Charles Bukowski, Ernest Hemingway, Mary Oliver, F. Scott Fitzgerald, Monet, Bob Dylan, Robert Frost, Frank Sinatra, Chet Baker en Steve McQueen. Een nogal eclectisch gezelschap dus.

Atticus begon in 2013 met het online delen van poëzie nadat hij bevriend was geraakt met de Amerikaanse acteur en dichter Michael Madsen. Vooral op Instagram zijn zijn gedichten meer poëtische quotes dan echte voldragen gedichten. Tijdens voordrachten draagt hij een masker om zijn anonimiteit te waarborgen. Hij werkt samen met de non-profitorganisatie To Write Love On Her Arms ter ondersteuning van geestelijke gezondheidsdiensten en bewustwording.

Hieronder een paar voorbeelden van zijn poëzie.

.

“I love her because she steals my socks,
I love her because when I find her in them they never match,
I love her because they are too big
and they grey part for the heel sits far too high
but she doesn’t notice.
I love her because she wears them to sleep and one always falls off
and she wakes up in the night and can never find it,
and her foot is cold.

That’s why I love her.”

.

Ash Angels

There we were making rhythms,
jumping ahead of earth’s own heart beat,
setting new time to our universe,
and we drank it in like warming wine.

We the children,
running to deserts,
pockets full of magic,
with whisky spirits and our souls in our
wings.

Us few the bold,
the brave trodden souls,
tobacco stinging bright our gypsy eyes,
kaleidoscopes reaching fingers through our minds
to stir our coloured dreams.

Our dusty hearts set aflame
by setting stars and shooting suns.
And here the sparks became our loves,
and so with them we danced up,
into airless skies and cloudless nights,
to make ash angles on moons,
and snowflakes of milky ways.

.

 

 

Dan

Waarvandaan

.

Hans Tentije (1944) is het pseudoniem van Johann Krämer.  Deze dichter, schrijver en leerkracht ontving meerdere prijzen voor zijn werk. Zo ontving hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, de Herman Gorterprijs, de Constantijn Huygens-prijs ( De jury prees Tentijes poëzie om zijn ‘trefzekere observatie, oog voor detail en rake typeringen van personages en landschappen.’), de Karel van Woestijneprijs en de Guido Gezelleprijs van de stad Brugge. Cynisme is een constante in het werk van deze, geboren Beverwijkse, dichter, maar in zijn latere werk is ook het avontuurlijk leven een thema.

Tentije debuteerde in 1975 met de bundel ‘Alles is er’ waarna meer dan 20 publicaties zouden volgen. En nu, in 2022 is er de bundel ‘Waarvandaan’. Marc Bruynseraede schrijft in zijn recensie van ‘Waarvandaan’ op de site van Meander : “De gedichten zijn geen afspiegeling van de werkelijkheid maar een verbeelde of ingebeelde werkelijkheid, hoe levensecht ze er ook uitziet. Het gaat hier om een werkelijkheid achter de werkelijkheid of een werkelijkheid met dubbele bodem.” Niet voor niets dus dat de clubkeuzebundel van poëzietijdschrift Awater deze maand ‘Waarvandaan’ is van Hans Tentije.

.

Dan

.

Hoe gebeurtenissen elkaar kunnen beïnvloeden

en zo vertekend raken, terwijl ze iemand

op het lijf geschreven leken voor ze zich ingroeven

diep vanbinnen –

.

als er een onuitputtelijk geheugen zou bestaan

waarin zelfs het minste of geringste terug te vinden was

afhankelijk van de situatie, lichtval

en stemmingen, zorgwekkende berichten

in het nieuws die dag

.

dan schiftte het afweervermogen

wat er zich voordeed, ontkende het of verdrong

al het pijnlijke, vernederende, ergste –

.

maar onberekenbaar is het vergeten

.

Eenzaamheid

Jan van Nijlen

.

afgelopen dinsdag plaatste ik het gedicht ‘Geloof’ van de Vlaamse dichter Jan van Nijlen (1884-1965) en kreeg hierop veel reacties. Wat ik niet verwacht had was dat deze dichter voor veel mensen nog steeds ‘leeft’. Dat een Vlaamse dichter die al 57 jaar geleden gestorven is nog steeds in de lijstjes van favoriete dichters voorkomt van mensen van nu zegt me dat dit een bijzondere dichter is geweest.

