Categorie archief: Favoriete dichters

Praten in bed

Philip Larkin

.

In het Volkskrant magazine van zaterdag staat een uitgebreid interview met dichter Mustafa Stitou (1974) naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwste bundel ‘Waar is het lam?’. In dat interview staan interessante dingen te lezen over Stitou, als mens en als dichter en aan het slot van het stuk staat geschreven dat er een poëziebundel van de Engelse dichter Philip Larkin (1922-1985) ligt, en dat het oog van Stitou die ochtend viel op het gedicht ‘Talking in bed’. Over echtelieden die in bed steeds minder met elkaar praten. Het stuk gaat dan verder met een herinnering van Stitou maar, zoals dat bij mij werkt, ben ik meteen nieuwsgierig naar het gedicht.

Op dat moment vroeg ik me af hoeveel mensen er naar aanleiding van dit stukje op zoek gegaan zijn naar de tekst van het gedicht ‘Talking in bed’. Ik vermoed dat de meeste mensen er over heen lezen, of hoogstens als aanleiding zien voor de herinnering van Stitou.

Maar ik dus niet. Ik ging op zoek en had het gedicht als snel gevonden op de website Allpoetry.com. Het gedicht beschrijft het moment waarop echtelieden in bed niet meer met elkaar praten. Een bijzonder gedicht en alle reden om het hier te delen. Op de bundel van Stitou kom ik binnenkort terug.

.

Talking in bed

.

Talking in bed ought to be easiest,
Lying together there goes back so far,
An emblem of two people being honest.
Yet more and more time passes silently.
Outside, the wind’s incomplete unrest
Builds and disperses clouds in the sky,
And dark towns heap up on the horizon.
None of this cares for us. Nothing shows why
At this unique distance from isolation
It becomes still more difficult to find
Words at once true and kind,
Or not untrue and not unkind.

.

 

Ik had als kind een huis en haard

Willem Wilmink en Jean Pierre Rawie

.

Ter gelegenheid van Willem Wilminks (1936 – 2003) zestigste verjaardag in 1996 maakte dichter Jean Pierre Rawie een sprekende en eigenzinnige keuze uit het omvangrijke oeuvre van dichter Wilmink. Na zijn dood in 2003 voegde hij nog enkele gedichten toe uit zijn latere werk. Die bundeling van gedichten verscheen in de jaren daarna in vele drukken bij uitgeverij Prometheus met als titel ‘Ik had als kind een huis en haard’ .

Ik bezit een versie uit 2010, een negende druk, wat iets zegt over de populariteit van Willem Wilmink als dichter en liedjesschrijver. Wilmink zelf maakte geen onderscheid tussen zijn liedjes en gedichten en stond daarmee in een grote, zij het bij ons ongewone, traditie, die teruggaat tot de middeleeuwen. Wilmink zelf beschouwde de verzameling van Rawie als de mooiste bloemlezing die iemand ooit uit zijn werk had gemaakt.

Uit de bundel koos ik het gedicht dat me om de een of andere reden erg aansprak getiteld ‘ Oude mensen’ .

.

Oude mensen

 

Ze hebben honderd rimpels

en ze hebben grijze haren

en ouderwetse dingen

die ze altijd maar bewaren.

Oude mensen, oude mensen.

.

Ze hebben snoepjes bij zich

om aan kinderen te geven,

daar moeten ze naar zoeken,

dus dan wacht je nog maar even.

Oude mensen, oude mensen.

.

Ze slapen nog maar kort, hoor,

dus ze worden heel vroeg wakker.

Ze gaan een praatje maken

met de slager en de bakker.

Oude mensen, oude mensen.

.

Ze willen graag vertellen

over heel erg lang geleden,

toen ’t zo koud was in de winter,

toen er nergens auto’s reden.

Oude mensen, oude mensen.

 

Kinderen, weet je wat zo gek is

aan dit grappige verhaal?

Over dertigduizend nachtjes,

dan zijn jullie allemaal

oude mensen, oude mensen.

.

Een lege plek om te blijven

Rutger Kopland

.

In een kringloopwinkel kocht ik in één keer maar liefst drie bundeltjes van Rutger Kopland (1934-2012), vast weggedaan door een liefhebber die zo nodig zijn boekenkast uit zijn huis wilde hebben (foei!). Maar ik ben er blij mee. Het betreft hier de bundels ‘Het orgeltje van Yesterday’ uit 1968, ‘Alles op de fiets’ uit 1969 en ‘Een lege plek om te blijven’ uit 1975.

Deze laatste bundel, of bundeltje (het valt me op dat deze bundeltjes slechts tussen de 27 en 32 gedichten bevatten) is opgebouwd uit gedichten zonder titel maar met een nummer (een romeins cijfer). Het bekendste gedicht uit deze bundel is waarschijnlijk het liefdesgedichtje van vier regels met nummer XIV waarover ik in 2014 al schreef, dat luidt:

.

XIV

.

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,

de lege plekken in het hoge gras, ik heb

altijd gewild dat ik dat was, een lege

plek voor iemand, om te blijven.

.

Een ander minder bekend gedicht is het vers met nummer XXVI. Een gedicht over de tijd en daarmee tijdloos. Ingenieus van inhoud, en rollend zoals je van Kopland mag verwachten.

.

XXVI

.

Tijd is nog steeds voor de mensen

een luxe, hij gaat langs de huizen,

vertelt dan de tijd in ruil voor jenever,

die handel is oud als een steen.

.

Niemand die houdt van de man met

de tijd, maar iedereen houdt hem

te vriend, want men weet dat

ieder uur telt en de teller is hij.

.

Wat gisteren was, wat morgen zal zijn

is al eeuwen bekend en verdeeld,

maar vandaag is geheim als tussen

gordijnen een hand zonder lichaam.

.

Met niets is alles begonnen

Ellen Lankman

.

In 2014 debuteerde Ellen Lanckman (1975) met de bundel ‘Over deugd en andere mankementen’, in 2015 gevolgd door ‘Dagen van glas’ die ze samen met fotograaf Hendrik Boxy maakte. In 2016 verscheen de bundel ‘vogel-jong’ en in 2018 kwam haar voorlopig laatste bundel ‘Met niets is alles begonnen’ uit. Bij haar fans staat Ellen Lanckman bekend als de ‘koningin van de melancholie’. Ze schrijft toegankelijke poëzie, die haar kracht verleent aan de eenvoud. Ellen heeft weinig woorden nodig om de juiste snaar te raken.

Ellen publiceerde geregeld in literaire en kunsttijdschriften, nam al deel aan talrijke tentoonstellingen, waar haar poëzie vaak gekoppeld wordt aan een andere kunstvorm. In de zomer van 2019 was een van haar gedichten te zien op Kunstenfestival Watou. Tegenwoordig is de poëzie wat op de achtergrond geraakt, is ze verpleegkundige en schrijft ze op haar blog Nursing over haar werk in de palliatieve zorg.

In de bundel ‘Met niets is alles begonnen’ verkent Ellen Lanckman alle kleuren van de melancholie, kantelend tussen nacht en dag, verleden en heden, illusie en waarheid. Lanckman creëert in haar nieuwe gedichten een weemoedige, wat spookachtige maar ook zeer herkenbare sfeer, die je bij de keel grijpt en niet meer loslaat. Dat is wat de uitgeverij ons beloofd op de achterflap. Herkenbaar? Zeker. Lees het gedicht zonder titel uit de bundel en oordeel zelf.

.

Hoe je kneedt en knijpt

om jezelf terug te halen

uit de mist van de ochtend

en een oude droom.

.

Hoe het beeld in de spiegel

steeds scherper wordt

en het zachte in je gezicht

wordt weggeveegd.

.

Ze lieten je geloven

dat breekbaarheid een zwakte is.

.

Vroege Vogels’ Radioverzen

Ivo de Wijs

.