Op mijn bericht kreeg ik via Facebook een reactie van Joke Eijsackers. Zij schreef me: “Van hem was het gedicht “Eenzaamheid” dat ik op mijn eindexamen Kweekschool heb voorgedragen met de complimenten van de gecommitteerden vanwege mijn gevoelige toon (maar dat kwam door de zenuwen )”. Ik las het gedicht en was opnieuw onder de indruk van het dichterschap van Jan van Nijlen.  Alleen daarom al wil ik graag het gedicht ‘Eenzaamheid’ hier plaatsen.

.

Eenzaamheid
.
De mens is eenzaam tot en met zijn dood.
Nooit is één liefde, nooit één vriendschap klaar,
En, zelfs geboren uit dezelfde schoot,
Zijn wij nog vreemden voor elkaar.
.
Wat weet ik van mijn zuster en mijn vader,
Wat van mijn moeder en mijn eigen kind?
En is mijn vrouw mij altijd zoveel nader
Dan de arme meid voor ’t eerst bemind?
.
Nooit kan een hart een ander overwinnen;
Van lief tot minnaar en van mens tot mens
Kunnen wij nooit geheel volmaakt beminnen;
Er is altijd een kloof, een grens.
.
’t Is niet eens zeker dat de dood verenen
Kan wat het leven onmeedogend scheidt,
En er bestaat niet, van Parijs tot Wenen,
Een koffiehuis ‘In de Eenzaamheid’!
.

Toen god besloot

E.E. Cummings

.

Ik struinde wat rond op het internet en kwam op de bijzonder aardige website van Ed van Dun (1952). Deze website (gedel.nl) is vernoemt naar een Limburgs werpnet waarmee men in rivieren of binnenwaters vist. Op deze website is de poëzie van van Dun te lezen, poëzie uit de 10 dichtbundels die hij tussen 1980 en 2022 heeft gepubliceerd.  Maar er staan ook vele vertalingen op van gedichten van dichters als Paul Celan, Rainer Maria Rilke, Vasko Popa, Rumi etc.

Een andere dichter die Ed vertaald heeft is één van mijn favoriete dichters E.E. Cummings. Van hem heeft hij onder andere het gedicht ‘when god decided to invent’ vertaald. Het gedicht komt uit ‘Selected Poems 1923-1958’ van Cummings.

.

toen god besloot te verzinnen
alles ademde hij een
teug groter dan een circustent
en zo vond alles zijn begin

.

toen de mens besloot te vernietigen
zichzelf onttrok hij het waren
aan zullen en vond slechts waarom
dus flikkerde hij het in omdat

*

when god decided to invent
everything he took one
breath bigger than a circustent
and everything began

.

when man determined to destroy
himself he picked the was
of shall and finding only why
smashed it into because

.

Dichters op reis

Internationale Vereniging voor Neerlandistiek

.

Op zoek naar een gedicht kwam ik bij toeval op de website van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. Op deze website is een pagina getiteld ‘ Dichters op reis’ waarop te lezen is hoe het buitenland dichters uit Nederland en Vlaanderen inspireert. Op de website kun je een kaart aanklikken van de wereld waar in allerlei landen ballonnetjes geplaatst zijn. Elk ballonnetje klikt een gedicht open. Hiermee is een breed palet aan reispoëzie te lezen.

Deze reispoëzie bestaat uit gedichten die geschreven zijn naar aanleiding van, of tijdens een bezoek aan een stad, een land of een regio over de grens. En zo staan hier gedichten die verwijzen naar kunstenaars of schrijvers die ontmoet zijn tijdens een reis, gedichten die reflecteren op monumenten of bepaalde historische gebeurtenissen in het buitenland. De kaart bevat een mix van bekende en minder bekende namen.

Het grootste deel van de gedichten op deze wereldkaart kaart komt uit de online poëziecollectie Archives van Poetry International en uit de jaarboeken van het Poetry International Festival. Als visuele uiting deed me het geheel aan Straatpoëzie denken.

Naast dat de gedichten te lezen zijn, kun je er ook verschillende beluisteren. Ik klikte willekeurig een gedicht open in Lissabon van Arjen Duinker, getiteld ‘ Waar dan ook’  een toepasselijke titel lijkt me.

.

.

In een café waar dan ook
Zeg ik dingen in mezelf
Om de verte te ontkennen.
Ik bewonder de kale stoel
En het tafeltje dat als lokaas dient.

.
In een café in Lissabon
Vraag ik unieke hakken
Om het gemis te ontkennen.
Ik drink het geluid van de passen
Die naderen in een huid van vanille.

.