Het radioprogramma werd in 1978 voor het eerst uitgezonden door de VARA en is een van de langst lopende en best beluisterde radioprogramma’s van de NPO. In 1994 bestond het radioprogramma Vroeg Vogels vijftien jaar (inmiddels dus al 44 jaar) en ter gelegenheid van het 15 jarig bestaan werd een nieuwe bundel van Ivo de Wijs gepubliceerd met de titel ‘Vroege Vogels’ Radioverzen’.

In deze bundel schrijft Ivo de Wijs per maand van het jaar zijn verzen, die, volgens de achterflap, “zowel in lekkend gif gedoopt zijn als in frisse morgendauw”. “Hij mijmert, ironiseert en plaatst kritische voetnoten bij al die mooie plannen met de steeds schaarser wordende natuur”. Ook in de afgelopen 28 jaar is er dus nog steeds niets veranderd.

In de bundel, zoals geschreven, per maand een aantal gedichten. Omdat het eind mei is heb ik een gedicht gekozen uit de maand mei getiteld ‘Twijfel’.

.

Twijfel

.

Van tijd tot tijd bekijkt hij met intense

Vermoeienis ‘dat eeuwige miljeu’

Hij wil niet meer, hij is het ronduit beu

Hij ziet de aarde net zo lief verflensen

.

Het kleinste issue maakt hem très nerveux

Hij heeft geen hoop meer en totaal geen wensen

En zijn bewuste, groene medemensen

Gunt hij een ferme vorm van gonorrhoe

.

Herkent u dit? Ik heb het niet zo vaak

(U had het al gesnapt hè: hij = Ivo)

Want meestal werk ik voor de goede zaak

.

Maar toch: al ben ik zelf niet zo consequent

Bewaar me voor de gladde positivo

Die nooit een uur van twijfel heeft gekend!

.

Gouden Yvonne

Jan Kal

.

Ik herinner me nog heel goed, de sensatie van de Olympische Winterspelen 1988; Yvonne van Gennip (1964). Ze won daar maar liefst drie gouden medailles en met haar natuurlijke openheid en charmante sproetjes was ze de lieveling van menig landgenoot. De Haarlemse dichter Jan Kal (1946) schreef er een gedicht over getiteld ‘Gouden Yvonne’. Dat gedicht werd in april van dit jaar aangebracht op een goud geschilderde muur van het Mendelcollege in Haarlem waar Yvonne van Gennip haar middelbare schooltijd doorbracht.

Tijdens de bijenkomst droeg de Haarlemse dichter Kal zijn gedicht voor in het bijzijn van Van Gennip en leraren en leerlingen van de school. Na de onthulling en de voordracht was het de beurt aan de brugklassers, die ook zelf geschreven gedicht mochten voordragen. Het gedicht en de muurversiering zijn een eerbetoon aan de prestaties van Yvonne tijdens de Olympische Winterspelen van 1988. Het is een initiatief in samenwerking met het Haarlems literair genootschap en het Mendelcollege, een zogenoemde ‘topsport talentschool’.

Het gedicht ‘Gouden Yvonne’ is een sonnet.

.

Gouden Yvonne

.

Yvonne met twee ijzers en wat ijs

maak jij uitsluitend goud en goud en goud.

Jouw rijden in ’t Olympisch ijspaleis

was hartverwarmend en liet niemand koud.

.

Je bent gesneden uit echt Haarlems hout,

en trekt je eigen baan op eigen wijs.

Wat greep je prachtig, zonder schoonheidsfout,

tot driemaal toe de allerhoogste prijs.

.

Drievuldige Yvonne, schaatgodin!

De 3, de 1500 en de 5,

ze zijn geschreven op je gouden lijf.

.

IJsheilige van Haarlem, jij je zin:

ik zal normaal doen, ja ik hou me in

Yvonne, wat ben jij een wereldwijf.

.

 

 

Kleine vogelgids

Mischa van Huijstee

.

Ik hoorde voor het laatst in 2019 van dichter Mischa van Huijstee toen hij als deelnemende dichter mee ging in de Poëziebus. In 2016 waren we al eens op het zelfde poëziefestival te vinden in Hoogeveen en nog  verder terug in 2009, was ik samen met Mischa winnaar van de poëziewedstrijd in Utrecht georganiseerd door de SLAU. De prijs voor het beste gedicht over het Stationsgebied ging naar Mischa en de prijs voor het beste gedicht over Hoog Catharijne ging naar mijn gedicht.

Tot afgelopen week toen hij, net als ik, deelnemend dichter was tijdens De Haarlemse Dichtlijn. Zijn performance was memorabel. Hij droeg een paar gedichten voor uit zijn nieuwste bundel ‘Kleine vogelgids, waarin ook grote vogels een rol spelen’. De titel geeft al een beetje aan wat voor soort poëzie dit is, poëzie met een kleine en een grote lach, verfijnd, subtiel en soms recht voor zijn raap maar altijd grappig genoeg om een glim- of schaterlach te ontlokken aan de lezer.

Ik kocht de bundel van hem voor € 10,- en heb er geen spijt van. Voor hier koos ik het gedicht dat over de Buizerd gaat met een gelijknamige titel.

.

Buizerd

.

terwijl hij rondjes alsmaar rondjes

door de lucht maakt

steeds hoger klimt

zijn blik op de grond gericht

weerklinkt zijn klagende miauw:

‘saaaaaaaaai’

de buizerd heeft weer eens een visionair moment

waarop hij denkt:

verhip er zijn inderdaad nogal veel saaie

bruin gespikkelde vogels op de wereld

precies zoals ik

.

‘Poëzie anders

Peter van den Berg

.

Afgelopen donderdag Hemelvaartsdag was ik als dichter deelnemer aan De Haarlemse Dichtlijn. Vijf uur lang traden maar liefst 55 dichters op in het prachtige Huis Hodson aan de Spaarne in Haarlem. Na twee jaar van stilte en digitaal poëzievertier was het een verademing om gewoon weer eens op een podium te staan en dichters live te horen voordragen. In 5 blokken van een uur traden de deelnemende dichters op slechts onderbroken door korte pauzes van 5 minuten. Ik mocht in het eerste blok dat door Marten Janse werd gepresenteerd.

Het mooie van De Haarlemse Dichtlijn vind ik toch wel dat rijp en groen, jong en (vooral) oud hier de mogelijkheid krijgt zijn of haar poëzie te laten horen. Van meermaals gepubliceerde dichters, tot amateurs die al langer dichten, van semiprofessioneel tot dichters uit de Straatkrant, iedereen kan hier een plekje op het podium krijgen. Behalve het weerzien met oude bekenden geniet ik altijd erg van dichters die ik (nog) niet (zo goed) ken.

Een paar dichters sprongen er voor mij uit zoals onder andere Jolies Heij, Frans Terken, Lucas Kruse, Paul Roelofsen, Jan Kal, Johan Meesters, Mischa van Huijstee en Peter van den Berg. Die laatste is een voormalig huisarts en een vrije en expressieve dichter met een voorkeur voor Wiskunde. In de bundel ‘Vicit Vim Virtus’ Moed heeft het geweld overwonnen (de stadsspreuk van Haarlem) staat het intrigerende gedicht ‘Datum: MMXXII na Christus, dag 14, ofwel LXIX na Petrus Montanus, dag 129′. Ik moest tijdens zijn voordracht meteen aan het gedicht “Mond is spruitje’ van Jan Bais denken dat in 2009 werd gepubliceerd in de gelijknamige bundel door uitgeverij de Brouwerij.

Het gedicht van Peter van den Berg (1948) was door de vorm en de absurdistische inhoud zo anders dan al het andere dat ik hoorde dat ik het hier wilde plaatsen. Gedichten in een dergelijke vorm, die anders durven te zijn worden steeds schaarser binnen het poëtisch palet van de Nederlandse dichtersgemeenschap en juist ook daarom hier een stevige lans gebroken voor Peter van den Berg.

.

Datum: MMXXII na Christus, dag 14, ofwel

LXIX na Petrus Montanus, dag 129.

.

Het geschiedde in jaar 0, dag

1, mijn geboortedag, DD-13 zag het licht.

DD-13, geen 1013, zoals

Covid-19 geen 625, (5 in dubbel-

kwadraat).

DD-13 is Donald Duck 13, met voorop

Kwik, Kwek, Kwak.

Kwuk ontbrak, na DD-woedevuur, geplakt

achter behang, verdroogd, vergeeld, vergeten…

Zo ook Kwoks lot.

.

Het geschiedde in jaar 0, dag

14, een plaag, een catastrofe, een

zondvloed volgens strenge schriftkundigen.

Zeeland werd zeven weken zeezee.

.

Het geschiedde nog vóór Petrus, ene elisabeth van

Engeland werd queen van Brittenland.

Het kroonjaar was jaar 0.

Tot haartot mijn tot ieders verbazing ontmoet

in bundel DHD haar naam die

dolle duck en woeste waterwolf,

en niet krooneend noch Sint-Elisabethsvloed.

.

HTM

Gerrit Achterberg

.

De stichting Achterland in Zeist geeft al jarenlang fraai vormgegeven bundels uit waarvan ik er inmiddels een aantal in bezit heb (Brabant, Zuid Holland, Flevoland). Maar ze geven niet alleen bundels uit over provincies maar ook over steden. Zoals ‘Den Haag’ dichterlijke stede uit 2000. In deze bundel veel oude foto’s, gelardeerd met fragmenten proza en gedichten van Haagse dichters of van dichters die over Den Haag hebben gedicht.

Zoals bijvoorbeeld de dichter Gerrit Achterberg (1905-1962). Achterberg kwam niet uit Den Haag maar hij schreef het gedicht ‘HTM’ over de Haagse Tram Maatschappij. Het gedicht, een sonnet, werd genomen uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1985.

.

HTM

.

De stilte staat geschilderd in de straat

om drie uur in de nanacht. Op de fiets

nadert de eerste trambestuurder; iets

waarschuwt aanhoudend met een wit gelaat.

.

Hij ziet het niet. Ik weet niet of het baat

om hem tegen te houden. er is niets

dat zo hardnekkig is als deze fiets

waarmee een man weer naar zijn werk toe gaat.

.

Hij gaat zijn gang. Straks, na een klein verdriet,

zal ik, tussen ander ontwaken in,

bewuste tram de bocht om horen komen.

.

Onze bestuurder had niet kunnen dromen

van deze lange nachtelijke schim,

die langzaam afneemt en de ramp ontvliedt.

.

HTM buitenlijner 54 in de remise Maaldrift

Donald Trump

Cora de Vos

.

Gistermiddag stond ik bij de Haarlemse Dichtlijn na dichter Cora de Vos. De Vos werkte in de tijdschriftjournalistiek en schreef daarna circa dertig boeken over zwangerschap, opvoeding en gezondheid. Toen schakelde zij om naar fictie: kinderboeken, korte verhalen en gedichten. Haar gedichten staan in diverse wedstrijd- en verzamelbundels in Nederland en Vlaanderen.

In 2017 trad ze op in de loofgangen van Dichters in de Prinsentuin. In 2018 werd ze genomineerd voor de Maerlant Poëzieprijs en de VUMC prijs en won ze met haar gedicht ‘Hazengrauw’ de eerste prijs van de Vlaamse wedstrijd Poëziepad van A tot Z.

In 2020 deed ze mee met de Grote Prijs de poëzie met het intelligente gedicht ‘Donald Trump’. Ze behaalde hiermee een plek in bij de eerste 1000. Wat mij betreft had dat de top 100 mogen zijn.

.

Donald Trump

.

Het laatste ei bewaren en halsstarrig

vastklemmen in een verder leeg nest

.

de wespendief, de buizerd, de sperwer

met hun scherpe snavels, je jaagt ze

.

een voor een weg, je werpt je op als hoeder

van een bedreigde soort, nog even en ze zien je

.

als de oermoeder, ze plaatsen camera’s zodat

je overal ter wereld op vroege vogels komt en

.

iedereen kan volgen hoe gewetensvol jij broedt

niemand ziet dat je eigenlijk de koekoek bent.

.